Dansende gendarme

Als geen ander weet Anne Teresa De Keersmaeker emotie te brengen in de driehoek van dans-vorm-muziek. Haar dansgroep Rosas bestaat twintig jaar, en dat mag gevierd....

Ze werd geboren in 1960 als de dochter van Maurice van Frans van Keske. En dat is ze jarenlang gebleven. Zo ging dat in het Belgische dorp Wemmel bij Mechelen: iedereen noemde het landbouwersgezin 'de familie Keske'. Op kostschool vond ze zichzelf een klein maniakaal meiske van twaalf, dwangmatig bezig de syntax van Latijn en Grieks de ontrafelen. Maar nog voor ze 25 jaar was, wist heel Vlaanderen dat België weer iemand had om trots op te zijn: Anne Teresa De Keersmaeker, sinds zes jaar zelfs barones De Keersmaeker.

Haar dansstukken Fase, four movements to the music of Steve Reich (1982) en Rosas danst Rosas (1983) brachten haar internationale roem.

'Een schitterend vlugge Vlaamse, scherp als een mes in haar bewegingen.' Zo herinnert acteur Josse de Pauw haar in Rosas danst Rosas, 'naast een robuuste Italiaanse, een kleine Japanse en een grote Waalse.'

'Ze wist precies waar mijn werk over ging', zegt componist Steve Reich over Fase. 'Zij is de eerste die mij mijn muziek heeft uitgelegd.' Anne Teresa De Keersmaeker, de choreografe die als geen ander emotie weet te brengen in de gouden driehoek van dans-vorm-muziek. Haar gezelschap Rosas bestaat twintig jaar. En dat zal haar standplaats Brussel weten. In het Paleis voor Schone Kunsten opende dit weekeinde een magistrale tentoonstelling, Rosas XX, met een overzicht van en een inzicht in haar 28 voorstellingen. En eind deze week ligt er een vijfhonderd pagina's tellend boekwerk in de winkel: Rosas/Anne Teresa De Keersmaeker, als en slechts als verwondering.

Na de monumentale entree op de marmeren trappen voelt de binnenkomst van Rosas XX in Brussel stug en stroef. Je voeten staan in zilverzand. In een flits besef je hoe zwaar het moet zijn hierop te dansen. Op de film, geprojecteerd op het zand, danst iemand echter licht en lyrisch, zonder moeite, als een lentebries. Ze cirkelt, draait terug, trekt sporen in het zand. Boogjes waarmee ze rozen zal vormen: rosas - Latijn, vierde naamval meervoud.

De Keersmaeker, in topshot gefilmd door componist Thierry De Mey, danst Violin Phase, haar allereerste danssolo, gemaakt in 1981 tijdens haar studie in New York. Later zouden dezelfde bewegingen terugkeren in Fase. De Mey filmde de solo vorig jaar vanaf een twintig meter hoge kraan boven een open plek in het bos van Tervuren. Een choreografie die precies laat zien hoe ze wordt 'geschreven'. En die ook weer wordt gewist.

De Keersmaeker noteert niet alleen haar choreografieën, ze schrijft schriften vol structuren in schoonschrift: met A's, B's en C's, tijden en afstanden, spiralen, partituren, scèneschema's, wiskundige reeksen, repetitieve krommingen, maar ook 'to do lists', telefoonnummers en uitroeptekens ('SHIT!' staat er diagonaal door een gedetailleerde scènetabel). In een kabinet staat een vitrine met allerlei opengeklapte schriftjes vol duizelingwekkende aantekeningen: dwangmatig precisie in rode, zwarte en blauwe pen. Ernaast liggen inspiratiebronnen: een boek van Peter Handke, een standaardwerk over de eeuwig herhaalbare fractals van Mandelbröt, een exposé over Fibonacci-getallen.

Michel Uytterhoeven, directeur van het Vlaams Theater Instituut en conservator van de tentoonstelling, wilde het publiek het liefst in zo'n dagboekschriftje laten bladeren. 'Om te laten zien dat choreograferen bij haar niet betekent pasjes bedenken bij een muziekcompositie.' Vanwege privé-aantekeningen liet hij het idee varen. Wel mag je haar eerste, zelf geschreven, subsidieverzoek inzien, met gedicht en dansnotaties - alsof de minister van Cultuur zou weten hoe je choreografieën leest. Ook zie je op een video vier danseressen met hun handen alle pasjes zetten (met dopjes op een vel papier) die straks hun voeten in Rosas danst Rosas moeten maken.

De Keersmaeker is niet alleen een perfectionist. Ze is een structuralist, een vormfetisjist. 'Een ijverige studente', zegt zus Jolente die als actrice vier voorstellingen met haar maakte. 'Gedisciplineerd in haar organisatie, altijd accuraat.' 'Vroeger thuis een gendarme', lacht haar één jaar oudere zus Goedele. 'En koppig! Ze sleurde altijd iedereen mee, omdat ze zo goed wist wat ze wou.'

Jolente De Keersmaeker ziet een kentering in haar oeuvre, zeven jaar geleden: 'Haar eerste voorstellingen waren structurele hoogstandjes. Vanaf Just Before wordt het emotioneler, vloeiender.' Niet toevallig kreeg de choreografe in die tijd twee kinderen en werkte ze bovendien met haar zus aan de integratie van dans en toneel. Juist die meer tekstuele voorstellingen, zoals I said I (1999) en In real time (2000), werden in Nederland slechter ontvangen en lijken uitzonderingen in haar zo op pure dans en muziek geënte oeuvre.

Wie echter alle 28 werken samen ziet - in een zaal met even zo veel videoschermpjes - constateert hoe de ene voorstelling voortbouwt op een fragment uit de vorige.

Hoe een dansfrase uit het lichtblauwe Small Hands (out of the lie of no) uit 2001 de kern vormt van het diepblauwe (but if a look should) April me (2002) en hoe het theatrale In real time toch nog de dansante opmaat vormt voor het zo volstrekt anders ogende pure dansstuk Rain (2001).

Juist die samenwerking met haar zus had De Keersmaeker nodig om haar principes te verruimen. Omdat ze weet hoe obsessief ze kan zijn in haar drang naar complexe structuren. 'Na Small Hands vroeg ze mij of ik dit duet niet een beetje ouderwets vond', vertelt theatermaker Jan Ritsema, die ook lesgeeft aan P.A.R.T.S., de dansschool van De Keersmaeker. 'Ja, zei ik, maar dat geeft niet. Omdat het subliem is in zijn structuur. Binnen haar opvattingen is ze in staat haar beperkingen te bevragen. En ze beseft dat de studenten van P.A.R.T.S. en festivaltoppers als Jerôme Bel en Boris Charmatz zich andere dingen in dans afvragen.

'Ik durf nu vrijer met structuren om te gaan', zegt de 42-jarige choreografe zelf. 'Omdat ik ze tot in de finesses beheers en geleerd heb dingen los te laten.' 'Ze is genereuzer voor haar dansers en haar publiek', zegt Kees Eijrond, al tien jaar algemeen directeur van Rosas. 'Ottone, Ottone (1988) duurde vier uur, het publiek moest ook werken. Drumming en Rain duren elk een uur. Ze laat meer emotie toe. Maar ze blijft bezig iedere voorstelling continue te verbeteren.'

Daarom heeft ook geen enkel ander gezelschap werk van haar op het repertoire, op één uitzondering na: het Nationale Ballet van Lissabon (maar die mag dat niet buiten Portugal opvoeren). Andere dan haar eigen dansers zouden de complexiteit van haar werk misschien niet doorgronden, de partituren niet kunnen lezen, op tournee misschien verslappen.

De dochter van Maurice van Frans van Keske wil er altijd zelf bij zijn. Sterker nog: het liefst danst ze zelf mee. Ook nu ze 42 is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden