De absurde controle van de Stasi

Niets was de geheime politie van de DDR te dol om de burgers in de gaten te houden. Per dag opende de Stasi 60 duizend pakjes en 90 duizend brieven....

Daar staat hij, de brievenopenstoommachine. Honderd brieven per uur kon de Stasi ermee open krijgen. Ze werden op de twee v-vormige gleuven van de Heißdampfanlage gelegd, de stoom kwam van onderen. Het is een monument voor de Duitse grondigheid en de absurde controle waaraan de DDR zijn burgers onderwierp.

Ernaast staat de brievensluitmachine; het werk werd consequent ter hand genomen. Oost-Duitsers kregen hun brieven vaak alsnog en mochten niets merken van de controle. Tussendoor zaten de Auswerter van de Oost-Duitse geheime dienst Stasi de hele dag onbenulligheden en liefdesdrama's van wildvreemde mensen te lezen, achthonderd brieven per dag.

Ze speurden zorgvuldig naar tekenen van politieke ontrouw of erger, spionage voor het imperialisme, bijvoorbeeld een boodschap in onzichtbare inkt. Daarnaast maakte de Stasi soms van de gelegenheid gebruik om de stemming onder de bevolking te peilen door na het lezen positief of negatief te turven.

Dat open- en dichtmaken was nog een hele klus, vooral als plakband was gebruikt. Om foto's niet te beschadigen was er ook een Kaltdampfanlage. Op een afbeelding staat een vrouw met DDR-kapsel de weer gesloten enveloppen te strijken, gewoon met een strijkbout.

Het gepriegel van de Stasi is tot 1 september te zien op een tentoonstelling in Berlijns statige post- en communicatiemuseum. Ein offenes Geheimnis, hierna op bezoek in Frankfurt, Hamburg en Leipzig, doet uit de doeken hoe grondig de DDR de post en het telefoonverkeer van zijn zeventien miljoen burgers controleerde. In de grondwet stond dat het post- en telefoongeheim onaantastbaar was. Belangrijker was het adagium van Stasi-chef Mielke: 'We moeten als ministerie voor Staatsveiligheid van alles op de hoogte zijn.'

Daar had zijn dienst heel wat moeite voor over. Neem alleen al de 25 miljoen pakjes die per jaar uit West-Duitsland naar de DDR werden gestuurd, met koffie, panty's, spijkerbroeken en andere westerse begeerlijkheden. Het legendarische Westpaket was verplicht voorzien van het opschrift Geschenksendung, keine Handelsware. De pakjes droegen zoveel bij aan de economie dat de planners erop rekenden bij hun ramingen. Toen er in 1977 te weinig deviezen waren om koffie op de wereldmarkt in te kopen, hief de DDR alle beperkingen op koffie in de pakketten op. Een marktonderzoeksbureau hield in het geheim bij wat het meest werd gestuurd.

Dat kon, want de pakjes moesten open als er bij de röntgencontrole iets opvallends te zien was. Douanebeambten knoopten de touwtjes los (knippen mocht niet) en controleerden of de inhoud voldeed aan de voorschriften. In beslag genomen werden boeken die op de verboden lijst stonden, maar ook kalenders waarop 17 juni als feestdag was aangegeven, want daarmee herdacht West-Duitsland de neergeslagen arbeidersopstand in Oost-Berlijn in 1953. Van plastic tassen met westerse reclameopschriften sneden de douaniers de hengsels door.

En dan waren er Stasi-medewerkers die een douane-overjas aantrokken. In bevel no.5 van 1970 had de Stasi geconcludeerd dat de douane in zijn eentje niet in staat was de Feindtätigkeit in het grensoverschrijdende pakketverkeer te herkennen. Stasi-mannen selecteerden verdachte pakjes om te onderzoeken in hun conspiratieve vertrekken, met codenamen als Anton, op de stations van Oost-Berlijn.

Soms werd alleen een gat geboord en met een soort endo scoop in het pakje gekeken, om de ontvanger niet argwanend te maken. De Stasi zocht naar zendertjes en andere spionnenbenodigdheden, naar boeken en kranten, maar ook naar wandelroutes en diploma's, omdat dat op een vluchtpoging kon duiden.

De controle was grondig: tubes tandpasta werden leeggestreken op een schone plank, de pasta onderzocht op fremdkörper en daarna teruggestopt. Welke geheime dienst ter wereld kreeg zelfs tandpasta terug in de tube? Het snuffelen in de pakjes leverde heel wat op. Steeds weer probeerden West-Duitsers hun familie of vrienden te laten delen in de koopkracht van de D-Mark en verstopten de bankbiljetten in een pak koffie. In de schatkist van de DDR vloeide alleen tussen 1984 en 1989 32 miljoen mark.

In de tentoonstellingscatalogus beschrijft de Oost-Duitse schrijfster Annett Gröschner de rituele opening van het Westpaket door haar moeder. 'Die geur, die voor mij het Westen was, bestond in werkelijkheid helemaal niet, alleen in Westpakketten en Inter shops' (valutawinkels met westerse waren).

In West-Duitsland werd het sturen van pakketten door de overheid en lobby-organisaties gestimuleerd om de her enigingsgedachte levend te houden. Een bezoeker van de tentoonstelling vertelt op luide toon aan zijn vrienden hoe zijn moeder twintig jaar lang kerstpakketten naar een adres in Oost-Duitsland stuurde. Na de hereniging bleek de Stasi de pakjes te hebben ingepikt. 'Dat was zo'n klap voor haar. Ze dacht arme mensen te hebben geholpen. Maar het was daar één grote zelfbedieningswinkel', roept de man.

Het beeld van stelende Stasi's en douaniers was wijdverbreid. Maar was het ook waar? Dat de Stasi zijn medewerkers verplichtte altijd met zijn tweeën in de ruimte te zijn duidt erop dat de verleiding in elk geval bestond. Een medewerker van de posterijen beschrijft in de catalogus hoe collega's speciale belangstelling toonden voor de inzet bij de afdeling pornografische geschriften, waar het streng verboden was in de tijdschriften te bladeren. Maar Stasi-onderzoekers gaan ervan uit dat de buit meestal keurig naar de staat ging. Zo gebruikte de geheime dienst de in beslag genomen Westerse cassettebandjes voor de opname van afgeluisterde gesprekken.

Telefoons werden massaal afgeluisterd, als het moest ook die van de Stasi-medewerkers zelf. In de jaren tachtig waren alleen al in Oost-Berlijn 25 geheime afluisterstudio's met opnameapparatuur. Ook zonder de klikken en het zwakke volume op de lijn wisten DDR-burgers dat het onverstandig was gevoelige zaken door de telefoon te bespreken.

Dissident Stephan Krawczyck vroeg zijn gesprekspartner eens de hoorn naast de telefoon te leggen en zei vervolgens: 'Stasi, we zijn nu onder ons, luister goed, het beste is om dit achteraf nog eens door te lezen, je bent tenslotte niet bepaald de snuggerste.'

In medisch-psychische rapporten waarschuwde de Stasi dat de afluisteraars soms last kregen van een 'verandering in hun waardensysteem' door het 'directe contact met vijandelijke standpunten' en 'scènes uit het intieme leven'. De remedie: 'politiek-ideologische opvoedarbeid' en het 'overbrengen van een duidelijk vijandbeeld'.

Vanuit het huidige perspectief is het onvoorstelbaar hoeveel werk en tijd de DDR stak in de controle van zijn burgers. Alle brieven moesten eerst worden gecontroleerd op opvallende uiterlijke kenmerken om de open te stomen exemplaren eruit te pikken. Post voor mensen die door de Stasi in de gaten werden gehouden - en dat waren er heel wat - moest sowieso worden achtergehouden voor onderzoek.

Stasi-afdeling M opende in het hele land per dag 60 duizend pakjes en 90 duizend brieven, schrijven de makers van de tentoonstelling. Alles werd op microfilm vastgelegd. Post voor de westerse radiozenders en kaarten waarop gevluchte DDR-burgers schreven hoe goed het in het Westen was werden niet verder gestuurd. Maar eerst moest de postzegel worden afgeweekt om geld voor de DDR te verdienen.

Soms verkleedden Stasi-medewerkers zich als postbode en haalden brieven van verdachte personen meteen na het posten uit de brievenbus. Ze hadden een speciale Einsatzkoffer bij zich met een reis-openstoomset.

DDR-burgers leerden een brief te schrijven die zonder gevaar kon worden meegelezen door vreemde ogen. 'Natuurlijk merkte je dat je werd gecontroleerd. De post was losgeweekt en weer dichtgeplakt', zei de destijds dissidente mail artist Joachim Stange bij de opening van de tentoonstelling. 'Je stuurde jezelf ook weleens post van andere adressen en onder andere namen om te zien of ze aankwam. Veel verdween.'

In het controlesysteem hebben tienduizenden mensen gewerkt. Maar in het herenigde Duitsland is het moeilijk iemand te vinden die daarover wil spreken. De samenstellers van de tentoonstelling slaagden er in elk geval niet in en baseerden zich vooral op het rijke Stasi-archief. De eerste dagen van de tentoonstelling kwamen grijze heren in het museum. Hun kundige commentaar verried volgens de samenstellers dat ze voormalige Stasi-medewerkers waren.

Het zou ze moeilijk vallen aan de jonge generaties uit te leggen waarom zo'n intensieve controle nodig was. Twintig hoge Stasi-leiders doen een poging in een nieuw boek, Die Sicherheit. Ze schrijven dat de DDR op de 'hoofdconfrontatielijn tussen de twee sterkste militaire bondgenootschappen in de geschiedenis' lag. West-Duitsland en zijn bondgenoten waren er vanaf dag 1 op uit het land weg te krijgen met subversie en sabotage. 'In geen ander land was de veiligheid van de staat zo rechtstreeks verbonden met het voortbestaan als in de DDR.'

Gerechtvaardigd of niet, voor DDR-leiders was staatsveiligheid een obsessie. De legitimiteit van het regime was nooit door vrije verkiezingen bevestigd en werd ondergraven door het onvermijdelijke contact van burgers met het rijkere volksdeel in West-Duitsland. Om de zuigende kracht van dit alternatief te bestrijden, grepen de heersers naar de absurdste middelen, zoals een muur door de hoofdstad en briefopenstoommachines.

Een Oost-Duitse vrouw loopt door de tentoonstelling. 'Vreselijk', zegt ze. Ze herinnert zich het geld dat ze naar familie stuurde en dat nooit aankwam. Op de stoep van het museum zijn zij en haar vriendinnen terughoudend in hun oordeel.

'Als je je koest hield, had je nergens last van', zegt de een. 'Er waren nadelen en voordelen aan al die controle', zegt een ander. 'Criminaliteit bestond bij ons in het dorp niet. Dat is nu wel anders.'