AnalyseSocial distancing

De afstandelijke mens doet het verrassend goed

Op de markt in Nieuw-Beijerland wordt bij de viskraam netjes afstand gehouden vanwege het besmettingsgevaar voor corona.Beeld Arie Kievit

Het zal erom spannen, zondag. Halen we de schouders op en zoeken we massaal het mooie weer op? Experts verwachten dat het meevalt. ‘Je ziet nu iets van de menselijke aard dat normaal gesproken verborgen blijft.’

Dus zo ziet ‘social distancing’ eruit. Twee vrienden, kennelijk hecht met elkaar, komen elkaar tegen op straat en maken een praatje. Op merkwaardig grote afstand. Anderhalve meter, of misschien zelfs twee. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Bij het afscheid een hoofdknikje, en een hand op het hart.

‘Mijn grootste verbazing is hoe goed mensen hiermee omgaan’, zegt cultureel antropoloog Marie Rosenkrantz Lindegaard van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving. ‘Wij sociaal-wetenschappers zijn geneigd te denken: gedrag is enorm moeilijk te beïnvloeden. Denk maar aan meer bewegen, de trap nemen, of gezonder eten. Maar hier is het van het ene op het andere moment gelukt. Bizar.’

En het gaat nog wel om het hart van ons mens-zijn: hoe we omgaan met elkaar. Want sociaal zijn we tot in het diepst van onze vezels. Beroof ons van mensen om ons heen, en prompt schiet de kans op allerlei akelige aandoeningen omhoog, zeggen de onderzoeken: van hartziekte tot depressie en dementie.

Verbluft

In samenwerking met onder meer de Amsterdamse politie heeft Lindegaard zich gestort op een opmerkelijk project: aan de hand van bewakingsbeelden bestudeert ze hoe ‘sociale afstand’ in de praktijk uitpakt. En wat ze ziet, verbluft en verbaast haar. Bekenden die elkaar begroeten zonder aanraking. Mensen die elkaar bij het passeren uit de weg gaan. Jongeren die met een boog om ouderen heen gaan.

En, dat trouwens ook: een geheel nieuw soort vechtetiquette. Zoals die keer op de Wallen, toen een overlastgever het aan de stok kreeg met de politie. ‘In plaats van te schreeuwen of te slaan, spuwde die persoon naar de agent. Dit is opeens een nieuwe vorm van agressie geworden. Of je ziet dat iemand bewust hoest in het gezicht van een ander. Dat zijn serieuze incidenten.’

Maar het echt verbazingwekkende, vinden kenners, zijn niet de coronahoesters of de clandestiene ‘schijt-aan-coronafeestjes’ waaraan Mark Rutte zich zo ergerde, maar de devotie waarmee men zich wél aan de nieuwe omgangsregels houdt. Vrijwel iedereen, blijkt uit vrijdag gepubliceerd onderzoek van I&O Research en de Universiteit Twente, houdt zich aan de omgangsregels. En negen van de tien steunt de maatregelen.

Drastisch

‘Je houdt gewoon niet voor mogelijk dat de mens het in zich heeft om zijn gedrag zo snel en zo drastisch aan te passen’, signaleert ook hoogleraar sociale psychologie Tom Postmes (RUG). ‘Dat is fantastisch, iets magisch. Je ziet hier iets van de menselijke aard dat normaal gesproken verborgen blijft.’

Normale gang van zaken: zelfs bij een ramp is het eerste wat we doen bij elkaar kruipen. De ‘vecht, vlucht, bullshit’-reflex, noemt Postmes dat gekscherend: ‘Je ziet het bij branden, rampen, bomexplosies. Als er iets gebeurt, kijken we elkaar aan: wat zou er aan de hand zijn? En als men doorheeft dat er een ramp is, gaat men elkaar helpen. In plaats van dat we meteen wegrennen.’

Maar misschien is elkaar helpen wel precies wat de mensenkudde momenteel denkt te doen, vermoedt Lindegaard. ‘Er heerst een gevoel van: er is hier gevaar. Het voelt als een noodtoestand. En dus is er enorme sociale controle, een sterke groepsdruk om je aan de regels te houden’, ziet ze terug op de camerabeelden.

Banlieues

Opmerkelijk zijn de hardnekkige anekdotes dat men zich in achterstandswijken heel wat minder trouwhartig aan de nieuwe regels houdt. Lindegaard benadrukt dat het te vroeg is om het zeker te weten, maar: ‘Heel onverwacht vind ik het niet. Dit zijn de klassieke plekken waar men zich rebelser opstelt, de banlieues waar de opstanden uitbreken. Het heeft te maken met marginalisatie. Als je het gevoel hebt dat je toch al niet serieus wordt genomen door de overheid, en die overheid komt met beperkingen, dan haal je daar de schouders eerder over op.’

De grote vraag is hoe dat zondag gaat, als het kwik stijgt en de lentekriebels loskomen. Postmes denkt dat het wel los loopt. ‘In Italië is het nog veel mooier weer. En daar zijn de straten leger dan hier.’

Fasen

Zo lang men de nood nog maar voelt, denkt hij. Postmes onderscheidt verschillende fasen bij reacties op een ramp. Na de beginfase, waarin men druk bezig is zichzelf te organiseren en bijvoorbeeld gaat hamsteren, volgt de fase waarin de zaak stabiliseert en zelfs het uitzonderlijke nogal gewoontjes wordt. 

‘Dat is de fase waarin mensen zich gaan afvragen: wat doe ik hier eigenlijk nog? Je ziet dan dat mensen die geëvacueerd zijn naar een sporthal bijvoorbeeld gaan mopperen op het eten. Ook nu zie je van die fase denk ik de eerste tekenen: men wil bijvoorbeeld wel weer eens ander nieuws horen in plaats van alleen over corona.’

Pas in fase nummer drie gaat men de regels overtreden en trekt men erop uit, zegt Postmes. ‘Zo ver zijn we volgens mij nog niet. Zo lang de ic’s nog overvol liggen is het gevoel van noodzaak nog te groot.’

Lindegaard is op haar beurt gefascineerd over het menselijk aanpassingsvermogen. ‘Dat mensen hun raam open zetten en met elkaar gaan zingen, hun emoties gaan delen’, zegt ze. ‘Onze drang om ons verbonden te voelen is enorm. En nu zijn we hard op zoek naar nieuw gereedschap om daaraan uiting te geven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden