De agent als diplomaat

Het moslim-terrorisme heeft de samenwerking op dit gevoelige terrein in een stroomversnelling gebracht. 'Onze meerwaarde wordt nu zichtbaar.'..

Het metershoge hek van Europol gaat alleen open op afspraak. Wie niet op de gastenlijst staat komt er niet in. Het hoofdkantoor van de 'Europese politie' in Den Haag is op on-Nederlandse manier beveiligd. Een slagboom blokkeert de weg naar de gastenparkeerplaats. En de binnenplaats van het gebouw aan de Haagse Raamweg wordt versperd door een uitschuifbare drempel. De boodschap is helder: in de strijd tegen de georganiseerde misdaad in Europa wordt geen enkel risico genomen.

Voorbij de röntgenscanner verandert de sfeer. Een ruim trappenhuis met veel marmer en lange statige gangen met hoogpolig tapijt en hoge plafonds. Nergens de opgefokte sfeer die wordt geassocieerd met de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Geen agenten die op weg naar een nieuwe arrestatie een geladen pistool wegsteken in de broeksband.

Bij Europol zijn de schietijzers vervangen door computers. Onzichtbaar worden hier gevoelige gegevens over bekende en onbekende criminelen uitgewisseld. Door informatie uit verschillende landen bij elkaar te brengen en te analyseren, worden criminele netwerken in kaart gebracht en hun leiders geïdentificeerd.

De oprichting van Europol is een politiek antwoord op de georganiseerde misdaad, die begin jaren negentig als een serieuze bedreiging voor de Europese rechtstaat werd gezien. Maar één gebouw met een telefooncentrale en snelle computers is nog geen Europese politiemacht.

Boeven vangen in Europa, het is een lastige klus. Iedere Europees rechtssysteem heeft zo zijn eigenaardigheden. Neem het Nederlandse begrip diefstal. De Engelsen hebben daar twee woorden voor theft en robbery. In het geval van theft werken de Engelsen niet mee aan een Europees onderzoek. In het geval van robbery wel. Het door elkaar heen gebruiken van die twee woorden kan derhalve grote gevolgen hebben.

In Nederland wordt over de identiteit van de eigenaar van een telefoonnummer niet moeilijk gedaan. In Spanje evenmin, als het een vast telefoonnummer betreft. Maar gaat het om een mobiel nummer, dan zijn de Spaanse regels heel anders. Daarover geeft men geen informatie zonder een handtekening van een onderzoeksrechter. Europol moet dit soort juridische verschillen glad strijken. Met alle gevoeligheden vandien. 'Een agent van Europol moet net zo goed diplomaat en politicus zijn', beaamt de Belg Willy Bruggeman, plaatsvervangend-directeur van Europol. 'We zoeken een goed evenwicht, maar moeten er voor waken dat het politiewerk niet verzandt in ambtenarij en diplomatie.'

Dirk Nonninger is zo'n evenwichtskunstenaar. De Duitser - met twintig jaar ervaring bij het BundesKriminalAmbt - geeft leiding aan het meest gevoelige dossier uit de jonge geschiedenis van Europol: de radicale islam in Europa. De afdeling waar dit onderzoek wordt gedaan, is off limits. Ook voor Europol-rechercheurs. De computer biedt uitkomst. Elders in het gebouw tovert Nonninger met een enkele muisklik de plaatjes op een computerscherm waarin de relaties worden gelegd tussen de verschillende Europese onderzoeken naar vermeende moslimterroristen. Geanonimiseerd uiteraard. De plaatjes laten volgens Nonninger zien hoe groot de meerwaarde is die Europol kan bieden. Door informatie uit dossiers van aparte onderzoeken bij elkaar te brengen, worden verbanden zichtbaar die anders over het hoofd zouden worden gezien.

'We hebben in dit onderzoek alle telefoonnummers vergeleken die in de dossiers uit de verschillende landen voorkomen. Hebben twee verdachten eenzelfde nummer in hun telefoonboekje staan, dan zoeken we verder. Als een dergelijke spoor leidt tot nieuw bewijsmateriaal over de bestaande verdachten of de identificatie van een nieuwe verdachte, melden we dat terug aan de rechercheurs die met het onderzoek bezig zijn.'

Uit Nonningers mond klinkt het eenvoudig, maar we hebben het wel over vijftienduizend telefoonnummers die met elkaar zijn vergeleken. Daar zijn sterke computers en gespecialiseerde programma's voor nodig. Nonninger: 'Voor iedere politie-organisatie is apparatuur een probleem. Niet voor Europol. We hebben zeer geavanceerde systemen en mensen die zeer gemotiveerd zijn om daar het beste uit te halen. Ons probleem is de onbekendheid van ons werk bij politierechercheurs in het veld.'

Die agenten heeft Nonninger nodig om zijn werk te kunnen doen: 'Zij hebben de informatie die wij nodig hebben'. Maar het uitwisselen van criminele inlichtingen ligt zeer gevoelig, zeker als het om terrorisme gaat. Het Europol-onderzoek naar de radicale islam werd in de zomer van 2001 bijna stilgelegd omdat de deelnemende lidstaten nauwelijks materiaal aanleverden. 'We waren toen al ruim een jaar bezig en het leverde weinig tot niets op', vertelt Nonninger. 'Als niemand gegevens wil delen, kunnen wij geen informatie verfijnen.'

Nonningers Belgische baas, Willy Bruggeman, motiveerde de Duitser om toch met het islam-onderzoek door te gaan. Een gelukkige beslissing. Na de terroristische aanslagen van 11 september verdween het gebrek aan medewerking meteen. Binnen twee weken na de aanslagen werd er een speciale Europese taskforce in het leven geroepen voor de strijd tegen het terrorisme waaraan ook de Amerika deelnam. Europol kon mede dankzij Nonningers onderzoek een leidende rol vervullen. De aanslagen van 11 september zijn voor Europol een keerpunt geweest, daarover is iedereen bij de Europese politie het wel eens. 'Onze meerwaarde wordt nu zichtbaar', stelt Bruggeman.

S

chaterend kijkt Sjaak Bax naar de andere kant van de kantinetafel waar de Belg Dirk van de Ryse met twee Vlaamse sollicitanten zit te eten. 'Vinden jullie toch niet erg hè', zegt hij in het Nederlands terwijl twee buitenlandse collega's van Bax nog altijd zitten te lachen om de Belgenmop die de Nederlander zojuist in vloeiend Engels heeft verteld. 'Nee, nee', antwoordt Dirk van de Ryse ironisch, 'morgen bent u aan de beurt, he.'

Sjaak Bax en Dirk van de Ryse weten wat ze aan elkaar hebben. Ze komen elkaar vrijwel elke dag tegen en weten dat ze elkaar kunnen vertrouwen als het er om spant. Van de Ryse is hoofd van de afdeling Informatie Management. Een afdeling die verantwoordelijk is voor de informatie-uitwisseling tussen Europol en niet EU-landen met welke Europol samenwerkingsverdragen heeft afgesloten. Als de Verenigde Staten via Europol informatie aanvragen over een Nederlander, wordt dat verzoek door de mensen van Van de Ryse behandeld.

Zij komen dan terecht bij Sjaak Bax, de coördinator van wat zij bij Europol de Dutch liason-office noemen. Een soort van juridische diplomatieke dienst waar internationale verzoeken voor criminele inlichtingen terechtkomen. Ook worden hier spoedeisende verzoeken voor internationale rechtshulp afgehandeld. 'Als de Duitsers bijvoorbeeld een drugstransport over Nederlands grondgebied willen volgen, dan regelen wij een observatieteam voor ze', legt Bax uit. 'En als dat nodig is confisqueren die agenten de drugs en arresteren ze de verdachten.'

Dit soort van rechtshulp wordt binnen Europa aan de lopende band verleend. In de strijd tegen de georganiseerde misdaad wordt vaak gebruik gemaakt van gecontroleerde doorlevering van drugs en vals geld. 'Binnen dit gebouw hebben alle vijftien lidstaten mensen zitten die dit soort verzoeken behandelen', legt Bax uit. 'Het gaat om gevoelige zaken die vaak snel geregeld moeten worden.'

Ieder verzoek om informatie uit Nederland wordt door Bax en zijn zes collega's bekeken. 'Om wat voor informatie gaat het? Wat voor soort verdenking bestaat er? Waarvoor wordt de informatie straks gebruikt? Dat zijn allemaal zaken die we moeten weten om te kunnen beoordelen of we volgens de Nederlandse wet die informatie mogen doorgeven', legt Bax uit. 'En als we dan gegevens doorspelen, kunnen we aan het gebruik daarvan ook nog beperkingen verbinden. Op die manier moet worden voorkomen dat de grondrechten van Nederlandse staatsburgers worden geschonden.'

Een speciaal toezichtorgaan, de Joint Supervisory Board, moet waarborgen dat Europol goed omgaat met de verstrekte informatie. De toezichthouders, waaronder de Nederlandse registratiekamer, hebben ten alle tijden toegang tot alle systemen van Europol. Zo kunnen zij controleren of informatie volgens de regels wordt gebruikt. Als dat niet gebeurd, zijn de sancties hard.

Uit cijfers van de Dutch desk blijkt dat de informatie-uitwisseling tussen de lidstaten sinds de formele oprichting van Europol in 1999 fors is toegenomen. Zo is het aantal door Nederland uitgevoerde verzoeken om informatie in de eerste drie maanden van 2003 met ruim zestig procent gestegen ten opzichte van dezelfde periode in 2001. 'Dat zegt iets over het toenemende belang van Europol', aldus Bax. 'Al blijkt uit die cijfers natuurlijk niets over de kwaliteit van de informatie.'

Dirk van de Ryse deelt het optimisme van Bax niet helemaal. 'Het kan wel zijn dat het gebruik van informatie toeneemt, maar het kan nog zo veel beter.'

Zo wordt veel informatie die binnen Europol tussen twee of meerdere landen wordt uitgewisseld niet opgeslagen. Het kan dus gebeuren dat Nederland en Engeland informatie uitwisselen over een persoon zonder dat zij weten dat Duitsland ook achter hem aanzit. Het gevolg is dat zowel voor de Nederlanders en de Engelsen als voor de Duitsers waardevolle informatie verloren kan gaan.

Van de Ryse wil dat voorkomen en probeert de lidstaten zover te krijgen dat zij ook deze informatie aan Europol doorgeven. Maar dat gaat moeizaam. 'Het enige dat we willen is die informatie', verzucht Van de Ryse. 'Europol doet al het werk. Dat je dáár maanden over moet vergaderen.' Ook dat is Europol. Een rechercheur die wat wil moet zich soms opstellen als een vergadertijger. Boeven vangen is makkelijker.

Vier jaar na de oprichting van Europol is vooruitgang geboekt. Maar veel rechercheurs blijven toch het gevoel houden dat ze permanent bezig zijn met het leggen van noodverbanden. Het frustreert Europol-rechercheurs dat ze afhankelijk zijn van de lokale politie voor het operationele deel van de onderzoeken. 'Als je op Europees niveau boeven wilt vangen, is een Europese politie absoluut noodzakelijk', vindt Henri Fournel, een Fransman werkzaam bij de afdeling Informatie Management.

Valsemunterij is zo'n terrein waar de noodzaak voor een eigen opsporingsdienst zichtbaar wordt. Dat heeft niets met de valsemunters te maken maar alles met de introductie van de euro, weet de Duitser Winfried Preuss, die zich al zijn hele leven bezighoudt met valsemunterij. 'Sinds de introductie van de euro heeft valsemunterij minder prioriteit bij de nationale politiekorpsen', zegt Preuss. 'Samenwerking is noodzakelijk, maar de snelheid waarmee korpsen reageren, laat vaak te wensen over.'

Waar Preuss zich nog terughoudend opstelt, is Willy Bruggeman dat helemaal niet. 'Om valsemunterij effectief te bestrijden heeft Europol uiteindelijk een eigen dienst nodig die in de lidstaten mag optreden. Wij kunnen analyseren wat we willen, maar we kunnen zelf geen strafrechtelijk onderzoek beginnen. In de bestrijding van valsemunterij wordt duidelijk hoe groot die handicap is.'

Het klinkt logisch maar de woorden van Bruggeman hebben een grote politieke lading. Daarmee gaat Europol namelijk lijken op de FBI. En, zo beaamt Bruggeman, een echte Europese politiedienst impliceert ook de benoeming van een Europese magistraat. En dat ligt zeer gevoelig. 'Europa is hier nu nog niet rijp voor, maar het staat vast dat het gaat gebeuren.' Bruggeman wijst op de gevolgen van het moslim-terrorisme. 'Plots werd alles vloeibaar. Dat gaat ook op andere terreinen gebeuren. Of Europol zal gaan lijken op de FBI weet ik niet. Maar het is onvermijdelijk dat we zelf opsporingsonderzoek gaan doen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden