Analyse affaire Van Imhoff

De ‘affaire Van Imhoff’ is te groot voor een doofpot

Stoomschip 'van Imhoff’. Beeld Collectie Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen

Ruim 75 jaar nadat een Nederlandse kapitein op ‘bevel van hogerhand’ Duitse drenkelingen aan hun lot overliet, eist advocaat Liesbeth Zegveld genoegdoening voor de nabestaanden.

Het was ‘zonder twijfel’ een oorlogsmisdrijf, oordeelde de rechtsgeleerde Bert Röling ruim zestig jaar geleden al: de weigering van een Nederlands vrachtschip, in januari 1942, om tientallen Duitse drenkelingen in Indonesische wateren te redden. En die kwalificatie geldt zeker voor wat eraan voorafging: de opdracht aan de kapitein van het Nederlandse koopvaardijschip Van Imhoff om Duitse opvarenden aan hun lot over te laten nadat het schip door een Japans gevechtsvliegtuig tot zinken was gebracht. Mede als gevolg van die instructie kwamen 411 Duitsers om het leven. Namens nabestaanden gaat advocaat Liesbeth Zegveld met het ministerie van Defensie ‘in gesprek’ om eerherstel en – mogelijk – financiële genoegdoening te krijgen.

Vele decennia leidde ‘de affaire Van Imhoff’ een sluimerend bestaan. Van het lot van de Duitse opvarenden waren Nederlandse en Duitse instanties al meteen op de hoogte. Hanns Albin Rauter, de hoogste SS’er in bezet Nederland, legde in verband daarmee de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) – de eigenaar van de Van Imhoff – een boete (‘zoengeld’) op van vier miljoen gulden. Daarmee zouden de nabestaanden van de slachtoffers worden gecompenseerd, maar in feite kwam het geld terecht in de kas van de NSDAP, de partij van Adolf Hitler.

In de correspondentie over de ondergang van De Imhoff ging het in eerste instantie vooral over dat zoengeld, en over de vraag of de Nederlandse regering de KPM niet voor deze aderlating moest compenseren. Na de oorlogsverklaring door Nederland aan Japan, op 8 december 1941, werd de hele KPM-vloot tenslotte onder het bevel van de commandant van de Nederlandse strijdkrachten geplaatst. De Nederlandse regering was dus verantwoordelijk voor de narigheid die daaruit voortvloeide – zoals dat zoengeld. Maar over de Duitse slachtoffers ging het niet.

En dat wilde de Nederlandse overheid graag zo houden. Al in de jaren vijftig werd de volkenrechtelijke kant van de zaak aan de orde gesteld door de Duitse justitie en door het weekblad Der Spiegel. Maar in Nederland was men zo kort na de Tweede Wereldoorlog nog niet aanspreekbaar op enige vorm van daderschap. Sterker: de Duitse initiatieven werden ongepast geacht. Zeker door de commentator van de Nieuwe Rotterdamsche Courant. ‘Als het Nederland betreft, zouden deze Duitsers de laatsten moeten zijn om een beroep te doen op het geweten van de wereld.’ Loe de Jong, directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (de voorganger van het NIOD) sloot pertinent uit dat de marineleiding in strijd met het volkenrecht zou hebben gehandeld.

Daar was de kous voor lange tijd mee af. Programmamaker Dick Verkijk reconstrueerde de zaak in 1965 voor het actualiteitenprogramma Achter het nieuws van de Vara, maar hogere machten – tot op de dag van heden is nog niet helemaal duidelijk wie dat waren – wisten de uitzending van zijn documentaire te verhinderen. Sterker: de film waarop Verkijk zijn zoektocht naar de ongemakkelijke waarheid had vastgelegd, verdween uit de burelen van zijn redactie.

Pas in 2017 werd een driedelige (met een Tegel bekroonde) televisieserie De ondergang van de Van Imhoff uitgezonden. Die liet geen enkel misverstand toe over de toedracht van het drama dat zich op 18 januari 1942 in de wateren bij Sumatra in slow motion heeft voltrokken. Dat drama begon feitelijk al op 10 mei 1940, toen alle Duitsers of mensen met een Duitse achtergrond in toenmalig Nederlands-Indië werden geïnterneerd en onteigend. Dat lot trof Duitsers die al decennia in Indië leefden en werkten, Duitse missionarissen en Joden die aan het nazibewind in Duitsland waren ontkomen.

Het stoomschip Imhoff van de Koninklijke Pakket Maatschappij in de haven van Buton. Beeld Collectie Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen.

Na het uitbreken van de oorlog met Japan werden deze Duitsers, zoals ze collectief werden genoemd, overgebracht naar Brits-Indië (zonder dat de Britse autoriteiten daarvan overigens op de hoogte waren gesteld). Een van de schepen die voor dit transport werden ingezet, was de Van Imhoff. Aan boord bevonden zich naar schatting 477 Duitsers – meer dan verantwoord was, gezien de beschikbare reddingsmiddelen. Ze waren benedendeks onderbracht in vergrendelde kooien.

Nadat de Van Imhoff door een torpedo was getroffen, verliet de Nederlandse bemanning het schip – na de Duitse opvarenden een bos met sleutels van hun kooien te hebben toegeworpen. Verder lieten ze, op instructie van hogerhand, alles na om hen te redden. Een van de Duitsers die een reddingsboot wist te bereiken waarin Nederlandse bemanningsleden het zinken van de Van Imhoff gadesloegen, werd zelfs beschoten.

Van de Duitse opvarenden wisten enkele tientallen zich op een vlot en in een (lekke) reddingsboot in veiligheid te brengen. De kapitein van het KPM-schip Boelongan, die op de noodsignalen van de Van Imhoff was afgekomen, weigerde echter hen aan boord te nemen. Hij beriep zich op de instructie dat hij alleen ‘elementen onder de Duitse geïnterneerden’ mocht helpen die door de militaire commandant ‘betrouwbaar’ werden geacht. Er was echter geen commandant ter plaatse die als ‘beoordelaar der betrouwbaarheid’ kon optreden. De kapitein besloot daarom álle drenkelingen aan hun lot over te laten. Deze nalatigheid werd door Bert Röling in 1953 als ‘oorlogsmisdrijf’ aangemerkt.

Namens enkele nabestaanden van de slachtoffers heeft Liesbeth Zegveld bij het ministerie van Defensie aangedrongen op een gesprek over de affaire Van Imhoff. Inzet daarbij is een vorm van genoegdoening of eerherstel voor de slachtoffers en hun nabestaanden. Maar Zegveld heeft ook vragen over de financiële kant van de zaak: wat is er gebeurd met de 4 miljoen gulden die KPM als ‘zoengeld’ heeft uitgekeerd? Kan de Nederlandse overheid er niet bij Duitsland op aandringen een hedendaags equivalent van dit bedrag uit te keren? Maar de Nederlandse overheid heeft ook zelf een vraag te beantwoorden: wat heeft ze destijds gedaan met de ongeveer 2 miljard gulden (in geld, waardepapieren en onroerend goed) die ze in 1940 van de Duitse ingezetenen van Nederlands-Indië heeft geconfisqueerd?

Documentaire 

In 2017 verscheen het documentaire-drieluik De ondergang van de Van Imhoff, een niet te missen les in verwerking van onaangename geschiedenis. Het won de journalistieke prijs De Tegel in de categorie Achtergrond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden