ANALYSEvoedselsysteem

Dat de voedselketen sterker, eerlijker en duurzamer moet worden, daar is iedereen het over eens. Maar hoe?

De werf in Dakar was een week dicht om alles te desinfecteren. Export naar Europa is nog niet mogelijk.Beeld Sadak Souici

De coronacrisis legt de zwakheden van het voedselsysteem bloot: hier moet eten worden vernietigd, daar dreigt honger. De keten zou veel korter moeten om voedsel eerlijk te kunnen verdelen.

Terwijl de vrieshuizen van visserijbedrijf Cornelis Vrolijk in de havens van IJmuiden en Scheveningen vol raken met haring, blauwe wijting en horsmakreel, is op de voedselmarkten in West-Afrika steeds minder vis te zien. De importeurs in Nigeria hebben door de coronacrisis onvoldoende (olie)dollars om de vis bij de Nederlandse reder af te nemen. Drie miljoen mensen aan het eind van deze voedselketen dreigen nu hun dagelijkse proteïnerijke maaltijd uit de Noordzee te missen.

In de supermarkten in de Verenigde Staten raken de schappen met vlees leeg omdat de slachthuizen vanwege corona-uitbraken moesten sluiten. De varkens, kippen en koeien in de overvolle stallen moeten waarschijnlijk worden geruimd ‘terwijl ze de natie hadden kunnen voeden’, verzuchtte de topman van Tyson Foods vorige week bij de aankondiging van de sluiting van de vleesverwerkingsfabrieken. ‘De voedselketen is aan het breken’, aldus de multinational uit Arkansas.

De covid-19-pandemie heeft in enkele weken tijd de kwetsbaarheid en ongelijkheid van het mondiale voedselsysteem blootgelegd. Op de akkers aan de ene kant van de wereld rotten de aardbeien weg omdat er geen seizoenskrachten of afzetmarkten meer zijn, aan de andere kant van de wereld dreigen tekorten omdat voedsel de landsgrenzen niet meer over komt. Voor miljoenen mensen in arme landen dreigt acute hongersnood en ook in het rijke Westen worden de rijen bij de voedselbank dagelijks langer. En dat terwijl er in de wereld ruim voldoende voedsel is.

Zwakheden

Het is niet de eerste keer dat de zwakheden in de voedselketen aan het licht komen. In 2008 leidden grote tekorten aan graan en rijst tot een wereldwijde voedselcrisis met politieke en sociale onrust in tal van landen tot gevolg. Exportbelemmeringen en hamstergedrag aan de ene kant van de wereld leidden tot fenomenale prijsstijgingen aan de andere kant van de wereld. Burgers in de armste landen, vooral in Afrika, die afhankelijk zijn van geïmporteerd voedsel, betaalden onderaan de voedselketen de hoogste prijs.

De belangrijkste les die de wereld uit deze voedselcrisis trok, behoedt de wereld tijdens de coronapandemie vooralsnog voor grote voedseltekorten. Protectionisme, zo weten we nu, kan catastrofaal uitpakken. De meeste landen proberen nu hun grenzen open te houden en de neiging tot hamsteren te bedwingen. Ook Afrika is zich bewust geworden van zijn kwetsbaarheid door importafhankelijkheid; in tal van landen is de landbouwproductie opgevoerd, al kan die nooit de voorspelde verdubbeling van de bevolking in 2050 bijhouden.

Ondanks de geleerde lessen, vallen sommige landen tijdens de coronacrisis terug in oude reflexen. Zo hebben Rusland en Kazachstan hun graanexporten aan banden gelegd, heeft Vietnam een rem op de export van rijst gezet, zijn Saoedi-Arabië en Egypte toch begonnen voorraden aan te leggen en is op de Balkan de export van fruit en oliën verboden. En ondanks de gezamenlijke wil de wereldhandel door te laten gaan, leiden grenscontroles en afstandsmaatregelen onvermijdelijk tot vertragingen in de transportketen. Hierdoor lopen voedselprijzen toch weer op en zijn weer vooral de burgers in arme landen de klos.

Wake-upcall

‘Covid-19 is een wake-upcall’, schreef onder meer de denktank IPES Food (International Panel of Experts of Sustainable Food Systems), die enkele jaren geleden werd opgericht door Olivier de Schutter, voormalig rapporteur voor het Recht op Voedsel van de Verenigde Naties. ‘De zwakheden in het mondiale voedselsysteem die nu aan het licht komen en door de klimaatverandering de komende jaren alleen maar zullen worden versterkt, bieden juist ook de kans om tot een duurzamer en rechtvaardiger systeem te komen’, zo schrijven de experts. Maar hoe? Dat de voedselketen sterker moet worden, en eerlijker, en duurzamer, daar is iedereen het over eens. Over de oplossingen lopen de meningen uiteen, al wijzen velen naar de grootschalige commerciële landbouw als bron van al het kwaad. Om de boodschappen in onze supermarkten zo goedkoop te houden, verdienen landarbeiders aan de andere kant van de wereld immers een hongerloontje en verwaarlozen ze hun eigen zelfvoorzienende akkertjes. Nu in die landen miljoenen burgers hun inkomen in de informele economie als dagloner, schoonmaker of marktverkoper kwijt zijn als gevolg van de lockdowns, dreigt voor hen honger.

‘Corona legt de ongelijkheid in ons voedselsysteem bloot’, zegt landbouweconoom Roel Jongeneel van de Universiteit Wageningen. ‘Burgers in deze landen zijn veel kwetsbaarder voor prijsschommelingen, omdat ze veel meer aan voedsel besteden dan wij; gemiddeld 40 tot 60 procent van hun inkomen. In het Westen besteden wij nog maar gemiddeld 11 procent van ons inkomen aan voedsel. Als ons brood een paar cent duurder wordt, dan merken we het nauwelijks.’

'We vissen in de hoop op betere dagen', zeggen vissers in Dakar.Beeld Sadak Souici

‘Corona heeft de leugen blootgelegd dat industriële landbouw de enige manier is om de wereld te voeden’, zegt de bekende Britse landbouwactivist en econoom Raj Patel, werkzaam aan de Universiteit van Texas en auteur van onder meer het boek Stuffed and Starved: The Hidden Battle for the World Food System. ‘Als één grote toevoerketen alles bepaalt, dan barst het hele voedselsysteem. Alle horrorverhalen over boeren die melk weggooien en voedsel dat wordt vernietigd op de velden komen allemaal van industriële voedselketens’, zo zei hij vorige week tegen onderzoeksplatform The Intercept. ‘In werkelijkheid zijn het de kleinschalige en gediversifieerde landbouwnetwerken die nu het veerkrachtigst blijken.’

Consumptiepatroon

Het verkorten van de ketens lijkt dus een van de logische oplossingen. Het gesleep met voedsel over de wereld is bovendien toch maar slecht voor het milieu. In het Westen wordt hierop al een voorschot genomen. Nieuwe bezorgdiensten met seizoensgebonden groenten en kazen, worsten en wijnen van de boer om de hoek schieten in heel Europa en de VS als paddenstoelen uit de grond. Leuk voor de happy few, maar niet voor iedereen weggelegd. ‘Toch is het goed dat we kritisch kijken naar onze eigen consumptiepatronen’, zegt Jongeneel.

Zelfvoorzienendheid is wat Jongeneel betreft geen doel op zichzelf en bovendien een luxe die lang niet alle landen zich kunnen veroorloven door een gebrek aan voldoende vruchtbare grond. ‘Het is zeker belangrijk dat ontwikkelingslanden meer investeren in hun eigen landbouw- en voedselsystemen. Maar dat betekent niet dat er op den duur geen geïmporteerd voedsel meer nodig is. Met kortere voedselketens zou je arme landen ook de mogelijkheid ontnemen om te produceren voor export. De footprint van sperzieboontjes uit Kenia is bovendien niet per se groter dan die van kasgroenten uit het Westland of van de biologische boer om de hoek.’

Goede handel, kortom, is juist ook een middel om mondiale ongelijkheid weg te nemen. Maar, waarschuwt Jongeneel, ‘dan zullen we hier meer voor ons voedsel moeten gaan betalen. Een beter evenwicht zouden we bereiken als we vervuilende industrie met prijsprikkels langzaam uitbannen. Dan wordt duurzaam en eerlijk geproduceerd voedsel vanzelf lonend én betaalbaar.’ 

Onmisbare verspreiders van het coronavirus

Mohamed Ahmed (46) stapt uit zijn vrachtwagen, trekt zijn slippers aan en loopt naar de centrale laad- en losplek in Kampala, de hoofdstad van Oeganda. ‘Ik kom een lading suiker afleveren’, zegt hij tegen de bewaker bij de metalen poort. In het depot achter hem staan honderden rode, witte en blauwe zeecontainers in rijen van vier of vijf hoog, als uit de kluiten gewassen legostenen.

Hij even moet wachten, zegt de bewaker: er zijn nog veertig trucks voor hem waarvan de vracht moet worden uitgeladen. Om de tijd te doden, maakt Ahmed eerst maar de cabine van zijn Mercedes Benz schoon met een sopje. Zijn truck zit onder het stof. ‘Ik heb meer dan 1.000 kilometer gereden’, zegt hij lachend. Op zijn hoofd rust een bruin islamitisch hoofddeksel met sierlijke witte stiksels.

Keniaanse vrachtwagenchauffeurs als Ahmed bevoorraden heel Oost-Afrika. Spoorlijnen zijn vervallen sinds de koloniale tijd. Voedsel en andere onmisbare zaken, zoals brandstof, gaan van de haven in Kenia over de weg naar de binnenlanden, dwars door savannes, over de Nijl en richting de regenwouden. Oeganda is een belangrijke schakel: voedsel gaat van hier verder naar Oost-Congo, Rwanda en Zuid-Soedan. Als de truckersroute de kransslagader is van Oost-Afrika, dan zijn chauffeurs zoals Ahmed de zuurstof en het bloed.

Geen wonder dus dat Ahmed is uitgeroepen tot een ‘vitale’ werkkracht en hij Oeganda ondanks de heersende lockdown nog in mag. Maar hij heeft nog een rol: die van de gebeten hond. Veel truckers hebben namelijk een bijrijder: het coronavirus. In Oeganda zijn 101 besmettingen geconstateerd, 35 bij vrachtwagenchauffeurs, en dat maakt de Oegandezen boos. Ahmed: ‘Mijn truck is al een keer bekogeld met stenen.’

De Oost-Afrikaanse route die Ahmed al twintig jaar jaar rijdt, werd een generatie geleden bekend als de weg waarlangs chauffeurs, en de prostituees die ze bezochten, hiv verspreidden. Door de nieuwe infectieziekte, covid-19, is Ahmed niet langer welkom bij de houten eetstalletjes tegenover het containerdepot in Kampala. ‘De vrouwen daar zijn gevlucht voor ons als buitenlandse chauffeurs’, zegt hij, wijzend naar een wankel eethuisje dat is verpakt met rood-wit afzetlint. ‘Ze zeggen dat wij corona brengen.’ Ahmed kookt zijn eigen potje, in zijn cabine. In zijn verdomhoekje.

Het coronavirus legt zo de achilleshiel bloot van de voedselvoorziening in Afrikaanse staten die door land zijn ingesloten, zoals Oeganda. Zolang de trucks ongehinderd doorrijden, lopen de besmettingen verder op. Maar grendelt Oeganda zijn grenzen af, dan komt er honger. De president, Yoweri Museveni, noemt het weren van buitenlandse vrachtwagens ‘zelfmoord’.

Oeganda verbouwt natuurlijk zelf wel voedsel. Akkers staan vol met maïs, maniok en bananenplanten. Maar dat eten is vooral bestemd voor het zelfvoorzienende deel van de bevolking, zo’n driekwart van de ruim 40 miljoen Oegandezen. Miljoenen stedelingen zijn aangewezen op de import. Zij eten rijst uit India en Pakistan, palmolie uit Indonesië en cornflakes uit Egypte. De afhankelijkheid weerspiegelt zich in Oeganda’s handelsbalans: in 2018 gaf het land 6,8 miljard dollar uit aan import, en verdiende het de helft van dat bedrag aan export.

In Kampala liggen supermarkten nog vol, maar of dat zo blijft, hangt ook af van voedsel exporterende landen in andere delen van de wereld. Gaan zij door de coronacrisis hamsteren? Rusland, de grootste exporteur van tarwe, heeft al aangekondigd dat het zijn uitvoer gaat beperken.

Zo’n bericht bezorgt Cissy Nanteza (26) hoofdpijn. Nanteza, een kordate vrouw met lange zwarte vlechten, is importmanager van Kampala’s grootste broodbakker, de Ntake Bakery. In de enorme fabriek wordt elke dag meer dan 50 ton Russisch graan verwerkt. Het dreigende vooruitzicht van een schaarste noemt ze ‘dramatisch’, en dan kampt de bestaande aanvoer naar de Ntake Bakery ook nog eens met vertraging. Vrachtwagens mogen in Kenia niet meer ’s nachts rijden, er geldt een corona-avondklok. ‘Bij de grens met Oeganda leiden nieuwe controles tot files. Trucks doen er niet langer drie of vier dagen over om ons te bereiken, maar zes of zeven. Onze kosten gaan omhoog.’

Ook Nanteza is bezorgd over haar contact met de chauffeurs: ‘Ik moest maar eens een mondkapje gaan dragen.’ Als oplossing voor het dilemma van coronavirus en wegtransport grijpt Oeganda’s regering naar middelen die je ludiek zou kunnen noemen, zoals een videoboodschap aan prostituees. Net als met hiv klinkt de roep om gedragsverandering, maar nu komt die van Bad Black, een prostituee die in de gevangenis belandde nadat ze een Britse miljonair had opgelicht en met zijn geld had gestrooid in de disco’s. In de videoboodschap, verspreid via social media, roept ze alle dames, ‘vooral die bij grensposten’ op: ‘blijf weg van chauffeurs’.

Als Ahmed, getrouwd en vader van drie kinderen, op verzoek de video op zijn telefoon bekijkt, haalt hij zijn schouders op. ‘Normaal ontmoette ik onderweg altijd vrouwen’, zegt hij. ‘Nu zijn ze bang voor me, door het coronavirus. Maar ik ben net zo bang voor hen. Ik ben hier alleen nog om voedsel af te leveren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden