Column

Dapper dobbert het gedicht op zee

Beeld Thinkstock

De Engelse dichter W.H. Auden was geen voorstander van schrijversbiografiëen, want: 'Geen kennis van de rauwe ingrediënten kan de speciale smaak verklaren van de woordgerechten die hij zijn publiek voorzet.'

Wat voor hem nog het dichtst bij een (auto)biografie komt, is een verzameling van passages uit de literatuur of uit andere bronnen die hem bij lezing troffen. In 1971 verscheen van hem bij Faber and Faber A Certain World, waarin hij al die passages bijeenbracht. Het is een rijke vindplaats, die zich uitstrekt van Accidie (apathie) tot Writing. Ik zal er niet veel uit citeren, maar bezwijk voor een uitspraak van G.C. Lichtenberg, die in de 18de eeuw leefde. Onder het hoofdje 'Ezel' haalt Auden aan: 'Een in het Nederlands vertaald paard.' En als dichter trof me de uitspraak van Paul Valéry: 'Een gedicht is nooit af, alleen aan zijn lot overgelaten.'

Er is een moment waarop je een gedicht loslaat of het laat jou los. Nu moet het zelf zijn weg vinden. Dapper dobbert het op zee. Of het zeewaardig is, weet de dichter niet. Toen hij merkte dat hij er niet mee verder kon - de woorden weigerden dienst - verliet het hem. Was dat het juiste moment? Muze zal het weten.

Auden schreef: 'Een dichter moet nooit iets beweren omdat hij het poëtisch gezien spannend vindt; hij moet ook geloven dat het waar is. Dit betekent natuurlijk niet dat men alleen een dichter kan waarderen wiens overtuigingen toevallig samenvallen met de jouwe. Maar het betekent wel dat je er zeker van moet zijn dat de dichter werkelijk gelooft wat hij zegt, hoe zonderling dat geloof je ook mag voorkomen.'

Marsman dichtte: 'Ik die bij sterren sliep en 't haar der ruimten droeg/ als zilveren gewei, en 't stuifmeel der planeten/ over den melkweg blies en in de maan gezeten/ langs 't grondeloze blauw der zomernachten voer.'

Natuurlijk is dit 'waar'. Het is waar in het gedicht. Het tart misschien Audens adagium dat een dichter nooit iets moet schrijven omdat hij het poëtisch 'spannend' vindt. Ach nee, dat doet het niet. Het is waar voor Marsman, dus ook voor Auden. Voor je het weet ga je twijfelen aan Marsmans klassieker: 'Denkend aan Holland/ zie ik brede rivieren/ traag door oneindig/ laagland gaan,/ rijen ondenkbaar/ ijle populieren/ als hoge pluimen/ aan den einder staan.'

Wat is waar? Voor de maker blijft poëzie een geheim waarvan hij de ontraadseling zoekt en tegelijkertijd hoopt dat die zoektocht tot meer poëzie leidt. Dit geldt voor kunst in het algemeen en voor muziek in het bijzonder. John Cage liet in zijn minimal music pure stilte klinken. Auden schrijft dat er over muziek niets gezegd kan worden, je kunt alleen maar luisteren en dankbaar zijn. Ik schreef over poëzie, die het dichtst in de buurt is van muziek: 'Woorden eenmaal gesproken, geschreven/ zijn anders/ alleen verzwegen onuitgesproken/ bezitten ze een schijn van gelijk/ van geluk.'

Stilte is het hoogst bereikbare in de poëzie, maar om die stilte te benaderen, heb je woorden nodig. Pas als je je laatste woord heb gesproken is de rest silence. De dood volmaakt het gedicht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden