Dat mensen zuiver op de graat zijn, daar kan men alleen naar verlangen

Beeld Deborah van der Schaaf / de Volkskrant

Ik werd wakker in het grijze ochtendlicht. Somberte daalde in me neer voor ik het wist. Anders had ik me verweerd. Nu werd alles met ruwe penseelstreken zwart geschilderd. Ik ging op zoek naar de oorzaak van die somberte. Na enig tasten vond ik hem. Ik was op een bijeenkomst geweest waar de voor en tegens van een dichter/schilder werden besproken. Met die dichter/schilder (allang dood) was ik bevriend geweest. Ik dacht hem goed te kennen, maar in hem waren allerlei geheimen verborgen en sommige daarvan waren kwalijk. Ze schokten me. Maar dan dacht ik weer aan de vriendschap die ik had gevoeld en die ik nu nog voelde en die ik niet bereid ben op te geven. Dat mensen zuiver op de graat zijn, daar kan men alleen naar verlangen.

Uit de Verzamelde Gedichten van Lucebert (De Bezige Bij, 2002) het gedicht 'Meer Licht':

Toen alle verlangens genuttigd en de dode
lege kamers van het leven uitgewoond
streek langs het bloedbespatte behang
de vriend van de vijand als behaarde slang
en opende na urenlang kwaadwillig kijken
het raam naar de onder kranke wolken
rottende tuin

In de oorlog, die ons nog elke dag nieuw kwaad bezorgt, schreef Lucebert - toen 19 jaar oud - brieven aan een vriendin. Ze stonden vol naziverering, Sieg Heil en antisemitisme. Je durft ze nauwelijks te lezen. En nu haal ik een paar strofen aan uit het gedicht '...en morgen de hele wereld':

de appèlplaatsen de sorteerpleinen de barakken
nooit meer verdwijnen
de schaduwen uit dit dal
vandaag nog vertrekken
huilend van hoop de deportatietreinen
naar het idyllies versierde eindstation

(...)
al de schatkameren waar blinden in wachten
zijn afgesloten in deze overgrote nacht
en geen ziener heeft ooit aan het licht gebracht
de pracht dier doden die meedogenloos zijn afgeslacht
zelfs niet de schoonheid van die jonge vrouw
die plotseling naakt ging staan en naar haar beulen schreeuwde

hier ik geef mij neem mij raak mij aan ik wil bestaan
nog eenmaal ik wil ik wil brandend leven in dit schimmenrijk
maar haar beulen die wendden zich af
en achter een barak in het slijk
en omdat er daar in die tijd geen nikkers waren
lieten ze haar te schenden over aan een ploeg echte poolse polen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden