Onze gids deze week

'De Amerikanen zijn boos op mij'

Astronoom Kees de Jager ( 94 ) onderzocht de zon en maakte van de ruimtevaart alles mee: van de V2, via Spoetnik, Gagarin en Apollo-11, tot aan New Horizons. Hij gidst ons door zijn kosmos.

Beeld Els Zweerink

Kosmisch verdriet. We spreken augustus 2006, als in Praag de Internationale Astronomische Unie (IAU) niet langer Pluto erkent als negende planeet van ons zonnestelsel. Afgeserveerd als dwergplaneet, nogal een demotie. Hele generaties zijn opgegroeid met Pluto. Wat vindt Kees de Jager (94) van zoveel, nou ja, harteloosheid?

'Ik moet bekennen: ik ben de schuldige. Eind 2005 ontving ik een brief van de secretaris van de IAU. Hij benadrukte dat er recentelijk in de ruimte achter Neptunes, in de Kuipergordel, nogal wat dwergplaneten waren ontdekt. Goed voorbeeld is Eris, die aanvankelijk zelfs groter leek dan Pluto. De IAU wilde daarom voor eens en altijd vaststellen aan welke criteria een planeet moet voldoen. Een commissie van prominente wetenschappers kwam met een vuistdik rapport, er stond van alles in, maar over de planetenkwestie durfden de dames en heren niets te zeggen.'

De Jager werd om advies gevraagd. 'Ik heb het rapport bestudeerd, en gedacht: wanneer ben je nou een planeet? Dan moet je om te beginnen onder het gewicht van je eigen massa rond zijn. Niet zo vanzelfsprekend als het lijkt, hoor. Kijk maar naar de maantjes van Saturnus. Enfin, belangrijker was: de baan moet stabiel blijven. Alle planeten die we kennen, lopen netjes in cirkelvormige banen rond de zon. Maar je hebt er in het universum ook die dat niet doen, en die passeren vroeger of later een grotere planeet waardoor hun baan door de zwaartekracht wordt veranderd. Dat is geen stabiele, maar een excentrische baan. Pluto heeft daar ook last van, zodra hij in de buurt van Neptunus komt. Ergo: exit Pluto, Pluto is geen planeet, dat was mijn advies. En dat advies is overgenomen. Het gevolg: de Amerikanen boos op mij. De ontdekker van Pluto was in 1930 de Amerikaan Clyde Tombaugh. Hadden ze eindelijk ook eens een planeet toegevoegd aan ons zonnestelsel, werd die hen nu afgenomen. Woedende brieven ontvangen. Waar bemoeide ik mij mee? Maar ja - wetenschap is een kwestie van voortschrijdend inzicht.'

Goed, oké. nu dat uit de wereld is, kunnen we ons opmaken voor de imaginaire reis door De Jagers particuliere kosmos. Je vindt hem terug op zijn geboortegrond Texel, waar hij na vele omzwervingen sinds 2003 weer woont, met zijn vrouw Doetie. Hij bracht het grootste deel van zijn jeugd door in Nederlands-Indië, en was als vooraanstaand astronoom - specialiteit: zonneonderzoek - decennia lang de stuwende kracht achter Sonnenborgh, de sterrenwacht van Utrecht. Als deskundige dook hij op in de studio naast Henk 'Apollo Henkie' Terlingen, ten tijde van de maanreizen. Hij heeft eigenlijk alles in het ruimtevaarttijdperk meegemaakt.

CV

29 april 1921 Geboren in Den Burg, Texel

1 december 1926 Vertrek naar Nederlands-Indië

Zomer 1939 Begint In Utrecht studie wis- natuur- en sterrenkunde

Studie onderbroken door de oorlog

1952 promoveert bij astronoom Minnaert op zonneonderzoek

Functies, sindsdien onder meer: directeur Utrechtse sterrenwacht Sonnenborg; oprichter en eerste directeur van het Utrechtse Laboratorium voor ruimteonderzoek; secretaris-generaal van de Internationale Astronomische Unie (IAU); president van COSPAR (Committee for Space Research).

Talloze eredoctoraten en onderscheidingen, waaronder de Russische Gagarinmedaille voor ruimteonderzoek. In 1991 werd een planetoïde naar hem vernoemd: 3798 de Jager.

Zijn memoires verschenen in 2014: Terugblik, deels gebaseerd op zijn column in het KNVWS-tijdschrift Zenit.

1. Het universum as such

Tijdens zijn hbs-tijd moest hij een moeilijke keuze maken: straks Nederlands studeren, of wis- natuur- en sterrenkunde? 'Mijn lerares drong aan op het eerste, omdat ze wist van mijn voorliefde voor de dichtkunst: J.C. Bloem, Hendrik Marsman, J. Slauerhoff ook. Maar het werd de bètakant, omdat ik in het onmetelijke heelal de poëzie herkende. Voor mij als een prachtig gedicht, een elegante symfonie van Mozart: het universum. Ken je de Syrische gnosticus Basilides van Alexandrië? In 130 na Christus dacht hij al na over de oorsprong van het heelal, en kwam hij feitelijk tot zijn eigen Oerknaltheorie. In beeldend proza schetste hij het absolute niets: er was geen ruimte, geen tijd, er was geen mens, geen engel, geen God. Een atheïstisch standpunt dat je hoogst opmerkelijk mag noemen voor zijn jaren. En dat absolute niets, vervolgde hij, besloot een heelal te maken. Niet het complete heelal, maar het begin - zoals een zaadje de hele plant al in zich heeft. Dat raakt toch aardig aan onze huidige opvattingen: door de Oerknal kwamen atomen tot stand, en vandaaruit de sterren, na honderden miljoenen jaren. Alle leven is uit sterren geboren, we zijn zelf opgebouwd uit sterrenstof. Geweldig dat Basilides al tot soortgelijke gedachten kwam. Daarom lezen zijn teksten voor mij als poëzie.'

2. De zon

Zijn hele werkend leven is hij druk geweest met het bestuderen van de zon. Spectroscopisch onderzoek, zonnevlekken, zonnevlammen, röntgenstraling, nieuwe meetinstrumenten voor satellieten bedenken, van alles kwam aan bod. 'Geen overbodig werk. De zon is onze levensbron, elke verandering heeft effect op ons klimaat. Toch moet ik zeggen: toen ik in 1939 sterrenkunde ging studeren in Utrecht vond ik verre sterrenstelsels eigenlijk veel spannender. Het was door mijn flamboyante hoogleraar Marcel Minnaert (1893-1970) dat ik in het zonneonderzoek ben gerold. Hij vroeg mij een proefschrift te schrijven: The Hydrogen Spectrum of the Sun. Daarmee promoveerde ik cum laude, en sindsdien ben ik dus deskundige. Dat krijg je dan.'

'De zon is onze levensbron, elke verandering heeft effect op ons klimaat.' Beeld EPA

3. Nederlands-Indië

Tot zijn vijfde woonde hij op Texel, maar op een dag sprak zijn vader, die schoolmeester was: we gaan naar een ander land, jongen. Hij bedoelde: Nederlands-Indië, daar was voldoende emplooi voor onderwijzers. Dus scheepten ze op 1 december 1926 in bij de Indrapoera, van stoomvaartmaatschappij Rotterdamse Lloyd. 'Van die bootreis herinner ik mij nog alle details. Langzaamaan kwamen we in een steeds exotischer wereld terecht. Texel was altijd wel een enclave geweest, een hechte gemeenschap, met een eigen taal en eigen regels, ver weg van het gezag. Nu gingen we helemaal naar de Oost, de evenaar over, als naar een verre planeet. Het eerste wat mijn vader deed bij aankomst in de haven van Sabang was een enorme tros pisangs kopen, bananen, mijn moeder vond dat overdreven. Ik keek mijn ogen uit: andere mensen, andere huidskleur, andere geuren, andere klanken, ander licht, andere temperaturen, wat een wonderlijk geheel. Pas in Sabang kreeg mijn vader te horen waar zijn aanstelling was, en daarna reisden we via Soerabaja door naar Manado, hoofdstadje van Minahasa, in het noordelijkste deel van Celebes (nu: Sulawesi). Daar heb ik de lagere school gevolgd, en ik bewaar de beste herinneringen aan die tijd. Heimwee kende ik niet, ik vond het een groot avontuur.'

'Langzaamaan kwamen we in een steeds exotischer wereld terecht.' Beeld .
Beeld Els Zweerink

4. Zevengesternte (Plejaden)

De hbs volgde hij in Soerabaja, de overgang van platteland naar grote stad kwam als een aangename schok. Op die hbs hadden ze een gezelligheidsvereniging: UNI - Uitspanning Na Inspanning. Bijeenkomsten waren op zaterdagavond in de aula, om negen uur weer naar huis. Tot die keer dat een vriendje, ook Kees geheten, zei: 'Ik weet waar het middelpunt van het heelal is. Ik kan het je laten zien!' 'Zo! - dacht ik. We gingen op de fiets naar buiten de stad, en troffen een prachtige sterrenhemel aan. In de verte lag een desa, met wat lichtjes die daar brandden, en je hoorde geritsel van tropisch gedierte. Hij wees omhoog, en riep: 'Dáár. Daar is het centrum van het heelal.' Hij bedoelde het Zevengesternte, we kennen dat sterrenhoopje ook als de Plejaden. Ik was ver-bij-sterd. Ik was zo perplex, dat ik niet eens vroeg hoe hij dat wist. Het centrum van het heelal - stel je dat eens voor! Achteraf zeg je: of het heelal een middelpunt heeft, is maar zeer de vraag. Die hypothese van het Zevengesterne - de sterren bewegen niet ten opzichte van elkaar, dus moet dat wel het centrum zijn - deed al opgeld binnen de Griekse mythologie, en werd in 1846 nog eens onderzocht door de Estse astronoom J. Mädler. Sindsdien zijn 's mans bevindingen allang terzijde geschoven, maar bij het grote publiek bleef er lang iets over de Plejaden hangen. Zo moet mijn vriendje Kees dat hebben geweten. Waarschijnlijk hoorde hij erover van zijn vader. Maar ik ben Kees dankbaar hoor. Het was daar, op dat moment in de tijd, dat ik besloot sterrenkunde te gaan studeren.'

Zevengesternte. 'We kennen dat sterrenhoopje ook als de Plejaden.' Beeld Hollandse Hoogte

5. V2

Met zijn studievriend Hans Hubenet zat De Jager tijdens de oorlog vanaf 1943 ondergedoken op de Utrechtse sterrenwacht. Het was een paar keer kantje-boord, maar ze bleven onopgemerkt. Na Dolle Dinsdag kwamen ze weer bovengronds, zoals de meeste Nederlanders dachten ze dat de bezetting nu wel snel voorbij zou zijn. Wat wachtte was de Hongerwinter van 1944/1945. 'We gingen vaak op aardappeltocht naar de boeren, dan staken we met een bootje de Lek over. In het westen zagen we witte rookpluimen omhoog gaan. We snapten er niets van, maar de volgende dag ging er alweer een. Op een gegeven moment spraken we een Rotterdamse aardappelzoeker, en die wist: dat zijn dingen, die schieten ze omhoog, en daar zit een of andere bom in, en daarmee bestoken ze Engeland. Dat was dus de V2, het Vergeltungswaffe van de Duitsers. Gelanceerd vanaf een rijdende installatie, de Meilerwagen.'

'Mijn verloofde, Doetie, volgde de kweekschool in Den Haag. Gegeven de Hongerwinter vond ik het onverantwoord dat ze zover weg was, dus ben ik haar gaan halen. Toen ik haar terugzag, vertelde ze dat ze bij de eerste lancering was geweest. De directrice was in hun lokaal gekomen, met de mededeling dat op last van de Duitsers het zuiden van Wassenaar terstond moest worden ontruimd. Met kinderwagens, karretjes en alles wat maar wielen had, hielpen ze de mensen verhuizen. Zo was ze bezig, de hele dag, tot ze vanachter een bosje een vreselijk lawaai hoorde opklinken. Even later zag ze een sigaarvormig object verschijnen. Het leek even trillend stil in de lucht te staan, waarna het brullend kaarsrecht omhoog schoot. Doetie ging kijken waar dat ding vandaan kwam, maar ze werd prompt weggeschreeuwd door de Duitsers.'

V2. September 1944. Evacuatie in Den Haag ivm lanceringen van V2's. Beeld Hollandse Hoogte

6. Wernher Von Braun

Genie achter de V2 was raketingenieur Wernher von Braun (1912-1977), namens de Amerikaanse NASA zou hij later met het Apollo-programma de eerste mens op de maan zetten. Gegeven zijn nazi-achtergrond - hij was bevorderd tot SS-Sturmbannführer - bleef Von Braun een omstreden figuur, ook al probeerden spin doctors zijn imago op te poetsen. Een poging daartoe was het docudrama I Aim at the Stars (1960) van regisseur J. Lee Thompson. Het deed een boze Britse recensent in hakkel-Engels schrijven: 'I aim at ze stars... but zometimez I hit London...'. De Jager: 'Heel bedenkelijk, hè? De Russen deden precies hetzelfde, die kaapten ook de topnaziwetenschappers weg. Dat hoorde allemaal bij de ruimterace. Wat in je kraam te pas komt, gebruik je. Dan ben je blijkbaar al snel geneigd het verleden te vergeten . In Amerika werd over Von Braun gesproken als een heilige. Ik heb hem een keer gezien, op een congres van de Internationale Astronautische Federatie. Dat was in 1958, te Amsterdam. Een jaar eerder hadden de Russen al de Spoetnik gelanceerd, de eerste kunstmaan. Het Westen had alle hoop op Von Braun gevestigd, die daar op die bijeenkomst rondliep. De nodige bescherming om hem heen, je mocht niet te dichtbij komen. Hij hield een praatje, pers erbij, en weg was het Staatsgeheim weer.'

Wernher Von Braun. 'In Amerika werd over Von Braun gesproken als een heilige. Wat in je kraam te pas komt, gebruik je.' Beeld Getty Images
Beeld Els Zweerink

7. Joeri Gagarin

Die dag was hij op een congres van Cospar, het Committee for Space Research. De datum: 12 april 1961, de locatie: Florence. Het internationale gezelschap aan astronomen besprak zaken als kunstmanen, het zonneonderzoek, de ionosfeer. Een congresdag als alle andere, totdat een heerschap onaangekondigd het zaaltje binnenkwam. Hij fluisterde Alla Massevitch iets in het oor, de Russische onderzoekster vroeg buiten de agenda om het woord. 'Ze had een belangrijke mededeling te doen, zei ze. En dat was ook zo. 'Hedenochtend, om negen uur en zes minuten plaatselijke tijd, is vanaf ruimtebasis Baikonoer de eerste mens per raket de ruimte ingeschoten. Na één omloop rond de aarde is hij anderhalf uur later veilig geland. Zijn naam is Joerie Gagarin, zijn capsule heet Vostok-1. Dank u voor uw aandacht.' Ongeloof. Verbijstering. Applaus. De zitting werd onmiddellijk geschorst. Het nieuws over de allereerste ruimtereiziger was een sensatie, het begin van een nieuw tijdperk.'

Helaas heeft De Jager kosmonaut nummer-1 nooit ontmoet. 'Op het congres van een jaar daarna, ditmaal in Washington, heb ik wel German Titov gesproken, kosmonaut nummer-2. En John Glenn, de eerste Amerikaan in de ruimte, was er ook. Mijn dochter verzamelde in die tijd postzegels, op zogeheten eerstedagenveloppen. Ze zei: 'Jij gaat toch naar dat congres? Vraag je dan de ruimtevaarders om een handtekening, voor mij?' Meisje, dat kan ik niet doen. Toch geprobeerd, natuurlijk. Ik stond in een lange rij, maar net voordat ik aan de beurt was, werd de sessie opgebroken. Vervolgens was er 's avonds een receptie bij vice-president Lyndon B. Johnson. Daar gingen we heen, en de ruimtereizigers waren er ook weer. Toen heb ik besmuikt om handtekeningen gevraagd. Ze liggen hier nog in een kastje, want mijn dochter had later natuurlijk geen belangstelling meer voor postzegels.'

Als voorzitter van Cospar - hij werd in 1972 gekozen - is De Jager vaak in Rusland geweest. De rivaliteit met het Westen was er wel, maar hij heeft er in de praktijk weinig van gemerkt. Wetenschappers zijn toch van een ander slag. Of was het wellicht de wodka? 'Zo ging dat daar, ja. Conferentie, banket na, en dan: wodka. Het begon onschuldig met een toost op de voortgang van de wetenschap. Volgde aansluitend een toost op de ruimtevaarders die op dat moment om de aarde verkeerden. Dan nog maar een toost, en nog een, ze verzonnen van alles. Op zeker moment had ik in een oogwenk acht wodka op. Toen moest ik mijn eigen toost als voorzitter nog geven. Levensgevaarlijk spul, wodka.'

Joeri Gagarin.'Het nieuws over de allereerste ruimtereiziger was een sensatie, het begin van een nieuw tijdperk.' Beeld Getty Images

8. Apollo Henkie

Henk Terlingen (1941-1994) was tijdens het Apollo-tijdperk de betrouwbare gids voor de huiskamer. Sprankelende verschijning, Apollo Henkie. Met zijn jongensachtige bravoure paste hij perfect bij de nieuwe tijd. Kees de Jager schoof vaak aan als deskundige, samen met Chriet Titulaer. 'Henk Terlingen was een aardige vent, de sfeer bij die uitzendingen was altijd opperbest. Na afloop wilde ik hem een keer een hand geven, maar hij zei: doe maar niet. Hij liet zijn handpalmen zien: vol met zweet. Verdomd, dacht ik. Nu ben jij toch die beroemde Apollo Henkie die bijna dagelijks voor de camera zit, en dat doet met zoveel flair, maar dan toch zweethanden van de stress? Je zag normaal gesproken niets aan hem.'

Apollo Henkie.'Sprankelende verschijning. Met zijn jongensachtige bravoure paste hij perfect bij de nieuwe tijd.' Beeld Hollandse Hoogte

9. Hardlopen

'Sterrenkunde absorbeert je dermate dat je weinig tijd voor andere zaken overhoudt. Met mijn vrouw had ik in Utrecht een abonnement op Muziekcentrum Vredenburg, we gingen vooral naar kamermuziek. Wat we ook deden was stijldansen, dat had Doetie bedacht. Wekelijks naar dansschool De Rijk. We hebben uiteindelijk alle diploma's gehaald. Eerst brons, toen zilver, en tot slot goud, en goud met ster. Alles van de wals tot aan de cha-cha-cha. Een ander tijdverdrijf was voor mij: hardlopen. Dat deed ik al in Soerabaja, daar was vanuit school een atletiekclub. Ik had die documentaire van Leni Riefenstahl over de Olympische Spelen in Berlijn van 1936 gezien: Olympia - ondanks alle geschreeuw van Hitler vond ik de sport prachtig, met name de marathon. Dat wilde ik ook wel. Mijn vriendje Soesman deed mee. Twee keer per week renden we 5 kilometer door de straten van Soerabaja, tot de laatste draad bezweet. Toen de gymleraar ons zo bezig zag gaf hij ons op voor het kampioenschap Nederlands-Indië. Halverwege de race zag ik Soesman wegsprinten, en ik dacht: jou pak ik nog wel. Dat is dus niet gelukt, hè? Hij werd tweede, ik vierde. Ik wacht nog steeds op de revanche.'

Hardlopen.'Ondanks alle geschreeuw van Hitler vond ik de sport prachtig.'Foto uit die documentaire Olympia van Leni Riefenstahl, 1936. Beeld .

10. Princeton

In 1952 kreeg Kees de Jager de eervolle uitnodiging om gastdocent te worden aan de Amerikaanse universiteit Princeton. Daar zeg je geen nee tegen, maar een visum werd hem geweigerd. 'In mijn jonge jaren was ik nogal links gericht. Dat had met een aantal dingen te maken. Om te beginnen had ik een oom op wie ik enorm gesteld was, maar hij ging bij de NSB. Ik vond dat vreselijk, en heb nooit meer met hem gesproken. Ik besloot: dan ga ik de andere kant op. Daar komt bij dat de rol van de Russen tijdens WO II zo gebagatelliseerd werd. Ze hebben gevochten als leeuwen, en in de strijd zeventien miljoen landgenoten verloren. Het derde punt was de kwestie Indonesië. Met uitzondering van de CPN wilde de hele politiek Nederlands-Indië behouden. Ik vond dat vreemd. Wij waren blij van de Duitsers verlost te zijn. Waarom zou Indonesië dan geen recht op zelfbeschikking hebben?'

Eind jaren vijftig stapte hij uit de CPN. Tijdens een studiereis naar Moskou vielen hem de schellen van de ogen. 'Ik dacht: nu ga ik naar een land waar alles goed is, maar dat viel enorm tegen. De andere kant van de medaille bleek ook al niet de goede.' Voor zijn aanstelling aan Princeton kwam dat inzich te laat. 'Och, ik bleef daar vrij laconiek onder. Mijn reactie was: 'Dat is dan spijtig... voor Amerika.''

Beeld Els Zweerink

11. Portret hoogleraar Marcel Minnaert

Tot groot verdriet van alle betrokkenen stootte de universiteit Utrecht in 2012 de afdeling sterrenkunde af. Na 370 jaar kwam een einde aan een florerende traditie. Tijdens het slotcongres vloeiden tranen, maar er was ook een sterk staaltje burgerlijke ongehoorzaamheid. Meer precies: gehakketak over het portret van leermeester Marcel Minnaert, van de hand van P.J. Defesche. 'Wij, van sterrenkunde, hadden hem dat in 1966 aangeboden. En er ook voor betaald. Een prachtig doek, maar bij de opheffing van sterrenkunde wilde de universiteit dat schilderij voor het Minnaertgebouw. Wij konden daar niet mee leven, en op zekere nacht is het doek ontvreemd. Van de daders ontbreekt elk spoor, haha, maar het hangt nu weer in Sonnenborgh, waar het hoort. De universiteit heeft een kopie laten maken. Tegenwoordig is Sonneborgh een museum annex publiekssterrenwacht.'

Portret hoogleraar Marcel Minnaert. Wij, van sterrenkunde, hadden hem dat in 1966 aangeboden. Een prachtig doek.' Beeld .

12. New Horizons

Voorlopig laatste hoogtepunt in een leven vol wetenschap en ruimtevaart is de tocht van de New Horizons. Na negen jaar en zes maanden passeerde de sonde Pluto op 14 juli 2015. De afstand was 12.500 kilometer, aan boord ook een deel van de as van ontdekker Clyde Tombaugh. De spectaculaire foto's haalden de wereldpers. De Jager: 'Hij staat er mooi op. Voor een dwergplaneet dan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden