'De angst is genetisch, die zit in het Russische dna'

De spraakwaterval droogt van het ene op het andere moment op. Orlando Figes zakt achterover, kijkt naar de grond en daarna naar mij met een blik die lijkt te zeggen: 'Zoiets laags had ik van u niet verwacht.'

De 51-jarige Britse Ruslandhistoricus, klein, jongensachtig, zichtbaar vermoeid, heeft met een indrukwekkende flux de bouche betoogd hoe de vergeten Krimoorlog een waterscheiding vormde in de Europese geschiedenis. Hij heeft, drinkend uit een flesje coca light, verteld over de somberheid en misantropie waaronder hij gebukt ging na het voltooien van The Whisperers (Fluisteraars), zijn magnum opus over lafheid, moed en zelfbedrog tijdens de stalinistische terreur in de Sovjet-Unie van driekwart eeuw geleden.
Maar omdat je Cruyff niet kunt interviewen zonder over voetbal te praten en je bij Nixon niet om Watergate heen kon, heb ik het gesprek na drie kwartier op 'het schandaal' gebracht. 'Ik heb er niets meer over te zeggen.'
Stilte.
Dan, toch: '2010 was een slecht, slecht jaar. Ik ben blij dat het bijna voorbij is. Het publiek weet alleen wat in de kranten heeft gestaan. Wat het niet weet, is hoe vijandig de advocaten van de andere auteurs waren. Hun vijandigheid was veel erger dan die van de media.'
Figesgate barstte los in april nadat historica Rachel Polonsky had ontdekt dat een anonieme internetrecensie op amazon.co.uk over haar boek Molotovs Magic Lantern was geschreven op de computer van professor Orlando Figes op het Birkbeck College in Londen. Eén ster kreeg ze van deze internetrecensent: This is the sort of book that makes you wonder why it was ever published.
Een andere ontdekking: de digitale recensent had nog meer modder gegooid, onder andere naar de 'merkwaardig saaie' Ruslandprofessor van Oxford, Robert Service. Over The Whisperers van Orlando Figes schreef dezelfde recensent: 'Een fascinerend boek. I hope he writes forever.' Waardering: vijf sterren.
Wie weet was het beter voor Figes afgelopen als hij meteen had erkend de recensies te hebben geschreven en achter de inhoud was gaan staan. Helaas. Eerst beet hij van zich af: ik zou zoiets nooit doen. Daarna - hoe kon zo'n intelligente man zo stom zijn - bracht hij naar buiten dat zijn vrouw, de Britse hoogleraar humanitair recht Stephanie Palmer, achter de rotrecensies zat. Vijf dagen later kwam hij daar op terug en bood hij zijn verontschuldigen aan.
Omdat de advocaten van Polonsky en Service inmiddels dreigden met het in beslag nemen van alle hardware in huize Figes, zag hij zich medio juli, al maanden met ziekteverlof, genoodzaakt uitgebreid spijt te betuigen en flinke sommen smartengeld te betalen.
Al die tijd laafden de Britse media zich aan het schandaal. Figes werd 'professor poison', amazon.co.uk zijn 'career suicide'. Leedvermaak, zei Figes ooit zelf, zit mensen maar vooral Britten in bloed. Er was niemand die het naar struikelende grootheden loerende publiek dit jaar beter bediende.
Zijn nieuwe boek Crimea - The last crusade kwam uit in oktober. Figes weigerde in eigen land op één na alle interviewverzoeken, beducht dat geen journalist voor het boek zou komen. De zojuist verschenen Nederlandse vertaling heet De Krimoorlog of de vernedering van Rusland.
Had Figes echt gedacht in het veilige Amsterdam alleen vragen over 1855 te krijgen en niet over 2010? '2010 was een heel, heel duur jaar. Als u wilt zeggen dat het afpersing was, ga uw gang, ik mag het niet.'
Drie dagen na het interview mailt Figes mij met het verzoek hem te bellen over de Amazon-affaire. 'Ik heb mij op 23 april voor het eerst publiekelijk verontschuldigd en aangeboden de schadevergoeding te betalen waar ze om hadden gevraagd. Maar voor Dr. Polonsky en Professor Service was dat niet genoeg. Via hun advocaten dreigden ze me voor laster te gaan vervolgen en mij aan te geven bij de politie.
'Drie maanden hielden de bedreigingen aan, ook aan het adres van mijn vrouw. Dat was opvallend, omdat Dr. Polonsky haar een email had gestuurd waarin ze vertelde ¿hoe erg haar hart naar haar uitging¿. Ze wilden simpelweg niet over een schikking praten totdat ik akkoord was gegaan met een nieuwe spijtbetuiging die ze zelf hadden geschreven.
'Maar er zaten feitelijke onjuistheden in die weer tot nieuwe zaken zouden kunnen leiden. En dus volgde een lange en kostbare correspondentie, die ik moest betalen. De uitkomst was dat ze hun dertien alinea's reduceerden tot zeven, die vrijwel niet afweken van mijn oorspronkelijke verontschuldiging van april.'
In zijn publieke verklaring voerde Figes aan dat hij zich tijdens het schrijven niet meer in de hand had gehad en dat zijn langdurige studie van de misdaden van Stalin zijn tol had geëist. Later sprak hij over de vervreemding die academisch werk in isolement in de hand werkt, en over sporen uit zijn jeugd.
De Duits-Joodse familie van zijn moeder, schrijfster Eva Figes, ontvluchtte nazi-Duitsland in de jaren dertig. Zijn vader verliet het gezin toen hij klein was. Zijn moeder, in Engeland toen al een literaire beroemdheid, was er nooit. Figes en zijn oudere zus, schrijfster Kate Figes, werden opgevoed door au pairs. Het Britse publiek gnuifde: false excuses.
Misschien had Figes ook nog kunnen zeggen dat hij net als de meeste mensen de pest heeft aan bepaalde andere mensen, in het bijzonder aan Rachel Polonsky. De vete tussen 'de reus en de dwergin' van de Ruslandgeschiedenis duurt al jaren. In 2002 publiceerde Polonsky in The Times Literary Supplement een weliswaar niet anonieme maar wel gemene en slecht beargumenteerde recensie van Figes' cultuurgeschiedenis van Rusland, Natasha's Dance. Wat ook in Figes' statement ontbrak: dat hij zich volkomen heeft vergist in de werking van het internet, dat niets wat daar anoniem of geheim hoort te zijn, dat ook blijft.
Op dat internet kreeg Figes de afgelopen maanden, o ironie, flink wat bijval lezers die stelden dat hij in die gemene amazon-recensies nog gelijk heeft ook: dat boek van Polonsky rammelt en het boek van Service is saai.
Zeker is dat Figes een boeiendere auteur is. Aan zijn kristalheldere stijl, zijn vermogen te ontroeren en topzware materie levendig en begrijpelijk te verwoorden, kunnen zijn vijanden niet tippen. Maar net zomin als groot schrijftalent mensen ooit behoed heeft voor twijfelachtige politieke ideeën (Sartre, Márquez, Saramago, Mulisch), zo biedt het ook geen bescherming tegen driftbuien en rancune.
'Schrijven gaat me gemakkelijk af', zegt Figes in het pluche van het Ambassade Hotel. 'Ik ben op 2 januari 2009 aan Crimea begonnen. Als ik geen kater had gehad, was ik op 1 januari gaan schrijven. Ik voltooide het op kerstavond 2009. Ik werk heel efficiënt. Aan Birkbeck geef ik college van zes tot negen 's avonds. Als ik mijn lessen heb voorbereid, kan ik de hele dag schrijven. En als ik begin, dan stop ik niet meer.'
Aan de oorsprong van Crimea ligt van Figes' fascinatie ten grondslag voor tsaar Nicolaas de Eerste, 'die enigmatische figuur die Rusland in oorlog bracht met de rest van Europa - tegen een coalitie van Britten, Fransen en Turken'.
Figes schreef Crimea ook 'om los te komen van Stalin, terug naar de negentiende eeuw'. Daar stuitte hij op verrassende parallelen met onze tijd. Een van de fascinerendste is die tussen de islamofobie en de orthodoxie- of Ruslandfobie van toen. 'De wereld werd ook toen verdeeld in een liberaal westen en een tiranniek oosten. De westerse christenen zagen zich als de echte christenen. Het orthodoxe, Russische christendom, dat was geen rationele maar primitieve, fysieke religie, het gaat daarin allemaal om het ritueel. De rustige, contemplatieve islam van het Ottomaanse (Turkse) Rijk leek meer in harmonie met protestantse ideeën over religiositeit.
'De islam werd ook niet gezien als een echte concurrerende religie. Ottomaanse moslims konden bekeerd worden, dachten de Britten. De Russen waren wel barbaars en militant. Als we niet tegen ze vechten, dan nemen ze de boel bij ons over. De retoriek van de huidige islambestrijders. Het Westen ging de islam pas als gevaarlijk beschouwen na de Turkse wreedheden in Bulgarije in 1876, en die hadden maar zeer gedeeltelijk een religieuze oorzaak.'
Een andere parallel die Figes blootlegt, is die tussen de digitale revolutie en de krantenrevolutie van toen. 'In de aanloop naar de Krimoorlog dicteerden de Britse kranten voor de eerste keer het buitenlandse beleid. De pers was door de opkomst van nationale kranten, treinen en telegraaf in staat de publieke opinie in een tijdsbestek van uren te informeren en te laten reageren op gebeurtenissen. Het was niet langer mogelijk voor een klein hof in besloten kringen besluiten te nemen. Iedereen werd betrokken, overal in Engeland werd opgeroepen tot solidariteit met Turkse moslims tegen de Russen.'
Figes, de bekendste Ruslandhistoricus van Europa, vertelt dat het toeval was dat hij zich in Rusland specialiseerde. 'Ik had geen familieredenen om het doen. Ik wilde me oorspronkelijk specialiseren in Duitse intellectuele geschiedenis. Maar een van mijn hoogleraren zei tegen mij: je wilt toch niet als je een kater hebt of problemen met je vriendin vroeg opstaan om te gaan worstelen met Hegel? Hij suggereerde mij Russische boeren, want die kun je altijd nog tellen na een avond zwaar drinken.
'Maar serieus: het was chemie, je moet gevoel voor een land hebben. Ik was tussen 1984 en 1986 in Moskou. Het was een fascinerende tijd, want de archieven gingen open. Ik was een van de eersten die in de Sovjet-Unie een catalogus in zijn hand hield. Er was een goed en serieus intellectueel leven, geen small talk. Drinken vergemakkelijkte toenadering. Nog steeds. Ik had The Whisperers nooit kunnen schrijven als ik niet had kunnen drinken. Ik kreeg toegang tot het staatsarchief van de dichter Konstantin Simonov na een zware wodka-nacht met zijn zoon.'
The Whisperers: zes jaar was Figes ermee bezig, meer dan duizend interviews deed hij met hoogbejaarde overlevenden van de stalinistische terreur en nabestaanden.
'Het was een moeilijk boek om te schrijven', zegt hij. 'En het was een moeilijk project om zo lang mee te leven. De meeste historici hebben de lange termijn-consequenties van die golven van repressie in de Stalin-tijd onderschat, in principe duren ze voort tot op de dag van vandaag. Daders en slachtoffers zijn dood. Maar de angst is genetisch geworden, die zit in het Russische dna. Het is een van de belangrijkste redenen dat het zolang heeft geduurd voor de Sovjet-Unie instortte. Voordat ik aan het boek begon, schrok ik niet terug voor morele oordelen. Maar het drong steeds meer tot mij door onder welke onmogelijke omstandigheden mensen moesten overleven.'
In zijn volgende boek zal Figes terugkeren naar de goelag. 'Het gaat over een van de mooiste liefdesverhalen aller tijden, over geliefden die vastzaten in verschillende werkkampen. Ze schreven elkaar duizenden brieven die naar buiten werden gesmokkeld. Zij wachtte vijftien jaar op hem. Allebei zijn ze nu dood, maar ik heb ze nog gekend toen ze in de negentig waren. Het boek komt uit in 2012. Het wordt mijn eerste boek met een happy end.' ISBN 978 90 468 08 948

NOOT VAN DE HOOFDREDACTIE (dd 31-8-2011)

Rachel Polonsky stuurde de Volkskrant op 13 augustus 2012 de volgende reactie op de beschuldigingen van Orlando Figes:


13 August 2011

Dear Sir,

I am writing in response to the interview with Orlando Figes published on 23 December 2010. This interview contains a number of untrue statements and factual distortions:

1) Robert Service and I did not threaten to sue Orlando Figes for libel for the Amazon reviews.

2) At no time during the legal correspondence, which began on 14 April and ended on 14 July, were the police mentioned. (It is sheer nonsense to suggest that Service and I would have threatened to report him to the police for the Amazon reviews.)

3) Figes's wife, Stephanie Palmer, was included in the legal correspondence only because legal costs had been incurred by Service and me in the week during which she falsely claimed to be the author of the Amazon reviews. (At that time, aggressive legal threats from Figes were still hanging over Service and others.)

4) Our draft apology (to which your interview refers) did not contain any untrue statements.

5) The apology and retraction that Figes agreed (as a result of the legal correspondence) to issue to 31 fellow historians on 14 July differed in important respects from the apology that he had issued as a press release on 23 April.

6) Our lawyers did not threaten to confiscate all the hardware in the Figes home. At a time when Figes was still denying authorship of the Amazon and when his legal threats were still hanging over Service and others, our lawyers requested that they not destroy any computer hard drives.

The crucial fact missing from your interview is that this legal correspondence would not have happened at all if Figes himself had not instructed his solicitor, David Price, to threaten to sue Service for libel on 14 April, for circulating an email to 31 fellow historians about the Amazon reviews. (It did not occur to us to consult lawyers over the Amazon reviews themselves. Reviews are just reviews.) While Figes took elaborate measures to conceal his authorship, he instructed his lawyer to send out threatening letters to Service, to me, and to other individuals and publications. It was an extremely alarming and unpleasant time.

After he had been compelled by evidence to admit his authorship of the Amazon reviews, Figes did not freely offer to pay the costs we had incurred in fending them off his frightening legal threats.

I am dismayed that a newspaper such as yours should use the word 'afpersing' (extortion/blackmail) -- with its criminal connotations -- without at least giving Service and me the opportunity to set the record straight.

Yours faithfully,

Dr Rachel Polonsky

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden