De agenda van de hemel

Op de Volkssterrenwacht Amsterdam, gevestigd in een voormalig schoolgebouw aan de Nieuwe Teertuinen in de hoofdstad, boort een frees zich gillend in een blok metaal....

Maar er is hoop op betere tijden, zoals altijd in de amateursterrenkunde. Zojuist is het nieuwe spoorboekje van de hemel, de Sterrengids 2001 gearriveerd en heeft oud-leraar Van Winsen zijn eerste verkenning van de avonturen voor het komende jaar afgerond. Het jaar 2001, besluit hij opgetogen, wordt geen uitzonderlijk jaar, maar er valt genoeg te beleven voor een liefhebber van de hemel.

In de inleiding weet auteur Mat Drummen waar mensen als Van Winsen, fervent waarnemer van lichtzwakke objecten, behoefte aan hebben: aanwijzingen zonder omhaal. De sterrengids mag dit jaar dan voor het eerst geheel in kleur zijn uitgevoerd, opdrachtgever NVWS (Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde) mag zelfs een eeuw oud zijn: de eerste zin gaat over een totale zonsverduistering. In juni vindt die plaats, en dat zij alleen in Afrika te zien zal zijn, maakt het niet minder belangrijk nieuws.

Dichter bij huis wijst de jaarlijkse sterrengids duizenden amateur-astronomen weer een heel jaar lang van dag tot dag op interessante verschijnselen aan de hemel. De tweede week van januari, op de negende, is het meteen aardig raak, met een volledige maansverduistering. Op 5 augustus staat Venus ogenschijnlijk vlakbij Jupiter, een zogeheten conjunctie. Op 3 november bedekt de maan de planeet Saturnus. En op 1 december nog eens.

Dat zijn voor liefhebbers hoogtepunten, blijkens de vetgedrukte items in het beknopte jaaroverzicht 2001. Maar er is veel meer. Drummen en mede-auteur Jean Meeuws, bijgestaan door talloze specialisten, weten op vrijwel elke dag van het komende jaar wel een aardig verschijnsel aan de hemel aan te wijzen. Sommige, bijvoorbeeld passages en interessante samenstanden van maantjes van Jupiter, zijn alleen met kijkers te zien. Andere verschijnselen, zoals regens vallende sterren (eerste week van januari de Boötiden, op 12 augustus Perseïden), zijn met een ongewapend oog al te bekijken.

In een filosofische bui kijkt iedereen wel eens naar de sterrenhemel omhoog. Maar is er aan het firmament, waar alles beweegt en ogenschijnlijk of echt langs elkaar schuift, niet altijd wat te zien en is niets dus echt bijzonder? Integendeel, zegt Van Winsen.

'Ik krijg een heel bijzonder gevoel als ik bijvoorbeeld 's nachts bij Landsmeer op het weitje sta waar je overdag een wandelingetje maakt en met mijn kijker in een sterrenhoop tuur. Honderden lichtjaren ver weg en je kunt er toch zomaar naar kijken. Dat idee relativeert voor mij heel veel alledaags gedoe.'

Een jaar of tien geleden, zegt Van Winsen, nam hij de inhoud van de nieuwe sterrengids in één ruk met rode oortjes tot zich. Nu is dat, met alle respect voor het fraaie werk, toch een beetje anders geworden. Van Winsen: 'Wat er voor de serieuzere amateur de laatste jaren bijgekomen is, zijn uitstekende computerprogramma's die je de hemel met planeten en de maan op elk gewenst tijdstip en vanuit elke gewenste locatie voorrekenen. En die dynamische verschijnselen ook echt laten bewegen, zoals de Jupitermaantjes, of sterbedekkingen door de maan. Papier is altijd statisch.'

Maar, haast hij zich, het papier van de sterrengids is onvervangbaar. Software geeft weliswaar ongeëvenaarde details en precisie, maar de gebruiker moet al weten waar hij naar op zoek is, en vaak zelfs al aardig wat details kennen. Koppeling van de papieren gids met bekende software voor amateurs kan misschien een nuttige uitbreiding zijn.

Behalve het spoorboekje van dag tot dag, biedt de Sterrengids 2001 elke maand een vooruitblik op het wel en wee van de maan, de zichtbare planeten, zwermen vallende sterren, planetoïden en sterbedekkingen. Van karakteristieke momenten zijn situatieschetsen voorhanden, dankzij de full-colour niet zozeer nauwkeuriger als wel sfeervoller.

Ook de bekende ronde hemelkaart is subtieler uitgevoerd dan voorheen en ook beter in het schemer te gebruiken doordat de sterren en sterrenbeelden wit op blauw worden afgebeeld. Ronduit handig is het maandelijkse schemerdiagram, dat in één oogopslag voor een gegeven datum toont wanneer de zon onder en weer opgaat, en wanneer maanlicht de waarnemingen kan verstoren. Zelfs voor wie geen sterren wil kijken, kan dat handig zijn.

Eigenlijk is het weer nog de enige factor die van 2001 een verloren jaar voor de sterrenliefhebber kan maken. De ware amateur kan zich echter troosten met de laatste honderd pagina's van de sterrengids, waar alle belangrijke hemellichamen, de zon, de maan en de planeten, kometen, meteoren, veranderlijke sterren, behoorlijk uitputtend worden behandeld.

Maar niet alles. Zo biedt het hoofdstuk over de planetoïden, relatief kleine onregelmatige brokken steen die in een baan om de zon vliegen net als de grote planeten, een alleraardigste actualiteit. Op 31 december 2001 is het twee eeuwen geleden dat Heinrich Olbers in sterrenbeeld Maagd de planetoïde Ceres terugvond. Die was op 1 januari van dat jaar voor het eerst opgemerkt door de Italiaan Giuseppe Piazzi, in Stier. De ware amateur gedenkt dat op 15 april, als de maan om 4.54 uur Ceres bedekt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden