'Dat er iets niet klopte, was voelbaar'

Ze bestudeerde de medische zorg in Sint Joseph en had haar twijfels. Toch wilde historica Klijn geen roddels opschrijven.

ANA VAN ES

MAASTRICHT - 'Dat er iets niet klopte in Sint Joseph was voelbaar. Broeder Ramakers, die het archief beheerde, week nooit van mijn zijde. Hij hield informatie achter, selecteerde alle stukken voordat ik ze mocht lezen.'

Annemieke Klijn, historica aan de Universiteit Maastricht, kreeg begin jaren negentig bij hoge uitzondering toegang tot de archieven van het katholieke internaat voor geestelijk gehandicapte jongens Sint Joseph in Heel. Het Openbaar Ministerie onderzoekt daar nu het overlijden van 34 tieners die daar tussen 1952 en '54 op verdachte wijze om het leven kwamen.

De broeders gaven Klijn pas inzage in de oude stukken na herhaald aandringen. Ze gebruikte het voor haar onderzoek Tussen Caritas en psychiatrie, over de zwakzinnigenzorg in Limburg tot en met 1952, het jaar waarin de verdachte sterfgevallen beginnen.

Wat probeerden de broeders volgens u te verbergen?

'Indertijd dacht ik vooral aan slechte zorg. Dat jongens werden vastgebonden, dat gebeurde namelijk ook als straf, of versuffende medicatie kregen. Personeel in Daelzicht, waarin Sint Joseph is inmiddels is opgegaan, speculeerde soms over seksueel misbruik in het verleden. Maar er was werkelijk geen enkel bewijs. Ik ben historicus, wilde geen roddels opschrijven.'

Wist u van het hoge aantal sterfgevallen in Sint Joseph?

'Nee. Het internaat heeft geen jaarverslagen. De overlijdensgegevens bij de burgerlijke stand waren toen nog niet openbaar. De commissie-Deetman, die nu onderzoek doet naar seksueel misbruik binnen de katholieke kerk, kan vermoedelijk behalve de archieven van het internaat ook die van de congregratie opeisen. De broeders wilden die aan mij niet laten zien.'

Bij het naburige meisjesinternaat Sint Anna mocht ze wel alle stukken inzien. Daar vindt inmiddels een intern onderzoek plaats omdat in de jaren '50 elk jaar gemiddeld vijftien meisjes stierven. 'Maar ik denk niet dat daar iets aan de hand was. De zusters daar hadden weinig te verbergen. Ze hadden ook meer geestelijke bagage dan de broeders.'

Zaten in Sint Anna gemiddeld genomen zwaardere patiënten?

'In Sint Anna zaten inderdaad meer diep-gehandicapte kinderen. Wat opvallend is: beide inrichtingen hadden ook veel kinderen van vrij hoog niveau, die toen 'debiel' werden genoemd. Nu zouden ze nooit meer worden opgenomen. Maar ze waren toen nodig om de boel draaiende te houden. Ze moesten keihard werken, zorgden ook voor zwakkere kinderen. Verdeel en heers was dat, zo'n verpleegde gaf dan een kapotte handdoek aan een lotgenootje dat hij of zij niet mocht.'

U schrijft dat ernstig gehandicapte kinderen volgens de broeders en zusters waren voorbestemd om engeltjes te worden. In hoeverre voorkwamen zij een voortijdige dood van zo'n kind?

'Wanneer een kind ziek was, haalde de huisarts zeker niet alles uit de kast. De medische zorg was minimaal. De zwaarst gehandicapte kinderen hadden geen verstand, volgens de religieuze doctrine, konden dus ook niet zondigen en gingen volgens de leer direct naar de hemel.'

Al in 1946 stelde het Bisdom van Roermond een onderzoek in naar Sint Joseph. De broedercongregatie weigerde medewerking. Wat was daar aan de hand?

'Ik weet het niet. Het zou me niets verbazen als de broeders geweigerd hebben om een cursus Zwakzinnigenzorg te volgen. Je ziet hier hoe enorm gesloten de congregatie was. Zelfs het eigen Bisdom hielden ze zo ver mogelijk van zich af.'

Op bezoek bij de broeders, voelde Klijn zich nooit op haar gemak. 'Ze waren heel geïnteresseerd in kruiden. Ook broeder Ramakers, die het archief beheerde, was zo'n kruidenbroeder. Terwijl hij in zijn keukentje was, verwisselde ik snel onze koffiekopjes. Er hing een nare spanning om hem heen.'

De huisarts werd berispt omdat hij had gesproken over onopgehelderde gebeurtenissen op de werkplaats van Sint Joseph, waar producten voor Philips werden gemaakt.

'Op die werkplaats was sprake van uitbuiting. Maar ook hier is onduidelijk wat er precies speelde. Waar het mij om ging, is de positie van de arts. Hij werd in een brochure opgevoerd als geneesheer-directeur van Sint Joseph, maar binnen had hij niets te vertellen.'

Denkt u dat het onderzoek van het OM kans van slagen heeft?

'Ik betwijfel het. Je hebt niet met één doofpot te maken, maar met allemaal doofpotten: die van de broeders, maar ook bijvoorbeeld die van de artsen. Waar was de huisarts van Heel? Bleef die zwijgen? En de psychiater? Dat dit kon gebeuren, zegt iets over de maatschappelijke cultuur in die jaren.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden