Dat is van ons

Geleidelijk aan gaat iedereen in mijn omgeving met vakantie. Nu ben ik aan de beurt. We weten nog niet waar we naar toe gaan, maar ik weet wel welke boeken ik meeneem....

De boeken der kleine zielen, boek 1 van Couperus heb ik al eens gelezen, maar ik wil het opnieuw lezen. Als je de ziel, de geest van een volk wilt bereiken, moet je hun klassieken gaan lezen, herlezen. Het boek gaat over een familiegeschiedenis, een indrukwekkende romancyclus over het leven van de Nederlandse bourgeoisie rond 1900. Er zijn veel boeken over die roman geschreven, maar ik wil het over iets anders hebben, ik wil alleen even een blik werpen op Constance, die het in het hele boek over teruggaan, en over het geheim en de mystiek van thuis heeft.

Constance heeft ooit de familie te schande gemaakt door een buitenechtelijke relatie aan te gaan. Nu na jarenlang gedwongen verblijf in het buitenland begint ze langzamerhand over haar ouderlijk huis te spreken.

Haar gevoelens trekken haar naar haar land toe, alsof daar in de grond, in de lucht, in de atmosfeer, iets geheimzinnigs is, iets mystieks heerst.

Holland, haar land, zo dichtbij, en toch zo onbereikbaar, was het land van belofte geworden.

In alle nederigheid smeekt ze na veertien jaar nog om vergiffenis, en zegt dat zij smacht naar het leven daar, waar zij thuisbehoort.

Alles is geregeld, Constance gaat met haar man en haar zoon terug.

Te midden van haar familie welden de tranen telkens in haar ogen, een gevoel van rust en voldoening. O, hoe was het mogelijk geweest dat ze veertien eenzame jaren in het buitenland had kunnen doorbrengen? Ach Bertha, mijn zuster, ik voel me weer terug, terug, begrijp je dat woord?

Maar zo simpel lijkt het niet te zijn. De tijd is veranderd. De moeilijkheden laten zich geleidelijk zien. Voor Constance is er geen plek meer in de familie. Ze voelt een vlijmende pijn, een twijfel: Bertha, ik weet wel dat ik gelukkig ben omdat ik terug ben, maar ik weet ook dat we in al die jaren eigenlijk geheel van elkander vervreemd zijn. Misschien had ik niet terug moeten komen.

Enkele maanden later voelt zij zich helemaal een vreemde, verlaten door de familie. En nu een vraag, de vraag: kan het zijn dat dat vurige verlangen naar huis, in al die lange jaren, voor niets geweest is en dat het verlangen naar het vaderland niets meer was dan een illusie? Een hersenschim?

De dagen worden bitter voor Constance. En de weken, de maanden gingen heel langzaam, in eenzaamheid en eentonig voorbij. De zware Hollandse storm zwiepte de bomen, en de wind gierde onophoudelijk op het moment dat ze achter het raam van haar huis in de Kerkhoflaan ging staan. Spijt, spijt.

'Het is jouw schuld', riep haar man. 'Jij wou hier komen wonen, met dat ziekelijke verlangen naar huis...'

Maar gelukkig is er nog iemand in het huis die haar redt, die ons redt, die ons verzoent met thuis. Addy, haar zoon, die haar omarmt: 'O mama, dat is van ons. Dit is onze wind.'

Kader Abdolah

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.