De 100 beste grappen van Nederland: 100 tot 82

Toen begin dit jaar een lijst met de beste comedyfragmenten uit de Amerikaanse geschiedenis verscheen, voelde V Zomer Magazine een golf van nationalisme in zich opwellen: ook de Nederlandse humor verdient zo'n canon. Nu u er lekker veel vrije tijd voor heeft: dit zijn, in zes afleveringen, de 100 grappigste fragmenten van naoorlogs Nederland. Kijk de fragmenten op volkskrant.nl/humor.

De Jeugd van Tegenwoordig in 2005. Beeld Klaas Jan van der Weij

Begin dit jaar waagde het onvolprezen New York Magazine zich onder de vlag 'The 100 jokes that shaped modern comedy' zich aan een soort canon van de Amerikaanse humor, vervat in 100 comedyfragmenten. Een goudmijn aan grappen, goed voor uren plezier en adorerend gemijmer over de helden van het betere lachen - want van Buster Keaton tot Airplane! tot Amy Schumer: wat zit de Amerikaanse comedy toch vol met legendarische fragmenten. Je zou er jaloers van worden.

Of jaloers? De Moderne Nederlandse Comedy mag er natuurlijk ook wezen. Die verdient minstens zo'n ode als die New York Magazine op website Vulture samenstelde, dachten wij - met Koot en Bie als legendarische tijdgeestvangers, Toon Hermans als Hollandse Meester van de Timing, Brigitte Kaandorp als uitvindster van het Nieuwe Lullige, Hans Teeuwen als bruut-vernieuwende absurdist, Lucky TV als genadeloze geluidsmanipulator.

De V Zomer Magazine-comedyspecialisten zetten zich aan het graven, bekvechten en puntengeven om tot een top-100 te komen van de beste grappen die de Nederlandse comedy heeft opgeleverd. In volgorde van geweldigheid, inderdaad - in zes weken tellen we terug van 100 naar 1. De definitie van een 'grap' die we daarbij hanteerden: een geschreven, uitgevoerd stuk comedy. Dat kan een filmscène zijn, een sketch, een cabaretnummer, een stuk stand-up, een liedje, een scène uit een tv-programma. De criteria zijn een optelsom van wisselende elementen: vernieuwing, raffinement, kwaliteit van uitvoering, plaats binnen een oeuvre, plaats binnen de tijd en vooral: of we er ook nú nog om moeten lachen.

Als tijdperk kozen we 1945-nu. Het is nu eenmaal heel anders lachen om Spaanschen Brabander of zelfs Louis Davids' fraaie Naar de bollen uit 1933 (waarover in een latere aflevering meer) dan om comedy die je tot de moderne tijd mag rekenen. Omdat comedy nu eenmaal nooit écht tijdloos is.

Over de uitkomst mag zeker worden gecorrespondeerd - dat hebben wij zelf ook gedaan, nogal stevig.

Door Julien Althuisius, Chris Buur, Rob Gollin, Patrick van den Hanenberg, Joris Henquet, Martine de Jong, Haro Kraak en Mark Moorman

100. Watskeburt (De Jeugd van Tegenwoordig, 2005)

Aan het eind van hun nummer Datvindjeleukhe (2008) doet Vieze Fur een imitatie van een ouwe dronken corpsbal die irritant opdringerig vertelt hoe grappig hij De Jeugd vindt: 'Helemaal dóódgelachen heb ik me. Je bent maar een clown. Hè? Hé!' We hebben het vermoeden dat we ze geen plezier doen met een notering in deze lijst, maar soit, behalve dat het nog steeds steengoeie muziek is werkt Watskeburt!? óók als invloedrijke comedy, met het faux-Engelse accent, het rijmen van 'shizzle' op 'als ik bierflesjes inwissel' en het hoogtepunt: 'Twee gezichten één formule/ als Lauda en Niki'.

De andere afleveringen van de 100 beste grappen van Nederland leest u hier

99. Terugblik op WK '74 Studio Spaan 2002

Wie uit de voetbalwereld beheersten Erik van Muiswinkel en Diederik van Vleuten eigenlijk niet? Aan tafel bij het satirische tv-programma Studio Spaan verschenen onder anderen Ronald Koeman, Wim van Hanegem en, nauwelijks van echt te onderscheiden, PSV-voorzitter Harry van Raaij. In de special 'Het WK van '74' blikken Rinus Michels, Wim van Hanegem, Ruud Krol en de Van de Kerkhofjes terug op het zwembadincident. Er waren grote zorgen over middenvelder Willy en zijn broer, aanvaller René. Beiden konden niet zwemmen, althans niet lang genoeg drijven om het echt zwemmen te kunnen noemen. Van Hanegem zag de bui al hangen: 'Straks ligt die stofzuigert op de bodem.'

98, Stekkie van de fuchsia (Ja zuster, nee zuster, 1967)

Als dit een personenlijst was geweest, verdiende Annie M.G. Schmidt natuurlijk de gouden eeuwigheidsprijs binnen de Nederlandse humor. En als dit over literatuur was gegaan, had het gewemeld van de Annies. Maar afzonderlijke echte dijenkletsers binnen haar tv- en musical-oeuvre zijn lastiger te vinden. Dit liedje, dat volgens de mythologie (die de verloren gegane successerie Ja zuster, nee zuster tóch al zo omgeeft) bedoeld was om pesterig zo vaak mogelijk 'fuck' te kunnen zeggen ('Dan breng ik overal geluk/ Ik geef een stekkie van de fuch/ Ik geef een stekkie van de fuchsia/ Van de fuch, fuch, fuchsia'), blijft een parel van een parodie op dat mensen elkaar napratende kuddedieren zijn ('Het is een makkelijke plant/ hij eet als 't ware uit de hand').

97. Deutscher mit Pasen (Cursief, 1973)

Een Duitse toerist (Gregor Frenkel Frank) wordt in het KRO-radioprogramma Cursief door een Nederlandse journalist (Netty Rosenfeld, in struikelend Nederlands-Duits) geïnterviewd over de poging om met Pasen Zandvoort te bereiken. Door de enorme drukte is het Duitse gezin niet verder gekomen dan een buitenwijk van Zandvoort, en toen bleek dat er geen 'Zimmer mit Frühstuck' meer vrij was, hebben ze rechtsomkeert gemaakt. Na twee dagen filerijden bereiken ze Enschede, uitgesproken als Énsjede, waar een vriendelijke Nederlander het uitgeputte gezin een paar tulpenbollen aanreikt. Voor oma komt deze hulp echter te laat.

96. Datingscène Abel (Alex van Warmerdam, 1986)

Abel (de als filmregisseur en acteur debuterende Alex van Warmerdam) is 31 en het huis nog niet uit, tot ergernis van zijn vader (schitterend vormelijke Henri Garcin) en groot genoegen van zijn moeder (fantastisch plagerige Olga Zuiderhoek). Een film lang probeert vader zijn zoon het huis uit te krijgen, wat voor de grootste hoogspanning zorgt ooit gemeten in een Nederlandse komedie. Vroeg hoogtepunt: vader nodigt stijf meisje uit (Loes Luca: 'Ik mag ze niet eten. Tomaat is familie van de nachtschade') als potentiële geliefde voor Abel. Vader probeert de date te regisseren ('Als ik aan mijn haar zit, vertel jij het verhaal van die lama in de dierentuin'), maar de pijnlijke stiltes, doorbroken door smakgeluiden ('Ik mag geen haring. Haring is slecht voor je hart') tijdens het bezoekje worden tot ondraaglijke lengtes opgerekt. Als Abel het meisje na elf tergende minuten ten dans vraagt, sleurt hij haar wild de kamer door ('Zo kan ik niet dansen, hoor') tot zij huilend vertrekt - heel geestig, maar ook écht naar en zielig.

95. Buckler (Youp van 't Hek, 1989)

Hoe ver reikt de macht van de grappenmaker? 'Dat gereformeerde bier, dat kent u wel, hè. Buckler-drinkers, daar heb ik nou een hekel aan. Van die lullen van een jaar of 40 die naast je in het café staan met die autosleutels... Rot eens op jongen! Ik sta hier een beetje bezopen te worden. Ga weg gek, ga in de kerk zuipen, idioot.' Niet eens onweerstaanbaar grappig, maar met alleen deze woorden draaide Youp van 't Hek in zijn oudejaarsconference het alcoholarme biermerk van Heineken in Nederland de nek om. Weinigen durfden het daarna aan om een Bucklertje te bestellen. Of het einde alleen daardoor kwam, was overigens de vraag - het product was volgens kenners ook niet te zuipen.

94, Geld (Neerlands Hoop Express, 1974)

Het is niet alleen een steengoed nederrocknummer met keiharde activistische tekst ('de wereld is een etterbuil van rotzooi en geweld' en dat is de schuld van, jawel, 'het kapitaal en geld'). Maar Freek (verder op koebel) wisselt de indringende coupletten van Bram Vermeulen en het jengelende refrein 'Geeeeeeld!' af met een krankzinnig verhaal over opgroeien in de jaren vijftig met telkens terug-kerende absurdistische uitweidingen over de gebreide onderbroeken die hij vroeger moest dragen, waardoor zijn onderlichaam geen idee had waar zijn bovenlichaam mee bezig was. Neerlands Hoop op z'n best.

93. Stilstaan bij standbeeld (Jiskefet, 1992)

De wind speelt door de enorme bos haar van Oboema Sesetokoe, de witte bosneger uit Amsterdam-Oost. Het verkeer ruist op de achtergrond. Hij heet de kijker welkom. 'Hier zijn we weer bij: stilstaan bij een standbeeld.' Hij poseert naast Multatuli ('Multatuli!'), Simon Carmiggelt en Johnny Jordaan. Bij een andere grootheid vraagt hij om een bevestiging van de cameraman. 'Kan die?' Naast hem staat Mahatma Gandhi. Je zou verwachten dat hij het volgende beeld van John F. Kennedy 'Kén die' zou vragen. Dat gebeurt niet.

92. De Surinaamse trainer (Najib Amhali, 1999)

Najib Amhali brengt een ode aan zijn favoriete voetbaltrainer, Frank Rijkaard. Hij liep een krantenwijk om zich de Frank Rijkaard-onderbroek te kunnen permitteren: 34 gulden! Maar wellicht had Rijkaard ('beetje stijfjes') zich iets 'Surinaamser' kunnen opstellen. Volgt een volstrekt politiek incorrecte imitatie van de ideale Surinaamse bondscoach. Die het veld betreedt als de wedstrijd al een tijdje bezig is: 'Hé, Van der Sar, hoeveel staat het?' En vervolgens Boudewijn Zenden wisselt om Seedorf in te brengen. Kers op de taart: een broertjes De Boer-imitatie, na Cruijff de meest geïmiteerde voetballers in Nederland.

91. Kroketten (Wim Sonneveld, 1964)

Wim Sonneveld, met Toon Hermans en Wim Kan de grote drie uit het naoorlogse cabaret, speelt hier op tekst van Simon Carmiggelt de beheerder van een kantine in een buurthuis. In de pauze van de voorstellingen of lezingen serveert hij kroketten en andere snacks. Als er op het podium iets gegeten wordt, is zijn omzet steevast groot. Als er echter een medische lezing is met lichtbeelden ('Weer een zweer'), weet hij dat hij zijn kroketten die al in het frituurvet liggen ('Patte-de-pat') wel kan weggooien.

90. Nieuwe buren (Cabaret Lurelei, 1965)

Een schrijnende scène uit het theatercabaretprogramma Wie is bang voor Lurelei?, gespeeld door Eric Herfst en Jasperina de Jong, geschreven door Guus Vleugel. Mevrouw Spaargaren vindt het niet plezierig dat haar nieuwe buren Joden zijn. Zij komt met een lijst van antisemitische argumenten waarmee zij de gemeente-ambtenaar wil overhalen om de woning aan iemand anders toe te wijzen. 'Ze zijn nu eenmaal niet te vertrouwen.' Als de ambtenaar Cohen blijkt te heten, is zij opeens vol lof over Joden. 'Ze kunnen allemaal prachtig viool spelen.' Scherpe maatschappijkritiek in humor gedrenkt.

89. Berichten voor de vissers (Borát, 1984-1989)

Michiel Romeyn, Herman Koch, Rik Zaal en Marjan Luif legden met het radioprogramma Borát de kiem voor het latere tv-programma Jiskefet. 'Berichten voor de vissers' was een vast onderdeel van het programma. Absurdisme ten top. Na de schallende scheepshoorn kon zomaar het supersullige audioverslagje klinken over Herbert, 'een rode poon die vrij goed trompet speelt', terwijl zijn vriendin Loes lichtbeelden vertoonde. Na het muziekstukje: 'Dankjewel Herbert, dat was heel mooi. Voor de luisteraars kan ik zeggen dat de lichtbeelden van zijn vriendin Loes, ook een rode poon trouwens, dat waren een beetje vloeistofdia's. Niet zo heel interessant, maar ik vind dat trompetspelen hartstikke leuk. Da was het.'

88. Antwoordapparaten (Tim en Wart Kamps en Bor Rooyackers 2003)

Zapcabaret werd het genoemd, het genre waarmee de tweeling Tim en Wart Kamps en Bor Rooyackers op de planken stonden en in 1998 de Wim Sonneveldprijs wonnen - extreem hoog tempo werkt nou eenmaal grapverhogend. Echt heel ingenieus wordt het in deze sketch, waarin de jongens elkaar op telkens ingewikkelder manieren foppen met hun antwoordapparatentekst. 'Hé Tim, met Wart.' 'Hé Wart, alles goed?' 'Ik heb laatste die blauwe trui gekocht...' Antwoordapparaat: 'O ja, die blauwe trui, leuk man. Maar ik was er effe niet, dus spreek maar wat in na de piep.'

87. Imitatie Den Uyl (Wim Kan, 1976)

Politici keken altijd met gemengde gevoelens naar de oudejaarsconferences van Wim Kan. Ze wisten dat een aantal van hen over de knie zou gaan - druipend van de ironie: 'Weet je wie ook heel bekwaam is?' - maar niet genoemd worden was misschien nog wel pijnlijker. Kan liet bij gelegenheid zien dat hij ook prima imitaties van zijn doelwitten in huis had, en dat zonder snor of pruik. Joseph Luns en Dries van Agt stonden op het repertoire, maar zeker in die van Joop den Uyl in de oudejaarsconference van 1976 klopte alles. Wie in de maanden na deze uitzending een willekeurige vraag stelde, kon steevast op twee reacties rekenen. 'Ik ben bijzonder blij dat u deze vraagt stelt.' Of: 'Twee dingen goed begrijpen.'

86. Nobody fucks with Frank de Grave (Kopspijkers, 2001)

Klassiekertje uit het Kopspijkers-cabaret van Jack Spijkerman en consorten. Typetjes-tv après Koot en Bie die, dankzij voortschrijdende grime-technieken, school zou maken, van Koefnoen tot RTL's Ushi en de TV Kantine. Hele volksstammen bleven begin deze eeuw op zaterdagavond thuis voor de vertolkingen van Owen Schumacher als het kleine VVD-opdondertje Frank de Grave, die lurkend uit een rietje in een glas ranja reageerde op de actualiteit. Het imago van een minister van Defensie efficiënt kapot gebombardeerd - de kroon op satire.

85. Baas Bea (Buro Renkema, 2006)

Edo Schoonbeek, Arjen Lubach en Pieter Jouke vormden na hun vertrek als schrijvers voor De Wereld Draait Door in 2005 het comedycollectief Buro Renkema, dat zich vooral op internet manifesteerde. Deze reportage over Prinsjesdag 2006 combineert vroege Lucky TV-achtige elementen met een voorloper van de Rapservice zoals Buro Renkema die later voor Koefnoen zou maken, en onthult zaken die de publieke omroep heeft gemist. Zo zat er een knikker verstopt in de rand van de hoed van Beatrix die een belletje doet afgaan ('10 punten!') en ontstond er tijdens de troonrede een rap ('Leden van de Staten-Generaal, hoera! In de nieuw ingerichte Ridderzaal, hoera!').

84. Senseo (Toren C, 2010)

Margot Ros en Maike Meijer van het tv-sketchprogramma Toren C zijn misschien wel de kampioenen in (heel) ongemakkelijke grappen. Neem deze scène over een, eh, anaal onderzoek, dat onder de titel 'Schijt' op YouTube is te vinden. 'Er zit daar echt iets in de weg', zegt de patiënt, op handen en voeten op de onderzoekstafel. 'Is uw eetpatroon misschien veranderd?', wil de dokter weten terwijl ze onder luid gesteun op zoek gaat naar de bron van het ongemak. Wat blijkt en wie schetst onze verbazing? 'Het is een Senseo. Nieuw in de doos!' Conclusie: 'Zoiets heb ik in mijn praktijk nog nooit meegemaakt.'

83. Matthäus-Passion (Koot en Bie, 1981)

Uit het oeuvre van 'krities AVRO-lid' Cor van der Laak, en wel hierom. Cor werd in zijn hoogtijdagen - tussen 1978 en 1984 - gezien als een perfecte karikatuur van de burgerman, met zijn tirades tegen de verloedering van zijn buurt (de Bloemenbuurt) en de samenleving in het algemeen. Cock was de vrouw die we kennen uit zijn terzijde: 'Hou je erbuiten, Cock'. En dan hadden we zoon Ab: 'Heerlijke knul. Eet je de oren van het hoofd.' Het beschavingsoffensief van Cor van der Laak was gedoemd te mislukken en al helemaal in zijn familiecollege over de Matthäus-Passion van 'Meneer Bach'. Dat krijg je als de platen niet in de goede hoezen terugdoet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden