Dat vinden jongens leuk

In de Kolonel Palm Kazerne in Bussum worden probleemjongeren drie maanden lang onderworpen aan een militair regime. Hoewel er afvallers zijn, lijkt het scholingsproject te werken....

Zes jonge mannen staan in gelid voor een brancard met een etalagepop van zeventig kilo, gekleed in camouflagepak. Sergeant-majoor Salvi instrueert. 'Jullie moeten op elkaar kunnen rekenen. Blijf met elkaar praten. Alles moet veilig gebeuren. Het slachtoffer moet zich prettig voelen. Doe rustig aan.' Het slachtoffer moet onder moeilijke omstandigheden in veiligheid worden gebracht. De redders zullen vier obstakels tegenkomen.

De zes voor de brancard maken deel uit van een groep probleemjongeren, draaideurcriminelen, moeilijk opvoedbaren. Ze vormen de vierde lichting, elk drie maanden durend, van het scholingstraject De Uitdaging, waarin de gemeente Amsterdam en het ministerie van Defensie sinds 1999 samenwerken. Voor 48 opleidingsplaatsen betaalde Amsterdam aan Defensie ruim een miljoen gulden. De Uitdaging is gericht op, de woorden zijn van de gemeente Amsterdam, 'resocialisatie en integratie van jongeren die dreigen af te glijden naar of terug te vallen in de criminaliteit'. Het doel is een baan of het volgen van een opleiding.

De Uitdaging is ingebed in een breder traject, Nieuwe Perspectieven, van Amsterdam. De selectie van de deelnemers, de begeleiding vooraf, tijdens en na afloop van de scholing wordt door Nieuwe Perspectieven geregeld.

De doelgroep zijn jongeren van 17 tot 23 jaar. De geselecteerden mogen niet te kampen hebben met verslavings- of psychosociale problemen, geen zwaar geweldsmisdrijf of zedendelict hebben gepleegd of de Opiumwetwet hebben overtreden. Ten slotte moeten ze het Nederlands voldoende beheersen.

De twaalf instructeurs die het project op de Kolonel Palm Kazerne in Bussum begeleiden, praten niet graag over 'jonge criminelen'. Ze hebben het over 'de jongens'. Majoor F. Gerritsen: 'De jongens zitten in een militaire omgeving met militaire regels. We doen in drie maanden veel aan teambuilding, samen problemen oplossen en samen opdrachten uitvoeren. Om zes uur opstaan, om zeven uur gewassen, gekleed en geschoren voor het bed, inspectie. Er wordt geëxcerceerd, dat vinden ze leuk, en er worden hindernisbanen genomen.'

Onderdeel van de hindernisbaan is 'het rampendorp', een verzameling ruïnes en een blokkendoosachtig gebouw, dat geregeld in brand wordt gezet met het doel het blussen onder de knie te krijgen. Hier worden vredestroepen getraind; ook de ME maakt er gebruik van.

Gerritsen onderstreept dat de jongens vrijwillig aan het project deelnemen, maar druk van de reclassering en vooral de vaders sluit hij niet uit 'want in allochtone gezinnen heeft de vader nog wat te zeggen'.

De etalagepop op de brancard wordt met veel kunst en vliegwerk over een muur van ruim twee meter getild. De pop blijft redelijk horizontaal liggen. Sergeant-majoor Salvi: 'Blijf praten!' In looppas gaat het naar de tweede hindernis: een schuine wand van vier meter hoog. Er wordt gezwoegd, maar het lukt.

Anderhalve maand geleden begonnen veertien jongens aan De Uitdaging. Er zijn er nog tien over, van wie acht van allochtone afkomst. Drie jongens zijn na een weekeindverlof niet meer komen opdagen; een is weggestuurd wegens agressief gedrag jegens de instructeurs.

De derde hindernis is 'de tunnel', een grote bakstenen kist, afgedekt met houten schotten. De brancard moet over die muur, de kist in. In de kist moet een kruip-door-sluip-door-route worden afgelegd en uiteindelijk moet de pop er weer uit. Het slachtoffer mag zich gelukkig prijzen stevig op de brancard te zijn vastgesnoerd. 'Rustig, kijk elkaar aan, overleg', houdt Salvi niet op te manen.

Het laatste obstakel is 'de trap', een ingewikkelde bakstenen constructie met onder andere vier metselwerken die als zeer smalle trap kunnen dienen. Voeten schrapen over steen, er wordt hees overlegd, zwaar gehijgd. 'Ach, morgen kunnen ze weer dagen naar huis', zegt een instructeur die op afstand toekijkt. Het slachtoffer heeft alle ontberingen ongeblutst doorstaan. Salvi laat hem gedisciplineerd naar rustiger oorden afvoeren. Er rest nog één groepsopdracht, nu zonder brancard.

De zes staan voor een 'ravijn' van twaalf meter breed en vijf meter diep. Op de bodem ligt zand. Eroverheen hangt een dik touw, dat strak gespannen moet worden zodat zes man zich hangend of liggend naar de overkant kunnen trekken. Dat lukt gemakkelijk voor de eerste, want vijf krachten om het touw te spannen is ruim genoeg. 'Laat je linkerbeen slap hangen', roep Salvi vaak. Een van de zes probeert een wandeling naar de andere kant van de hindernis, maar wordt teruggefloten. Het lukt allemaal, ook de laatste maakt de oversteek.

'Het was zwaar', hijgt Jalal. Hij is erg te spreken over De Uitdaging. 'Je krijgt discipline, je karakter wordt beter. Vroeger was ik een drukke jongen, had nooit zin in iets en was nog nooit om zes uur opgestaan. Ja, ik ben met justitie in aanraking geweest. Wat kleine dingetjes. Welke jongen doet dat niet?' Jalal beleeft plezier aan de lessen EHBO, lassen, timmeren, elektrotechniek en steigerbouw. Het zijn vakken die het begin van een latere opleiding kunnen zijn. Voor zichzelf ziet Jalal straks echter een loopbaan weggelegd als commando of infanterist.

Ook Remson Koeiman, geboren op Curaçao, wil in het leger blijven. Bij de genie, 'want ik ben waterlasser'. Over De Uitdaging is hij positief. 'Je leert samen te werken, anderen te accepteren en vrienden te maken. Mijn vader heeft me gestuurd. Maar ik had de vrije keus.'

Defensiewoordvoerder K. Meijer is stellig. 'Deze opleiding is geen opmaat om aan personeel te komen. Als die jongens straks in het leger willen dan moeten ze net als ieder ander worden gekeurd. De jongens hebben geen streepje voor op anderen.'

Hoe zinvol is De Uitdaging? Meijer: 'We hebben 51 aanmeldingen gehad. Daarvan hebben 39 jongens de cursus voltooid. Driekwart heeft een baan als lasser, verkoper, iets in de IT-sector of volgt een opleiding. Aan de deelnemers die de Uitdaging hebben voltooid, biedt een bouwbedrijf een werkgarantie met begeleiding. Hoe het de afgevallenen is vergaan, weten we niet. In september beginnen we met twee nieuwe groepen. Niet alleen Amsterdam, maar ook Rotterdam doet dan mee.'

H. Straven van het Amsterdamse Nieuwe Perspectieven bevestigt de cijfers van Meijer. Hij benadrukt de vrijwilligheid van De Uitdaging, want 'dwang werkt niet. We hebben weleens een jongen gehad die we krachtig wilden motiveren. Hij ging, maar werd al snel weggestuurd. Kijk, als je vijfhonderd probleemjongeren hebt dan blijkt dat 10 procent niet te helpen is en vaak snel weer wordt opgepakt. Na twee jaar heb je honderd jongeren die niet meewerken. Met de rest, zeg 75 procent, gaat het goed, maar die zie je niet meer. Dat vergeten de critici van de jeugdzorg weleens. De laatste 15 procent zijn jongeren die zonder onze hulp zichzelf op het goede spoor zetten.'

Zittend op een muurtje met twee maten, roept Harry luid en tartend naar een groepje instructeurs dat 'de regels hier belachelijk kinderachtig zijn'. De instructeurs lachen even tartend terug. Kinderachtig vindt Harry de boete van 25 gulden die hij moest betalen van de vijftig gulden zakgeld die hij wekelijks krijgt. Zonder toestemming te vragen had hij zich buiten de rode paaltjes van het kazernegebouw begeven. 'Ze zijn zeker bang dat we ons daarbuiten misdragen. Het is hier een gevangenis. Door die boete heb ik niet eens meer geld voor sigaretten.'

De officieren en onderofficieren grinniken. 'Zo doen we ook nog iets voor je gezondheid', roept een van hen. Harry gaat voor geen prijs in het leger. Hij gaat weer werken in de bouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden