Dapperplein

Het Dapperplein ligt in Amsterdam-Oost. Het is er op normale dagen een drukte van belang, vanwege de markt. Maar gisteren waaide het ’s ochtends zo hard dat veel handelaren niet op kwamen dagen....

Martin Bril

De harde wind die ’s ochtends door de oude volkswijk had gewaaid, was ’s middags gaan liggen, maar toch was het duidelijk november. Af en toe regende het even, meteen daarna scheen de zon weer. Het was bovendien koud; geen dag, kortom, voor feestelijkheden. Toch was Wouter Bos op het Dapperplein, met zijn inmiddels beroemde zeepkist, en in gezelschap van tal van Kamerleden en een heleboel rode ballonnen. Wouter lanceerde een nieuw boek (Wat Wouter wil) en hield een korte toespraak, waarin hij niet vergat dat hij zich hier op een geringe steenworp bevond van de plek waar Theo van Gogh werd vermoord – vandaag twee jaar geleden. Ook sprak hij zijn verbijstering uit over het feit dat sindsdien het integratiedebat zo’n beetje is verstomd.

Enfin.

Terwijl Wouter sprak, maakte ik een rondje over het plein, langs Surinaamse toko’s, een Turkse fietsenwinkel annex tapijthandel, een Kruidvat, een Latijns-Amerikaanse muziekwinkel, een paar kroegen. De twee viskramen maakten dat er een doordringende vislucht op het plein hing. Meeuwen maakten af en toe krijsend een rondje boven de kramen. In café De Knoest zaten mannen met inderdaad knoestige gezichten te roken en bier te drinken. Achter de bar stond een vrouw in een trainingspak. Voor de deur stond een man op een grote, staande bas te spelen. Met zijn voet bediende hij een tamboerijn. Een hond lag op een deken te slapen.

Op de hoek met de Tweede Van Swindenstraat werd de aandacht getrokken door het uithangbord van Verdonk’s Seafood – een viswinkel gespecialiseerd in de meest exotische vissen, diepgevroren en slordig opgestapeld in ijskoude kisten. Een compleet vak lag vol enorme, blauwe kreeften. Een Afrikaanse man met een wollen muts op probeerde een zak mosselen te kopen. Maar hij wist niet hoe hij die moest bereiden, en de vrouw achter de toonbank sprak geen Frans. Ik wel, en ik legde het uit.

Vervolgens bleek de Afrikaan toch een handvol Nederlandse woorden te spreken. Hij wees op de zak mosselen. ‘Ik zie mensen op televisie dat eten’, zei hij hakkelend, ‘en ik denk: dat wil ik ook. Dat wil ik ook.’ Hij lachte uitbundig. Vanavond was het zover en ging hij voor het eerst Zeeuwse mosselen eten. Ik vertelde hem snel dat hij ook twee glazen witte wijn bij het kookwater moest gooien. ‘Ik meteen wijn kopen’, riep hij uit, en ik liep tevreden terug naar Wouters feestelijkheden.

Behalve het gevolg van campagnemedewerkers en Kamerleden, deelraad-PvdA’ers en cameraploegen, waren er niet veel mensen die naar zijn toespraak luisterden. Een mannetje of veertig, vijftig. En amper had het applaus geklonken, of het begon verschrikkelijk te hagelen, zo hard dat het Dapperplein even wit kleurde. Zo plotseling als het begon, zo snel was het ook weer droog, en het campagnelied van Junkie XL en Henny Vrienten schalde vrolijk: Neem mijn hand (ook de titel van een oude Gert & Hermien-kraker). Het enige dat ontbrak, was warme chocolademelk.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden