De ambtelijke solisten van de Stopera

De kritiek van Roel in 't Veld op het Amsterdamse ambtenarenapparaat deze maand was vernietigend. De ambtenaren waren belust op politieke macht en van enige dienstbaarheid was geen sprake....

AAN hun leeftijd kan het verschil in benadering niet liggen. Hans is 53 jaar, Roel 52. Maar hun standpunten lijken mijlenver uiteen te liggen. 'De tijd dat ambtenaren met hun potloden klaar zaten om uit te voeren wat wij bestuurders zeiden is al lang voorbij', zei de Groningse burgemeester Hans Ouwerkerk twee jaar geleden. Roel in 't Veld, tijdelijk adviseur van het Regionaal Orgaan Amsterdam (ROA) ziet het anders. 'De cultuur van de top van het ambtelijk apparaat van de gemeente Amsterdam is gericht op het verwerven van politieke macht en autarkie (. . . ). Van dienstbaarheid is op te veel plaatsen geen sprake.'

De kritiek op het functioneren van het ambtelijk apparaat in Amsterdam kwam deze maand hard aan, zo leek het. De baas, burgemeester S. Patijn, was met vakantie. Daarom wilde vrijwel niemand in de Stopera op de stevige afscheidsbrief van In 't Veld reageren. 'Niet misselijk', was de reactie van PvdA-wethouder Guusje ter Horst. ROA-bestuurder Ton Hooijmaijers (VVD) vond de kritiek 'volstrekte onzin'. De ambtenaren, om wie het ging, zwegen in alle talen. Of haalden hun schouders op.

Dezer dagen kijken Patijn en In 't Veld elkaar eens nader in de ogen. Patijn, net negen maanden burgemeester, kan de Amsterdamse ambtelijke cultuur als betrekkelijke buitenstaander waarschijnlijk nog net op waarde schatten en zal met de hoogleraar organisatiekunde aan de Universiteit van Amsterdam een 'goed gesprek' voeren. Dat gesprek gaat over zelfgenoegzaamheid.

Een hoge ambtenaar in de Stopera zegt er dit over: 'Als een ambtenaar een bestuurder wil naaien, kan hij dat natuurlijk. Maar als het goed is, doet hij dat maar één keer. Bovendien is het zo, dat als mijn wethouder denkt dat ik hem belazer, hij een derde partij erbij kan halen om zekerheid te krijgen. Dat is zo vastgelegd.'

Buiten de Stopera dan maar. Oud-PvdA-wethouder Louis Genet van Amsterdam vindt de opmerking van In 't Veld over een verkeerde cultuur 'niet overtuigend'. 'Ik heb In 't Veld vrij hoog zitten, maar hij had de kritiek inhoudelijk moeten onderbouwen. In 't Veld is analytisch te goed om het hierbij te laten.' Daarentegen heeft het dagelijks bestuur van het ROA 'verkrampt gereageerd' op de inbreng van In 't Veld, vindt de oud-wethouder.

'Veel te voorzichtig. De reactie had moeten zijn: kom maar eens met je kritiek. In het verleden zijn criticasters wel gewoon met hun visie naar buiten gekomen. Voor bestuurders is het alleen maar goed om met verschillende invalshoeken te worden geconfronteerd. Daarop moet je nooit verkrampt reageren. Met die kritiek kun je alleen maar je voordeel doen.'

Genet herkent zich niet in de stellingname van In 't Veld. 'Het is moeilijk besturen in Amsterdam, maar dat maakt het leuk. Prima dat Amsterdamse ambtenaren geen doetjes zijn. Ze zijn niet passief, niet op hun mondje gevallen. Hier en daar zelfs met 'n licht anarchistische inslag. Maar ze zijn wel zeer loyaal. Dat is Amsterdam. Daarmee moet je juist tevreden zijn.'

Op naar het gemeentehuis van Zaanstad in Zaandijk. Daar zetelt Marleen Horselenberg, wethouder van Zaanstad en lid van het dagelijks bestuur van het ROA. Ze kent de Zaanse mentaliteit èn de Amsterdamse. Heeft In 't Veld gelijk? 'Het is niet de eerste keer dat een dergelijk signaal wordt afgegeven. Ambtenaren hebben veel meer mandaat gekregen en zijn sterk sektarisch gericht. Dat is inherent aan het systeem. Wij als bestuurders zouden ons de kritiek moeten aanrekenen. Bij de vorming van de stadsprovincie is het begrijpelijk dat er onder ambtenaren onrust is ontstaan; ze weten niet precies waar ze aan toe zijn. In 't Veld wijst in zijn brief op die onrust, die zelfs tot conflicten kan leiden. Maar in een beeld van lastige, arrogante Amsterdamse ambtenaren met een te grote mond kan ik me helemaal niet vinden. Deskundig en loyaal zijn ze.'

Vergeleken met haar werk als wethouder van Zaanstad ontmoet ze in Amsterdam 'nog wel een verkokering'. 'Allerlei sectoren hebben zo hun eigen manier van projecten voorbereiden. Als je jarenlang gewend bent zo te werken, is het moeilijker omschakelen. Zaanstad heeft elfhonderd ambtenaren, als wethouder ken je vrijwel iedereen. Er wordt gewerkt met heel korte lijnen, er is meer tempo, op vergaderingen kunnen dingen sneller aan de orde worden gesteld. In Amsterdam ligt dat moeilijker, dat leidt wel eens tot meer solistisch optreden. Daarmee moet je kunnen omgaan. Ik zie dat soms met enige verbazing aan, maar als je daar kwaad om wordt, geef je aan er niet mee te kunnen omgaan.'

Kon Roel in 't Veld als adviseur van het ROA dus niet omgaan met solistisch optredende ambtenaren? De verhouding tussen In 't Veld en de ROA-ambtenaren werd in ieder geval gekenmerkt door frustraties. In 't Veld werd door de toenmalige burgemeester van Amsterdam, Van Thijn, in het najaar van 1993 binnengehaald als persoonlijk adviseur om de ontwikkeling in de ROA-organisatie te begeleiden. In de beginfase ontstond er een hechte samenwerking tussen een kleine groep ambtenaren en In 't Veld. Er werd een koers uitgezet die zich enigszins afzette tegen de Amsterdamse manier van werken. Die aanpak werd sterk door In 't Veld bepaald.

In de documenten die daarop werden vervaardigd over de verdere organisatie van het ROA - De Visie, Het Gelaat en De Dienst - is duidelijk de lijn In 't Veld te bespeuren. Maar toen kwam de kritiek: ze waren te sturend op economisch terrein, te veel gericht op de omgeving van Amsterdam en te weinig op de stad zelf.

Toen vervolgens het ROA-secretariaat steviger werd opgezet, werd de sturing vanuit Amsterdam krachtiger. Ook de toon van Amsterdam bij de verdere planontwikkeling van het ROA veranderde. Naarmate de aanpak vanuit het Amsterdamse zich versterkte, nam de invloed van In 't Veld af. Hij kreeg steeds meer het idee dat zijn gedachtengoed het niet haalde. Het gevoel dat hij wat overbodig werd, moet bij hem kwaad bloed hebben gezet.

Zijn invloed was na verloop van tijd sterk tanende. De sociaal-economische visie van In 't Veld werd niet breed gedragen en hij heeft aardig wat discussies moeten doorstaan die voor hem zeer onbevredigend afliepen. In 't Veld had daarop met stille trom op de overeengekomen datum kunnen vertrekken, maar koos voor de brief met forse kritiek. In de buik van het Amsterdamse werd vervolgens schouderophalend gereageerd: een kwestie van te lage frustratie-tolerantie.

Oud-wethouder Genet kan zich niet vinden in de stelling van In 't Veld dat ambtenaren in Amsterdam uit zijn op politieke macht. 'Kun je niet zeggen. Bij bestuurders als Schaefer, Etty, of Van der Vlis was dat gewoon onmogelijk. Het is ook zeer onverantwoordelijk alleen te varen op de koers van ambtenaren.'

Het beeld van de ambtenaar als stoffige, muffe en autoriteiten dienende potlodenslijper is al lang achterhaald. De beleidsambtenaar anno 1995 valt het best te omschrijven als een vooral mannelijke, goed opgeleide academicus, boven in de veertig, stevig verdienend en politiek geëngageerd met een voorkeur voor linkse dan wel 'paarse' partijen. Kortom: niet gek en goed gebekt.

'Je bent als bestuurder geen knip voor je neus waard als je de creativiteit of kritische inslag van je ambtenaren niet gebruikt', zegt oud-bestuurder Genet. Een ambtenaar moet juist geen sloof zijn van de bestuurder, hoeft zich helemaal niet op de bestuurder te richten, vindt de Zaanse wethouder Horselenberg.

Horselenberg: 'Het blijft een politieke afweging of je het advies van een ambtenaar opvolgt. Het is goed als een ambtenaar wijst op het effect dat een bepaald besluit kan hebben. Maar een bestuurder moet te allen tijde voorkomen dat een ambtenaar te veel politieke macht naar zich toetrekt. Zo'n inmenging mag absoluut niet voorkomen. Dan breidt de ambtelijke macht zich uit in het politieke spinneweb.'

Dat was waarvoor In 't Veld waarschuwde. Terecht dat het Amsterdamse stadhuis daarop zo laconiek reageerde? De ambtenaren zwijgen. Eén van hen wil er slechts twee zinnen over kwijt: 'Als hooggeleerde heren zoiets zeggen, zit er altijd wel een kern van waarheid in. Maar van die hooggeleerde heren mag je ook verwachten dat kritiek met iets meer egards naar buiten wordt gebracht.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden