Achtergrond

De Amsterdamse School bestaat honderd jaar

Het eeuwfeest van de Amsterdamse School wordt groots gevierd. En laat nu net de baksteen helemaal terug zijn. Daarom: zes pagina's over deze iconische bouwstijl en zijn basismateriaal.

De Dageraad in Amsterdam Beeld Harry Cock

Lang was het met baksteen als met seks in de jaren vijftig: iedereen deed het, maar niemand had het erover. Dat is nu wel anders. Met de baksteen hebben we goud in handen

Hoe het banaalste van alle bouwmaterialen uitgroeide tot een stijlicoon: dat is het ongelooflijke, maar waargebeurde verhaal dat drie nieuwe boeken over baksteen vertellen.

Wie had gedacht dat je van die goeie ouwe baksteen een Zinderend Oppervlak kunt maken, zoals de titel luidt van architect Koen Mulders bijna manische studie naar patronen in metselwerkverbanden. Dat baksteen boeiend genoeg is om er een driejarig onderwijsprogramma omheen te bouwen, zoals architect Jan Peter Wingender deed voor de Amsterdamse Academie van Bouwkunst, en waarvan Brick, an exacting material de uitkomst is. En dan is er nog Baksteen - geschiedenis, architectuur, technieken, een koffietafelboek vol glossy foto's van bakstenen 'klassiekers' over de hele wereld, van het oude Egypte tot de Amsterdamse School - die dit jaar zijn honderdste verjaardag viert.

Dat laatste boek is overigens niet helemaal nieuw; het werd al in 2003 in het Engels uitgebracht. Maar het feit dat een Nederlandse uitgever het nu aandurft om dit boek naar het Nederlands te vertalen, is een teken aan de wand: de baksteen is terug.

Meer dan een bouwmateriaal

Nu ja, terug. Baksteen is nooit echt weggeweest. Op de Hollandse bodem, waar rond de rivieren volop klei - de grondstof voor baksteen - beschikbaar is, is altijd gemetseld. Alleen was het de afgelopen vijftig jaar niet salonfähig om te zeggen dat je in baksteen bouwde, laat staan om erover te schrijven.

De beroemde Amerikaanse architect Louis Kahn (1901-1974) sprak met baksteen, zoals sommige mensen met planten praten. Zijn vraag 'What do you want to be, brick?' is onder vakgenoten legendarisch. Baksteen was voor Kahn veel meer dan een bouwmateriaal; het had een karakter, een eigen wil. 'Ik wil een boog worden', was het antwoord dat hij naar eigen zeggen kreeg. Die wens opvolgend, ontwierp hij fabelachtige constructies, zoals het Nationale Parlement in Dhaka, Bangladesh.

Kahn vierde de baksteen. Net zo werd werd de rijkdom van de Nederlandse baksteentraditie gevierd tijdens de tentoonstelling Nederland bouwt in baksteen, in 1941 in het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen. Een ongemakkelijk feestje was het wel. De tentoonstelling werd geopend vlak na het bombardement op Rotterdam in 1940, en de nationalistische toon werd door de nazi's opgevat als een regelrechte provocatie.

Woongebouw Piraeus in Amsterdam

Nadien werd de baksteen min of meer uit het architectuurdebat verbannen. Onmodern, zou luidde de beschuldiging. Nieuwe (massa)productiemethoden maakten het mogelijk om op grote schaal staal, glas en beton te produceren; dát waren de materialen die uitdrukking gaven aan moderniteit. Wie nog met een troffel en cement werkte, zo redeneerde de modernistische voorhoede, gaf daarmee te kennen dat hij tegen vooruitgang was.

Wat niet wil zeggen dat het metselen stopte. Integendeel. 'Het was zoals seks in de jaren vijftig: iedereen deed het, maar niemand had het erover', zegt Jan Peter Wingender over de rol van baksteen in de hedendaagse Nederlandse architectuur. Baksteen wordt veelal gebruikt omdat dit 'het goedkoopste, nog net acceptabele materiaal' is, constateert Koen Mulder in Het Zinderend Oppervlak. Reliëfs, ornamenten - aanvankelijk werd het afgedaan als sentimenteel gedoe van nostalgische types. In de schrale jaren zeventig en tachtig was het nog simpeler: elke afwijkende steen of voeg kostte extra geld, en dat was er niet. Zo bezien viel er ook weinig belangwekkends te vertellen.

Ruim een halve eeuw werd de baksteen doodgezwegen, totdat begin jaren negentig een groep jongere architecten de dialoog en het experiment hervatten. Onder hen Machiel Spaan, Marlies Rohmer en Rudy Uytenhaak, bij wie Wingender destijds afstudeerde. Ze wilden bewijzen dat je met baksteen wel degelijk modern kunt bouwen. Het klimaat leek gunstig. Inmiddels waren er mooiere stenen op de markt. De tweede stadsvernieuwingsgolf kwam op gang, waarbij werd gekeken hoe architectuur kon aansluiten op de omringende, bakstenen stad. En met de komst van de grotendeels door ontwikkelaars gebouwde vinexwijken ontstond het 'marktdenken'. Wat bleek? Terwijl de avant-garde zijn neus ophaalde voor baksteen, was de consument er dol op. Baksteen werd een sellingpoint.

Het scheepvaarthuis Beeld Harry Cock

Van klei naar kristal

Alledaagse baksteen wordt kostbaar 'kristal': een sterk staaltje architectonische alchemie van architectenbureau MVRDV, binnenkort te zien in de Amsterdamse P. C. Hooftstraat. Onder de naam Crystal Houses is daar de nieuwe flagshipstore van Chanel verrezen. Een aantal gesloopte panden - klassieke Amsterdamse woningen - is teruggebouwd, maar nu met een gevel van glas: van de bakstenen en de lateien tot de ramen, deuren, kozijnen en deurgrepen. Het maakt de gevels even zwaar in gewicht als innovatief. Zo moest het transparante 'cement' (ontwikkeld in samenwerking met de TU Delft) steen voor steen met uv-licht worden uitgehard, zoals bij de tandarts.

Onhandigheid

Dat werk was tegelijk een een reactie op de Superdutch-architecten - Rem Koolhaas, MVRDV, UN Studio - die in die jaren negentig de wereld veroverden met hun conceptuele (spektakel)architectuur. Metselwerk paste daar niet in. Veelzeggend is dat in het boek Superdutch, (Bart Lootsma, 2000) slechts één bakstenen bouwwerkje is opgenomen.

Het is een 'heel krachtige architectuur, met geweldige resultaten', vindt Wingender. 'Maar er zit ook een bepaalde onhandigheid in hun gebouwen. Een ruimtelijk of programmatisch probleem wordt 'opgelost' met een concept, maar dan komt het onvermijdelijke moment dat je dat in materiaal moet gieten. Superdutch had daar weinig ideeën over.'

Een goed voorbeeld is station Arnhem, dat UN Studio ontwierp als een optelsom van de verschillende verkeersstromen. Er bleek geen aannemer te vinden die de stationshal, gevormd als een reusachtige tornado, kon bouwen; er moest een scheepsbouwer aan te pas komen. 'Materiaalgebruik is geen onderdeel van het concept; het staat slechts ten dienste daarvan.'

Wingender ziet het precies andersom. 'Voor mij bestaan er geen ideeën zonder een materiaal door je handen te laten gaan.' Dat is ook de gedachte achter het baksteen-programma dat Wingender op de Academie van Bouwkunst heeft opgezet. De studenten moesten zelf met klei en stenen aan de slag, metselverbanden in kaart brengen en met de opgedane kennis nieuwe ontwerpen maken. De resultaten daarvan zijn gebundeld in zijn boek Brick.

Eekenhof, Enschede

'Een disciplinerend materiaal', luidt de ondertitel. Dat is het mooie van baksteen, zegt Wingender: het biedt houvast, het idee volgt uit de vorm. Het klint alleen zo suf, zo calvinistisch. Dat imago heeft nog lang aan de baksteen gekleefd. Superdutch architectuur was spannender, mediagenieker, en kreeg daardoor meer aandacht. Er was een buitenlander voor nodig om Nederland de ogen te openen en te laten zien dat we met 'onze' baksteen goud in handen hebben.

Dat was de Duitse architect Hans Kollhoff, die samen met Christian Rapp in 1994 het woongebouw Piraeus in Amsterdam bouwde. Een sculpturaal stadsblok: groots en stoer, en tegelijk warm en verfijnd. De donkere stenen waaruit het werd opgetrokken, zijn sindsdien niet aan te slepen. Twintig jaar later heeft de baksteen zijn zelfvertrouwen definitief herwonnen.

Het is niet toevallig dat de triomfantelijke terugkeer van de baksteen gelijk opgaat met de herwaardering van de Amsterdamse School, waardoor Kollhoff zich voor het ontwerp van Piraeus liet inspireren. 'Schortjesarchitectuur' werd het destijds misprijzend genoemd, een kritiek op het feit dat de uitbundige bakstenen gevels, anders dan voorheen, geen dragende functie hadden. Achter de gemetselde 'steunberen' ging een standaard skelet schuil, de bogen waren enkel voor de sier. Oftewel: het was nep.

De kritiek van weleer is de realiteit van vandaag. Bakstenen gevels zijn niets anders meer dan 'jurken', zoals Wingender het noemt. Juist dat maakt de Amsterdamse School een interessante en logische inspiratiebron. Tel daarbij op de hernieuwde belangstelling voor decoratie, ornament en materiaalexperiment en je begrijpt waarom deze baksteenarchitectuur op zijn honderdste verjaardag weer rockt als The Rolling Stones.

(Kirsten Hannema)

Koen Mulder: Het Zinderend Oppervlak, metselwerkverband als patroonkunst en compositiegereedschap. 160 pagina's, 49 euro

Jan Peter Wingender: Brick - An Exacting Material. Architectura & Natura, 352 pagina's, 45 euro.

James W.P. Campbell: Baksteen - Geschiedenis, Architectuur, Technieken. Uitgeverij Thoth, 320 pagina's, 24,95 euro.

Een entreehal als een groot feest

De Nieuwe Amsterdamse School

Honderd jaar nadat een vriendenclub van Amsterdamse architecten - de bekendste zijn Michel de Klerk, Piet Kramer en Joan Melchior van der Mey - de Amsterdamse School oprichtten, blijkt deze nog springlevend. Ontwerpers laten zich volop inspireren door hun sculpturale gevels, glas-in-loodramen en vele decoraties. Onder de noemer '100 jaar inspiratie' opent op 14 april een tentoonstelling over deze Nieuwe Amsterdamse School in het Amsterdamse Architectuurcentrum ARCAM. Maar wat maakt dat ons hart sneller gaat kloppen van de Amsterdamse School? Drie architecten vertellen.

'Het ontwerp is niet gebaseerd op een specifiek Amsterdamse School-gebouw', vertelt architect Felix Claus over het appartementencomplex dat hij realiseerde in de Enschedese wijk Roombeek (zie pag V5). 'We wilden het gevoel van Amsterdam-Zuid erin vastleggen: de rijkdom van de gevels, de mooie voordeuren, een hal waarin je echt binnenkomt. Wonen met plezier: dat is waar de Amsterdamse School wat mij betreft voor staat. Het toeval wil dat onze opdrachtgever op weg naar ons bureau langs het Scheepvaarthuis 1 kwam. We hadden het erover hoe je die ronde vormen, dat exuberante, terug zou kunnen brengen in de woningbouw. Dat er weer aandacht is voor detail, en dat daar ook geld voor wordt uitgetrrokken. Dat is hier gelukt en dat is een goede ontwikkeling.'

Jan Klomp van Heren 5 architecten over het woongebouw dat het bureau bouwde aan de Polderweg in de Amsterdamse wijk Oostpoort: 'Voordat we zijn gaan tekenen, hebben we gedwaald door de omgeving. We hebben goed gekeken naar de naastgelegen Oostergasfabriek, maar ook veel Amsterdamse School-projecten bezocht. Ritme en plastiek, zoals je die ervaart in de gebouwen aan het Amsterdamse Henriette Ronnerplein 2 van Michel de Klerk, spelen een belangrijke rol in het ontwerp. Wat ons ook opviel waren de geweldige entrees, vaak met glas-in-lood . Zoiets maken is bijna een onmogelijke missie in deze tijd. Met een enthousiaste kunstenaar (Stefan Glerum), een ambitieuze opdrachtgever (woningbouwvereniging Ymere), en een zeer kundige bouwer (bouwbedrijf HSB) bleek het mogelijk: een entreehal als een groot feest.' 3

Machiel Spaan van M3H architecten kreeg de opdracht om twee gebouwen uit een ensemble van vijf, gelegen aan de Amsterdamse Tugelaweg 4, te vervangen door nieuwbouw 5. Ter gelegenheid van de tentoonstelling in ARCAM schreef hij een brief aan de oorspronkelijke architect, Willem Leliman, waarin hij zich 'verantwoordt' voor zijn ontwerp. Een fragment: 'Uw bezielde omgang met woningplattegronden, entrees en trappenhuizen inspireerde ons. We ontdekten dat de sobere en doelmatige bakstenen gebouwen bij nadere bestudering uiterst zorgvuldige metselwerkdetails bezitten, zoals ter plaatse van de daklijst, de schoorsteen, trappenhuizen, en de fraaie tegeltableaux. Met veel plezier vertaalden wij uw omgang met de bakstenen naar een hedendaagse bouwpraktijk en vormentaal. Samen met de vormgevers van Atelier NL is nieuwe betekenis gegeven aan de kleuren van de tableaux en aan de expressie van de bakstenen hoeken, randen en vlakken.'

(Kirsten Hannema)

100 jaar inspiratie, 14/4 t/m 30/9, ARCAM, Amsterdam

Gebouwen aan de Amsterdamse Tugelaweg
Nieuwbouw aan de Tugelaweg Beeld Harry Cock

Richard Hopman (51) werkzaam in de groenvoorziening in Schoorl, verzamelt sinds 2000.

Richard Hopman in zijn interieur Beeld Aurélie Geurts

Eerste aankoop

'Een eikenhouten dressoir van meubelfabriek 't Woonhuys in Amsterdam. Een vriend van me, met een antiekwinkel in Haarlem, had 'm staan voor 3.000 euro, maar dat geld had ik niet. Ik was net gescheiden, ik moest helemaal opnieuw beginnen in een leeg huis. Nou had ik wel een mooie luchtvaartverzameling rond de historische postvlucht van het Fokker vliegtuig De Pelikaan, in 1933 van Amsterdam naar Batavia. Daar ben ik zelfs nog verzamelaar van het jaar mee geworden. En die vriend van me wilde heel graag mijn model van de Fokker F18. Op een dag zegt hij: wat moet je hebben voor dat vliegtuig? Dan krijg jij die kast.'

Amsterdamse School

'Mijn Pelikania-verzameling komt ook uit de jaren dertig, dus je kunt zeggen: ik heb iets met de vormgeving van die periode. De mooie uitgestoken decoraties, de kleine details, de typische kleuren ook: paars, groen, rood, zwart. Ik vind dat prachtig bij de soms zware en grove meubels van de Amsterdamse School. Je zult mij nooit in de Ikea aantreffen. Of op een bouwmarkt. Kom je bij mensen thuis, wonen ze allemaal tussen dezelfde spullen. Ik wil graag iets wat anderen niet hebben.'

Trots op

'Mag ik een topdrie noemen? De klok van Hildo Krop, in de vorm van een parabool, met een paarse wijzerplaat en afbeeldingen van een faun en een pelikaan erop. Die staat in de tentoonstelling van het Stedelijk Museum. Krop heeft hier in het dorp gewoond, dat maakt het voor mij extra bijzonder. Dan: een affiche van Cris Agterberg, in prachtig rood en zwart, met in het midden de figuur van de naakte vrouw, die typisch Amsterdamse School is, kijk maar, je ziet het overal terugkomen: in die broche daar, in dat beeldje, het hoofd zo schuin omhoog. Maar het mooiste is toch de schouw van Barend Jordens. Die wilde het Stedelijk ook graag lenen, maar dan moest-ie twee keer uit elkaar worden gehaald, en daar wordt hij niet mooier van. Als je goed kijkt, zie je allemaal onverwachte details, kijk, hier: die hele kleine stukjes bloedkoraal in dit paneel, en daar, een waterspuwertje van coromandelhout. Op de wand heb ik een strook paars geschilderd, die om de schouw heen loopt, om hem te accentueren.'

Interieur van Richard Hopman Beeld Aurélie Geurts

Koopje

'Een stuk steen met een slang erop, van Hildo Krop. Ik heb het gekocht van iemand die niet wist wat het was. Het stond in zijn tuin, tussen de stenen kabouters en de paddestoelen.'

Besteedbaar budget

'Dat zeg ik liever niet. Het gaat mij ook niet om de financiële waarde: alle spullen die hier staan, hebben een verhaal en een geschiedenis. Ik weet van elk object wanneer ik het heb gekocht, hoe lang ik er mee in mijn handen heb gestaan, of het ooit in de top-10 heeft gestaan van mijn kinderen. Dan gingen ze zitten, en mochten ze aanwijzen wat ze nu weer het mooist vonden. Ik koop elk jaar tussen de vijf en de tien nieuwe objecten. Ik bulk niet van het geld, dus ik moet er moeite voor doen. Vaak vraag ik, als ik iets zie op een beurs: hoe lang mag ik erover doen om het te betalen? En dan gebruik ik wat vakantiegeld, of verjaardagsgeld, of ik verkoop een 'mindere god' - al wordt dat steeds moeilijker omdat mijn smaak zich heeft ontwikkeld.'

Het volledige programma

Het Scheepvaarthuis, opgeleverd in 1916, tegenwoordig Hotel Amrâth in Amsterdam, wordt gezien als het eerste gebouw dat in de stijl van de Amsterdamse School werd ontworpen. Honderd jaar later viert de stad het 100-jarig bestaan met onder andere een tentoonstelling over interieurs in het Stedelijk Museum, rondleidingen langs Amsterdamse School gebouwen en een fototentoonstelling over de invloed van de stroming op het hedendaagse bouwen in architectuurcentrum ARCAM. Bezoekers van het Stedelijk Museum kunnen ook een combinatieticket kopen dat geldig is in Amsterdamse School-museum 't Schip. Informatie over het hele jubileumprogramma: 100jaaramsterdamseschool.nl

Voorwerpen in de tentoonstelling

Drie gebrandschilderde lampen van De Nieuwe Honsel, het atelier van kunstenaar Hendrik Cornelis Herens dat ook lampen leverde voor het Amsterdamse theater Tuschinski. Een klok van Hildo Krop (circa 1921) en een klok van Cris Agterberg (1925).

(Karolien Knols)

Milko Prinsze (52) fiscalist, verzamelt sinds 1995

Miko Pinsze in zijn interieur Beeld Aurélie Geurts

Eerste aankoop

'Voor mijn eerste koophuis, een klein appartementje op de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam: een tweezits bankje, typisch Amsterdamse School, volledig met stof bekleed op de poten en een sierlijst van coromandel. Het stond te koop bij veilinghuis De Zwaan op de Keizersgracht. Ik heb ver over de prijs geboden die ik van tevoren met mezelf had afgesproken, maar ik heb er nooit spijt van gehad. In al die jaren ben ik nooit meer zo'n bankje tegengekomen. Overigens zaten er in de muur van de wand waar dat bankje zou komen te staan twee lichtpunten, en alsof het zo moest zijn, vond ik daar twee prachtige lampen van Eduard Cuypers bij, unica - ik had ze graag aan het Stedelijk geleend voor de tentoonstelling, maar ze hadden al zo veel.'

Amsterdamse School

'Ik hou van de combinatie van de simpele vormgeving met speelse details. De meubels van de Amsterdamse School zijn vaak fors en donker, maar er zit altijd wel een twist in het ontwerp. Geen gewone poten onder een stoel maar sledepoten, of de voet van een lamp in de vorm van een parabool.'

Trots op

'Je bedoelt: spullen die ik meeneem als er brand uitbreekt? De tafelbel van Hendrik Methorst, gesigneerd. Tijdens dinertjes met vrienden staat die op tafel, het is echt een conversation piece. Als iemand hier komt eten, zeg ik altijd: als je iets nodig hebt, druk maar op de bel. De twee stoelen op onze slaapkamer gaan ook mee. Ik liep een keer op een zondag langs een antiekwinkel en zag ze staan, maar de winkel was gesloten. Op woensdag ging ik terug, ik had mijn nette pak uitgedaan en had oude kleren aangetrokken. Voor 2.000 euro kreeg ik ze allebei mee. Het originele geschoren velours zat er nog op - waar zie je dat nog? Het is een kunst die niemand meer beheerst.'

Waar op letten?

In de tentoonstelling wordt een hoek ingericht voor recente vondsten. Voor twijfelende verzamelaars, hier moet u op letten: de Amsterdamse School kenmerkt zich door uitbundige driedimensionale decoraties, gebogen vormen, gebruik van luxe houtsoorten als mahonie en coromandelhout, bekleding in opvallende, secundaire kleuren als paars en groen, en veelvuldige afbeeldingen van zeedieren.

Koopje

Die bel van Methorst. Ik kocht 'm voor 100 gulden op Marktplaats. De verkoper had het merkje onderop de bel niet gezien.'

Besteedbaar budget

'In de hoogtijdagen kocht ik elke week iets, van frutsels voor 50 euro tot radiatorschermen van 15 duizend per set, of, typerend voor de gekte van de verzamelaar, een dertiendelige encyclopedie van de Wereldtentoonstelling in Parijs, in 1925, voor 4.500 euro. Daar was er nog één van in Zwitserland te koop. Geld is nooit een issue geweest. Ik ben aanhanger van het credo: je moet je inkomsten aanpassen aan je uitgaven, dus dat doe je ook als je, zoals mij is gebeurd, je baan kwijtraakt net nadat je een landgoed in Portugal hebt gekocht. Als we volgend jaar verhuizen,mag ik van mijn man niks van wat ik verzameld heb, meenemen. Hij heeft gelijk: Amsterdamse School hoort hier thuis, niet op het Portugese platteland. Ik ben niet begonnen met verzamelen om er rijk van te worden. Gelukkig maar: tegenwoordig brengt antiek zo weinig op, en kun je op veilingen zo je slag slaan - je snapt niet dat mensen nog naar Ikea gaan. Ik kocht laatst voor het huis in Portugal een kussenkast uit de 17de eeuw, voor 650 euro. Embarrasing, twintig jaar geleden zou je het tienvoudige hebben betaald.'


(Karolien Knols)

Het interieur van Miko Pinsze Beeld Aurélie Geurts

Voorwerpen in de tentoonstelling

Tafelbel van Hendrik Methorst, radiatorombouw, Winkelman & Van der Bijl, tafel van Dick Greiner, tafellamp van Conrad Fehn, reclamebrochure van 't Woonhuys, Encyclopedie van Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes 1925.

Stedelijk Museum Amsterdam: Wonen in de Amsterdamse School, 9/4 t/m 28/8.


Hoe het stedelijk aan z'n stukken kwam

Onderzoek, een oproep, massale respons en veel huisbezoeken door het Stedelijk Museum.

De architectuur van de Amsterdamse School is beroemd in binnen- en buitenland. Dat er ook spectaculaire ontwerpen voor het interieur zijn, is minder bekend. Vanaf zaterdag toont het Stedelijk Museum voor het eerst een groot overzicht van onder meer meubels, lampen en klokken van deze belangrijke Amsterdamse stroming. Het overzicht, met meer dan vijfhonderd voorwerpen, is het resultaat van jarenlang onderzoek én een oproep, waarop massaal werd gereageerd.

Conservator Ingeborg de Roode: 'De belangrijkste vraag die we wilden beantwoorden was: wie hebben er nou eigenlijk allemaal meubels ontworpen voor de Amsterdamse School? Michel de Klerk, Hildo Krop, Piet Kramer, Joan Melchior van der Mey: dat waren de grote namen die iedereen kende. Maar wie hadden zich door hen laten beïnvloeden? En, buiten Amsterdam, waar?'

Het onderzoek leverde een databank op met meer dan vijfduizend foto's uit archieven, veilinghuizen en museumcollecties. In 2011 werd een oproep geplaatst in Art Deco Magazine en Het Parool, en later ook op Tumblr: of verzamelaars van tafels, stoelen, kasten, lampen en klokken gemaakt tussen pakweg 1910 en 1930, zich wilden melden. De Roode: 'We kregen heel veel enthousiaste reacties, van grote verzamelaars, maar ook van mensen die maar een of twee objecten in huis hadden. We zijn bij veel van die mensen langs gegaan, hebben foto's gemaakt, gekeken naar de staat waarin de objecten zich bevonden.

'Uiteindelijk zijn daaruit meer dan 200 voorwerpen gekozen. Bij een verzamelaar in Wassenaar zag ik een stoel van De Klerk staan, waarvan ik wist dat die ooit geveild was, maar niet bij wie hij terecht was gekomen. Bij een andere verzamelaar, in Alkmaar, vonden we een mooie wieg van een onbekende ontwerper. Van lang niet alles wat in die tijd werd gemaakt, zijn tekeningen bewaard. We hopen dat zich nog nazaten melden, zodat we ook daarvan weten wie de ontwerper is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden