Column

De afterparty für zwei was affentierischgeil

Beeld Gabriël Kousbroek

Algarvianen vertellen mij regelmatig dat ze niet zo nijverig zijn, vanwege de hitte. Ik pareer dergelijke flauwekul graag met het voorbeeld van twee volkeren die in het zweet des aanschijns hun dagelijks brood verdienen, weer of geen weer: de Israëlieten en de 150 duizend mennonieten (vrome wederdopers van Duits-Nederlandse afstamming) in Latijns-Amerika.

Tijdens mijn vrijwillige ballingschap in Paraguay kreeg ik kennis aan een mennonitische. Johanna was onderwijzeres Duits en schilderde in haar vrije tijd strontkleurige doeken in de geest van Anselm Kiefer, maar dan deprimerend. Ik knalde tegen haar aan tijdens een rave op de paardenrenbaan van Asuncion. Ze was net als ik wappie van rum, coke en psilocybe cubensis, de paddo die daar cucumelo heet. Johanna had in Berlijn gestudeerd en hield net als ik van Rammstein, Nina Hagen en Max Weber. De afterparty für zwei was affentierischgeil, zoals ze dat noemde.

Een paar dagen later zat ik smoorverliefd in de bus naar de mennonitische enclave Filadelfia, 500 kilometer benoorden Asuncion. Mijn overhaaste vertrek had enige frictie gegeven met het thuisfront. Johanna had me daarvoor gewaarschuwd én voor de Chaco, de groene hel waarin ze woonde. Koel als ik ben, lachte ik haar uit: ik woonde al jaren in het smoorhete Paraguay en had bovendien de gruwelijke Atacamawoestijn in Chili overleefd.

'Welkom in de aars van Zuid-Amerika', zei Johanna zuur toen ik de bus uitrolde in Filadelfia, een soort Staphorst bij 52 graden. Onverharde wegen droegen namen als Von Hindenburg, Colonos, Pioneros en Gordeldierstraat. Bij de kassa van de coöperatiesupermarkt hing de tekst Bete und Arbeite. Vrouwen met knotjes harkten grindpaden aan. De begraafplaats lag vol met baby's die meteen na de geboorte waren gestorven. Christenen nemen nooit voor de laatste keer afscheid van elkaar, las ik op een zerk. Ondanks de bloedhitte werkte iedereen zich het schompes. Johanna bleek nuchter niet zo geil meer. Ik was een overspelige zondaar en of ik ter boetedoening maar even een reportage wilde maken. Een milieufascist had in The Guardian geschreven dat de mennonieten met hun veeteelt, in samenwerking met erfgenamen van nazi's, 's werelds laatste paradijs aan het vernietigen waren. The Guardian sleepte Mengele erbij om de noeste mennonieten te slopen. Er zouden al 20 duizend indianen zijn uitgeroeid. Berouwvol willigde ik Johanna's eis in. Als dank mocht ik met haar Abschiedbumsen. Daarna kroop ik met loden sandalen in de kokende bus richting thuisfront, denkend aan Brecht: Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden