Dansen op steenkool en staal

Frédéric Flamand maakte van Ballet Royal de Wallonie elitecorps van de moderne dans..

Architecten zijn de trouwste bondgenoten van de Waalse choreograaf Frédéric Flamand. Zij hielpen hem met de restauratie van een suikerfabriek en een manege voor zijn gezelschap: Charleroi/Danses - Plan K. Maar zij scheppen ook de omgevingen waarin zijn dansers optimaal tot hun recht komen, kwetsbaar en rebels tegelijk. En steeds verbonden met het verleden. 'Aan de geschiedenis kun je niet ontsnappen.' door Ariejan Korteweg

C HARLEROI? Waar ligt dat eigenlijk?

Ongeveer zo had Frédéric Flamand gereageerd toen hem gevraagd werd de leiding op zich te nemen van het Ballet Royal de Wallonie, het dansgezelschap van Franstalig België. Wat moest hij, oprichter en aanvoerder van het avant-gardistische, grootsteedse Plan K, met zo'n provinciaals, stoffig ballet, gevestigd in de naargeestigste stad van België, voor eeuwig bedekt met het roet van zware industrie.

Oeps, afslag gemist.

De auto van Flamand is van Brussel op weg naar Charleroi. Maar als Flamand eenmaal gaat vertellen, vergeet hij al het andere. Zijn handen wapperen, zijn linkerwenkbrauw gaat omhoog, zelfs zijn rechtervoet doet mee met het betoog. Dan kan het zomaar gebeuren dat hij de weg naar Namen inslaat. 'Dit overkomt me een paar keer per jaar', lacht hij, alvorens bij de volgende afslag rechtsomkeert te maken.

Toch moet hij de vijftig kilometer die beide steden scheiden zo langzamerhand kunnen dromen. Flamand is inderdaad artistiek leider van het Ballet Royal de Wallonie geworden. Al vormde hij het classicistische gezelschap om tot een elitecorps van de moderne dans: Charleroi/Danses - Plan K. Een naam die nog alle kenmerken van de fusie draagt.

Het Amsterdamse Muziektheater nodigt nu voor de tweede keer Charleroi/ Danses uit. In Nederland is Flamand minder bekend dan Vlaamse coryfeeën als Platel, Vandekeybus, De Keersmaeker en Fabre. Zijn typisch postmoderne, versnipperde, sterk op architectorale inbreng leunende dansstijl is eerder verwant aan Forsythe dan aan het meer fysieke danstheater van de Vlamingen. Elders in de wereld is Charleroi/Danses een gerespecteerde gast. Nu de naam Charleroi aan een nieuw exportproduct is verbonden, wordt zelfs in de thuishaven de argwaan afgelegd.

De droom die Flamand had toen hij in 1991 het Ballet Royal overnam, moet dit jaar werkelijkheid worden. In maart wordt Les Ecuries geopend, thuistheater en mega-studio van Charleroi/Danses. De renovatie van de La Raffinerie is in september voltooid. De voormalige suikerfabriek in Brussel, waarin Plan K gevestigd is, biedt dan ruimte aan jonge choreografen, workshops, trainingen en voorstellingen. Wallonië heeft eindelijk een dans-outillage die zich kan meten met die van de paradepaardjes van de Vlaamse golf.

Van de 33 dansers die hij indertijd in Charleroi aantrof, is er nu nog één bij het gezelschap; Catherine Plomteux, ooit solist van het Ballet Royal, is nu ster van Charleroi/Danses. De anderen voelden zich slecht op hun gemak bij het door Flamand aangedragen repertoire van Stephen Petronio, Lucinda Childs en Merce Cunningham. Ook het publiek is veranderd. De petite bourgeoisie die volgens Flamand de klantenkring van het Ballet Royal vormde, zag in zijn stukken een génocide de danse.

Ongeveer zo reageerde ook het publiek van het Frankfurt Ballet toen William Forsythe er orde op zaken stelde. Flamand ontkent de overeenkomst niet, maar wijst ook op het verschil: hij leidt niet alleen een gezelschap, maar programmeert ook de Biennale van Charleroi, die is uitgegroeid tot een ontmoetingsplaats voor avontuurlijke dansers, bij voorkeur met een brede belangstelling.

Ooit was Charleroi de stad waar voor heel België het geld werd verdiend. De combinatie van steenkool en staal vormde de slagader van de eerste industriële revolutie. In de nieuwe wereld is er aan staal amper nog behoefte. Langs met brokkelig asfalt beklede straten staan de grote fabrieken op hun ontmanteling te wachten. Slechts hier en daar kleuren zwartbruine rookpluimen de lucht. Charleroi is een stad van het verleden.

Juist naar dat verleden, en de manier waarop dat in architectuur gestold is, heeft Flamand met de dans een brug geslagen. Hij wijst naar een gevel, waarop nog net de letters piscine municipal te herkennen zijn. Daar, in la Broucheterre, waar half Charleroi zijn eerste schoolslagen maakte, presenteerde hij in 1994 de voorstelling Ex Machina. Het gebouw, voor even opgekalefaterd en met moderne techniek tot virtueel zwembad omgetoverd, staat er inmiddels weer haveloos bij. Titanic, waarmee hij debuteerde in Charleroi, werd op locatie gespeeld in een voormalige plaatmakerij, die nu dienst doet als Musée de l'Industrie. 'Ik liet jongeren dans zien op de plek waar hun vader en grootvader gewerkt hadden. Zo kon ik contact met de stad leggen, en tegelijk het conflict tussen traditie en toekomst zichtbaar maken. Dat was de beste manier om vertrouwen te winnen.'

Zou het niet veel vanzelfsprekender zijn om te dansen in het Palais des Beaux-Arts, de schouwburg met meer dan vijftienhonderd stoelen aan het grote plein van de stad? Daar immers wordt het rijke verleden van de stad zichtbaar, bijvoorbeeld in de enorme muurschildering van Magritte.

Omzichtig duwt Flamand de deur van de grote zaal open. Op het podium sluimert in zacht strijklicht een prieeltje met bankjes en bordkartonnen bosschage; het decor van de operette die hier wordt gerepeteerd. Flamand gebaart, alsof hier de ultieme verklaring voor zijn afkeer van dit theater wordt geleverd. 'We kunnen niet zo gemakkelijk aan de geschiedenis ontsnappen. De strijd om een eigen plek heeft jaren geduurd. Toch was het geen verloren tijd. Je leert je limieten kennen, dat maakt je sterker.'

Die eigen plek was vroeger de manege van de gendarmerie. Straks, als de overkapping gereed is, hebben de dansers een studio van 65 bij 25 meter tot hun beschikking, die desgewenst tot theater kan worden getransformeerd. Bij de ingang staan drie steenstronken opvallend in de weg. Het zijn blootgelegde fundamenten van de vestingwallen van Charleroi, gebouwd in de zeventiende eeuw toen de stad een Franse vesting werd. Flamand wilde hen koste wat kost behouden.

Ook zijn dans getuigt van een zorgvuldige omgang met de historie. De thema's voor zijn avondvullende spektakels zijn vaak aan het verleden ontleend: de val van Icarus (1989), de ondergang van de Titanic (1992), Nijinsky en schizofrenie (Moving Target, 1996), de fotografie van Muybridge, pionier van het bewegende beeld (Man walking at ordinary speed, 1998).

Dat historische uitgangspunt wordt met behulp van eigentijdse technologie op de proef gesteld. Zo krijgen in Muybridge - de voorstelling die de komende dagen in Amsterdam te zien is - de dansers weerwerk van geprojecteerde evenbeelden. Deels zijn dat opnamen van dezelfde bewegingen, waardoor de dans vreemd uiteen kan waaieren of zichzelf juist verdubbelt. Deels ook zijn het live-videobeelden van de dansers, gemaakt vanuit een standpunt dat doorgaans voor de toeschouwer niet is weggelegd.

'In de Renaissance werd het vanzelfsprekend dat een kunstenaar perspectief toepaste. Met die uitvinding konden we eeuwen voort. Zo is het voor mij vanzelfsprekend om technologie te gebruiken. In zekere zin is dat de vijand van de dans, maar ik werk graag met de vijand samen.'

Flamand heeft hoge verwachtingen van de dans. Hij noemt het de kunst die het lichaam zijn plaats kan geven in een wereld waarin informatie-technologie steeds belangrijker wordt, waarin contact steeds vaker via beeldscherm en camera verloopt, en fysieke arbeid aan belang inboet. Computers dwingen de mens tot passiviteit. Tegelijk wordt het lichaam met allerlei ingrepen - voeding, doping, chirurgie, sport, fitness, cosmetica - in de gewenste conditie gebracht en zo lang mogelijk gehouden. Al zal het nooit de graad van perfectie bereiken van de technologische verbeeldingen van het lichaam, die steeds realistischer worden. Het is mijn droom dat er naast elke supermarkt een fitness-center komt, citeert hij Arnold Schwarzenegger. 'Naïef, maar prachtig gezegd.'

Dans is voor Flamand een paradoxale bezigheid, een hardnekkige maar o zo kwetsbare haard van verzet tegen de automatisering. 'Dansers calculeren niet', constateert Flamand. 'Daarom onttrekt de dans zich aan de op de markt georiënteerde samenleving. Onlangs kondigde een danser die al tien jaar bij mij werkt aan dat hij vertrekt. Ik voel me oud, misschien ga ik studeren, zei hij. Maar misschien ook niet. Dergelijk gedrag staat haaks op het risicoloze leven waarvoor de meesten kiezen. Maar ook in de dans zie je de verstarring van het academisme. De vernieuwers van de jaren tachtig worden vaak klakkeloos nageaapt.'

Aan zijn eigen geschiedenis zijn de jaarringen van het theater af te lezen. In de vroege jaren zeventig was hij een adept van het fysieke theater, vier keer per week ging hij naar Mechelen om bij Franz Marijnen training in de techniek van Grotowski te krijgen. Met zijn Théâtre du Geste tourde hij door de Verenigde Staten, hij ontmoette Bob Wilson en Peter Brook, speelde in La Mama, maar ook bij Mickery in Loenersloot.

Eind jaren zeventig kon hij met zijn groep Plan K een leegstaande suikerfabriek huren in Brussel. De schrijver William Burroughs, die al eens in een voorstelling van Plan K had opgetreden, opende La Raffinerie. Bands als New Order, The Eurythmics en Cabaret Voltaire zouden er spelen, naast tal van dans- en theatergroepen. 'Feesten en kunst gingen er samen. Het was een laatste stuiptrekking van de jaren zestig', oordeelt Flamand achteraf.

Terwijl we Brussel weer binnenrijden, wijst Flamand fijntjes op het Kanaal van Charleroi. Vlak daarachter ligt La Raffinerie. Vroeger, toen hier nog duizenden arbeiders werkten, was de Rue de Manchester bezaaid met koffiehuizen. Nu is het een rustige straat, gedomineerd door de frisse bakstenen gevel van de voormalige fabriek.

'Als het heel warm is, zweten de muren een bruine stroperige vloeistof uit. We hebben ons lang afgevraagd wat dat kon zijn. Wat blijkt: het is suiker', zegt Flamand terwijl hij de lichte studio's laat zien. 'Het verleden laat je niet zomaar los.'

In de studio's kunnen, met geld van Plan K, straks Belgische choreografen aan de slag. Waalse choreografen, om precies te zijn, want ook wat de lichaamstaal betreft bestaat België uit twee delen. In de theaters van Antwerpen of Gent zal Charleroi/Danses niet snel geprogrammeerd worden. Flamand heeft weinig contact met de Vlaamse dans, al heeft hij voor Jan Fabre grote waardering en zijn er voorzichtige plannen om samen met PARTS, de opleiding van Anne Teresa de Keersmaeker, lessen aan te bieden.

Hij klopt op een dikke stalen zuil. 'De ruggengraat van het gebouw, gemaakt in Charleroi. Als heel Brussel instort, staat dit gebouw nog overeind, heeft een architect me gezegd.' Altijd heeft Flamand de architectuur opgezocht. Architecten zijn de voornaamste bron van inspiratie voor zijn voorstellingen. Zij creëren de ruimte, waaraan hij lichamen - en daarmee tijd - toevoegt.

Moving Target en Muybridge maakte hij met het Amerikaanse duo Diller + Scofidio. 'Architectuur is volgens hen alles wat gebeurt tussen jouw huid en die van een ander. Dat vond ik een fascinerende omschrijving. Er zijn niet veel architecten die zich over het lichaam uitspreken.' Voor Metapolis, waarmee in maart Les Ecuries in Charleroi wordt geopend, werkt hij samen met Zaha Hadid, een architecte uit Irak die haar ontwerpen presenteert middels uitbundige, utopisch getinte schilderingen. Daarna wacht een groot project voor de wereldtentoonstelling in Hannover, waar hij met architect Jean Nouvel een voorstelling maakt over 'the future of work'. Die zal tijdens de openingsuren van de expo doorlopend te zien zijn, en naar verwachting vier miljoen bezoekers trekken.

Hoe oud hij is? Vijftig, zegt Flamand met iets van spijt in zijn stem. Zijn hoop is dat het hem anders zal vergaan dan Maurice Béjart, idool van zijn jeugd, die in zijn jonge jaren prachtige dans maakte, maar zich daarna alleen nog zou herhalen. 'Het voelt alsof ik al die jaren ervaringen en kennis heb verzameld om te kunnen maken wat ik nu doe.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.