De 0,7-procentsnorm is achterhaald

Is de officiële norm voor ontwikkelingshulp ten einde? Het belang van overheidsteun neemt af terwijl de geldstromen vanuit het bedrijfsleven, filantropie en diaspora snel groeien. Door

China, ooit ontvanger van ontwikkelingsgeld, is nu de grootste buitenlandse investeerder in Afrika. Zes van de snelst groeiende economieën in de wereld bevinden zich in Afrika. Het continent ontving vorig jaar ruim 50 miljard aan donorgeld van de internationale gemeenschap, maar tenminste het dubbele aan directe bedrijfsinvesteringen, private sociale investeringen en steun uit de Afrikaanse diaspora.


De wereld, kortom, is ingrijpend veranderd sinds 1969 toen de officiële ontwikkelingshulp (ODA) door de rijke landen in het leven werd geroepen. Afgesproken werd dat landen 0,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp) zouden afdragen voor armoedebestrijding in ontwikkelingslanden. In praktijk kwam daar weinig van terecht. Slechts enkele landen, waaronder Nederland, hielden zich aan de afspraak, maar de gemiddelde bijdrage bleef steken op 0,3 procent.


Nu overheden zich door de economische crisis genoodzaakt zien te bezuinigen op ontwikkelingshulp dringt de vraag zich op of ODA zijn langste tijd niet heeft gehad. Een vraag die de debatorganisatie SID (Society for International Development) de afgelopen maanden in een serie lezingen probeerde te beantwoorden. De centrale stelling luidde: overheden kunnen wel een stapje terug doen nu er miljarden binnenstromen vanuit het bedrijfsleven en private investeerders.


Katalysator

Fokko Wientjes, directeur duurzame ontwikkeling bij chemieconcern DSM, is de eerste om deze stelling af te wijzen. 'De armoede en honger in de wereld is nog veel te groot. We hebben elkaar nodig om effect te sorteren; bedrijfsleven, ngo's én overheid. De miljarden aan donorgeld heb je nodig als katalysator. Zo kun je projecten opschalen en de cirkel van armoede doorbreken.'


Wientjes wijst op het World Food Programme (WFP) van de Verenigde Naties, waaraan ook zijn bedrijf bijdraagt met verrijkt voedsel. 'We hebben miljoenen mensen uit de armoedespiraal gehaald door de grootschaligheid van het programma. Een generatie kinderen groeit nu gezond genoeg op om naar school te gaan en later een inkomen te vergaren.' De zogeheten ability of learning and earning. De uitdaging, volgens Wientjes, is mensen uit armoede te halen door ze weerbaar te maken. 'Uiteindelijk moeten ze zelf als consument verstandige keuzes maken over voeding en gezondheid.'


De focus op weerbaarheid, ofwel duurzame economische en sociale ontwikkeling, is precies de reden waarom ODA is achterhaald, vindt Nanno Kleiterp, directeur van de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO. 'ODA heeft zijn diensten bewezen, maar de wereld is veranderd. Echte armoede vinden we niet langer alleen in de armste landen ter wereld, maar ook in middeninkomenlanden als China en India. Het gaat nu om andere zaken zoals eerlijker verdeling van welvaart, werkgelegenheid en duurzame ontwikkeling. De tijd van geven is voorbij, deze tijd vraagt om investeren.'


Het probleem van ODA is volgens Kleiterp dat de discussie wordt vernauwd tot de 0,7-procentnorm. 'We zijn vergeten waar het echt om gaat. Namelijk hoe we in 2050 met 9 miljard mensen op deze aarde kunnen leven. Het is in ieders belang te zorgen voor het klimaat, duurzame voedselproductie, armoedebestrijding en veiligheid. Vervolgens moet men kijken wat er voor nodig is om deze doelen te bereiken en daar de middelen voor beschikbaar stellen. Dan kun je een norm loslaten.'


Voor Ton Dietz, hoogleraar sociale geografie en directeur van het Afrika Studiecentrum in Leiden, staat vast dat ODA, zoals oorspronkelijk geformuleerd, zijn langste tijd heeft gehad. Donorgeld dat onder de ODA-norm wordt gegeven, moet aan strikte voorwaarden voldoen zoals de koppeling aan een overheid. Moderne vormen van ontwikkelingssamenwerking waarbij overheden bijvoorbeeld garant staan voor investeringen van de private sector (publiek-private-samenwerking) voldoen niet aan de criteria. 'Dit staat veel nieuwe initiatieven in de weg. Gelukkig maakt de internationale gemeenschap nu wel een draai met het recente voorstel voor een ontwikkelingsagenda na 2015.' (zie inzet).


Grootschalige publiek-privaat gefinancierde ontwikkelingshulp is bewezen succesvol, zegt ook Joe Cerrell, Europees directeur van de Bill & Melinda Gates Foundation. 'Het feit dat bedrijven en instellingen als de onze nu grootschalig investeren in arme landen ontslaat overheden niet van de verplichting bij te dragen.'


Cerell vervolgt: 'Neem het succes van het Global Fund (voor de bestrijding van aids, TB en malaria). Mede dankzij de Nederlandse bijdrage zijn 3 miljoen levens gered omdat antivirale middelen beschikbaar zijn gesteld. Deze projecten komen in gevaar als overheden de geldkraan dichtdraaien. En erger nog: als Nederland als gidsland zijn budget verlaagt, volgen ook andere landen.'


Na de Milleniumdoelen


Afgelopen juni verscheen een belangrijk discussiestuk over internationaal beleid voor armoedebestrijding ná 2015, het jaar dat de 8 Millenniumdoelen moeten zijn bereikt. In dit rapport 'Realizing the future we want for all' schetst een taskforce van de Verenigde Naties de contouren voor een veel meer geïntegreerde kijk op ontwikkelingssamenwerking en alternatieve vormen van financiering.


Het gaat dan niet langer alleen om armoedebestrijding, maar om duurzame sociale en economische ontwikkeling, klimaat, veiligheid en vrede. Het zogenoemde Post-2015 rapport van de UN Development Taskforce zal de komende anderhalf jaar als discussiestuk dienen voor nieuwe afspraken door de internationale gemeenschap. Het is denkbaar dat de begrotingnorm van 0,7 procent dan wordt verlaten. Binnen de G20 en de OECD verschillen de meningen hierover.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden