Dat aanhoudend slechte humeur van ons

Nederland heeft last van een kwaadsappig humeur. Allerlei gebeurtenissen bevestigen de Nederlander in zijn gelijk dat het er allemaal niet beter op wordt: het kindermisbruikdrama van Amsterdam; de geweldsexplosies in Alphen en Baflo; het onverkwikkelijke Wilders-proces; de kaalslag in de publieke voorzieningen als antwoord op de kredietcrisis. De media maken overuren om de negativiteit die onze labiele samenleving dagelijks produceert bij te benen. Zij zijn de kraamkamer van ons collectieve humeur.


Nederland mist een inspirerend vooruitgangsgeloof. De samenleving oogt verweesd, zoals Pim Fortuyn dat ooit fraai verwoordde. Losgeslagen van de ankers van de verzuiling, dobbert het politiek stelsel rond. Op zoek naar de rusteloze kiezers van het midden. We zien politici als 'generaals zonder troepen' de controle uit handen geven aan anonieme krachten die ons besturen: de globalisering, Europa, de financiële markten, de internationale gemeenschap.


De gemiddelde Nederlander leeft vrolijk langs de politiek heen. Hij boekt leuke vliegreisjes en bedrinkt zich op zonnige terrassen. Schijn bedriegt. Achter die façade van genotzuchtig consumentisme, gaan veel onzekerheid en oriëntatieloosheid schuil. Hoogopgeleide ouders huilen als hun kind wordt uitgeloot voor het gymnasium - het kind zal nu achterlopen in de globale concurrentiestrijd. Lager opgeleide ouders huilen omdat hun wordt aangezegd dat in de nieuwe kenniseconomie geen plaats meer voor hen is.


Wat doe je met een samenleving waarin grofweg de helft van de bevolking de toekomst optimistisch omarmt en de andere helft het gevoel heeft aan het verkeerde eind van de geschiedenis te zijn terechtgekomen? In Nederland voltrekt zich een culturele burgeroorlog tussen toekomstoptimisten en toekomstpessimisten, tussen, zeg, de academische professionals en de anderen. Aan de zonnige kant staan rijke senioren, van wie de levensloop gelijk opliep met de prijs van de koopwoningen. Daarbij voegen zich wat ze in Amerika the Millennials noemen. Dat is de van optimisme blakende, creatief ondernemende hoger opgeleide jeugd, geboren tussen 1982 en 2000. De wereld ligt als één groot sociaal netwerk aan hun voeten. Zij voelen zich senang in de globaliserende marktsamenleving, individualistisch en mobiel als ze zijn. Zij zijn pro-migratie, soft on crime, maar hard on green.


Dat blijkt totaal anders te liggen voor veel lager opgeleiden, en vooral ook voor the squeezed middle, de beknelde middengroepen, die juist het gevoel hebben dat de nieuwe wereld voor hen weinig positiefs in petto heeft. Het is deze clash tussen humeuren en lifestyles die Nederland verlamt.


Wie denkt dat we hier te maken hebben met de platgetreden paden uit het Nederlandse populismedebat, moet eens googelen op 'Fear and Hope'. Dan treft men een onlangs verschenen rapport van de Engelse anti-racisme organisatie Searchlight. Hoe onverdacht kan een bron zijn?


Deze organisatie heeft de Britten de ogen geopend voor het identiteitstrauma dat als gevolg van globalisering en immigratie in eigen land blijkt te bestaan. Lang voelden de Engelsen zich moreel verheven boven die ordinaire, xenofobe Fransen, Belgen en Nederlanders. Maar nu is vastgesteld dat het Britse tweepartijenstelsel en het fascistoïde karakter van Brits extreem-rechts een groot nationaal-populistisch potentieel onder de bevolking aan het oog hebben onttrokken. Ruim de helft van de Britten voelt zich ontheemd in de globaliserende wereld van arbeidsonzekerheid, massamigratie en individualisering. Men hunkert massaal naar houvast en identiteit, iets wat de gevestigde en technocratische politiek niet kan of wil leveren.


Voor zowel Engeland als Nederland geldt dat, willen we riskante polarisatie verminderen, de toekomstkoers van de globaliserende academische elites niet langer exclusief maatgevend kan zijn. De gelijktijdige ondermijning van sociaal-economische zekerheden en culturele tradities en identiteiten blijkt een desastreuze uitwerking te hebben op het gevoel van bestaanszekerheid en veiligheid van grote delen van de bevolking. Zie daar de opstand van het populisme.


De loopgravenstrijd tussen zogenaamd kosmopolitische hoogopgeleiden en 'communitaristische' lager opgeleiden moet ontregeld worden. Kosmopolieten zijn een stuk minder kosmopolitisch dan ze zich voordoen, en bij veel 'nationalen' draait het uiteindelijk helemaal niet om xenofobie. Hoe leggen we een geloofwaardige verbinding tussen het globaliseringsoptimisme van academische professionals en het achteruitgangsgeloof van bekneld geraakte middengroepen? Van het antwoord op die vraag zal het humeur van Nederland afhangen.


Dit is de eerste, tweewekelijkse, column van René Cuperus op deze plaats. Cuperus is cultuurhistoricus, publicist en senior-wetenschappelijk medewerker van de Wiardi Beckman Stichting. In 2009 verscheen zijn boek De wereldburger bestaat niet, over de achtergronden van het populisme. Hij schrijft boekrecensies voor de Republiek der Letteren van Vrij Nederland.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden