De Annapurna zoeken, dan zonder kaart erop

Komende week is het zestig jaar geleden dat de Mount Everest voor het eerst werd beklommen. Ter ere van zes decennia Everestgeschiedenis kozen we de zes mooiste boeken uit de bergliteratuur.

1. Anatoli Boukreev: Mount Everest

Het bekendste boek over het bekendste klimmersdrama in de moderne geschiedenis op de Mount Everest is Into thin air (De ijle lucht in) van Jon Krakauer, de journalist die zich voor 60 duizend dollar inkocht in een commerciële expeditie naar de top. Er gingen acht mensen dood. Zijn boek is een aanklacht tegen het gemak waarmee vooral rijke Amerikanen dachten de berg te bedwingen en tegen de ervaren klimmers die hen voor veel geld naar boven gidsten.

Een van die gidsen was Anatoli Boukreev, die met een ghostwriter De Klim schreef, een fantastisch weerwoord tegen Krakauer en een van de indringendste klimverhalen. De Rus Boukreev leefde voor en van het hooggebergte en redde op die fatale dag drie mensen. Hij verongelukte nog voor zijn boek verscheen, op de Annapurna.

2. Maurice Herzog: Annapurna

Aan de overwinning van de Everest in 1953 ging een magistraal maar vrij onbekend succes vooraf: de beklimming van de eerste berg hoger dan 8.000 meter. Maurice Herzog en Louis Lachenal stonden in 1950 op de top van de Annapurna, een berg die ze eerst nog moesten zoeken in het tot dan toe gesloten koninkrijk Nepal. Zonder kaarten of gps, goretex of satelliettelefoon trokken ze met een expeditie de Himalaya in. De terugtocht is, met Joe Simpsons Over de rand, een van de huiveringwekkendste in de bergliteratuur. Herzog beschrijft in Annapurna het amateuristisch amputeren van afgestorven vingers en tenen even kordaat als hij het onderging.

3. Heinrich Harrer: Eiger

Het waren de jaren dat bergbeklimmers nog op de fiets naar de bergen trokken. Zo reed de jonge Oostenrijker Heinrich Harrer in 1938 met zijn klimmaat Fritz Kasparek naar het Zwitserse Grindelwand. Doel: eindelijk eens de gevreesde noordwand van de Eiger te beklimmen, waar al menig bergbeklimmer het leven had gelaten.

Halverwege sloot het duo zich aan bij de klimmers Andreas Heckmair en Ludwig Vörg. Op 24 juli, om half vier, bereikten ze de top. Harrer werd het meest beroemd van het viertal. Hij werd als een held ontvangen door Adolf Hitler en schreef hét klassieke boek over de tocht: Die Weisse Spinne. Later trok Harrer, gevlucht uit een Brits krijgsgevangenenkamp in India, naar Tibet, waarover hij Zeven Jaar in Tibet schreef, ook al een klassieker.

4. Harry Muré: Dolomieten

De Italianen noemden haar de 'donna instancabile', de onvermoeibare. Ze is de enige Nederlandse vrouw naar wie een bergtop, in de Dolomieten, is genoemd: de Cima Immink. Ze klom in de Alpen vanaf 1890. Jeanne Immink (1859-1929) behoorde tot de 19de-eeuwse, vaak adellijke generatie klimmers die menige top beklom maar daar nooit iets over op papier zette.

Dat deed de Limburgse journalist Harry Muré wel, in 2003. In Het mysterie Jeanne Immink, de vrouw die naar de wolken klom ging hij de sporen na van de eerste vrouwelijke alpinist van Nederland. Haar erelijst vermeldt honderd bergen van de extreme categorie. L'Olandesina - het Hollanderinnetje - opende aan het eind van de 19de eeuw kletterroutes die nog steeds worden vermeld in klimgidsen.

5. Edward Whymper: Matterhorn

Edward Whymper wist niets van de bergen, tot hij in 1860 als illustrator werd gevraagd wat schetsen te maken in de Franse Alpen. Vijf jaar later was hij (na zeven pogingen) de eerste beklimmer van de Matterhorn. Zijn Scrambles amongst the Alps (1871) beschrijft de tijd dat de mens zich voor het eerst in bergtoppen ging interesseren en wat wel de 'golden age' van het alpinisme wordt genoemd, waarin alle grote bergen werden veroverd. Whymper werd beroemd met de Matterhorn, maar op de terugweg verongelukten vier medeklimmers nadat een touw was gebroken. Dat leidde in Engeland tot grote ophef: de koningin sprak zich zelfs uit voor een klimverbod.

6. Anton Colijn: Carstenszgebergte

Anton Colijn, zoon van staatsman Hendrik Colijn, werkte in de jaren dertig van de vorige eeuw in Nederlands-Indië voor de Nederlandsch Nieuw-Guinea Petroleum Maatschappij (ging later op in Shell). Met Frits Wissel en Jean Jacques Dozy trok hij in 1936 naar het Carstenszgebergte, de hoogste pieken van het toenmalige Nederlands Nieuw-Guinea, dus van Nederland. Het werd een klassieke expeditie: met prauwen stroomopwaarts en te voet verder.

De Nederlanders bereikten de top van de Ngga Poeloe, op ruim 5.000 meter, waarvan men toen - ten onrechte - dacht dat het de hoogste top van het massief was. Colijn schreef bij terugkomst Naar de eeuwige sneeuw van tropisch Nederland: de bestijging van het Carstenszgebergte in Nederlandsch Nieuw Guinee, een schitterend boek over de expeditie dat in de jaren dertig in Nederland herdruk op herdruk beleefde. De schrijver stierf in 1945 in een Jappenkamp op het eiland Banka.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden