Column

Dat verlangen naar één Woord waarmee alles gezegd wordt

Nature morte

 

Buiten waait het. Ja, logisch, hoe zou het binnen kunnen waaien? Hoewel: is het niet in De Avonden dat Reve tocht wind door het huis heen noemde? Dat ik begin over die buiten waaiende wind heeft een bedoeling. Ik wil van buiten naar binnen gaan. Buiten is veel te beleven. Ik warrel door de straat, roetsj over grijze daken, help vogels vliegen. Ik kom van de zee, die ik deed golven, voer verder over het witte rillende land, bestormde de muren van de stad, bruin en brokkelig. Ik bonk tegen ramen, waarachter zich verhalen, drama's afspelen die verteld moeten worden tot in kleinigheden toe.

Wat lees ik in Op weg naar de literaire receptie (Nijgh en Van Ditmar, 1969), een bundel verhalen van de jonggestorven Vlaamse auteur René Gijsen? 'Op één of andere manier zijn in mijn verhaal allerlei details, omstandigheden, kleuren binnengeslopen die van bijkomstige aard zijn en het verhaal onnodig verwikkelen. Om een indruk te geven van wat er echt gebeurd is zou men alles moeten samenvatten in één zinnebeeldig afgerond glad en zichzelf geheel omvattend Woord. En dan dit Woord verwonden met hoorn van woorden en menselijke aanwijzingen en het bevlekken met het bloed van onze sprakeloze verwondering. Dus toch weer details, omstandigheden, kleuren.'

Dat verlangen naar één Woord waarmee alles gezegd wordt, is me niet vreemd. Het zou me een hoop moeite besparen. Maar ik zou veel schrijfplezier mislopen. Dus laat ik me bevliegen door de wind en zijn woorden, tot ik aan het eind van mijn leven nog maar één woord nodig heb, mijn laatste.

Tussen de bedrijven door ben ik binnengewaaid en neergeplant in mijn stoel. Ik sla De herfstkreet van de havik open, een keuze uit de gedichten van Joseph Brodsky (De Bezige Bij, 1989). Alsof een onzichtbare hand mij bestuurt kom ik terecht bij de cyclus 'Nature Morte' en wel het volgende gedicht eruit:

'De laatste tijd val ik vaak

bij klaarlichte dag in slaap.

Mijn dood heeft blijkbaar tot taak

te zien hoe mijn adem gaat,

en houdt als proef op de som

een spiegel voor mijn gezicht,

en test mijn reactie op

mijn niet-bestaan in het licht.

Ik ben bewegingloos.

Dijen als ijs zo koud.

Blauwig aderverloop

Geeft een marmeren huid.'

Hoewel ze even veraf en dichtbij als altijd lijkt, houdt mijn dood me bezig de laatste tijd. Ik heb er een soort ongezonde nieuwsgierigheid naar. Ik val ook bij klaarlichte dag in slaap. Het is zinloos om aan de dood, die grote onbekende, te denken. Ik beland in alles en in niets. Zoals Dylan Thomas schreef: 'Death has no dominon.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.