Profiel Davis en Johnson

Davis en Johnson verlaten Downing Street: wie zijn de twee Brexiteers die opstappen?

Het Brexit-scenario waarmee de Britse premier May afgelopen vrijdag eindelijk op de proppen kwam, is de voorvechters van een vertrek uit de EU in het verkeerde keelgat geschoten. Twee bewindslieden stapten op.

David Davis (links) en Boris Johnson bij hun vertrek van Downing Street 10, de ambtswoning van de Britse premier. Foto AFP, Getty - montage: de Volkskrant

David Davis

Welgeteld vier uur heeft David Davis dit jaar als Britse EU-onderhandelaar aan de onderhandelingstafel gezeten met zijn Brusselse opponent Michel Barnier. Het zegt iets over het geringe vertrouwen dat Theresa May in haar 69-jarige bewindsman voor Brexit-zaken had. 

Dat had ze in de nazomer al duidelijk gemaakt toen ze Davis’ topadviseur Olly Robbins naar 10 Downing Street had gehaald, en daarmee het Brexit-beleid. Davis bleef het boegbeeld van Brexit, maar het handwerk werd achter de schermen gedaan door de eurogezinde Robbins. Achter de bonhomie van Davis ging vanaf dat moment woede schuil.

Een goede onderhandelaar is Davis nooit geweest. Het is een joviale, vriendelijke man wiens schaterlach niet zou misstaan op een borrel van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Als geen ander is hij in staat om kritische vragen weg te lachen. En kritische vragen waren er genoeg omdat er altijd gerede twijfel heeft bestaan over zijn inschattingsvermogen, dossierkennis en werklust. Tijdens de referendumcampagne had hij beweerd dat de eerste halte van een Brexit-onderhandelaar niet Brussel moet zijn, maar Berlijn. Maar de steun van Angela Merkel, BMW en Volkswagen bleef uit.

Zijn benoeming als Brexit-minister was een verrassing omdat loyaliteit nooit een van zijn sterke punten is geweest, zo had ook David Cameron ervaren. Hij zorgde voor opgetrokken wenkbrauwen door zonder ook maar één document aan de onderhandelingstafel te verschijnen, terwijl Barnier half zat verborgen achter dossiers. Waarnemers bij de persconferenties van de twee onderhandelaars zagen een zakelijke professional en een goedgehumeurde amateur staan. De dynamiek deed denken,’ zo scheef Ian Dunt, auteur van Brexit: what the hell happens now?, ‘aan die van David Brent uit The Office en zijn baas Neil.’

Hilarisch waren vaak zijn optredens bij de kamercommissie voor Brexit-zaken, waarin hij zijn gebrek aan dossierkennis werd blootgelegd en zijn neiging problematische zaken, zoals vernietigende rapporten over de economische gevolgen van Brexit, achteloos weg te lachen. In een vorig leven als leidinggevende bij het voedselconcern Tate & Lyle had hij ooit een artikel geschreven over grote veranderprojecten die vaak duurder uitvallen en een stuk gecompliceerder zijn dan gedacht. Het is soms beter, schreef hij indertijd, om er gewoon van af te zien. Dat advies zou hij dertig jaar later waarschijnlijk vrolijk weglachen.

Boris Johnson

Ingeklemd tussen het ministerie van Financiën en Downing Street staat het indrukwekkende Foreign Office, het werkpaleis van de Britse minister van Buitenlandse Zaken, ooit het kloppende hart van het Britse wereldrijk. Hier zwaaide Boris Johnson afgelopen twee jaar lang de scepter, maar voor de ambitieuze Conservatief moet het bouwwerk van George Gilbert Scott soms hebben gevoeld als een gouden kooi. 

De bewindsman kon vrij reizen over de wereld, van Birma tot Barbados, maar hij moest verre blijven van Brussel en daarmee van het belangrijkste politiek onderwerp in moderne Britse geschiedenis: Brexit.

Ver weg en toch zo dichtbij. Dat was precies de bedoeling van Theresa May toen ze Johnson tot ieders verrassing benoemde tot minister van Buitenlandse Zaken. Ze kon hem, bijna letterlijk, in de gaten houden en wist zich er ook van verzekerd dat hij een groot deel van het jaar in het buitenland zou zijn. Hij was populair bij zijn personeel, net zoals hij dat was op het Londense stadhuis, maar zijn gebrek aan invloed begon te knagen en hij ontpopte zich tot de waakhond van een harde Brexit. Naarmate het proces vorderde en May terrein prijsgaf aan Brussel, werd hij stoutmoediger, in de wetenschap dat ze hem niet kon ontslaan.

Als een dolle toren in het schaakspel tartte hij zijn bazin, door het schrijven van een lang Brexit-essay aan de vooravond van het partijcongres, door te beweren dat ze een voorbeeld zou moeten nemen aan Donald Trump en door haar Brexit-plannen op kleurrijke manieren te omschrijven, van ‘knotsgek’ tot ‘een grote drol’. Vrijdag maakte May een einde aan deze vrijheid. Ze herstelde de ministeriële verantwoordelijkheid die door haar voorganger David Cameron was afgeschaft om te voorkomen dat Brexit de partij zou splijten. Johnson moest zich voortaan ook aan de eenheid van het kabinet houden, op straffe van ontslag.

Voor Johnson, de man die er als kind al van droomde om ‘premier van de wereld’ te worden, breken nu spannende tijden aan. Hij is niet meer de geliefde politicus die zelfs zijn politieke vijanden kon doen lachen, de Tory die acht jaar het rode London kon besturen. Terwijl hij nog steeds populair is bij de Conservatieve achterban, wordt hij gehaat door eurogezinde Britten. Na het referendum zag hij zich zelfs genoodzaakt om zijn huis in de eurogezinde, en progressieve wijk Islington te verruilen voor een ambtswoning aan The Mall. Zijn hoop is nu dat 10 Downing Street zijn volgende onderkomen zal zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.