Dansen op Rodin

Russell Maliphant gebruikt beelden van Rodin in zijn choreografiën. Vanavond opent hij Springdance.

Nee, een favoriete Rodin heeft de Canadees-Britse choreograaf Russell Maliphant niet. 'Of we het nu hebben over de boog van een rug of de spierkracht van een man die valt: Rodin wist in al zijn beelden een sterke lichamelijkheid te vatten.'


Maliphant (50) formuleert aandachtig. Het is moeilijk om zijn fascinatie voor de beeldhouwer Auguste Rodin (1840-1917) precies te duiden; er zijn wel meer kunstenaars die steen 'vleselijk' maakten, denk alleen maar aan Rodins helden Michelangelo en kunstenaars uit de klassieke oudheid. Toch koos hij voor Rodin. Morgenavond opent Maliphants choreografie The Rodin Project het festival Springdance, dat dit jaar in het teken staat van dans en beeldende kunst.


Maliphant werkte met baanbrekende choreografen als Lloyd Newson, Michael Clark en Laurie Booth, en creëert zelf ook graag met mensen die vooruit willen, zoals sterdanseres Sylvie Guillem en de jonge gasten van BalletBoyz. Wat moet zo iemand met een vrij klassieke en populaire, zo niet uitgekauwde beeldend kunstenaar als Rodin?


'De manier waarop hij het lichaam interpreteerde, is weliswaar klassiek in vorm, maar eigentijds in de aandacht voor details en in de textuur', stelt Maliphant. 'Niet alles hoeft perfect afgewerkt te zijn, soms zie je zelfs nog welke instrumenten hij gebruikte. Of de vorm van de oorspronkelijke steen. Anders dan in de klassieke beeldhouwkunst laat Rodin ruimte voor verbeelding.'


Als twintiger zag Maliphant Rodins werk voor het eerst, in Parijs. 'De beweeglijke lijnvoering, de vele draaiingen in de lichamen' trokken zijn aandacht. Het was een taal waaruit hij later als choreograaf putte. Dat hij Rodin nu openlijk als uitgangspunt neemt, heeft te maken met zijn vorige project, een opdracht om Nijinski's l'Après-midi d'un faune te bewerken. Hiervoor gebruikte hij tekeningen van Nijinski.


Het werken vanuit bestaand materiaal vond hij zeer verfrissend. 'Normaal begin ik met fysieke opdrachten, bijvoorbeeld rond afstand en nabijheid, of ik vraag de dansers een bepaalde vorm gestalte te geven. Nu had ik iets van waaruit ik kon gaan verbeelden.'


Zo werd het gevoel van gewicht dat veel van Rodins beeldhouwwerken uitstralen, vertaald in het gebruik van een donkere cello en kwamen er verhogingen in het decor omdat een gespierde kuit beter zichtbaar wordt wanneer die letterlijk tegen iets wordt afgezet. Samen met zijn dansers bekeek Maliphant grote hoeveelheden foto's van beelden, maar ook van aquarellen die Rodin maakte. De eerste acte, met massa's gedrapeerde doeken en daardoor een klassieke aanblik, is op de zachte verfstreek gebaseerd. Een soort apenrots van geometrische blokken op het toneel, geven de tweede, meer eigentijdse akte reliëf en dimensie, zoals bij sculpturen.


Wat precies haalt het oog van de choreograaf nu uit Rodins beelden, behalve die mooie wentelingen? Maliphant: 'Je ziet verschillende soorten spanning en energie in die beelden. Ook kijk ik naar hoe Rodin mensen groepeert en hoe hij omgaat met de zwaartekracht. Aan de hand van dit soort aspecten hebben we improvisaties uitgewerkt.'


Een mooi voorbeeld vindt hij La porte de l'enfer, een groepswerk met 180 krioelende figuren aan de hellepoort: 'Er is dit gevoel van eindeloos vallen, van ongelooflijke gewichtloosheid. Ook hier kan ik iets mee als choreograaf. Net als met de intimiteit, het gecomprimeerde van al die figuren en hun verschillende perspectieven.'


The Rodin Project is geen beeldentuin geworden, geen spelletje Hints. (En van de wereldberoemde Le penseur en Le baiser hield Maliphant zich helemaal verre.) Televisiezender Arte zond het optreden in Parijs uit en wat opviel, is het vrij abstracte karakter van de voorstelling. Het accent ligt op poses, op vorm, op zaken als kracht en energie. Ook opvallend, en zeer geslaagd, is het gebruik van elementen uit de hiphop.


Wat hebben Rodin en hiphop gemeen? Maliphant: 'Hiphop is een aardse, gegronde taal. Goed voor Rodin. De bewegingen hebben gewicht, erkennen de zwaartekracht. Daarbij kan hiphop uiterst vloeiend zijn, maar ook statische contrapunten geven, zoals in popping. Het is een dansvorm die net als Rodin een steeds andere verhouding tot de zwaartekracht aangaat. En minstens evenveel spierkracht vergt.'


De relatie dans en beeldende kunst is niet nieuw. De expositie Danser sa vie in het Centre Pompidou in Parijs liet prachtig zien hoe sterk de wederzijdse interesse altijd is geweest, zeker in de 20ste eeuw, met de opkomst van de moderne dans. Talloze kunstenaars (ook Rodin zelf) hebben geprobeerd de kunst van de beweging en ontwikkeling in tijd vast te leggen.


Anderzijds hebben talloze choreografen geprobeerd aan te haken bij de beeldende kracht die van statische vormen uitgaat. Dat ging zo ver dat danserslichamen zo'n beetje verdwenen achter ingenieuze kostuums en objecten. En dan zijn er nog de talloze samenwerkingen (zoals van Cunningham met Robert Rauschenberg, Nam June Paik, Jasper Johns, Andy Warhol) en dubbeltalenten (Jan Fabre).


Maliphant denkt dat de verwantschap tussen dans en beeldende kunst vrij fundamenteel is: 'In ons brein zijn het visuele en het kinesthetische, ons gevoel voor beweging, gelinkt. In dans leren we ook vaak via beeld. En zoals beeldende kunst met vorm omgaat, zo werkt choreografie voor mij tot op zekere hoogte ook. We stellen ons bijvoorbeeld een stroom in het lichaam voor en hoe die de ruimte om ons heen beïnvloedt. Of hoe die ruimte verandert als je verschillende spanningsniveaus of hoogtes ten opzichte van de vloer invoegt. Of een bepaald licht op iemand zet, een beweging laat bevriezen in plaats van vloeien.'


Na zijn danscarrière heeft Maliphant even getwijfeld - beeldende kunst of choreografie. Nu is hij blij met zijn keuze, toch? Na weer een zorgvuldige stilte: 'Ik werk graag met tijd, met mensen, in een studio. Ik zou nooit niet met beweging willen werken.'


The Rodin Project, 19 en 20/4, Stadsschouwburg Utrecht. Springdance duurt t/m 28/4. springdance.nl.


Dans en beeldende kunst

Dansfestival Springdance richt zich op dans en beeldende kunst. Behalve choreografen die met hun performancekunst van beide walletjes eten, zijn er ook enkele bekende beeldend kunstenaars die iets voor het dansfestival maken. Zo neemt Martin Creed de vijf basisposities van het klassieke ballet als uitgangspunt voor een choreografie en gaat Tino Sehgal, die vanaf juli met nieuw werk in opdracht is te zien in museum Tate Modern in Londen, een compositie van Ari Benjamin Meyers omgeven met een 'gechoreografeerde ruimte' die de bezoekers al lopend over het podium mogen verkennen. Ook spannend: de portretten van jonge Afrikanen die de Nederlandse fotografe Viviane Sassen maakte, inspireerden Yasmeen Godder tot een choreografie voor de Israëlische Batsheva Dance Company.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden