VIJF VRAGENLEENSTELSEL

Dat leenstelsel is zo slecht nog niet, toch?

De bevindingen van het Centraal Planbureau (CPB) over het effect van het studieleenstelsel zijn verrassend. De toegankelijkheid van het hoger onderwijs is niet afgenomen en het onderzoek levert de politiek geen argumenten om het leenstelsel op de schop te nemen, terwijl een Kamermeerderheid dat wel wil. 

Beeld ANP

Waarom was dit onderzoek nodig?

Studenten die in 2015 en later aan hun studie begonnen, komen niet langer in aanmerking voor de basisbeurs en uitwonende beurs. Een initiatief van de VVD, D66, GroenLinks en de PvdA.  Als alternatief werd studenten een zeer gunstige lening voorgehouden: een extreem lage rente en afbetaling binnen dertig jaar. Lukt dat niet, dan wordt de lening kwijtgescholden. Voor studenten van ouders met een laag inkomen werd de aanvullende beurs verhoogd.

Een populaire maatregel was het nooit, maar het verzet groeide het afgelopen jaar behoorlijk. Het leenstelsel zou studenten afschrikken, de onderwijsongelijkheid vergroten, de doorstroom beperken, en te veel studenten richting een burnout duwen. Twee van de bedenkers, GroenLinks en de PvdA, maakten een draai. Ook D66 is bereid te kijken naar aanpassingen van het stelsel. De meeste partijen in de Tweede Kamer zijn op zoek naar alternatieven. Een goede reden voor het CPB om samen met uitvoeringsorganisatie Duo onderzoek te doen naar havo 3- en vwo 4-scholieren uit 2012, die onder de nieuwe regels vallen. 

Wat zijn de bevindingen? 

Het onderzoek lijkt de tegenstanders van het leenstelsel de mond te snoeren. Wat blijkt: het stelsel schrikt helemaal niet af. Scholieren die in de nieuwe regeling vallen, gaan net zo vaak studeren. Het salarisstrookje van de ouders speelt ook geen rol, ‘arme’ scholieren gaan nog net zo vaak studeren als voorheen, net als ‘rijke’ scholieren. 

Beeld de Volkskrant

Andere gevreesde negatieve effecten blijven eveneens uit. Zo is de uitval in het eerste studiejaar niet toegenomen, ook niet onder de armere studenten. En een effect op de studiekeuze is ook niet merkbaar: zo wordt niet eerder gekozen voor het hbo in plaats van de universiteit, terwijl een hbo-opleiding over het algemeen meer baanzekerheid biedt. 

Eén grote goednieuwsshow, toch?

Wel als het gaat om de onderzochte effecten. Maar de studentenorganisaties waren er dinsdag snel bij om erop te wijzen dat het CPB belangrijke aspecten niet heeft onderzocht. Zo is de doorstroom vanuit het middelbaar beroepsonderwijs naar het hoger onderwijs – voor veel politieke partijen van belang voor de kansengelijkheid – in dit onderzoek niet meegenomen. Dit terwijl het percentage mbo-studenten dat doorgaat op het hbo, al jaren afneemt. Het collegegeld bij de hogeschool is veel hoger dan het schoolgeld dat een mbo’er gewend is te betalen. Ook over de veronderstelde toename van stress onder studenten en over de doorstroom van het hbo naar de universiteiten wordt niet gerept in dit onderzoek. 

Als er geen basisbeurs meer is, hoe betalen studenten dan hun collegegeld en schoolboeken?

Daar gaat het onderzoek wél op in. En de conclusie is helder: studenten lenen massaal. Ze lenen nog meer dan hun voorgangers ontvingen aan beurzen en leningen tezamen. Dit verschijnsel wordt door het CPB geduid als ‘overcompensatie’ van het wegvallen van de beurzen. Er wordt niet meer gewerkt dan voorheen: mogelijk ook omdat de druk om op tijd af te studeren in dezelfde periode toenam. Het verschil in wat studenten lenen verschilt nauwelijks per inkomensgroep, alleen de havisten uit de lage inkomensgroepen lenen iets meer. Dit terwijl voor de lage inkomensgroep de aanvullende beurs van toepassing bleef en omhoog ging. Studenten uit lage inkomensgroepen ‘overcompenseren’ dus meer.

Maar die studieschuld, die maakte toch niet uit? 

Dat werd de studenten bij aanvang van het leenstelsel beloofd. Inmiddels zijn er volop signalen dat een forse studieschuld na de studie wel degelijk problemen kan geven, bijvoorbeeld bij het krijgen van een hypotheek. De tegenstanders van het leenstelsel zullen in dit rapport munitie zien voor hun stelling dat het leenstelsel het leven van veel jongeren bemoeilijkt: een studielening in combinatie met een overspannen huizenmarkt en de vele onzekere flexbanen helpt niet bij het opbouwen van een zeker bestaan. 

Het CPB-rapport gaat daar niet op in. De meeste studenten van de onderzochte generatie moeten nog aan het ‘echte’ leven beginnen. Mogelijk beginnen dan de echte effecten van het leenstelsel ook pas. 

Al die negatieve effecten van het leenstelsel, wat klopt daar nou van? Lees hier de analyse die we er eerder over schreven. 

De coronacrisis is voor niemand leuk, maar starters zijn misschien nog wel meer de pineut, zo schreven we eerder. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden