De advocaat en de dodelijke naald

'Mag je beslissen niet abortus te laten plegen wanneer je weet dat het kind geen leven zal hebben?' Na een kwart eeuw geruchtmakende zaken verwisselt mr....

NOEM HEM geen euthanasie-advocaat, dat vindt hij onplezierig. 'Ik heb vaak getracht mij ervan los te maken. Er zijn perioden geweest dat ik het heel vervelend vond alleen maar met euthanasie geassocieerd te worden, goedendag, zeg, ik moest altijd maar weer opdraven, terwijl mijn praktijk voor negentig procent uit andere dingen bestond. Ik heb me ermee verzoend, hoor, en, tot mijn genoegen, is het aantal euthanasiezaken geleidelijk aan ook afgenomen.'

Het is puur toeval dat tegelijk met het nieuwe wetsvoorstel over euthanasie mr. Eugène Sutorius (52) zijn advocatenpraktijk in Arnhem opgeeft om hoogleraar strafrecht te worden aan de Universiteit van Amsterdam.

Sutorius houdt kantoor in een strak glazen gebouw in het centrum van Arnhem, maar in zijn werkvertrek overheerst het antiek; zware houten meubelen en goudgelijste schilderijen van landschappen, en overal ogenschijnlijk ongeordende stapels dossiers, boeken en papieren. Bijna een kwart eeuw was hij advocaat. Hij deed geruchtmakende zaken op het gebied van euthanasie en ethiek, ontlokte belangrijke gerechtelijke uitspraken, zette aan tot jurisprudentie. Niks leukers, vindt hij, dan een principieel punt voorleggen aan de hoogste rechter.

Waarom? Liefde voor het vak, en ambitie natuurlijk. 'Als je de kans krijgt, moet je het doen! Zo is het met euthanasie ook begonnen, ik had helemaal niet in cassatie hoeven te gaan. Je gaat door omdat je, en ook je cliënt, eens wilt kijken of er nieuwe normen geformuleerd kunnen worden door de hoogste rechter. En die vindt dat ook interessant, want dat is zijn werk: het toetsen van normen en waarden.'

Met evenveel enthousiasme en compassie praat hij over andere zaken, een vadermoord, een serieverkrachter. Nee, daar heeft hij niet altijd zin in, maar in elke zaak zit een mens met een verhaal. Bovendien: 'Als je het hebt over laakbaar gedrag en over mensen die je niet wilt verdedigen, dan gaat het vaker om cliënten buiten het strafrecht. Laakbaar gedrag van krijtstreeppakken - het zouden mijn vrienden kunnen zijn - inzake echtscheidingen, die kinderen manipuleren, die mij contracten willen laten maken waarvan je zeker weet dat er dingen mee gebeuren die voor geen meter deugen. Je hebt makkelijk contact met zo'n iemand, het is je eigen soort, hè, ook establishment, maar een verkeerd soort. Juist buiten het strafrecht kom je als advocaat vaker in situaties waarvan je je moet afvragen: wil ik dit wel?

'De misdaad lijkt erger, maar de mensen die ik daar ontmoet heb, waren tamelijk gewoon, al deden ze erge dingen. Ik verdedigde eens een jongen die zijn vader had vermoord. De vader had hem op verschillende manieren ernstig misbruikt en op zeker moment neemt het besluit zijn vader te doden bezit van hem, letterlijk. In een Raskolnikoff-achtige gemoedstoestand, een draaikolk van gevoelens, doet hij iets waarvan hij weet: dit eindigt allemaal in de gevangenis voor mij. Hij doodt zijn vader, en daarmee voor een deel zichzelf. In mijn pleitnota gaat het niet alleen over zijn daad, maar ook over de jongen, wie is het, hoe kwam het, en wat doen we hier als samenleving mee.

'Hij heeft zijn straf uitgezeten. Hij kwam vanochtend een fles wijn brengen, waarschijnlijk had hij gehoord van mijn benoeming.'

De eerste dokter meldde zich in 1982. 'Ik heb een vrouw gedood', zo begon hij het gesprek. Sutorius: 'Het is een tijd geleden, hoor, dus ik vrees dat het verhaal steeds mooier wordt. Maar ik herinner me mijn geschoktheid. Een dokter! Dat ging mij te ver, het woord euthanasie viel, ik wist nog niet goed wat dat betekende. Ik zie hem hier nog zitten, een heel rechte jongen, zo'n calvinistische dokter, die aanvankelijk helemaal niet wou, maar zich in de loop van de jaren door zijn patiënte, een zeer krachtige dame, had laten overtuigen. Een boeiende casus ook, omdat het niet zozeer ging om ondraaglijk lijden, maar omdat het leven voor haar ondraaglijk geworden was. Ze was er klaar mee, ze dreigde door haar lijden een andere persoon te worden, de onttakeling vond ze onwaardig, ze wilde niet in die situatie belanden.'

- Er was nog geen wetgeving, weinig jurisprudentie. Wat dacht u: een lekkere kluif?

'Ja, maar ik was ook wat beducht. Dokters moeten niet gaan doden, vond ik. Het leek me nogal een eng pad. Bovendien vreesde ik dat het strafrecht hier vrij snel korte metten mee zou maken. Het mag gewoon niet, dus achter de tralies, dag dokter.'

Medio jaren tachtig werd hij de verdediger van Gerard Stinissen, wiens vrouw na de bevalling van hun zoon door een fout van een arts in een onomkeerbaar coma was geraakt. Vier jaar lang was hij ermee bezig, temidden van, alweer, een heftige openbare polemiek. 'De vrouw verkeerde al meer dan zestien jaar in een vegetatieve staat. Het verpleeghuis waar ze lag, nam een behoudende, risicoloze opstelling aan, uit angst voor het strafrecht, uit angst een moord ten laste gelegd te krijgen. We hebben toen aan de rechter gevraagd uit te spreken dat het kunstmatig toedienen van vocht en voeding een vorm van medisch handelen is en we hebben de rechter gevraagd uit te spreken dat deze medische behandeling zinloos was geworden. Dat is gebeurd. En als een behandeling zinloos wordt, dan moet je die staken, anders wordt het mishandelen. Zo zijn we er ten slotte uitgekomen.'

Een historische uitspraak, met verstrekkende gevolgen onder meer voor een ander omstreden gebied, het medisch handelen bij pasgeborenen met zware handicaps. 'De zaak-Prins, waarbij ik de gynaecoloog heb bijgestaan die het leven van een ernstig gehandicapt geboren kind had beëindigd. Men had het kind kunnen laten sterven, dat had gemogen, maar omdat het kind zoveel pijn leed, is op een gegeven moment besloten in te grijpen. Geheel volgens alle eisen van zorgvuldigheid, maar juridisch gezien was het moord. Mede op basis van de Stinissen-uitspraak is toen gezegd: het mag.'

Hij voorspelt een hoop ingewikkelde zaken die voortkomen uit de moderne geneeskunde en de technologie waar het recht nog geen antwoord op heeft. 'Die problemen zouden moeten worden beheerst door het recht, maar het recht loopt achter. Een tijdje terug had ik een lastige zaak waar niemand goed raad mee wist. Een vrouw had embryo's laten invriezen, met het materiaal van haar vriend. Ze wil die embyro's nu gebruiken, maar die vriend weigert, hij wil niet meer, om allerlei redenen, hij leidt een ander leven, de relatie is van karakter veranderd. De vraag is nu: mag deze vrouw het embryo hebben? Van wie is dat embryo? Is het embryo wel van iemand? Wie is beschikkingsbevoegd? De vrouw, de man, beiden? Een heleboel juridische vragen zijn hier aan de orde. Allemaal lastige vragen die de rechter nog niet heeft opgelost.

'Onlangs speelde bij een gerechtshof een zaak waarin artsen aansprakelijk werden gehouden voor het feit dat ze een fout hebben begaan bij een ongeboren kind, waardoor het kind niet geaborteerd is, maar ernstig gehandicapt ter wereld is gekomen. De ouders weigerden abortus te plegen, op principiële gronden. Het kind is nu acht jaar, het lijdt een desastreus bestaan, het had vanaf het begin een verwoest leven, met veel pijn en lijden, en vrijwel niemand bekommert zich erom. Nu klaagt het kind, althans de curator van het kind, zowel de ouders als de arts aan, dat ze ter wereld is gekomen. Uit de instelling waar het kind verblijft is de vraag aan de rechter voorgelegd: mag dat, je kind zo ter wereld laten komen? Ik praat hier niet over het syndroom van Down, maar over een aantal zeer ernstige handicaps. Mag je beslissen niet abortus te laten plegen wanneer je weet dat het kind werkelijk geen leven zal hebben?

'Het is natuurlijk moeizaam een schadevergoeding te vragen voor het feit dat je moet leven. Twaalf jaar geleden wilde een vrouw een eind maken aan haar leven. Ze bereidt dat zorgvuldig voor, doodt haar kat, zegt de hypotheek op, en stuurt haar juwelen naar haar kleinkinderen. Ze had met de huisarts afgesproken wanneer hij langs zou komen om de dood te constateren en te zorgen dat ze netjes zou worden opgehaald. Maar de juwelen komen een dag te vroeg aan. De vader van een van de kleinkinderen wordt ongerust, gaat naar het huis, vindt zijn moeder en belt ondanks alle verklaringen en papieren op haar lijf de ambulance. In het ziekenhuis gaan de eerstehulpartsen aan de slag. Ze wordt weer bij kennis gebracht, maar ze komt er heel slecht uit, zowel lichamelijk als geestelijk. Ze wordt vervolgens overgeplaatst naar een psychiatrische inrichting waar ze drie jaar zal blijven. Dan komt ze bij mij en zegt: meneer Sutorius, ik wil een schadevergoeding voor het feit dat ik leef. Ze was boos, en ze wilde uitgezocht zien of wat men had gedaan rechtmatig was of niet.

'Nee, we zijn er niet uitgekomen. Bewijsproblemen. De artsen in het ziekenhuis hadden gezegd dat ze vergeefs hadden geprobeerd de huisarts te bereiken om te horen of de zelfmoordpoging serieus was. Tja, en dan moet je je werk doen als arts, dus mochten ze aan de slag, vond de rechter. De vrouw is uiteindelijk in een instelling voor verstandelijk gehandicapten beland. Ik weet niet hoe het nu met haar gaat. Misschien heeft ze toch haar weg gevonden.'

Een van de paradoxen van het zelfbeschikkingsrecht is, zegt hij, dat we het uitsluitend hebben gereserveerd voor het leven. 'We hebben een hoge mate van vrijheid bevochten over hoe we ons leven willen inrichten, tot de meest dwaze dingen toe. Het is toch paradoxaal dat die vrijheid opeens ophoudt op het moment dat je gaat sterven? Terwijl sterven een belangrijk deel van het leven is. Ik zou zelf ook willen bepalen hoe ik doodga, voorzover dat door mij te bepalen is natuurlijk, want in veel situaties heb je niks te zeggen, dan belist het lot.

'Ik denk overigens dat we nog eens zullen terugverlangen naar de lotsbeschkking, want die zelfbeschikking leidt er ook toe dat wij voor onmogelijke keuzen en dilemma's worden gesteld. Met de mogelijkheden van de prenatale diagnostiek kun je voor vreemde keuzen komen te staan. Stel, je hoort van de dokter dat de vrucht die je draagt veertig procent kans loopt op z'n 50ste een ernstige aandoening te krijgen. Wat moet je met die informatie? We hebben de keuzevrijheid zelf bevochten, maar ik vrees dat die vrijheid binnen tien, vijftien jaar ervaren wordt als dwang. Ik voorspel het recht op niet-weten een grote toekomst.'

SUTORIUS was in de tweede helft van de jaren tachtig ook de advocaat in de geruchtmakende zaak van de psychiater Finkensieper, de directeur van de Heldring Stichting in Zetten, een instelling voor moeilijk opvoedbare meisjes. Finkensieper werd beschuldigd van autoritair gedrag en seksueel misbruik van pupillen. Ex-bewoners getuigden, er werden zwartboeken gemaakt en actiegroepen opgericht. Ook weer een met veel publiciteit omgeven zaak. Finkensieper werd uiteindelijk veroordeeld. Eerder dit jaar overleed hij, niet lang nadat hij zijn straf had uitgezeten.

'Het was een moeilijke, en eigenlijk een verschrikkelijke zaak. Een goede uitwisseling van argumenten was bijna niet meer mogelijk door de hetze. Er waren bedreigingen, ruiten werden ingegooid, mijn kinderen werden gebeld met de mededeling dat ik de rechtszaal niet levend uit zou komen. Als je praat over het overdrachtelijk lynchen van mensen, dan heb je hier een zaak. De man werd in de publiciteit zodanig neergesabeld dat geen enkele getuige ook maar iets durfde te zeggen wat tot zijn voordeel kon strekken. Uiteindelijk bleken sommige aangiften vals te zijn, een aantal bleef over, daar is hij dan op veroordeeld.'

- Ten onrechte?

'Ik heb grote twijfels. Die zaak heeft mij zeer veel onrust gegeven, ook later. Omdat ik het gevoel had dat het recht daar zijn loop niet heeft gehad. De rechters hebben naar eer en geweten een beslissing genomen, maar de zwakte van de zaak school in de wijze waarop het dossier tot stand kwam. Rechterlijke dwalingen zijn meestal geen dwalingen van rechters, het gaat om eerder in het onderzoek gemaakte fouten. Opsporingsautoriteiten onderzoeken voor de hand liggende alternatieven niet meer, omdat ze onder invloed van de publiciteit er al denken te zijn, getuigen durven geen ontlastende verklaringen meer af te leggen en eventueel voor de verdachte gunstig feitenmateriaal verdwijnt in de gootsteen.

'De zaak staat als een kruis in mijn loopbaan. Ik had in die tijd een droom: ik zwom in een prachtige baai, het was mooi weer, opeens viel de slagschaduw van een supertanker over mij heen, en die tanker moest ik met mijn hand tegenhouden.'

- U hebt tientallen euthanasiezaken gedaan. Was het een bepaald type dokter waar u mee te maken kreeg?

'Ze lijken niet zo erg op elkaar, behalve dan dat het allemaal vrij bewust levende mensen zijn. En ze hadden behoefte te helpen, ze liepen niet weg als het moeilijk werd. Er waren geen dokters bij die het naar zich toe trokken, om meteen maar eens een misverstand uit de weg te ruimen, geen ijdele dokters. Het is namelijk veel gemakkelijker het verzoek niet te zien, begrijpelijk, want die actieve dodende handeling blijft uitermate belastend.'

- Was er wel eens een iemand bij van wie u dacht: die wil ik nooit aan mijn sterfbed hebben?

'Ha! Moet ik even over nadenken. Ja. Die waren er ook bij.'

- Omdat ze te eigenmachtig waren?

'Voorzichtig, hè, het zijn allemaal oud-cliënten. Nee. Iets anders. Euthanasie is een subtiele aangelegenheid, en een van de kenmerken is dat de dokter de sfeer respecteert waarin zich dit afspeelt, je moet het kundig en professioneel doen, maar het is ook intiem, het gebeurt binnen de familie, aan het eind van het leven, er staan belangrijke dingen te gebeuren, en de dokter is daar toevallig, helaas voor hem, bij betrokken, maar hij moet zich bescheiden opstellen. Soms heb je dokters die de scène domineren. Nou, zo'n dokter wil ik niet.'

Hij zwijgt even, zegt dan. 'Ik zou er bij mijn afscheid uit de advocatuur wel voor willen pleiten het niet meer te doen, euthanasie. We moeten het zoveel mogelijk beperken tot de hulp bij zelfdoding. Als de patiënt vraagt: dokter, wilt u me helpen, dan zou de dokter, met dezelfde zorgvuldigheid en consultatie als vereist bij euthanasie, moeten zeggen: ik ga in op je verzoek, ik zal je helpen te sterven, ik geef je een middel, je moet het jezelf toedienen. Ik geloof dat dat uiteindelijk voor een cultuur als de onze toch beter is. We noemen het altijd een zelfbeschikkingsvraagstuk, laat het dat dan ook zijn, we willen graag aan het eind van ons leven ook iets over ons afscheid te zeggen hebben. Misschien beantwoord je dat probleem het best door het vraagstuk zo serieus te nemen dat je zegt, hier zijn de middelen, neem het maar, in plaats van het infuus, die dodelijke naald, aan te leggen.

- Wat is het verschil?

'Moreel is er geen verschil. Het gaat om de handeling. Als de dokter het doet, bestaat theoretisch de mogelijkheid dat de dokter het verzoek niet goed verstaan heeft, niet lang genoeg gewacht heeft. In het zelf drinken zit de zelfbeschikking en het ultieme bewijs dat de patiënt het zelf wil. Dat is beter dan de naald. Omdat in die handeling toch iets zit wat uiteindelijk niet bevalt, het blijft itchy, ongemakkelijk.'

Op de vraag of de wijze waarop in Nederland naar euthanasie wordt gekeken hoort bij het Nederlandse poldermodel, moet hij lachen. Misschien. 'Dat gedogen vind ik wel horen bij de Nederlandse volksaard. Wij zijn koopman en dominee, principiële pragmatisten, een curieuze mix, die elders bijna niet aangetroffen wordt. We praten graag heftig over normen en waarden, en als er dan een oplossing moet komen, doen we dat pragmatisch.

'Wat mij verbaast, is dat in het euthanasiedebat nooit over geld gesproken wordt. We kunnen dit alleen maar doen bij de gratie van een cultuur die gebaseerd is op solidariteit en collectieve verzekeringen. In Amerika zou ik niet zo gauw voor euthanasie zijn omdat daar een op de drie onverzekerd rondloopt. Stel ik woon daar, ben een tamelijk arme Hispano van 75, ik heb twee kinderen die net een nieuw bedrijf zijn begonnen, dat loopt goed, maar ik word ziek, een langdurige ziekte, ik ben niet verzekerd, nou, ik kan dan uitrekenen op welk moment mijn kinderen failliet zullen zijn als ik mij laat behandelen. Dan denk ik: dat kan ik die kinderen met hun jonge gezinnen niet aandoen, weet je wat... Toelating van euthanasie kan alleen maar onder enkele belangrijke maatschappelijke randvoorwaarden, een daarvan is een voor iedereen toegankelijke gezondheidszorg.'

Maar het debat moet altijd doorgaan, vindt hij, omdat we met de euthanasie, hoe zorgvuldig ook, een netelig pad zijn opgegaan. 'Laat het nooit een rustig bezit zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.