De academie en de commercie

You love him or you hate him. Janwillem Schrofer, alias Mr. Rijksakademie. 25 Jaar runde hij de academie in de voormalige cavaleriekazerne aan de Sarphatistraat in Amsterdam alsof het zijn privébezit was....

Voor de een was hij de vleesgeworden behartiger van verschillende nieuwe generaties kunstenaars. Schrofer zette zich voor meer dan 300 procent voor hen in, en wilde daarbij zijn instituut in de vaart der volkeren laten opstomen. Hij haalde de in zichzelf gekeerde academiewereld in Nederland uit de sfeer van romantisch zolderkamertjesidealisme, en lanceerde het model van een academie als het epicentrum van internationale contacten.

Voor de ander was hij de uitgekookte en slimme manipulator. Schrofer werd verweten liever met ervaren kunstenaars en vooral niet met studenten te werken, omdat dat zijn academie meer prestige gaf. Op het instituut van Schrofer viel niets artistieks te leren. Het was eerder een toegangspoort voor de internationale kunsthandel.

Als een geboren netwerker, want van origine organisatiesocioloog en bedrijfskundige, zou hij van de Rijksakademie een commercieel bedrijf hebben gemaakt, een alles beslissende factor voor een geslaagde carrièreontwikkeling van zijn kunstenaars. (Zo zag hij het zelf trouwens ook. Kanttekeningen daarbij beschouwde hij als een persoonlijke aanval, waarop hij als door een horzel gestoken kon reageren.)

Hoe begrijpelijk die kritiek – veelal vanuit het academiewereldje – ook was, het rook ook naar jaloezie. Want succes had hij wel. De Open Dagen, ieder jaar in november, zijn uitgegroeid tot een gebeurtenis van betekenis, voor nieuwsgierigen, scouts, galeriehouders en museumdirecteuren.

De wijze waarop Schrofer het bedrijfsleven bij zijn instituut betrok, is een beproefde methode gebleken om de deplorabele overheidsgelden aan te vullen met privékapitaal. En Schrofers toekomstige project om werk van oud-deelnemers via Sotheby’s (en later op internet) te veilen, om het materiaalbudget van de academie aan te vullen, zal met argusogen worden gevolgd.

Te zeggen dat het academielandschap door Schrofer eigenhandig is veranderd is wellicht te veel van het goede. Hij personifieerde wel de ontwikkelingen die het kunstonderwijs de afgelopen 25 jaar heeft ondergaan. Met zijn niet aflatende nadruk op het kunstenaarschap als een mondiaal beroep, met het professionalisme van een ondernemer. Met zijn omvorming van een traditionele academie tot een geoliede pr-machine, waarin artistieke scholing nog maar een bescheiden rol speelt.

Daar kun je behoorlijk bezwaar tegen aantekenen. Maar het ergste is dat het recept van de Rijksakademie door andere academies klakkeloos wordt overgenomen. Andere academies die geen ‘werkplaats’ zijn, zoals de Rijksakademie, De Ateliers en de Jan van Eyck Academie. Reguliere academies zogezegd, die nog gewoon studenten en docenten hebben, en wel degelijk kunstonderwijs geven waarin de artistieke ontwikkeling centraal moet staan. Maar die door het succes van Schrofer in de verleiding komen zijn model over te nemen. Dat zou catastrofaal zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden