Dansk design: waarom het zo goed is

Het is kosmopolitisch, kwalitatief superieur en het verovert de wereld.

Wandmeubel Woody en kinderstoel Little Nobody van de Deense ontwerpstudio Hay

Hygge is een Deens woord dat zich lastig laat vertalen. Het betekent zoiets als quality time. In het Nederlands zal gezelligheid het meest in de buurt komen, ook al zo'n begrip dat zich lastig laat vertalen. Een verregende zondagmiddag die wordt stukgeslagen in de kroeg: hygge (uitspreken als hoega). Een tête-à-tête bij kaarslicht in de achtertuin: ook al hygge. Maar hygge kan ook de verjaardag van je oma zijn of naakt in de sauna met je dispuut. Het is in elk geval geen begrip waaraan je meteen denkt bij een avontuurlijk ontwerp. En toch is hygge de basis van het internationale succesverhaal van Deens design.

Over dat succes kan geen misverstand bestaan. Op toonaangevende designbeurzen als de Salone del Mobile stelen designlabels als HAY en &Tradition de show met wervelende presentaties. Je kunt geen woonblad openslaan of de vrolijke meubels van designlabel Muuto of Norman Copenhagen stralen je tegemoet. De gevestigde meubelproducenten als Carl Hansen & Søn of Republic of Fritz Hansen (geen familie) staan in het rijtje klassieken als Thonet, Cassina en Vitra. Ondertussen komen er elk jaar nieuwe designlabels bij, aangewakkerd door het succesverhaal van hun landgenoten. Kortom, Deens design lijkt wel het nieuwe Made in Italy. Hoe dat landje met amper 5,5 miljoen inwoners 'm dat heeft geflikt? Simpel: door het uitventen van hygge.

Stijlvol met de rem erop

Deens design nestelt zich net zo makkelijk in appartementen aan de gracht als een twee-onder-een-kapwoning in Gorinchem. Het oogt fris en eigentijds naast een vintagedressoir van het Nederlandse Pastoe, ingetogen naast een flamboyant pronkstuk van Italiaanse makelij of juist sprankelend naast een niemendalletje van Ikea. Het is modern thuisgeluk verpakt in een aansprekende vormgeving. Hygge dus. Of zoals de Denen zelf zeggen: 'Home is something you do, not have' - thuis is niet iets wat je hebt maar doet.

Neem dat rubber afwasteiltje van Norman Copenhagen met die olijke omgevouwen rand. Het is een alledaags product met een twist, dat zelfs een geestdodende activiteit als de afwas bijna leuk en gezellig maakt. Meer nog dan Nederlanders zijn Denen nuchter en pragmatisch van aard. Aan kunstzinnige concepten of kritische statements doen ze niet. De gracieuze kandelaar Cobra van ontwerper Constantin Wortmann voor de industriële edelsmederij Georg Jensen is feitelijk niets meer dan een lange wulpse krul. De esthetiek is stijlvol, maar met de rem erop. De prijs is meer dan redelijk en de kwaliteit uitstekend. De loungefauteuil Isole van designlabel &Tradition oogt elegant met een zweem van nostalgie, alsof er elk moment een Mad Man in kan neerzakken met zijn glas bourbon.

kamer 606

Het Deense succes gaat terug tot ergens diep in de 20ste eeuw. Om precies te zijn tot kamer 606 van het Royal SAS Hotel in Kopenhagen, tegenwoordig het fletse Radisson Blu Hotel. Het is de enige kamer van dit fameuze designhotel dat nog in de originele staat uit 1960 verkeert. Van de glazen buitengevel en de zwevende trap in de lobby tot de inmiddels wereldberoemde Egg Chair en de soeplepels - werkelijk alles is ontworpen door Arne Jacobsen. 'Nog steeds lopen hier elke dag architecten en designliefhebbers binnen uit Nederland, Italië en Japan', zegt manager Brian Gleeson. Al is er natuurlijk veel veranderd aan het interieur van het eerste designhotel ter wereld. Zo zijn de overige kamers voorzien van airco en tv en is het houten Jacobsenledikant vervangen door een boxspring. Kamer 606 wordt alleen nog verhuurd voor fotoshoots of aan architectuurpelgrims. Als een tijdcapsule naar de begindagen van het Deense design.

De stoel en de mens

Als Jacobsen zijn meesterwerk ontwerpt, is het Deens design al meer dan tien jaar een begrip. Tijdgenoten als Poul Kjearholm, Finn Juhl en Hans J. Wenger voorzien na de Tweede Wereldoorlog het zakelijke modernisme van Bauhaus van een vriendelijke, menselijke, zeg maar hygge, uitstraling.

Strakke buismeubels worden uitgevoerd in levendig hout, het zwarte leer wordt vervangen door zachte stoffen in aardse tinten als mosgroen en herfstbruin. Een tafelpoot krijgt een zwierige welving en een lampenkamp spat uiteen als een gepelde artisjok. Het is kosmopolitisch, kwalitatief superieur en het verovert de wereld. Inderdaad, precies de smaakvolle kwaliteiten die ook HAY en die andere hedendaagse designlabels hebben.

Dat eerste internationale succes is nog grotendeels gebaseerd op stoelen. In de eerste plaats omdat er miljoenen van werden verkocht. Maar ook omdat een goede stoel ontwerpen, een van de lastigste opgaven voor designers is. Een stoel moet sterk en toch licht zijn, eenvoudig zijn te produceren, maar toch lekker zitten en dat voor een betaalbare prijs.

Van alle meubels staat de stoel dan ook het dichtst bij de mens, meende Hans J. Wenger: 'Een goede stoel heeft een eigen karakter, net als een persoon.' En Wegner kan het weten; hij ontwierp meer dan vijfhonderd stoelen tijdens zijn leven. In 1949 presenteert hij zijn bekendste stoel in het Design Museum in Kopenhagen. De verzamelde Amerikaanse pers doopt het prototype meteen The Chair. Nog steeds is een origineel exemplaar een van de topstukken in dat museum.

Deze glorietijd in het fiftiesdesign heeft tot op de dag van vandaag het imago van Deens design bepaald. De stoelen van Poul Kjearholm en Hans J. Wenger zijn nog steeds gewild onder liefhebbers van vintagedesign. Alleen zijn de prijzen inmiddels verveelvoudigd. De collectie van Funn Juhl is zelfs opnieuw uitgebracht. Succesvolle labels als &Tradition en Normann Copenhagen borduren met hun retromeubels voort op de stijlvolle nuchterheid van weleer.

Toch komt vanaf de jaren zeventig de klad er in bij de Deense meubelindustrie. Veel fabrikanten vergeten met hun tijd mee te gaan. Niet hout, maar plastic heeft de toekomst. Niet voor niets werkt de beroemdste Deense ontwerper Verner Panton in die tijd hoofdzakelijk voor buitenlandse designlabels. Veel fabrieken sluiten de deuren; het huidige Deense design wordt dan ook vervaardigd in Polen, Turkije en China. Waarmee Denemarken zich wel blijft onderscheiden, is toegankelijk en dienstbaar design, veelal bedacht door anonieme designteams.

New Danish Cool

In de vaste opstelling van het nationale Design Museum in Kopenhagen is deze breuk scherp zichtbaar als halverwege de houten stoelen plaatsmaken voor een stoere stofzuiger van Nilfisk, de eerste elektronische druktoetstelefoon danMark 1, het kantelraam van Velux, de injectiepen voor diabetici en als olijke uitsmijter: een wipkip. 'Vanaf de jaren zeventig waait een progressieve wind door het land. De samenleving wordt maakbaar, met design als instrument. De focus verschuift naar design for everyday life', verduidelijkt museumcurator Lars Dybdahl in zijn standaardwerk 101 Danish Design Icons.

Inderdaad is het moderne Kopenhagen één grote showroom van dienstbaar én smaakvol design. Het scoort niet voor niets hoog in lijstjes van meest leefbare steden door veilige fietspaden die met futuristische bruggen, waaronder van kunstenaar Olafur Eliasson, over het water zweven. Bij elk kruispunt liggen geribbelde stoeptegels voor blinden, ook zo'n Deense vondst. Aan de randen van de stad verrijzen moderne, groene woonwijken, bereikbaar met zelfrijdende trams (ook Deens).

In Denemarken heerst een klimaat waarin creativiteit gedijt. Met zijn vernuftige gebouwen vol licht en lucht heeft de jonge Bjarke Ingels, een tovenaarsleerling van Rem Koolhaas, zich ontpopt tot de meest gewilde architect; in Silicon Valley bouwt hij het Google-hoofdkantoor.

De Deense cinema grossiert dankzij regisseurs als Thomas Vinterberg en Lars von Trier in Oscars en Beren. En dan is daar nog de Nordic cuisine van het prijswinnende restaurant NOMA. Dat deze disciplines elkaar vruchtbaar beïnvloeden, blijkt in het nieuwe NOMA filiaal in een oude legerkazerne in de alternatieve wijk Christianshavn, die wordt ingericht door alwéér Ingels. Het heeft zelfs een naam: New Danish Cool.

Kinderstoel Little Nobody van Hay

Hay

Deze frisse wind waait sinds een jaar of vijftien ook in design, wanneer traditionele producenten als Royal Copenhagen (aardewerk) en Georg Jensen (edelmetaal) avontuurlijke collecties introduceren met abstracte decoraties en minimalistische vormen. Op de Milan Design Week zien we de expositie Mindcraft, waar (dit jaar al weer voor de elfde keer) ambachtelijke bedrijfjes worden gekoppeld aan jonge ontwerpers. Zo verandert een computergestuurde freesmachine een massief pak papier in een stoel; een stoffen poef oogt als een bemoste steen. Dit hygge-levensgevoel overgoten met een grootstedelijke hipstersaus krijgt met de lancering van het populaire Deense lifestylemagazine Kinfolk in 2011 zelfs een eigen spreekbuis.

Maar die ene grote aanjager van de comeback van het Deens design is meubelproducent HAY. Sinds de oprichting in 2002 groeit het gestaag uit tot een succesmerk met een omzet van 150 miljoen euro en verkooppunten in meer dan vijftig landen, waaronder een brandstore van twee verdiepingen met stijlvolle koffiebar in Amsterdam. 'Het succes van HAY is gebaseerd op toegankelijkheid. Niet alleen in prijs, maar ook in uitstraling. We maken avontuurlijke maar herkenbare meubels die een breed publiek aanspreken', zegt oprichter Rolf Hay in een zeldzaam interview met The Wall Street Journal over zijn succesformule, die zich nestelt tussen de vluchtige Ikea-bulk en exclusief Italiaans design. Eetstoel Nobody is niets meer dan een grote kap van gerecyclede petflessen. Vloerkleed Pinocchio oogt als een omgevallen kauwgomballenautomaat. Inmiddels is de Hay-collectie uitgedijd met keukenspullen, beddengoed en zelfs tuinaccessoires.

Internationaal

Opvallend is dat Hay veel werkt met internationale topontwerpers, onder wie het Nederlandse duo Scholten & Baijings, de Franse broers Ronan & Erwan Bouroullec en de Londense Sebastian Wrong.

De pracht en praal van het Italiaans design wordt door Hay voorzien van een vriendelijke, menselijke - zeg maar hygge - uitstraling. In het streven naar maximale toegankelijkheid, presenteert Hay in oktober een collectie bij Ikea.

'Ik denk dat we veel van Ikea kunnen leren', was Rolf Hays verklaring. Deze branie heeft het geloof in het Deense design hernieuwd, waarmee er weer talrijke geldstromen op gang kwamen en de afgelopen tien jaar een aantal nieuwe labels konden opbloeien, zoals Ferm Living (2006), &Tradition (2010) en Karakter (2015). De jongste aanwinst is Really, deels eigendom van stoffenfabrikant Kvadrat, dat sinds deze zomer duurzaam plaatmateriaal produceert van gerecycled afvalkatoen van ziekenhuizen. Over een halfjaar worden hiervan de eerste circulaire meubels geïntroduceerd, door internationale topmerken als Artek en Moroso tijdens de Milan Design Week. 'Really staat voor duurzaamheid en samenwerking. Dat zijn de nieuwe kwaliteiten van Deens design', luidt de samenvatting van directeur Wickie Meier Engstrom.

Met duurzaamheid en internationale coproductie heeft het Deense design zichzelf wederom vernieuwd. Onveranderd is de feelgooduitstraling van een stijlvolle huiselijkheid. Een keukentafel van bamboe of een in Turkije geknoopt vloerkleed van een Britse ontwerper, waarom ook niet? Het is innovatie met behoud van wat goed is. Precies waarmee het Deense design al meer dan zeventig jaar succes scoort.'


Deens design in tien klassiekers

PH Lamp - Poul Henningson (1927)

Terwijl het grote publiek nog maar amper is gewend aan de gloeilamp, introduceert Poul Henningson de even sierlijke als strakke armatuur PH5, die bovendien industrieel werd vervaardigd van geperst metaal. Het is misschien wel de allereerste designlamp.

Vipp pedaalemmer - Holger Nielssen (1938)

In de restaurantkeuken van Noma staat er een, net als op een witte sokkel in het MoMa in New York. De pedaalemmer van de Deense firma Vipp is de onbeminde designklassieker. De 250 euro voor de standaardmaat van 14 liter is geen bezwaar. Een Vipp koop je namelijk maar één keer in je leven.

The Chair - Hans J. Wegner (1949)

Ontwerper Hans J. Wegner was opgeleid als traditioneel meubelmaker, waardoor hij gevoel had voor de gulden snede. In zijn Round Chair, beter bekend als The Chair, komen optimale materiaalbeheersing en tijdloze schoonheid samen.

Egg Chair - Arne Jacobsen (1958)

De Egg Chair dankt zijn naam de aan de eigenzinnige ovalen vorm, die bovendien een comfortabele zit garandeert. Van alle ontwerpen die Arne Jacobsen maakte voor het SAS Hotel in Kopenhagen is dit zijn bekendste en best verkochte. Wel onbekend en bovendien zeldzaam is de Egg Sofa, waarvan er slechts tientallen zijn gemaakt.

Beomaster 1900 - Bang & Olofson (1976)

Het toonbeeld van verfijnde smaak en door zijn superieure geluidskwaliteit ook een muzikaal statusobject, dit minimalistische hifi-meubel van B&O. 'Different but not strange', zei de ontwerper over zijn futuristische ontwerp zonder knoppen, metertjes of schuifjes. Zo zou een platenspeler van Apple er nu uitzien. Tijdloos dus.

Ekstrem Chair - Terje Ekstrom (1984)

Het postmodernisme kreeg nauwelijks voet aan de grond bij de Denen. Daarvoor zijn ze simpelweg te rustig en nuchter. Wel werd de hysterische vormtaal van Memphis uitgebeend tot dit koddige lijnenspel. Toch zou de stoel nooit een succes worden; na drie jaar werd de productie gestaakt.

Washing-up Bowl - Ole Jensen (1996)

Een designafwasteiltje, daar hoef je in de rest van de wereld niet mee aan te komen. Toch heeft het bijzondere kwaliteiten. Door het zachte rubber breken glazen en borden minder makkelijk. Bovendien wordt het geluid gedempt. Samen de afwas doen is opeens hygge.

Veryround - Louise Campbell (2004)

De Veryround bestaat uit 160 cirkels die naar het midden kleiner worden. Met een laser zijn de gaten uit één stuk metaal gesneden. Het innovatieve ontwerp combineert digitale innovatie met een toegankelijke vormtaal en is het startpunt van de revival van het Deens design.

Boutique - Henrik Vibskov (2015)

Opvallend: er zijn nauwelijks Deense ontwerpers die boven het maaiveld uitsteken, zoals een blitskikker als Tom Dixon of de dandy-achtige Marcel Wanders. Behalve dan de modeontwerper/alleskunner Henrik Vibskov. Gekker dan zijn hysterische sofa Boutique kan de extraverte New Danish Cool niet worden.

Bron: 101 Danish Design Icons - Lars Dybdahl, 464 pagina's, Hatje Cantz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.