De 100 beste grappen van Nederland: 82 tot 64

Comedycanon

Waarom is er nog geen canon van de Nederlandse humor? V Zomer Magazine stelt in zes afleveringen een eigen lijst samen van met recht lachwekkende comedyfragmenten. Deel 2, met als toegift: in de literatuur kunnen ze er ook wat van. Bekijk alle honderd grappen op vk.nl/humor.

Toon Hermans (l) en Paul van Vliet (r) in 1971. Foto anp

82. Olifant (Commercial Rolo 1995)

Grand Prix in Cannes 1996, Beste Nederlandse Commercial Aller Tijden volgens Loekie in 2016, en wereldwijd een van de elegant-geestigste televisiereclames ooit. IJzersterk gecast ook: dat gezette pestjochie dat een schattig babyolifantje zijn Rolo onthoudt, en de goedgelijkende burgersukkel als hij volwassene is. Schitterend scriptje van Marcel Frensch, Diederick Koopal en JP Nieuwerkerk ; goed getimed door regisseur (en oprichter van productiebureau Czar) Rogier van der Ploeg krijgt de sukkel een lel met de slurf van de volwassen olifant. Volgens de gouden wetten van de humor echt zo'n verrassing waar je naar uitkijkt.

81. Geert Wilders in de snackbar (Ronald Goedemondt 2011)

Het accent is geen probleem. Geert Wilders komt uit Venlo, Ronald Goedemondt uit het nabijgelegen Tegelen. Ook het jargon van de politicus maakt de cabaretier zich moeiteloos eigen. In dit fragment uit de show Binnen de lijntjes voert hij Wilders op die in een snackbar tekeer gaat tegen iemand die na gedane arbeid ('een hele dag zitten kliklaminaten') naar eerlijk zweet ruikt. Je hoort dat Goedemondt de woorden lekker in de mond voelt liggen. 'Zeg meneertje Koekepeertje!' Die krijgt de opdracht iets te doen aan 'deze smeerpijperij, deze aromatische janboel'. 'U moet wel echt knettergek zijn om te denken dat deze muffe middeleeuwse kelderlucht onopgemerkt zou blijven. Doe eens even normaal, man!' Horen we de waarschuwing ook?

80. Met de Ajax-bus naar PSV (Freek de Jonge 1987)

Een hilarische beschrijving in zijn show De Pretentie van de busreis die De Jonge maakt met Ajaxsupporters van Amsterdam naar Eindhoven. De Jonge heeft totaal geen vat op de supporters die er vooral op uit zijn de boel te slopen. Zij hebben op elke vermaning een antwoord: 'Dát zullen we nog wel eens zien!' Onderweg raken ze wel wat supporters kwijt die op de bus zijn geklommen en de hoogte van een viaduct verkeerd hebben ingeschat.

79. Het Goedste Nederlands (Draadstaal 2007)

Met Draadstaal maakten Jeroen van Koningsbrugge en Dennis van de Ven jarenlang een bij vlagen weergaloos sketchprogramma. Waarschijnlijk hun meest geslaagde typetjes waren Fred en Ria Onderbuik, een volks koppel dat wekelijks rokend en vloekend zijn maatschappijkritische geluid ventileerde vanaf een kunstlederen bankstel. De gebrekkige kennis van Freds Nederlands en de versprekingen die daaruit voortvloeiden, maakten van de zoveelste platvloerse typetjes, Fred & Ria, een sketch om nooit meer te vergeten. Uit 'Het Goedste Nederlands', waarin Fred tiert over zijn zoon Rocky die voor de tweede keer 'is moeten gaan blijven zitten in de brugklas': 'Nou lijkt het alsof hij dus een Nederlander is die hier dus geboren en gewogen nota beide benen, snap je, dat die hier vandaan komt. Dat die nog slechter Nederlands ken spreken als de gemiddelde allochtoon hier.'

78. Lenen, lenen, betalen, betalen (Youp van 't Hek 1982)

Een zeer grappige, wrange en ritmisch geweldige (Van 't Hek geeft met zijn tikkende voet onophoudelijk de cadans aan) conference uit de show Man vermist, over het banksysteem dat de gewone man in de wurggreep houdt. Dit is van ver voor de financiële crisis en bijna dertig jaar voordat scherpe films zoals Margin Call en The Big Short met dezelfde aanklacht kwamen. Nadat deze scène (in 1984) was uitgezonden in de Alles is anders show van Aad van den Heuvel, waren de kaarten voor de show Youp van 't Hek niet meer aan te slepen.

77. Partnerruil (Paul van Vliet 1971)

Een man loopt helemaal leeg tegen de barkeeper over een avondje partnerruil, waarin hij heeft toegestemd op aandringen van zijn vrouw. Het wordt de treurigste avond van zijn leven, als hij wordt opgescheept met een onaantrekkelijke vrouw en hij zijn vrouw de slaapkamer in ziet verdwijnen met 'die snor'. Tragisch en oergeestig, uit de show Noord West.

76. Mat Herben krijgt Pim Fortuyn door (Kopspijkers 2002)

Het cabaret uit het tv-programma Kopspijkers behandelde telkens de actualiteit van de voorgaande week met prominenten, gespeeld door komieken. In deze aflevering zijn de protagonisten LPF-Kamerlid Mat Herben (Paul Groot), Theo van Gogh (Mike Boddé) en Volkert van der G. (vertolkt door Owen Schumacher, die alvast met een balkje voor zijn ogen op komt lopen). Mat Herben heeft puddingbroodjes meegenomen, maar hij vreest dat het niet gezellig gaat worden. Gelukkig heeft hij nog steeds 'een lijntje met Pim' omdat hij 'mediamiek begaafd is'. De geest van Pim openbaart zich via Herben, via Groot: 'Het is toch een bloody shame!'

75. Tennisracket halen (Toon Hermans 1980)

Overtuigender bewijs van less is more op de planken bestaat niet. Toon Hermans vraagt zijn assistent Johnny of hij een tennisbal en een tennisracket uit de kofferbak van zijn auto wil halen. Dan kan hij er een verhaaltje over vertellen. Johnny verdwijnt tussen de coulissen. Vervolgens gebeurt er minutenlang verbijsterend weinig. Hermans drentelt over het podium met de handen in de zakken. Hij blaast even zijn wangen op. Er klinken gierende lachsalvo's uit de zaal. Om niks. Dan gooit de grootmeester er een schepje bovenop. 'Johnny komt zo'. De zaal bezwijkt.

74. Pits (Commercial Centraal Beheer 1987)

Ze werden later steeds gecompliceerder en daarmee ook minder leuk, de spots met de eeuwige slotzin 'Even Apeldoorn bellen'. Maar in deze commercial kan iedereen zich wel verplaatsen: in de hectiek van een bandenwissel in het circus van de Formule 1 gaat iets gruwelijk mis. Een jonge monteur geeft met zijn collega's het sein voor vertrek na een pitstop. De motor gilt, de auto trekt op en dan tekent ontzetting het gezicht van de sleutelaar. Hij kijkt naar beneden en ziet dat één band is achtergebleven op het asfalt. Sterk is dat de manke auto zelf buiten beeld blijft. Let nog vooral op het schuldbewuste lachje op het eind. Hier is een carrière in de racerij in de knop gebroken.

73. De spastische psychiater (Alex Klaasen en Martine Sandifort 2002)

Wie helpt nu eigenlijk wie? Dat is de grote vraag in deze schuddebuiksketch uit het eerste en helaas enige theaterprogramma dat Alex Klaasen en Martine Sandifort samen maakten, Volgend jaar lach je d'r om. Klaasen speelt een bedeesde Tukker die in therapie gaat omdat hij bang is voor 'grote jongens die eieren in zijn nek gooien'. Maar zijn therapeut blijkt hevig spastisch, waardoor de problemen van Klaasen in het niet vallen bij de moeite die zijn therapeut ondervindt om op een kruk te gaan zitten en om 'Petje af!' te zeggen. Sandifort speelt de therapeut magistraal, met precies de juiste verhouding tussen humor en tragiek.

72. In Almelo (Herman Finkers 1985)

Heerlijke zelfspot van de Twentse droogkomiek in zijn show EHBO is mijn lust en mijn leven. Dit ging over het uitgaansleven in zijn geboorteplaats. 'Een stoplicht springt op rood, een ander weer op groen, in Almelo is altijd wat te doen.' Duidelijker kon het leven in de provincie niet worden beschreven. In de voorstelling schalde nog even het koper uit New York, New York van Frank Sinatra. Finkers verontschuldigde zich voor de geluidsman. 'Erik komt uit Glanerbrug en dan lijkt Almelo al heel wat.' De gemeente zou later een deel van de zin als wervende leus benutten. 'Altijd wat te doen.' Finkers maakte in 2015 nog een hele cd met liedjes over zijn stad: Koo wit de floo in Almelo.

71. De gulle lach (Wim Sonneveld 1971)

Sonneveld vertelt hoe hij op straat wordt aangesproken door een rasechte Amsterdammer die zich beklaagt over het gebrek aan humor. 'Ach meneer Sonneberg' begint de klaagzang, met tal van voorbeelden van mensen die er de lol niet van inzien. 'Daarom vraag ik u af, waar is de gulle lach op heden te Amsterdam gebleven?' Neem de man op de trap: 'Een geintje, meneer Sonneberg, een geintje! Ik had een paar borreltjes op, ik was goedgemutst. Maar dacht u dat-ie lachte ?' De tekst kwam van Carmiggelt, die een aantal van de bes-te conferences van Sonneveld leverde, gebaseerd op zijn Kronkels.

70. Straatinterviews (Freek de Jonge 2014)

In zijn recentste theatervoorstelling Als je me nu nog niet kent behandelde Freek de Jonge de ramp met de MH17 via een meesterlijke omweg: hij persifleerde het populaire journalistieke genre van het straatinterview en leverde zo subtiel commentaar op de wijze waarop de Nederlandse overheid met de rouw rond de vliegramp omsprong. Niet iedere geïnterviewde is even persoonlijk betrokken bij de ramp, zoals het echtpaar dat zegt: 'Ja, wij hebben het er ook erg moeilijk mee, want wij hebben laatst ook nog iemand naar Schiphol gebracht.'

69. Safari (Plien & Bianca 2001)

Een van de betere kostuumvondsten uit de cabaretgeschiedenis: Plien van Bennekom en Bianca Krijgsman spelen in hun programma Ngorongoro twee Gooise kakdames die op safari in Tanzania zijn. Niet lekker veilig in een jeep, maar zittend op de rug van twee kleine zwarte mannetjes, die de vrouwen over de savanne loodsen. In deze precaire opstelling waggelen Plien & Bianca over het podium, terwijl het publiek het uitschatert en de verwende krengen klagen over hun psychiaters thuis en het niveau van de Afrikaanse vakantie: 'Wilde dieren, kom eens tevoorschijn. Wat een kutsafari.'

68. Bijbelverhaal (Hans Teeuwen 1994)

Met de overenthousiaste, licht stotterende stem van een onzekere en onnozele Jordanees vertelt Hans Teeuwen in zijn show Hard en Zielig zijn versie van de Bijbel, een verhaspeld verhaal waarin hij tig sprookjes en parabels door elkaar haalt. Met inmiddels klassieke oneliners als 'Mensen hebben het wel altijd over de joden en zo, maar die Duitsers, dat waren ook geen lieverdjes, hoor', 'Dat is helemaal niet voor te lachen' en 'Toen ging Jezus, met zijn smerige poten, over dat water heen lopen!'.

67. Herfstsonate (Arjan Ederveen en Tosca Niterink 1993)

Herfstsonate was een van de beste filmpastisches van regisseur Pieter Kramer uit het tv-programma Kreatief met kurk. Herfstsonate (Hostsonaten) was een van de late Bergmans (1978) met Ingrid Bergman als een concertpianist die op bezoek gaat bij de dochter (Liv Ullmann) die ze al jaren niet heeft gezien. Veel somber gestaar naar buiten en Chopin op de soundtrack. De pastiche heeft de Bergman-stijl tot in de details goed en is geheel in het nep-Zweeds opgenomen, waarbij we alleen het telkens weer uitgesproken woord 'mama' herkennen. Bergman zou het niet beter doen.

66. Geen jager, geen neger (Herman Finkers 1992)

In het kader van de actie 'Racisme, voor je het weet ben je zelf aan de beurt' speelt Herman Finkers in zijn voorstelling Dat heeft zo'n jongen toch niet nodig het spel Geen Jager, Geen Neger. In deze parodie op het bekende radiotelefoonspelletje waarin je geen 'ja' of 'nee' mag zeggen, draait het om de verboden woorden 'jager' en 'neger'. Dat kan niet moeilijk zijn, zou je zeggen. 'Mevrouw, u woont in Almelo?' 'Dat klopt, ik woon in Almelo, naast een neger.' Ach wat zonde, en ze had zo geoefend.

65. Waarom ik voor de JSF ben (Tim Fransen 2013)

Tim Fransen legt uit waarom hij voor de Joint Strike Fighter is. Omdat hij het bijvoorbeeld 'een supertof vliegtuig' vindt, dat 'vet snel' kan. En met chronische zieken win je de oorlog ook niet, toch? En wat willen we eigenlijk, iemand in een rolstoel, of een supertof vliegtuig? Nou dan. En als we toch bezig zijn, kunnen we het dan niet meteen STF noemen? Super Tof Fliegtuig. Fout gespeld inderdaad, maar dat helpt om de vijand te ontregelen. En dan hangen we er een doek achter met de tekst 'mede mogelijk gemaakt door de chronisch zieken'.

De vorige aflevering van Comediecanon is met fragmenten hier te bekijken.

Hors concours - het geschreven woord

Misschien is dit genre nog wel het allermoeilijkst: alleen pen en papier om de schaterlach op te wekken. Vandaar een selectie hors concours: het geschreven woord.

1. De honderdjarige (Godfried Bomans, Kopstukken 1947)
Een journalist bezoekt een 100-jarige, toch al niet de spannendste klus in het verslaggeversbestaan. 'Is vader thuis?', vroeg ik aan het oude mannetje, dat open deed. Hij knikte, en liet mij in een kamertje waar een nóg ouder mannetje zat, dat al bijna dood was. Haastig rukte ik een spreekhoorn van den wand en schreeuwde in zijn oor: 'Wel gefeliciteerd!' 'U bent abuis', zei de oude man met doffe stem, 'vader is boven.' Ik vloog de trap op, want ik begreep, dat het nu een kwestie van seconden was. Daar hing de 100-jarige aan de touwen: hij was bezig een vogelnestje te maken.'

2. Uitstapjes voor smeerkezen (uit Gerrit Komrij, Dit Helse Moeras 1983)
Eikellust, Fluitpolder, Kezenhoek, Fockemastate, Galamadammen, Griethuizen, Sexbierum, Zestienroeden, Wippolder, Hardenbroek, Delhuijzen, Hobbelerheide, Achterambacht, Onderlangs, Tussenweg, Bruiningspolder, Kraantje Lek, Buiksloot, Vuilhuizen, Zaadwaard, Pikveld, Warmenhuizen, Juffersweert, Lieve-Vrouwen-Parochie, Vrijhoeve, Grijpskerk, Rucphen, Waspik, Nigtevecht, Ruigoord, Leerbroek, Kwakpolder, Loosduinen, Mijdrecht, Stavoren, Houthem, Cockdorp, Gulpen, Pijpersdijk, Slikkerveer, Krimpen aan de Lek.

3. Over de roman Willem Norél van C. Terburgh (1889) (uit Lodewijk van Deyssel, De Scheldkritieken 1979)
Zo venijnig kon Van Deyssel zijn. 'Wat is Willem Norél? Willem Norél is een vaal verhaaltje, niet lief en niet vies, niet rijk en niet arm, niet schoon en niet leelijk, maar vol zeurige keurigheid, nietige netheid, hopeloze ordentelijkheid, muffe bevalligheid, geringe flinkheid, bleeke zedelijkheid, lammenadige grappigheid, kinderachtige karaktervastheid, vol provincialig-ostentativen inborst-adel, aanmatigend onder zijn vlagje van fraaie-uitgave, bizondere spelling, kleinaardig-vrije opmerkingen over godsdienst-genootschappen en belachelijk hulpeloos-nieuwerwetsche-'natuurbeschrijvingen'-imitaties, de ouwerwetsche trekschuit van een droog, dor, sukkelig en lam realisme in den flauwen wind van een klein-zielig en krachteloos-koud bedachte 'intrige' door het bekrompen kanaal van een zwak en onbekwaam taaltje voerend.'

4. Een bedenkelijk huwelijk (uit Simon Carmiggelt, Poespas 1952)
'Ze zitten met d'r dertienen in het zaagsel en doen een beetje denken aan een tafereel uit een lekespel van vrijzinnig christelijke meisjesstudenten. Er zijn twee witte bij, die pretentieuze gezichtjes trekken van geroofde kasteelkinderen, met geborduurd ondergoed in een zigeunerkamp, want die andere vertonen de ongegeneerdheid van Mokumse beroepskampeerders en vegen de plukjes zaagsel niet eens meer uit de snorren.'

5. Mijn zwemmen (uit Kees van Kooten, Koot droomt zich af 1977)
'Maar helaas je krijgt kinderen en die zien dat andere pappa's wél kunnen kraulen. Dus tot voor kort deed ik met vakantie even snel de afstand tot een vast rotspunt X schatten, heel diep ademhalen, vierenhalve slag kraulen en tien minuten ruggelings drijven uitrusten, want het lijkt mij voor een kind vreselijk om op latere leeftijd een vader te hebben die alleen maar de schoolslag kan zwemmen, vooral als het kind een moeder heeft die wél de Kraul kan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.