INTERVIEW

'Dat ik staatssecretaris ben kan me geen barst schelen'

Als wethouder in Amsterdam voelde hij zich als een vis in het water. Maar als staatssecretaris heeft hij in Den Haag snel zijn plek veroverd.

Robert Giebels en Ariejan Korteweg
Eric Wiebes over de Tweede Kamer: 'Hoe fractievoorzitters hier elkaar vasthouden, weten dat we rotmaatregelen moeten nemen; die manier van met elkaar omgaan vind ik indrukwekkend. Zo'n versnipperd politiek landschap en dan toch zoveel doen.' Beeld Peter van Hal
Eric Wiebes over de Tweede Kamer: 'Hoe fractievoorzitters hier elkaar vasthouden, weten dat we rotmaatregelen moeten nemen; die manier van met elkaar omgaan vind ik indrukwekkend. Zo'n versnipperd politiek landschap en dan toch zoveel doen.'Beeld Peter van Hal

Het leek een tamelijk onschuldige vraag. Zeker voor een politicus die het Amsterdamse wethouderschap ogenschijnlijk vanzelfsprekend verruilde voor de baan van staatssecretaris. 'Hebben de debatten in de Tweede Kamer een ander niveau dan in de Amsterdamse raad?' Voor VVD'er Eric Wiebes pakt dat anders uit. 'De financieel woordvoerders in de Kamer zijn echt goede lui', begint hij. 'Kijk in Amsterdam...' Dan zwijgt hij even, veegt iets uit z'n rechteroog, vervolgt: '...grappig, als het over Amsterdam gaat word ik even emotioneel. Daar heb je al die gezindten op een rijtje, al die raadsleden verliefd op hun stad, je gaat ze zo mogen. Ook de mevrouw van de SP die me altijd met van alles bekogelde. Dat was gewoon een uitstekend mens. Ik mocht ze zo... '

Weer veegt hij even, spreekt zichzelf toe: 'Hou eens op, hé...' Herpakt zich. 'Dat heb ik hier dus ook wel. Zo'n Merkies of Bashir van de SP, die zeggen niet hetzelfde als ik, maar dat zijn gewoon meesterlijke vogels. Als je de carrière van Bashir bestudeert (met ouders gevlucht uit Afghanistan, jongste gemeenteraadslid, jongste Kamerlid ooit, red.), dan kun je alleen maar bewondering hebben. Hij ziet ook wel dat ik hem waardeer. Dat maakt het debat mooier.'

De Wending

Een serie over mensen bij wie het leven op de kop staat. Aflevering 2: Staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes

Met Eric Wiebes meldde zich anderhalf jaar geleden een original in Den Haag. Zijn reputatie was hem vooruitgesneld: scherp, intelligent, origineel, een oplosser. Maar ook: een technocraat die zegt dat hij het niet zo opheeft met politici, die vindt dat ze aan het werk moeten in plaats van praatjes houden voor media en symposia. Verknocht aan Amsterdam bovendien. 'Deze stad heeft me voor altijd in de klauwen', zei hij bij zijn afscheid.

Zijn faam doet hij in Den Haag gestand. Financieel woordvoerders - een elitekorps op het Binnenhof - spreken met waardering over hem. Hij beheerst de dossiers en heeft grote ambities: Wiebes wil echt de belastingdienst op de schop nemen, wil echt het belastingstelsel hervormen. Dat doet hij met kracht van argumenten, een onmiskenbaar eigen toon en aanstekelijk plezier in het debat.

Zijn takenpakket is door Griekenland - hij vervangt Dijsselbloem als Nederlands vertegenwoordiger in de Eurogroep - enorm uitgebreid. Wiebes heet dan briljant te zijn, met de media is hij niet altijd even handig. En anders dan zijn meeste collega's heeft hij geen pantser van onkwetsbaarheid om zich heen. Hij is zichzelf, minstens lijkt hij zichzelf. Dat is in Den Haag niet altijd een voordeel.

'De missie telt, niet de baan'

Voordat hij staatssecretaris werd, was Wiebes (52) voor de VVD vier jaar wethouder van verkeer en vervoer in Amsterdam. Hij ziet de politiek niet als een sequentie van banen of als een manier om in zijn levensonderhoud te voorzien. 'Of als een carrière. Ik kan het me veroorloven me op de missie en het doel te concentreren en niet op de baan. Ik ben ook niet hebberig - geen nieuwe auto's en zo. Ik heb veel fietsen, ik fiets naar mijn werk, mijn chauffeur heeft weinig te doen.'

Rutte belde u om naar Den Haag te komen, maar u had die prachtige baan in Amsterdam. Dat was geen fijne dag zeker?

'Dat is waar. Ik was al gevraagd of ik beschikbaar was voor een tweede periode. Dat had ik dolleuk gevonden. Ik vond het ingewikkeld om te zeggen: er komt iets anders langs. Dat andere was Rutte.'

Moest u lang nadenken?

'Ik kom uit een gezin waar niet werd gewerkt. Mijn vader was altijd ziek. Vanaf mijn vijfde was het idee van een vader of moeder die werkt ver weg. Tijdens de eerste helft van mijn studie heb ik helemaal niet bedacht dat ik moest gaan werken.

'Ik ontdekte pas halverwege mijn studie dat werk mijn thema is. Ik zag in mijn omgeving dat het verschil tussen wel en niet werken dag en nacht is. Werk is het cement van de samenleving. Daarom ook zit ik bij de VVD. Werk gaat niet alleen om inkomen, ook om ontplooien, erbij horen, niet achterblijven.

'Toen Mark mij belde, realiseerde ik me: misschien wel de belangrijkste knop op het dashboard van werk is de fiscaliteit. Weinig economische zaken zijn zo belangrijk als belastingen. De belastingen zijn niet alleen te hoog, maar ook niet ingericht om zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen. Daarom zei ik ja.'

Was het een grote overgang?

'Het is groter, zwaarder en heftiger; meer partijen erbij halen, meer verkoop, meer dossiers tegelijk. Ik had de normale baan, een stelsel ernaast en de totale hervorming van de belastingdienst. Dat alles nog overgoten met een Griekse saus. Dat is wel zwaar tafelen.

'Kijk, Amsterdam was schitterend. De politieke tegenstellingen zijn daar heel groot. Maar maak je alles politiek, dan kom je nergens. Als je issues 'technocratiseert' en een onverwachte oplossing verzint waardoor iedereen winst heeft, dan krijg je in Amsterdam mensen los van hun stellingen mee.'

Verschilt dat met Den Haag?

'Amsterdam lijkt erg veel op Den Haag. De tegenstellingen zijn scherp, de vleeswaren vliegen door de zaal. Wat tegelijk ook fantastisch is. Hier gaan partijen die tegenover elkaar stonden in de campagne op indrukwekkende manier met elkaar om. Dat wist ik van buiten niet.'

Hoezo indrukwekkend?

'Hoe fractievoorzitters hier elkaar vasthouden, weten dat we rotmaatregelen moeten nemen; die manier van met elkaar omgaan vind ik indrukwekkend. Zo'n versnipperd politiek landschap en dan toch zoveel doen. Die versnippering helpt niet. We zaten over dat belastingstelsel te praten, met de fractievoorzitters, elk met één woordvoerder. Genoeg voor een krappe meerderheid in de Eerste Kamer en toch moesten er extra stoelen worden gehaald uit een ander zaaltje.'

Een week daarvoor kreeg u de wind van voren. U zou hebben gezegd dat VVD en PvdA een akkoord hadden over het nieuwe belastingstelsel, maar uw eigen partij ontkende.

'Ik heb gezegd: we zijn er op hoofdlijnen uit, maar de details moeten nog worden uitgewerkt. Wat kwam was: er is een akkoord - full stop. Dat woord heb ik niet gebruikt. Halbe (Zijlstra, fractievoorzitter van de VVD, red.) moest dus wel ontkennen dat er een akkoord was. Dingen moesten worden uitgewerkt. Dat heb ik in het weekeinde daarna gedaan. Op het strand. Ik had mijn vrouw een ontbijt op het strand beloofd. Wel heb ik het grootste deel van de tijd gebeld, grafiekjes getekend en doorgemaild. Was misschien niet het meest succesvolle ontbijt op het strand, maar het strand was gehaald, een mijlpaal.'

U stond door dat 'akkoord' opeens volop in de belangstelling. Hoe is dat?

'Dat vind ik niet per se een feest. Ik heb de afspraak met mijzelf dat ik de artikelen die heel persoonlijk worden - positief en negatief - niet lees. Die leest mijn woordvoerder. Ik vind beide niet zo'n bijdrage aan de wereldvrede.'

Is de beeldvorming een noodzakelijk kwaad?

'Als je staatssecretaris van Financiën wordt tijdens de moeilijkste fiscale besluiten die in decennia genomen moeten worden, dan weet je dat de populariteitsprijs langs je heen gaat. Ook hier zeg ik tegen mezelf: ja, beste vriend, je had het ook niet kunnen voorstellen, dan had je jezelf een sufferd gevonden. Dan had ik tegen mezelf moeten zeggen: ga eens aan het werk!'

U heeft het nu over uw belastingplan. De meeste banengroei zit in de delen die het niet gaan redden. Is dat een teleurstelling voor iemand met 'werk' als thema?

'Ja, dat is zo. Alle partijen zeiden in te zijn voor zoiets - wel allemaal met honderd ontbindende voorwaarden voor deelname. En ze zeiden: Wiebes moet voortmaken! Dan is het teleurstellend dat twee grote jongens, CDA en D66, niet echt willen meedoen. Ik snap wel: iedereen heeft zijn afwegingen en ik was zelf degene die zei dat je tien keer op het doel moest schieten voordat de bal in het doel ligt. Maar het zou wel mooi zijn geweest.'

Uw nadruk op werk, impliceert dat een calvinistische moraal?

'Ik vrees van wel. Het is een nogal Hollandse instelling: een boterham met pitjeskaas, hard fietsen naar je werk, je best doen en niet zeiken. Dat heb ik wel ja.

'Ik heb een zekere bezetenheid voor de publieke sector. Ik heb een fanatisme om voor een overheid te werken die haar doelen beter haalt, minder hinder veroorzaakt, meer mensen kansen geeft en effectiever doet wat een overheid moet doen. Werken is voor mij een kruising tussen mezelf testen en bijdragen aan iets waarin ik heilig geloof. Nu is dat: lagere lasten en belastingvereenvoudiging. Mijn leven verandert dan ook helemaal in die twee doelen. Wat ik hierna ga doen? Weet ik veel.'

U bent staatssecretaris, geen minister. Is dat niet vreemd met zoveel verantwoordelijkheid?

'Dat ik staatssecretaris ben, kan me geen barst schelen. Als ik mijn doelen kan verwezenlijken als loempiaverkoper dan word ik dat. Het gaat me niet om de baan, maar om die missie. Ik ben in dingen die niet mijn overtuiging betreffen trouwens gemakkelijk in de omgang, hoor.'

U werkt anders dan veel collega's, schrijft zelf brieven aan de Kamer. Waarom?

'Hoe het vaak gaat: de Kamer stelt vragen en jij krijgt een blaadje met de antwoorden en dat lees je dan voor. Dat kan ik niet. Nog nooit ben ik met getypte velletjes naar de Kamer getrokken. Het gedachtengoed maak ik deels zelf. De belangrijke brieven, over het stelsel bijvoorbeeld, daar zit ik in, die heb ik mee helpen kleien. Met zo'n brief wil ik in iemands hoofd binnendringen. Je moet hem tot het eind toe uitlezen. Ik krijg in de ministerraad weleens een dikke brief met een annotatie erop: deze vijf dingen moet u lezen. Als dat met mijn brief gebeurt, heb ik de wedstrijd verloren.'

In Amsterdam werkte u met wethouder Lodewijk Asscher, nu vicepremier. Schept dat een band?

'Nou, we weten elkaar te vinden en ik denk dat de onuitgesproken afspraak is dat we elkaar niet foppen. Maar ik ben gezegend met bijzondere collega's, hoor. Niet om te slijmen, maar heb je weleens met Mark Rutte gewerkt? Die man, ja, dat is heel leuk en bijzonder hoor. Ik werk aan het epistel - heb ik hem ook gezegd - The Seven Habits of Highly Succesful MP's.'

Noem er eens één.

'Laat ik dat niet doen. Mark moet niet in de Volkskrant lezen waarom ik hem bewonder. Dat moet niet.'

binnenkort in deze serie:
De expeditiearts die twee rampen overleefde, de directeur die van haar voetstuk viel en de zeiler die schipbreuk leed.

Eric Wiebes. Beeld Peter van Hal
Eric Wiebes.Beeld Peter van Hal
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden