Dartel, inventief en behept met een vlugge geest

Hij had chemicus willen worden. Maar omdat Cees Fasseur bij de aanvang van zijn studie 'zoveel glaswerk brak dat de glasblazers er niet tegenop konden blazen', werd hij jurist en historicus. En in beide hoedanigheden excelleerde hij, zij het dat hij bij het grote publiek vooral bekendheid genoot als historicus.

Cees Fasseur.Beeld anp

Hij schreef - onder andere - de tweedelige biografie van koningin Wilhelmina - gevolgd door een uitgebreid naschrift. Hij verdiepte zich in de eerste twintig jaar van het tumultueuze huwelijk van prinses/koningin Juliana en prins Bernhard. En hij schreef de lang verbeide biografie van oorlogspremier Pieter Sjoerds Gerbrandy. Dat was in 2014. Toen voorvoelde Fasseur al dat hij zijn laatste biografie had geschreven. Gisteren overleed hij in Leiden op 77-jarige leeftijd - kort na de voltooiing van het manuscript van Dubbelspoor, waarin hij - bij wijze van vertier - door zijn eigen leven grasduinde.

Zijn eerste twaalf levensjaren, 1945-'47 uitgezonderd, bracht hij door in Nederlands-Indië, waar zijn vader (op Borneo) een olievatenfabriek beheerde. Fasseur is altijd een grote onbevangenheid aan de dag blijven leggen tegenover dat verleden. Ook waar het de Japanse bezetting van zijn geboorteland betrof. 'Ik heb niet de indruk dat hij er gruwelijke herinneringen aan heeft overgehouden', zei collega-historicus Henk Wesseling ooit in de Volkskrant. Voor Fasseur zelf was zijn verblijf in een Jappenkamp in Semarang 'een sobere maar niet ongezellige vakantie'.

Tijdens zijn loopbaan, die begon bij zijn afstuderen in 1965, traden beurtelings de jurist en de historicus op de voorgrond. In eerste instantie was hij wetgevingsjurist bij het ministerie van Justitie. 'Wij deelden een pijpenla aan het Plein in Den Haag', zei z'n voormalige collega, en latere minister-president, Dries van Agt in 2001. 'Morsigheid en troosteloosheid alom. Maar met Fasseur in de buurt was je daar immuun voor. Wat hebben wij onbedaarlijk gelachen! Hij was dartel, inventief en behept met een vlugge geest. Een geestiger mens heb ik sedertdien zelden meer ontmoet.'

Lees hier het interview van Jan Tromp met Cees Fasseur uit 2014.

Jurist

De kwaliteiten die Van Agt aan de jurist Fasseur toedichtte, kwamen onder meer tot uiting in de Advocatenwet, de Politiewet en - later - de Abortuswet. 'Zodra zich klussen aandienden met een historische dimensie, wisten we hem te vinden', zei Van Agt later. 'Als minister van Justitie heb ik daar gretig aan meegedaan. Mij heugt vooral nog die affaire-Menten, in 1976. Cees heeft meer informatie vergaard dan waar de Kamer in al haar veeleisendheid om vroeg.'

Eerder was Fasseur al betrokken geweest bij de zogenoemde Excessennota, waarmee het kabinet-De Jong in 1969 tegemoet wilde komen aan de maatschappelijke roep om informatie over het bloedige verloop van de dekolonisatie van Indonesië. Als secretaris van de ambtelijke commissie die deze episode moest documenteren, moest Fasseur tezelfdertijd openheid betrachten en gevoeligheden bij Nederlandse veteranen ontzien. Van de semantische behendigheid die dit vereiste, getuigt het feit dat oorlogsmisdrijven als excessen werden gekenschetst.

Fasseur, die als de eigenlijke auteur van de Excessennota werd aangemerkt, oogstte daarmee de kritiek dat hij ter serviel was geweest tegenover het kabinet - zijn opdrachtgever. Fasseur zag zichzelf echter niet als inquisiteur die een vonnis over het verleden moest vellen, maar als verzamelaar van bronnen die voor zichzelf zouden moeten spreken. 'Als je iets in het openbaar wilt vinden, moet je niet in ambtelijke dienst treden', zei hij nog in 1999.

Het verwijt van dienstbaarheid tegenover hogere machten is Fasseur zijn hele leven blijven achtervolgen. Bij de verdediging van zijn proefschrift over het cultuurstelsel, in 1975, raakte hij volgens Wesseling verwikkeld in 'een energieke gedachtewisseling' met een opponent die hem 'een ouderwets, neerlandocentrisch standpunt' voor de voeten wierp - een doodzonde in die tijd. De historicus Fasseur werd aangemerkt als een typische representant van de 'Leidse school' die met een 'afstand scheppende ironie lastige vragen aan het verleden' uit de weg gaat.

Voor Wesseling, en velen met hem, was dit een aanbeveling. Maar die waardering werd niet gedeeld door vakgenoten als Jos Palm, Lambert Giebels en - met name - Gerard Aalders die meer strijdbaarheid en rebelsheid van een historicus verwachtten. Zeker: Fasseur had een prettige, elegante schrijfstijl. Hij had oog voor menselijke verhoudingen en voor kenmerkende anekdotes. En hij kreeg toegang tot archieven, zoals die van het koninklijk huis, die voor anderen gesloten bleven. Maar hij zou die geprivilegieerde positie te veel hebben benut om een monument voor - met name - koningin Wilhelmina op te richten. Hij uitte zich begripvol over haar vlucht naar Engeland in mei 1940, hij oordeelde mild over de weerstand van Wilhelmina, in 1939, tegen de vestiging van een kamp voor Joodse vluchtelingen in de nabijheid van Paleis het Loo en hij nam haar in bescherming tegen het verwijt dat ze zich tijdens de Londense ballingschap zelden over het lot van haar Joodse landgenoten heeft geuit.

Fasseur was zich er altijd van bewust dat hij zich moeilijk tegen deze kritiek kon verweren. 'Het enige dat ik kan terugzeggen is: lees mijn boeken. En kijk of het niet waar is wat ik schrijf.'

Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden