DAPPER KOPIËREN

Hele woonwijken en stadsgebieden schieten in Shanghai uit de grond. Vaak zijn dat naargeestige betonwoestijnen. Toch willen Nederlandse architecten graag in China werken....

De rieten kap blijkt opgetrokken van solide beton, maar een kniesoor die daar op let. Het geheel is zo beschilderd dat het van een afstandje net echt lijkt. En daar gaat het om in China, land waar façades zo belangrijk zijn.

Er staat ook een Hollandse ophaalbrug bij. Een echte, eentje die werkelijk omhoog kan. De brug leidt naar een imposante dubbele rij grachtenpanden die nog in de steigers staan. Sommige buitenmuren worden net betegeld met een soort donkere badkamertegel - maar wie de ogen voor deze wonderlijke decoratie wil sluiten ziet verder toch echt Amsterdamse grachtenpanden, nagemaakt in de Chinese polder.

Ze worden de omlijsting van een knus-Hollandse winkelpromenade met luxe boetieks, restaurants en terrasjes. Want dit wordt de dorpsstraat van Holland Village of, zoals de reclameborden van de projectontwikkelaar werven: Creative Holland Village. Wijk in aanbouw voor de gestaag groeiende nieuwe middenklasse van Shanghai. Appartementen en villa's die vijftienduizend mensen gaan huisvesten.

Voornaamste attractie: wat meer groen en waterpartijen dan in de doorsnee Chinese nieuwbouwwijk. De folder prijst verder aan dat het intelligente huizen worden, met veel afstandbediening, alarmknoppen en bewakingssystemen. En, opvallend: Holland Village krijgt een forse nieuwe katholieke kerk - als je de maquette mag geloven met citroengele muren en een paarsig dak.

De Nederlandse wijk is onderdeel van een ring van negen nieuwe buitenwijken rond Shanghai, die van de gemeentelijke planners elk een ander buitenland als thema meekregen. Zo komt er een district dat Engels-achtig oogt, een met wat Duitse trekken, enzovoorts. Creativiteit op z'n Chinees: dapper kopiëren en een greep doen uit de grote grabbelton van stijlen.

Zo kom je dus op Hollandse grachtenpanden met badkamertegels. In de Chinese context is het goed te begrijpen, zegt Ashok Bhalotra, wiens bureau KuiperCompagnons de ruimtelijke schets leverde voor de Nederlandse wijk.

Om misverstanden te voorkomen - die tegels waren niet zijn idee. Maar hij kan ze wel plaatsen. 'Het is interessant te zien wat er nu in China gebeurt. In heel kort tijdbestek is men bezig indrukken uit de hele wereld te verzamelen.'

Bhalotra is met zijn Rotterdamse bureau nu ruim vijf jaar in China actief. Zoals zo'n beetje elke architect en stedenbouwer van naam en faam ter wereld tegenwoordig in China zit. Want daar wordt gebouwd als nergens anders. Het lijkt wel of alle meer dan honderd miljoenensteden in het land zich op willen poetsen voor een glanzende toekomst, Shanghai en Peking, dat zich opmaakt voor de Olympoische Spelen van 2008, voorop. Voor de nieuwe bakens van de natie tekenen inmiddels de grote namen: zie Rem Koolhaas met zijn gewaagde hoofdkwartier voor de staatstelevisie in Peking.

China is fascinerend, zegt Bhalotra, in Nederland bekend van de tegendraadse Amersfoortse wijk Kattenbroek. 'Je leert hier heel veel. Wij zijn in Europa met bouwen vaak gevangenen van de eeuwigheid. De Chinezen denken als projectontwikkelaars, in periodes van vijf of tien of vijftien jaar. Wat ze bouwen is de tijdelijke stad, die daarna weer plaats maakt voor wat anders. Ze hebben de tijd niet om voor de eeuwigheid te denken.'

Chinese stedenbouwers hebben ook niet zo de drang van hun collega's in Europa om koste wat kost oorspronkelijk te zijn. In plaats daarvan kopiëren en mixen ze naar hartelust. 'Het gaat zonder enige belemmering. Dat is toch prachtig? Shanghai is een stad vol fragmenten, vol botsingen'.

Je moet het even willen begrijpen, de theorie van de nieuwe Chinese stad. Dat je metropolen als Shanghai en Peking eigenlijk in tweeën moet splitsen - een tijdelijke stad van gebouwen die over tien jaar gewoon weer vervangen worden, en de permanente stad, de bouwwerken die bakens met blijvende zeggingskracht zijn.

Jammer is vooral dat die tijdelijke stad, die in de ongekende bouwwoede die China de laatste jaren teistert op honderden plaatsen verspreid over het land door het projectontwikkelaarsgilde uit de grond wordt gestampt, vaak zo naargeestig is.

Betonwoestijnen zijn het doorgaans, waar om wille van koortsachtige winstzucht - bijna nergens ter wereld worden zulke instantfortuinen verdiend als in China's onroerend-goedbranche - zoveel mogelijk vierkante meters worden neergeplempt. De Chinese stad, toch al intens treurig door een halve eeuw grauwe oostblokbouw, slibt nu steeds meer vol met flats voorzien van protserige façades en frutsels op het dak. De kwaliteit van bouwen en leven is er beter dan in de wijken uit de Mao-tijd, maar er blijft veel te wensen over.

De architect vervult in China nog vaak de rol van 'knecht van de projectontwikkelaar', zo vat stedebouwkundige Rob van der Velden de situatie samen. Zijn Atelier Dutch was eveneens bij het Holland Village betrokken - nee, die badtegels zijn ook niet van hem. Maar hoe gaat dat in China?

'De architectuur van die grachtenpanden was een geheel Chinese aangelegenheid. Er is een Chinese delegatie in Nederland geweest, die mannen hebben overal foto's gemaakt, en vervolgens hebben ze die grachtenpanden op hun eigen wijze nagemaakt. Het kopiëren van decorstukken, daar zijn ze goed in, op een manier waar wij wel eens vreemd tegenaan kijken.'

Ook Van der Velden is 'gefascineerd door de dynamiek' van het bouwen in China. 'Zo'n enorme daadkracht.' Het resultaat is niet altijd om over naar huis te schrijven, maar 'ik kom toch met een koffer vol inspiratie terug naar Nederland. Het gemak waarmee wonen en werken in Chinese steden worden gecombineerd, bijvoorbeeld'.

Bhalotra erkent het probleem van de tijdelijke stad. 'Ik ben nu aan het nadenken hoe je die tijdelijkheid kunt verbeteren. Je merkt dat daar in China steeds meer belangstelling voor komt.' Achter Holland Village zaten nog geen professionele opdrachtgevers, mensen die echt kaas hebben gegeten van waar bewoners van nieuwe wijken om vragen. 'Je komt ook terecht in besluitvorming die heel bureaucratisch is, met de kans dat de burgemeester op het laatst gewoon zegt: 'Nee, zo wil ik het niet'.

En tegelijk is er die enorme dynamiek: in twee jaar willen doen 'waar je in Nederland met je Vinexwijk vijftien jaar voor uittrekt'. Dat botst en levert teleurstellingen op, maar er is ook vooruitgang. 'We hebben nu opdrachten van enkele grote projectontwikkelaars die echt professioneel werken. Die weten wat de woonvraag is, doen onderzoek, werken met sociologen, zien hoe je de bouwruimte beter kunt benutten. Een nieuwe buurt krijgt dan een supermarkt op de hoek, een crèche, een kliniek.'

China? Een cowboyland, zegt Jacob van Rijs. Zorg dat de opdrachtgever eerst het voorschot betaalt, anders kun je soms naar je geld fluiten. Maar wel een cowboyland waaraan je als architect, als stedenbouwer iets toe kunt voegen. 'Wat meer afwisseling, betere kwaliteit van gebouwen, ecologie. Je moet wel enigszins rekening houden met de Chinese smaken en je kunt niet de controle uitoefenen die je elders gewend bent'.

Van Rijs is er met MVRDV, bekend van het gestapelde Nederlandse paviljoen op de Expo in Hannover, nu drie jaar actief. Een kwart van de omzet komt inmiddels van Chinese projecten, zoals een grote wijk in Tianjin, stad van een slordige tien miljoen inwoners aan de kust bij Peking.

'Die steden van China beangstigend en opwindend. De enorme schaal en snelheid waarmee gebouwd wordt, is indrukwekkend. Maar de nadruk ligt vooral op kwantiteit in plaats van kwaliteit. Er is te veel repetitie en te weinig mix. En dan het stof en het verkeer, verschrikkelijk. Aan de andere kant, Shanghai 's avonds met het uitzicht vanaf de Bund, op die glanzende torens aan de overkant, is natuurlijk geweldig.'

Tianjin is een troosteloze stad van dertien in een dozijn. 'Maar als je dan wordt gevraagd om dáár een nieuwe wijk te ontwerpen in het centrum, dan is dat een mooie uitdaging. Er was een oude wijk tegen de vlakte gegaan, en Vantone, een grote projectontwikkelaar, wilde een levendige en stedelijke nieuwe wijk realiseren. We hebben de monotonie proberen te doorbreken door het oorspronkelijke onregelmatige stratenpatroon te handhaven en laagbouw met hoogbouw af te wisselen. Patio-huizen van baksteen tegenover torenflats naar Chinese wens, want er moet natuurlijk wel een bepaalde dichtheid gehaald worden.'

Een ander ontwerp van MVRDV betreft een half afgekloven heuvelrug in het zuiden van het land. China is vol van zulke locaties, wonden van graafwoede naar steen en zand die doorgaans open in het landschap worden achtergelaten. 'In plaats van de woningen tussen de heuvels te zetten hebben we ze tegen de kale hellingen geplaatst. Alle woningen hebben straks een geweldig uitzicht over het gebergte.' De ontwikkelaar en de gemeente waardeerden het zeer, want zo'n uitzicht verkoopt niet alleen goed, er kon op die manier ook een openbaar park gerealiseerd worden.

Is er hoop voor de Chinese stad? Ashok Bhalotra is positief. 'Je ziet dat er een nieuwe generatie Chinese stedenbouwers opkomt, jonge mensen die vaak in het buitenland hebben gestudeerd. Die hebben niet meer de gewoonte van huizenproductie met de oogkleppen op. Ze zijn echt geïnteresseerd als je vertelt over ruimtelijke ordening, regionale verbanden, niet meer iedere stad puur voor zichzelf.

'Ze denken ook verder dan steden. Wat doe je met het platteland? Hoe zorg je ervoor dat arme Chinezen niet allemaal naar de stad trekken? Dat je dan meer moet doen dan wegen en bruggen bouwen. Je hebt ankers voor de plaatselijke economie te ontwikkelen, zoals toerisme. Dat er nieuwe sociale woningbouw nodig is.'

Er wordt, zowel in China als elders, tegenwoordig in ieder geval gedroomd over de ideale stad. Door de Dynamic City Foundation bijvoorbeeld, een door het Architectuurcentrum Amsterdam gesteunde initiatiefgroep die een aantal Nederlandse en Chinese deskundigen bij elkaar heeft gebracht. Onder de noemer Urban China 2020 heeft het team - met op de achtergrond onder anderen urbaan veteraan Carel Weeber, geestelijk vader van het 'Wilde Wonen' - zich geworpen op de ontwikkeling van 'een groeimodel voor China's verbijsterende urbanisatieproces'.

Als uitgangspunt heeft Dynamic City het staatsplan genomen om de komende vijftien jaar vierhonderd nieuwe steden te bouwen. Want zo reusachtig is China's ambitie: de steden dienen verzamelpunten te worden van nieuwe welvaart en vooruitgang, zowel voor de middenklasse als voor honderden miljoenen migranten van het platteland. Het project moet meehelpen de diepe kloof tussen arm en rijk in China wat te verminderen.

Het is even wat anders dan met veel zuchten en steunen een handvol Vinex-wijkjes uit de Hollandse klei trekken. De uitdaging van Urban China 2020 is Aziatische metropolen van de toekomst socialer en creatiever maken. Vorig jaar werden om te beginnen enkele prototypes van nieuwe stedelijke bebouwing gepresenteerd, in tentoonstellingen, een boek en op een internetforum. In Peking, in de jonge creatieve wijk Fabriek 718, heeft Dynamic City een projectkantoortje ingericht.

En nu maar hopen dat China's stadsbestuurders en projectontwikkelaars bevattelijk worden voor de verbeeldingskracht van het Wilde Wonen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden