De angst heeft vrij spel in Kandahar

Collectieve paniek heeft zich meester gemaakt van Kandahar, na een jaar vol aanslagen. De stokkende wederopbouw en het slechte bestuur spelen de Taliban in de kaart...

De brillen van Canadese militairen bevatten röntgenapparatuur. Daarmee kijken ze dwars door de passanten heen. De Kandahari’s denken het echt, lacht majoor Harry Chadwick. Hij drinkt thee met zijn mannen in het kwartier van het Canadese Provincial Reconstruction Team, waar de reservisten onderdeel van zijn. Afghanen hebben een hele dikke duim, zeggen ze. Dus ook dat andere gerucht moet met een flinke korrel zout worden genomen: dat Canadezen geregeld op onschuldige Afghanen schieten uit angst voor zelfmoordaanslagen.

Dat valt echt mee, zeggen de mannen. Eén keer is vanuit de tank van officier Dean Henley de trekker overgehaald, zonder schade. ‘Die automobilist kwam recht op ons afrijden.’ En zo’n gebeurtenis gaat dan een heel eigen leven leiden. Chadwick zucht. ‘Geruchten gaan hier sneller dan internet.’

Er is afstand tussen de Canadese militairen en de inwoners van Kandahar. Letterlijk - de PRT ligt buiten de stad. Maar ook op een andere manier: de Afghanen zeggen te schrikken als ze de zwaar bepantserde militaire voertuigen voorbij zien komen. Vijf keer zijn burgers door Canadees vuur getroffen, in enkele gevallen dodelijk. ‘Dat is echt een probleem’, zegt Qais Bowar van de Afghan Independent Human Rights Commission (AIHRC).

Vanwege het geweld in Kandahar - het merendeel van de 44 Canadese doden sneuvelde hier - kunnen de mannen en vrouwen van de Canadese PRT zich alleen verplaatsen met zogeheten ‘force protection’. Die was er pas in december. Het heeft zijn mensen beperkt in hun bewegingsvrijheid, zegt Chadwick. Dat heeft de wederopbouw volgens hem geen goed gedaan.

Dat de Canadezen met Kandahar geen gemakkelijke opdracht hadden, was van tevoren duidelijk. Op straat lopen mannen van de etnische Pashtu-meerderheid met hun kenmerkende tulbanden. Dit is de traditionele Taliban-aanhang, en dus is Kandahar voor de opstandelingen de hoofdprijs. De stad die de hofleverancier is van alle leiders van het land sinds de 18e eeuw, inclusief Talibanleider mullah Omar, en waar de Afghaanse aartsvader Ahmad Shah Durrani een eigen mausoleum heeft. Wie deze stad heeft, heeft het hele zuiden van Afghanistan. Ten minste.

Het verschil tussen de stoffige straten met armoedige stalletjes en de strak ingerichte ISAF-basis met de Pizza Hut is levensgroot, maar er is geen twijfel mogelijk: in Kandahar wordt het geld verdiend. Aan de handel in schapen en tabak, maar ook aan de verkoop van gedroogd fruit. Druiven worden geteeld ten westen van de stad waar de afgelopen maanden grote gevechten zijn geleverd met Talibanstrijders, die van plan waren vanuit dit gebied de stad aan te vallen. Dat is verijdeld, dus proberen de Taliban via zelfmoordaanslagen terreur te zaaien in Kandahar.

Dat lukt. Na dertig jaar oorlog zijn Afghanen gemakkelijk geïntimideerd, zegt de Amerikaanse oud-journaliste Sarah Chayes. ‘Ze vertrouwen niemand en kijken niet verder dan vandaag.’

Na de val van de Taliban heeft Chayes op verzoek van de broer van president Karzai een zuivelcoöperatie geopend in de stad. Sinds 2005 zit ze in de zeep. Daarvoor is vast belangstelling in het Westen, denkt ze. Als de zeep er maar een beetje authentiek uitziet; in de grillige vorm van natuursteen bijvoorbeeld. Maar dat kan ze haar medewerksters niet aan hun verstand brengen. ‘Zij blijven de zeepjes mooi glad kneden. Ik denk dat ze gewoon te gestresst zijn. Ze hebben heel andere dingen aan hun hoofd dan zeep.’

De angst van de Kandahari’s heeft vrij spel doordat wederopbouw en goed bestuur grotendeels uitblijven, is de analyse van verscheidene kanten. Hoewel prima wordt samengewerkt met lokale ministeries, zijn de cultuurverschillen soms wel lastig, zeggen ze op de PRT. De zo bejubelde ‘Afghan face and Afghan pace’ bleek in praktijk bijvoorbeeld moeilijk. Chadwick: ‘We worden beperkt door het gebrek aan inzet en kundigheid van de Afghanen.’

Toch is sinds augustus 4,5 miljoen dollar gespendeerd door de PRT aan wederopbouwprojecten, zegt Chadwick. Behalve aan bijvoorbeeld kleding voor vrouwen en wezen is dat in de stad gegaan naar checkpoints voor de politie. Maar de Canadian International Development Agency doet het volgens de Canadese senaatscommissie niet goed. De hulpdienst was ‘ niet in staat’ om de bezoekende senatoren projecten te laten zien. Wil de missie in Kandahar nog kans van slagen hebben, dan zijn er volgens de commissie meer manschappen nodig dan de huidige 2600, te leveren door ándere NAVO-landen, en meer instructeurs voor het leger (250) en de politie (60).

Alle posities in de veiligheidsdiensten en in het openbaar bestuur worden gekocht, zegt Chayes. ‘Iedereen probeert om smeergeld te krijgen.’ En dat wordt ook de ISAF aangerekend. ‘De Afghanen zeggen: dit bestuur hebben jullie aan de macht gebracht, dus jullie moeten er wat aan doen.’ Volgens de voormalige commandant van ISAF in zuidelijk Afghanistan, brigade-generaal Fraser, is dat ook gebeurd. Graag vertelt hij volgens de Canadese krant Globe and Mail een anekdote over de oude gewoonte van gouverneur Assadullah Khalid om met een pistool meningsverschillen te beslechten. Nu pakt de gouverneur de mobiele telefoon.

Maar Qais Bowar van de AIHRC heeft een ander verhaal. Stammentwisten maken een puinhoop van de lokale overheid, zegt hij. ‘Als een stamoudste wraak wil nemen op een concurrent, zegt hij dat-ie van de Taliban is.’

Wonderlijk genoeg hebben de Amerikaanse en later de Canadese militairen tot voor kort in Kandahar geopereerd zonder de stammen in kaart te hebben gebracht, zegt Chayes, die een boek heeft geschreven over de stad, dat dit jaar in Nederland verschijnt: The Punishment of Virtue. Daarin verhaalt ze over het optimisme in de stad na de val van de Taliban; over de opgetogen meisjes die popelden om met school te beginnen, en over de enthousiaste politiemannen die haar de hand schudden.

Nu durven veel Kandahari’s hun kinderen niet naar school te sturen en berooft de politie banken, zegt Bowar. ‘Ze bestelen ook voorbijgangers.’

Politiechef Asmatullah Alizay glimlacht als hij de klachten hoort. Hij zal niet ontkennen dat er fikse problemen zijn. Het ontbreekt hem aan geld en materiaal, zegt hij. Toch zegt hij sinds zijn aantreden, ruim vier maanden geleden, de wind eronder te hebben.

Aan het begin van Madad Chowk, onder de grote ijzeren bogen waar de weg uit Kabul en die uit Pakistan samenkomen, staan inderdaad keurig geüniformeerde politiemannen. Timmerman Mohd is heel blij met ze. ‘We zien nu meer patrouilles in de straat, en je ziet ze auto’s doorzoeken.’ Zijn partner Wali is het er wel mee eens, maar zegt ook: ‘Er zitten goeien en slechten tussen. En er zijn vooral nog veel te weinig politiemannen om aanslagen te voorkomen.’

De 21-jarige winkelier Abdullah ziet er ondanks zijn jonge leeftijd oud uit. Zijn donkere ogen staan droevig. ‘Dit is geen jihad, dit geweld trekt ook moslims. Ik ben jong, maar ik heb zoveel problemen.’ Hij staat ineens op; dit is alles wat hij erover te zeggen heeft. Nee, één ding nog. ‘Toch heb ik hoop. Hoop tegen beter weten in.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden