Dat Daniel Day-Lewis stopt met acteren is naast een verlies voor de film, ook een verlies voor filmanekdotiek

Wekelijks nemen de cultuurspecialisten van de Volkskrant stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst. Deze week: Bor Beekman.

Daniel Day-Lewis in Gangs of New York.Beeld afp

Dat drievoudig Oscarwinnaar Daniel Day-Lewis (60) aankondigde te stoppen met acteren, is allereerst een verlies voor de film. Maar laten we eerlijk zijn: het is óók een verlies voor de filmanekdotiek.

Neem alleen al de wijze waarop het nieuws deze week naar buiten kwam. Bij elke andere vervroegd pensionerende acteur zou zo'n afscheid gepaard gaan met enige motivatie; de artiest was toe aan iets anders, gaat zich concentreren op het schilderen. Zo niet bij de Day-Lewis. Diens woordvoerder meldde slechts dat het een privébeslissing betreft, en dat de acteur zijn besluit op 'geen enkele manier' zal toelichten.
Mysterieus.

De vorig keer dat hij genoeg had van het acteervak, kort nadat hij zich tot volwaardig bokser had getraind voor The Boxer (1997), verdween Day-Lewis van de aardbodem. Pas achteraf leerden we dat hij die jaren doorbracht als leerling-schoenmaker in Florence. Niet voor een rol, maar gewoon om schoenen te maken.

Day-Lewis is de man die Tsjechisch leerde, écht leerde, enkel om met Tsjechisch accent Engels te kunnen spreken in The Unbearable Lightness of Being (1988). En die zich voor zijn Oscarrol als verlamde kunstenaar in My Left Foot (1989) gedurende de hele opnameperiode liet rondrijden in een rolstoel, en met een lepel liet voeren. Ook als de camera uitstond. Die enkel zelfgeschoten wild at op de set van The Last of the Mohicans (1992), zich voorafgaand aan de rol als indiaan een half jaar in de wildernis terugtrok, daar een eigen kano sneed. En volgens regisseur Michael Mann moeite had die indiaan later weer af te schudden.

The Unbearable Lightness of Being.Beeld anp

We hebben nog één rol te goed: in december verschijnt Phantom Thread, van Paul Thomas Anderson. Met Day-Lewis als kostuummaker in de modewereld van de jaren vijftig. En speciaal voor die rol naaide de acteur zes maanden lang pakken bijeen in een slecht verlicht Indiaas atelier. Dit verzin ik ter plekke. Maar het kan.

'Ik weet dat ze me raar vinden', zei Day-Lewis eens, in een publiek interview met filmprofessor Richard Brown. Om vervolgens zijn werkmethode te verdedigen. Ja, hij had zich voor zijn rol als Guildford-Ier in In the Name of the Father (1993) drie nachten aaneen laten opsluiten in een cel, waar cipiers hem wakker hielden door op de deur te bonken en drie teams van politierechercheurs hem meedogenloos ondervroegen. 'Het was mijn verantwoordelijkheid om het te weten, om het te voelen: waarom vergooit een onschuldig persoon zijn leven door een misdaad te bekennen?'

The Boxer.Beeld anp

Professor Brown wierp die ene prachtanekdote op over toneelkanon Laurence Olivier, die zijn collega Dustin Hoffman aansprak op de set van The Marathon Man (1976), toen de jonge Amerikaanse ster nachten had doorgehaald om écht vermoeid te lijken; 'dear boy, it's called acting...'

Met alle respect, wierp Day-Lewis tegen: die Olivier begreep er niks van. Zelf had Day-Lewis zijn toneelcarrière al opgegeven. Hij kon er niet langer tegen, al die repetities waarbij acteurs eindeloos overlegden.

Dat, vond de man die op de set van Gangs of New York een modern gevoerde jas weigerde en een longontsteking opliep, was pas écht mal.

The Last of the Mohicans.Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden