De Achtste Dag

In de wetenschap staat het nut voorop. Zulk verweer hebben kunstenaars niet als ze de levende natuur onder handen nemen....

Grappig, de foto onlangs in Het Parool van drie kakelgele kuikens. Beplakt met contactlenzen kijkt het drietal kippig de wijde wereld in. Het deed denken aan allerlei andere wonderlijke diervarianten, zoals de muis met een oor op zijn rug of de haan met een ingegroeide tand in zijn kam.

Grappige beelden, totdat je beseft dat het werkelijkheid is. Experimenten die oogluikend worden toegestaan omdat, zoals bij de kuikens, bijziend Nederland erbij gebaat zou zijn. Maar niettemin verontrustend. Temeer omdat ook in de kunst zulke 'artistieke' experimenten gaande zijn: het fokken van een kosmopolitische kip, de geboorte van een lichtgevend konijn.

Dat het hier om iets nieuws gaat, is duidelijk. Natuurlijk, kunstenaars hebben zich altijd met de natuur beziggehouden. Het is een oude traditie, van de vroege grotschilderingen van Lascaux en de decoraties in Pompeji tot de getekende haas van Albrecht Dürer en de stier van Paulus Potter. Flora en fauna als onderwerpen die door kunstenaars met houtskool en verf werden verbeeld; de levende natuur omgezet in dode materialen, als bezwering, decoratie of uitingen van een romantisch ideaal.

Met de opkomst van performances en body art in de jaren zestig en zeventig verdween dat adagium. Joseph Beuys sloot zich in een New Yorkse galerie op met een coyote. Jannis Kounellis parkeerde twaalf dampende paarden in een Romeinse galerie. De kunstenaars Rosemarie Trockel en Carsten Höller lieten enkele varkens rondscharrelen in een hok, tijdens de Kasselse documenta in 1997.

Mens en dier stonden voor het eerst nader tot elkaar, keken elkaar recht in de ogen, zonder vergaande ingrepen. De kunstenaar toonde de natuur, zoals de natuur was, alleen op een andere plaats. Precies zoals in een dierentuin.

De ingrepen die wél werden getoond, waren tot voor tien jaar geleden voornamelijk beeldend. Thomas Grünfeld exposeerde in de jaren negentig assemblages van opgezette dieren: een konijn met duivenvleugels en Dracula-tanden, een egel met een eekhoornkop. Merlijn Bolink lepelde een appel uit om de schil te vullen met de inhoud van een sinaasappel. Collagewerk dat is te vergelijken met de gemanipuleerde foto's van Inez van Lamsweerde: afbeeldingen van baby's met een grijns van een volwassene en modellen zonder schaamstreek.

Maar zelfs díe ingrepen zijn kinderspel in vergelijking met wat zich nu afspeelt. De natuur wordt zelf onder handen genomen. Met alle morele bezwaren die je daartegen kunt maken. Dat de Française Orlan haar gezicht plastisch heeft laten bijwerken, is tot daar aan toe: het is haar eigen vlees waarin het mes wordt gezet. Bovendien laat zich ze zich daarbij leiden door de grote voorbeelden van het ideale gezicht uit de kunstgeschiedenis, zoals de Mona Lisa van Da Vinci en de Venus van Botticelli.

Van een andere orde is de bio-kunst waarbij aan levende dieren wordt gesleuteld, omwille van het artistieke onderzoek.

Wouter de Nooy, docent aan de faculteit der Historische en Kunstwetenschappen van de Rotterdamse Erasmus Universiteit, betoogde in het onlangs verschenen boek Kunst in crisis dat de tijd dat kunstenaars enkel en alleen objecten (schilderijen, beeldhouwwerken) maakten voorbij is. Kunstenaars zijn, op grond van hun projectkunst, tegenwoordig veel meer onderzoekers. Net als veel kunstcentra zichzelf tegenwoordig betitelen als onderzoeksinstituten.

Volgens De Nooy verschilt de kunst daardoor nog maar weinig, of niets, van de wetenschap. Beide disciplines leggen de nadruk op samenwerking, uitwisseling, discussie en onderwijs. Hoewel de wetenschap, geeft De Nooy toe, meer continuïteit heeft in haar onderzoeksontwikkeling en openhartiger is in de bekendmaking van haar resultaten.

Of de kunst door die ontwikkeling zich in een crisis bevindt, valt te betwijfelen. De kunstenaar als onderzoeker dateert al vanaf de tijd dat Cézanne rond 1900 twintig jaar de tijd nam om zijn geliefde berg (de Mont Saint-Victoire bij Aix-en-Provence) na te schilderen. Een poging die, volgens de schilder zelf, nooit tot een bevredigend resultaat heeft geleid.

Feit is dat de werkwijze van Cézanne binnen de kunst het nodige heeft veranderd: in plaats van zich te richten op een geslaagd eindproduct (zoals dat vroeger het geval was), veranderde de kunst in het opzetten van langdurige projecten. Het beeldend onderzoek zelf werd kunst. En dat is de afgelopen honderd jaar nauwelijks veranderd. Kunstenaars zien hun werk als een continue stroom van experimenten.

Wat wél nieuw is: dat door het sóórt onderzoek (klonen, fokken, manipuleren) van de laatste tien jaar deze kunstexperimenten plots midden in het maatschappelijke debat staan. Meer dan ooit.

Protesten - ook ethische - zijn er tegen de kunst altijd geweest. Zeker vanaf het moment dat kunstenaars voor zichzelf een grote mate van autonomie zagen weggelegd. Hun financiële onafhankelijkheid van opdrachtgevers maakte het mogelijk een kritische houding aan te nemen. Denk aan het (halfnaakte) groepsportret Le déjeuner sur l'herbe van Manet, dat de hypocriete burgermoraal van de negentiende eeuw aan de kaak stelde. Of de controversiële schilderijen van de futuristen met hun voorkeur voor fascistische toekomstvisioenen.

Meer recentelijk haalde de Amerikaan Chris Ofili het nieuws met zijn schilderij van een donkere madonna - The Holy Virgin Mary -, beplakt met blote vrouwenbillen en gepresenteerd op gedroogde olifantendrollen. Marcus Harvey's portret van een kindermoordenares Myra Hindley, geschilderd met de afdrukken van kleurige kinderhandjes, werd in Londen beschadigd.

Hoe omstreden dat ook was, op een of andere manier werd het gebillijkt. De kunstwereld kon zich beroepen op haar status aparte. Kunstenaars waren nu eenmaal vreemd en eigenzinnig. Ze hadden hun eigen terrein. En van daaruit leverden ze commentaar op wat er in de wereld gebeurde, met avant-gardistische beelden, waarin iets vooruitstrevends en prikkelends zat. Kunstwerken die niet direct te begrijpen waren, maar op ter termijn wel werden geaccepteerd. Ook omdat de kunst het vermogen bezit om een nieuwe standaard te zetten. De kunst was door haar 'ontdekkingen' in staat de moraal, de smaak, het beeld van de wereld (mede) te veranderen.

De opvatting van de kunstwereld als een afgesloten domein was daarvoor een sine qua non, een voorwaarde vooraf, zonder welke de kunst geen bestaansrecht had. De kunstenaar speelde een rol als relatieve buitenstaander, die vanuit een schuttersputje de maatschappij bestookte met eigenzinnige, becommentariërende beel-den.

Dat is steeds minder het geval. De kunst beweegt zich de laatste tijd daadwerkelijk op terreinen die historisch gezien buiten haar artistieke kaders vallen: politiek, openbare ruimte, economie, ecologie. Kunstenaars trekken tegenwoordig als welzijnswerkers de wijken in, onderhandelen met politici en ambtenaren over maatschappelijk verantwoorde 'ingrepen' in het stadsgezicht, en bediscussiëren de multiculturele vooroordelen.

'Creating new life' is de kern van het kunstenaarschap. Binnen de kunst is dat altijd in metaforische zin gebeurd: met beelden en middelen die tot het domein van de kunst behoorden. Nu die 'creatie van nieuw leven' niet langer metaforisch, maar letterlijk wordt opgevat, is de positie van de kunstenaar drastisch veranderd. En daarmee de status van de kunst. Net als de discussie die erover is losgebarsten.

En daarmee is deze kunst in een precaire situatie terechtgekomen. Niet zozeer omdat hun werk ethisch onverantwoord zou zijn (wat misschien zo is, maar niet erger dan wat er in de wetenschap gebeurt), maar omdat ze zich nergens op kunnen beroepen.

Het biotechnologische onderzoek staat al lange tijd ter discussie. Stier Herman, schaap Dolly - ze hebben een storm van verontwaardiging en afkeuring teweeggebracht, inclusief alle horrorscenario's over een fascistoïde toekomst met hoogblonde, blauwogige kinderen. Het verweer van de meeste wetenschappers was altijd nog dat hun onderzoeken een mate van maatschappelijk belang hadden: de ontdekking van een nieuw eiwit, het vinden van nieuwe gewassen, bestrijding van ziekten.

Hoewel ontdekt in afgesloten laboratoria kwam het vroeg of laat terecht in de openbare wereld, waar het op zijn nuttigheid werd onderzocht en beoordeeld. En daarmee belandde het in een brede maatschappelijke discussie, waarin voor- en nadelen, middelen en doel tegen elkaar werden afgezet.

En precies dat is in de kunst niet van toepassing. Door het eenvoudige feit dat de kunst wel de (spaarzame) middelen heeft, maar niet een doel. Afgezet tegen de wetenschap is de positie van de biokunst vrij precair: zij bezit die mate van nuttigheid en maatschappelijke toepasbaarheid niet.

Projecten en tentoonstellingen met aanstekelijke titels als The Eighth Day, Genesis, Paradise Now of The Origin of Life suggereren utopische vergezichten, waarin de kunstenaar zich de rol van God heeft toegemeten. Maar wat het oogmerk is van al die creatieve ambitie, daarover laten de kunstenaars zich weinig uit.

Het argument dat hun werk zou moeten leiden tot een grotere (en kritische) bewustwording van wat er in de wetenschap gebeurt, lijkt wat overtrokken. Het grote publiek, dat tv kijkt en kranten leest, weet allang wat er op het gebied van manipulaties en klonen gebeurt.

Biotechnologische kunst is tot nu toe niet meer dan Spielerei. Tweederangs werk dat bovendien wordt gekenmerkt door een grote mate van opportunisme: de kloon- en foktechnieken zijn reeds bekend. In alles wat er tot nu toe in de kunst op het gebied van genetische manipulatie is gemaakt, loopt de kunst hopeloos achter bij wat er in de biotechnologie al jaren bekend is. Wat ook niet anders kan: de wetenschap beschikt over meer geld, beter geoutilleerde laboratoria en meer gespecialiseerde mankracht. Aan de ontwikkeling van die technieken heeft de kunst geen enkele bijdrage geleverd.

Als het klopt wat Wouter de Nooy beweert - dat kunstenaars in onderzoekers zijn veranderd - dan zijn het, als het om dit soort kunst gaat, sléchte onderzoekers. Of luie onderzoekers. Ze zeilen mee op de verworvenheden van anderen en beroepen zich, als de grond te heet wordt onder hun voeten, schouderophalend op hun status van autonome kunstenaars. Een predikaat dat ze niet meer hebben - en paradoxaal niet meer wíllen hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden