RIVM-directeur Hans Brug Stikstofuitstoot

Dat stond niet in de vacature: RIVM-baas Hans Brug stond tegenover duizenden boze boeren

RIVM-directeur Hans Brug stond vorige week tegenover duizenden protesterende boeren die hem ‘niet kwamen feliciteren’. Beeld Kiki Groot

RIVM-baas Hans Brug sprak vorige week duizenden boze boeren toe die vinden dat zijn instituut onbetrouwbare stikstofdata levert. ‘Het enige dat wij kunnen blijven doen is de waarde van kennis voor het voetlicht brengen.’

Normaal neemt Hans Brug altijd de fiets naar zijn werk, het kantoor van het RIVM in Bilthoven, 15 kilometer verderop, waar hij sinds een jaar directeur-generaal is. Maar deze woensdagochtend zit hij thuis te wachten op een beveiliger die hem met een grijze Skoda komt halen.

Het is nog donker, maar de 56-jarige Brug weet dat vanuit het hele land al boeren met hun tractoren onderweg zijn naar Bilthoven om tegen het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) te protesteren. Die massa moet hij straks toespreken.

Als geoefend sporter merkt Brug dat zijn rusthartslag de hele week al hoger ligt dan normaal. Hij vertelt dat ook aan zijn medewerkers. ‘Ik sta niet iedere dag voor een gezelschap van duizenden mensen die niet per se zijn gekomen om mij te feliciteren.’

Maar er is nog een andere reden dat zijn hart die week sneller klopt, een belangrijkere, vertelt Brug een week later thuis aan de keukentafel. Hij maakte zich vooral zorgen of het RIVM wel zijn cruciale taken kon uitvoeren, of de duizenden boeren niet het werk zouden verstoren door bijvoorbeeld het gebouw te blokkeren.

‘Want we doen nog een paar andere dingen dan stikstofmetingen. Dingen die niet onderbroken kunnen worden. We zijn ook een responsorganisatie. Als ergens een onbekende infectieziekte is, dan komt er een sample naar ons om dat snel gediagnosticeerd te krijgen en eventueel medicatie weer naar buiten te brengen. Onze Milieuongevallendienst moet ongeveer 30 tot 40 keer per jaar uitrukken voor incidenten met chemische of biologische stoffen.’

Het is reden voor de autoriteiten om de boeren niet pal voor het RIVM-gebouw in Bilthoven te laten demonstreren, maar op een honkbalveld even verderop. Voor hij zich richting de boeren begeeft, vraagt Brug die woensdagochtend de beveiliger eerst nog langs het RIVM-gebouw te rijden.

Hij constateert dat de boeren het instituut met rust hebben gelaten. Toch wordt Brug die dag het meest geraakt door wat hij daar ziet, vertelt hij. De aanblik van de lege parkeerplaatsen, de leegte van die donkere gebouwen van zijn ‘mooie organisatie’, met daarin nog geen 10 procent van zijn bijna 1.700 medewerkers, omsingeld door bewakers. En dan de trieste constatering dat dit dus het gevolg is als je met je instituut je best doet midden in de samenleving te staan door burgers bij wetenschap te betrekken en uit te leggen hoe je tot je resultaten komt.

Hij is even stil, en zegt dan: ‘Het feit dat een wetenschappelijk instituut bewaakt moet worden, is wel beangstigend.’ Daarom geeft hij dit interview, omdat hij het belangrijk vindt te vertellen over ‘de waarde van wetenschap’ en die in deze tijd van alternatieve feiten te verdedigen. ‘De kennisdemocratie beschermen is me veel waard.’

Stikstofmetingen

Een filmpje van het Mesdag Zuivelfonds, een stichting van paardenhouder Jan Cees Vogelaar, voedde begin dit jaar onder boeren de twijfel over de stikstofmetingen van het RIVM. CDA-Kamerlid Jaco Geurts deed de rest door zichzelf begin oktober in het AD hardop af te vragen ‘of het RIVM-model, dat nu wordt gebruikt om uit te rekenen waar stikstof vandaan komt, wel juist is’. Argumenten waarom dit niet zo zou zijn, had Geurts niet, maar hij verweet het instituut vooral een gebrek aan openheid over de gebruikte methoden.

De tegenwerpingen van het RIVM dat de methoden internationaal erkend zijn, Nederland het meest geavanceerde meetnetwerk van Europa heeft en de uitkomsten dus ‘robuust’ zijn, vonden geen vruchtbare boerengrond. Na de grote landelijke demonstratie op het Malieveld van 1 oktober en het tractorbezoek aan meerdere provinciehuizen volgde vorige week het protest op het honkbalveld bij het RIVM.

Daar werd Hans Brug voor duizenden boeren onthaald als directeur van het instituut ‘dat altijd liegt’. Dat hij door de organisatie werd aan- en afgekondigd met de verkeerde naam (Van der Burg en meneer Burg) vond hij geen punt. ‘Ik ben zelf ook niet zo goed in namen onthouden’, zegt hij met een glimlachje. Maar dat het RIVM altijd zou liegen, dat snijdt hem naar eigen zeggen door de ziel. ‘Want ik weet gewoon dat dit niet zo is.’

Niet de meest aangename omstandigheid, noemt hij het spreken voor een groep vol wantrouwen – een bezigheid die ruim een jaar eerder ook niet in de vacatureomschrijving had gestaan. Wat hij op het podium doet is niet meer dan herhalen wat zijn woordvoerders, specialisten en socialemediamedewerkers de dagen ervoor al eindeloos hebben gezegd. Zinnen met daarin robuust, zorgvuldig, betrouwbaar en internationaal erkend als belangrijkste steekwoorden.

De RIVM-directeur heeft niet de illusie dat zijn boodschap is overgekomen op de boeren. ‘Toch heeft het zin’, zegt hij. ‘Want als ik er niet was geweest, had ik bevestigd wat ook tegen ons is ingebracht. Dat we niet transparant zouden zijn.’ Hij vindt dat het RIVM heel veel heeft gedaan om ‘zo open en volledig mogelijk’ te reageren op de twijfels over de cijfers van het instituut. Maar, zegt hij, de aard en omvang van de kritiek was nieuw. ‘Dus we gaan wel evalueren of we onze communicatie nog verder willen, kunnen en moeten aanpassen.’

Brug hield het bewust kort. Zijn optreden was zo snel voorbij dat de boeren even in verwarring achterbleven toen Brug het podium al weer had verlaten. ‘Tot mijn eigen schrik maakte ik het mezelf nog even moeilijk door te opperen of er nog vragen waren. Maar er kwam niets.’ Toch bedachten enkele boeren na het haastige vertrek dat ze hier geen genoegen mee namen. Terwijl Brug inmiddels achter het podium de media te woord stond, kwam een handjevol hem vrij dreigend verordonneren terug het podium op te komen.

Op televisiebeelden is te zien dat Brug zich dan behoorlijk ongemakkelijk voelt. ‘Ik dacht: dat is niet de afspraak. Ik wist ook niet wat ik nog aan mijn verhaal had moeten toevoegen.’ Maar hij dacht ook: als ik nu niet terug het podium op ga, dan kan het uit de hand lopen en willen ze mogelijk alsnog naar het RIVM komen.

Op dat moment kreeg hij een telefoontje. Het was de op één na hoogste ambtenaar van het ministerie, de plaatsvervangend secretaris-generaal, die hem belt. Wat die tegen hem zei? ‘Hans. Doe het niet. Je hebt je aan de afspraak gehouden.’ Dus stapte Brug niet weer het podium op, maar vertrok hij met dezelfde auto als waarmee hij was gekomen.

Honger in Afrika

Met een schippersdochter als moeder en een vertegenwoordiger in schoenen als vader, was Hans Brug helemaal niet voorbestemd voor de wetenschap. Liefde voor het exacte was ook niet wat hem in de jaren tachtig naar Wageningen bracht om humane voeding en epidemiologie te studeren. In die tijd was er veel aandacht voor de honger in Afrika. Dat oplossen, daar wilde hij aan bijdragen. ‘Meer een maatschappelijke dan een wetenschappelijke ambitie.’

Hij werd pas gegrepen door de wetenschap toen hij voor een jodiumonderzoek niet alleen de data hoefde te analyseren, maar ook de urinemonsters bij mensen thuis mocht afhalen. ‘Ik op mijn fiets door Zeist en omgeving met 24-uursurine in mijn tas’, zegt hij lachend. ‘Dat maakte de wetenschap letterlijk heel voelbaar voor me, zal ik maar zeggen.’

Van een wetenschapper met bestuursfuncties werd hij al snel een bestuurder die ook nog wat betrokken is bij de wetenschap. Want hij mag dan veel waarde hechten aan fundamenteel onderzoek, zelf was hij toch vooral een toegepast wetenschapper. ‘Mijn drijfveer is zorgen dat wat we doen en laten in Nederland geïnformeerd is door best beschikbare kennis.’

Maar is dat nog voldoende? Je kunt wel kennis presenteren, zoals in het debat over vaccinatie en nu in de discussie over stikstof, maar mensen geloven het niet. ‘De laatste jaren zien we dat vaker. Als cijfers mensen niet welgevallig zijn, dan stellen ze die of de manier waarop ze tot stand zijn gekomen ter discussie. Het is de tijd van alternatieve feiten, al vind ik dat we daar in Nederland nog beter van weg weten te blijven dan in sommige andere landen.

‘Overigens is ‘shoot the messenger’ een oud fenomeen, dat werd ook al door Shakespeare beschreven. Maar het is wellicht ook goede emancipatie. Dat wetenschappelijk kennis niet zomaar wordt aangenomen is natuurlijk goed, zo werkt het in de wetenschap zelf ook. Het is onze plicht om onze methoden zo goed mogelijk toe te lichten.

‘Maar ook hier slaat de relativiteit van wetenschap wel een beetje door. We zien geregeld dat iemand die ergens voor heeft doorgeleerd en ook nog eens een keer een berg wetenschappelijke literatuur achter zich heeft tegenover een mening wordt gezet en even zwaar wordt gewogen. Het is niet mijn deskundigheid, maar misschien levert een narratief tegenover wetenschappelijk kennis zetten nieuwswaarde of entertainment op? Of komt het doordat wetenschappelijke cijfers abstract overkomen, terwijl ervaringen van andere mensen leven en wel concreet voelen? Het enige dat wij dan kunnen blijven doen is de waarde van kennis voor het voetlicht te brengen.’

Wat heeft het RIVM geleerd van de vaccinatiediscussie? ‘Een van de strategische doelen van het RIVM is om meer midden in de samenleving te komen staan. Oorspronkelijk werkten we altijd zo: we krijgen een opdracht en leveren vervolgens een rapport af. Maar in een tijd waarin de waarde van wetenschap ter discussie staat, moeten en willen wij ons meer tot burgers van Nederland verhouden. Daarom houden we sociale media goed in de gaten, beantwoorden we vragen van mensen op Twitter, vertalen we onze rapporten en publiceren we ze niet meer alleen maar als traditioneel rapport, maar ook op een manier die het voor een breder publiek toegankelijk maakt.’

Het RIVM werkt in opdracht van ministeries die zijn adviezen gebruiken voor het vormen van beleid. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is Brugs baas en belangrijkste opdrachtgever, maar zijn instituut is bij wet onafhankelijk in de adviezen die het geeft aan ministeries.

En dan zegt Landbouwminister Carola Schouten op het hoogtepunt van de boerenrevolte ‘dat ze geen wetenschapper is’, maar toch vindt dat de RIVM-metingen ‘verfijnder moeten’ door meer stikstofmeetstations te plaatsen. Gaat ze dan niet te ver richting een onafhankelijk instituut?

‘Ik hoor haar ook zeggen dat wat wij doen de best beschikbare methode is voor stikstofmetingen. En ze heeft gelijk: door meer meetpunten krijg je preciezere berekeningen. Dus ik heb dat niet ervaren als….’ Brug valt even stil. ‘Jullie merken natuurlijk dat ik voorzichtig ben hier al te spontaan op te reageren’, zegt hij. ‘Want dat zijn uitspraken van iemand die politieke verantwoordelijkheid heeft. En ik ben er om cijfers aan te leveren.’

De voornaamste kritiek op zijn stikstofcijfers, onder aanvoering van paardenhouder Jan Cees Vogelaar, is dat de landelijke data van het RIVM door het kabinet worden gebruikt om gebiedsgericht beleid te voeren. Om te bepalen rond welke kwetsbare natuurgebieden hoeveel veehouderijen weg moeten om de stikstofdruk te verlagen. Terwijl de onzekerheidsmarges daarvoor veel te hoog zijn, zeggen critici.

Het komt voor dat het RIVM aan de bel trekt als bestuurders op een verkeerde manier aan de haal gaan met zijn cijfers. Bij het stikstofdossier is dit niet gebeurd, bevestigt Brug.

Met de stikstofcijfers is tot woede van de boeren de basis gelegd voor een verkleining van hun veestapel. Toch mogen boeren het instituut ook dankbaar zijn. In 2006 kreeg Nederland door het ‘opzoeken van de hoeken van de wetenschap’ door het RIVM, zoals toenmalig afdelingsdirecteur bij het RIVM Klaas van Egmond het noemt, een uitzonderingspositie in Europa. Tot op de dag van vandaag mogen Nederlandse boeren vanwege deze ontheffing meer mest over hun land uitrijden dan Europese collega’s, waardoor ze ook meer dieren kunnen houden.

Net als Van Egmond ziet Brug dat boeren geregeld selectief uit zijn cijfers putten. Natuurlijk bekruipt hem dan wel eens de drang hen daarmee te confronteren. ‘Niets menselijks is mij vreemd.’ Maar privé kan hij er een mening over hebben, vanuit zijn vak voelt hij de verplichting die weg te drukken. ‘Ik ben geen opiniemaker.’

Verzoeken voor De Wereld Draait Door en andere praatprogramma’s hield hij de afgelopen weken dan ook af. En een regelmatige terugkeer in de publiciteit is van hem niet te verwachten. Hij is vorige week op het podium gestapt om ‘transparant’ te zijn over de stikstofdata en om zijn wereld ‘te beschermen’. Brug: ‘Ik mag nu best wel weer even terug in mijn hok.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden