De allochtone trots op Nederland

Mijn kookboekenkast herbergt een publicatie die vergeven is van trots-op-nederland: het receptenboek.

Uit alle windstreken met internationale gerechten en emigratieherinneringen van klanten van de molen in Delfshaven. Of ze nu uit Zweden, Marokko, Kirgizië, Bulgarije, Syrië of Chili komen: allemaal hebben ze een crush voor Nederland die ze aandoenlijk, soms zelfs aangrijpend onder woorden brengen. Zo vertelt een Berber die op latere leeftijd zijn vlam Mieke naar Nederland volgde, met gezwollen borst hoe snel en behendig hij leerde schaatsen. Een vluchteling uit Eritrea prijst de warmte die hij hier vond. Een Finse zwijmelt bij de Drunense duinen. En een Hongaar die Nederland eerst te socialistisch vond, besloot op z’n narrige tong te bijten en in te burgeren. Een blond Feyenoordmeisje hielp daarbij.

Deze willekeurige, persoonlijke trots staat niet garant voor vlekkeloze integratiemodellen. Wel spreekt er een authentiek gevoel van verbondenheid uit met de omgeving: een onontbeerlijke basis voor wie in een vreemd land begint. Ook blijkt daaruit dat Nederland geen onneembare, xenofobe vesting is: je moet een mesjokke zonderling of ronduit asociaal zijn, wil je je neus ophalen voor wat dit land te bieden heeft. Of dat domweg niet inzien.

Slagen of mislukken

Opvallend in dit boek is dat migranten voor wie de Nederlandse cultuur oorspronkelijk wereldvreemd was, het meest enthousiast raken. Hier aarden, zien ze als een prestatie van formaat. Voor de migrant die uit armoe of onvrijheid naar het Westen verhuist, is het leven aanzienlijk strenger dan voor mensen die hier al vanaf hun geboorte vertoeven. Zijn opties zijn beperkt: hij slaagt of mislukt. Het is vaak hard werken om dat laatste te vermijden. Emigreren vergt dan ook vlijt en discipline. Daar verkijkt menigeen zich op.

Het ergens níet maken, met de staart tussen de benen terugkeren, is de ultieme nachtmerrie. Migranten zijn als de dood voor die schaamte.

De voorvader van een van mijn grootmoeders trok naar Transsylvanië omdat hij in Amerika als Ierse emigrant was mislukt. Naar huis durfde hij niet. Eeuwen later zag ik iets identieks gebeuren: nadat de man van een Roemeense vriendin in Duitsland als arts mislukte, keerde hij niet terug naar Boekarest, maar vestigde zich op een berg in een naamloos Moldavisch gehucht: verdwijnen wilde hij.

Vindingrijk

Maar schaamte maakt ook vindingrijk. Zo bedacht de werkeloze Iraanse vluchteling uit Kader Abdolah’s roman De reis van de lege flessen een manier om mee te draaien in Nederland. In degelijk pak en met lege aktetas toog hij ’s ochtends naar de bibliotheek waar hij tot vijf uur bleef. Dan stapte hij op de fiets om tegelijk met de buurmannen de wijk in te rijden – alsof ook hij van kantoor kwam.

Soms kan de thans zo gewraakte assimilatie juist een eerste stap zijn in het ontwikkelen van een eigen identiteit. Slechts de excentriekeling is er trots op om van iedereen af te wijken. De immigrant die het wil redden, glimt als hij de veiligheid van een burgerlijk leven bereikt.

Trots op Nederland

Dan komt de trots in het spel. Daarin is er geen verschil meer tussen de Marokkaanse gastarbeider, de Roemeense dissident of de Peruaanse werkster. Opeens worden er opvallend veel foto’s gestuurd aan de achterblijvers, reizen gepland en cadeaus gekocht. Welvaart mag worden getoond. Het is misschien een schaamteloze, extreem zelfingenomen, materialistische trots, maar hij heeft alles met Nederland te maken. Hier ben ik en dát heeft Nederland mij geboden. Zo gaat dat in Nederland, dat kan in Nederland, dat is mij gegund, omdat ik daar woon. Deze luidruchtige trots staat haaks op de Hollandse nuchterheid die wars is van sentimentaliteit en nationalistische kapsones: de allochtone trots op Nederland.

Daarvan heeft Rita Verdonk geen benul. Zij stookt lekker door. Opeens hebben de Surinamers het weer gedaan! Met hun anderhalve slavernijmonument. Iedereen met een kleurtje is zo bezien verdacht. Haar roomblanke TON wil voorkomen dat vreemde culturen de overhand krijgen – een gevecht tegen windmolens. Ondanks alle geïmporteerde exotisme, zien de etnische Nederlanders er precies hetzelfde uit als de feestneuzen op de schilderijen van Jan Steen. Wat Verdonk wél zou kunnen bestrijden, is de zendingsdrang van de politieke islam. Maar dat doet Wilders al.

Haar beweging is een winkel die met veel bombarie opengaat, terwijl de schappen leeg zijn. Een toneelstuk dat in première gaat, terwijl de acteurs zonder tekst zitten – met maximaal applaus. En die programmaloze club dreigt nu al de grootste partij te worden. Als iets on-Nederlands is, is het deze hysterische nepvertoning wel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.