DATE MET MAO

HIJ WAS EEN GEOEFEND ZWEMMER, EEN DAPPERE STRIJDER EN OOK ALS DICHTER ONVERGETELIJK. IN MAO’S GEBOORTEDORP SHAOSHAN WORDT DE GROTE LEIDER AANBEDEN ALS EEN GOD....

We zijn op weg naar het geboortedorp van Mao Zedong, diep in het Chinese binnenland. Vanuit Changsha, de hoofdstad van de zuidelijk gelegen en betrekkelijk arme provincie Hunan, heeft de bus nog maar een kilometer of honderd te gaan voordat we zullen arriveren op onze bestemming.

Bij een halte, dicht bij het station van Changsha, is de bus volgestroomd. Het gezelschap bestaat voornamelijk uit lokale managers van een groot Chinees verzekeringsconcern. Meer vrouwen dan mannen, valt op. Ze zijn voor een conferentie van een paar dagen naar Changsha gehaald en nu mogen ze voor één dag naar Shaoshan, naar de wieg van Mao. Ter stichting en ter vermaak.

Pret gaat voorop. Gedurende de hele reis van twee, drie uur is de bus een kwetternest in opperbeste stemming. Het lachen gaat met lange, lange uithalen. De kleine gids heeft de lilakleurige megafoon hard nodig om haar monoloog, die zo lang is als de reis zelf, tot boventoon te maken.

Dat gaat nog het best als de groep stilvalt, omdat een van hen het woord krijgt en vertelt over de streek waar men vandaan komt. Sommigen zetten een lied in, het klinkt ijl en melancholisch, het gaat over het land achter de bergen en de meren: ‘Ik heb een afspraak met mijn geboortegrond.’

We zijn op een ‘rode tocht door China’. De reisorganisatie die de excursie organiseert, gaat overal in het land naar de plekken van de weemoed. In Shanghai brengen ze je naar het gebouw waar in 1921 in het geheim het eerste nationale congres van de Chinese Communistische Partij plaatsvond. In de provincie Sichuan voeren ze je langs de gedenkplaatsen van de heroïsche Lange Mars uit de jaren dertig van de vorige eeuw.

Het Rode Toerisme is ‘van groot belang voor het onderricht aan de jongere generaties in het revolutionaire verleden van het land. Het is een economisch, cultureel en tegelijkertijd een politiek project.’

Volksopvoeding dus, langs propagandistische weg.

De Voorzitter is al 32 jaar dood en zijn volksrepubliek is de weg ingeslagen van het wilde kapitalisme. Maar het zal blijken dat Mao Zedong nog altijd wordt vereerd en aanbeden als de Grote Roerganger. Zijn naam kan slechts worden uitgesproken met het diepste respect, en aan zijn persoon wordt goddelijke, althans bovennatuurlijke kracht toegekend. Het is als met de hernieuwde aandacht voor de oude, feodale keizers: in het ideologisch vacuüm dat ontstaat nu de wetten van Marx en Lenin niet langer voorop gaan, moet trots over de grote, nationale leiders uit het verleden het gat vullen.

Van een Maocultus is de avond voordat we de bus nemen naar Shaoshan al gebleken. Changsha is als zoveel Chinese steden van tegenwoordig: het barst uit zijn voegen, het groeit tegen de klippen op door de enorme migratie vanuit het platteland en het wil maar één ding: vooruitkomen. Meer dan drie miljoen mensen houden er elkaar aan de gang.

We eten in een restaurant dat de Volkscommune heet. Het is een naam die het eetlokaal ten volle verdient. Alles is er in het rood: het tapijt, de stoelen, grote delen van de wanden. Rood, als de kleur van het geluk en de kleur van de revolutie.

Overal aan de muren juicht het van Mao. Zijn dikke boerenkop kijkt van alle kanten op je bord. Het pronkstuk is een enorme buste van de Voorzitter in koperkleur, waar je van buiten komend tegenaan loopt.

Veel interessants valt in Changsha niet te beleven. Ze maken er de sigaretten waar de Chinezen zich met miljoenen nog steeds de ziekte van roken. Overal hangen enorme reclameschilden die de nieuwe welvaart verkondigen. Het verkeer is als in een slapstick: de brutaalste wint. De stad doet Oost-Europees aan; je ziet er de naoorlogse woonkazernes die je van Oost-Berlijn kent.

Sterke verhalen

De bus laat de stad achter zich en trekt over smalle, hobbelige wegen de rijstvelden in. Onze gids is een studie waard. Het is een meisje met zwart, sluik haar, een zandkleurig vestje op een uitgebleekte coltrui, gymschoentjes. Ze is zonder onderbreking aan het woord. Ze praat niet, ze schettert door haar megafoon. Ze heeft sterke verhalen.

Ze vertelt hoe op de sterfdag van Mao – het was al september – vlinders werden gezien in Shaoshan. En in 2003, bij de 110de herdenking van zijn geboortedag, stonden zon en maan aan de hemel, op hetzelfde moment! Hoe oud zal ze zijn? 25, niet ouder. Ze verkoopt het alsof ze erbij was.

Lang niet alle Chinezen hebben een idee van wat hun grote leider heeft aangericht aan verderf. Het land verovert in grote vaart de wereld, maar het neemt niet weg dat de partij waakt over onwetendheid. Over de Grote Proletarische Culturele Revolutie, door Mao in 1966 in gang gezet en al snel uitgelopen op onbeheersbare razernij, weten ze iets, niet veel.

Een oude boer in een witte trui, een knoestige stok in de hand, zegt later in Shaosang dat ‘voorzitter Mao de wereld voor mij heeft opengemaakt. We behoren hem eeuwig dankbaar te zijn.’

Geen zwakke puntjes dan? Jawel, misschien de Culturele Revolutie, maar eigenlijk ook weer niet echt. Voorzitter Mao is toen zelf door de radicalen bijna verraden. De bejaarde boer maakt de balans op: ‘Het was een man die alleen maar goed deed.’

Van de Byzantijnse levensstijl van Mao heeft de bevolking nog altijd geen weet. Zijn uitspattingen, zoals bijvoorbeeld onthuld door zijn lijfarts Li Zhisui, kennen ze niet.

Dr. Li beschrijft in zijn memoires hoezeer hij vond dat Voorzitter Mao zich moest laten helpen aan trichomonas vaginalis. Hele stapels jonge vrouwen had Mao om zich heen, waar hij ook verscheen. Mao lachte het voorstel van zijn lijfarts weg.

Of hij zich dan tenminste wilde laten wassen? Li schrijft: ‘Mao nam nooit een bad. Zijn geslachtsdelen werden nooit schoongemaakt. Mao weigerde echter een bad te nemen. ‘Ik was mezelf in de lichamen van mijn vrouwen’, was zijn weerwoord.’

Er zit een rustige, bijna gesoigneerde kerel in de bus. Hij behoort niet tot het uitgelaten clubje. Hij spreekt Engels, wat je in deze contreien niet veel tegenkomt. Hij komt uit Peking, hij heeft nog een dag over voordat hij terug moet; wat hij doet, wil hij niet zeggen.

‘Zonder Mao zou China niet zijn wat het nu is.’ Dat is volgens hem de verklaring voor de altijddurende liefde. ‘De partij heeft tientallen miljoenen leden, de partij heeft macht, maar de partij is niet geliefd’, zegt hij. ‘Mao wel. Mao bevrijdde ons land. Iedereen beseft dat. Ook voor mijn generatie – ik ben veertig – is hij een icoon.’

Kort voordat we in Shaoshan aankomen, maakt de bus een stop bij de boerenhoeve waar Liu Shaoqi een belangrijk deel van zijn leven doorbracht. Tot 1967 was hij na Mao de belangrijkste figuur van de Chinese communistische partij. De Rode Gardisten ontmaskerden hem tijdens de Culturele Revolutie als renegaat. Hij stierf in 1969 in eenzaamheid in een gevangenis. Deng Xiaoping heeft Liu in 1980, vier jaar na Mao’s dood, gerehabiliteerd.

Doodsbed

Je moet zoeken om in het museum, dat in het park rondom de hoeve is opgetrokken, een verwijzing te vinden naar deze zwarte geschiedenis. ‘Hij stierf vanwege de Bende van Vier’ is wat eraf kan, als onderschrift bij een foto van zijn doodsbed. De Bende bestond uit vier partijleden uit de top die de Culturele Revolutie aangrepen voor ideologische radicalisering.

Later zitten we met de keurige man uit Peking aan tafel, achter een kom rijst. Opeens zegt hij: ‘Wist u dat Mao de drijvende kracht was achter de Bende van Vier?’ Hij glimlacht en zegt dan: ‘Tot op de dag van vandaag krijgt ieder kind op school te horen dat Voorzitter Mao de stralende zon uit het oosten is. Dat moet u niet vergeten.’

En niet alleen kinderen krijgen dat te horen. Op het eerste kanaal van de Chinese staatstelevisie werd vorig jaar een 23-delige serie uitgezonden over de glorievolle schooljaren van Mao. De serie was een groot succes.

Het dorpsschooltje van Shaoshan is intact gebleven. Je kunt als je wilt achter de lessenaar gaan zitten waaraan Mao zijn eerste gedichten schreef. Hij was zoals bekend behalve een groot staatsman ook een geoefend zwemmer, een dappere strijder en – het kan niet op – een groot dichter. In het bos aan de rand van het dorp zijn vijftig van zijn gedichten in steen gehouwen.

‘Voorzitter Mao las altijd, hij studeerde dag en nacht’, zegt het vriendelijke meisje dat rondleidt in het ouderlijk huis, een eenvoudige boerderij met lemen muren. Ze wijst op de lamp op een tafel. ‘Voorzitter Mao gebruikte de lamp zo vaak dat deze doorbrandde.’ Moraal: zelfs de lamp moest het afleggen tegen zijn brandende ijver.

In een van de kamers hangen gezinsfoto’s. Mao had tien kinderen; hij was vier keer getrouwd. Zonder met de ogen te knipperen zegt het meisje: ‘Voorzitter Mao was niet alleen een groot leider, hij was ook een fijne vader.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden