Dansen op de muur

Kunst ontmoet subcultuur. Het Stedelijk Museum verzorgt een avondvullend programma in club Trouw.

SASJA KOOISTRA

Het is wat onwennig nog, dansen zo helemaal alleen in een fel verlichte kamer waar de veilige duisternis van de dansvloer wel heel ver weg lijkt. In haar witte jurkje met veel bloot wiegt het meisje eerst voorzichtig heen en weer op het ritme van de house die uit de boxen knalt. Plots lijkt ze te kunnen vergeten waar ze is, de zin om te bewegen overwint en als vanzelf laat de muziek haar lichaam dansen.

Het meisje dat donderdagavond in haar eentje in club Trouw in Amsterdam vol overgave danst, is lang geleden door kunstenares Rineke Dijkstra van de dansvloer geplukt en gevraagd solo voor de camera te dansen. Die opname is met filmpjes van andere dansende clubbers onderdeel van het videokunstwerk The Buzzclub, Liverpool, UK / Mysteryland, Zaandam, NL (1996-1997) dat op twee schermen in de rookruimte van Trouw te zien is.

De vertoning is onderdeel van de Contemporary Art Club, een avondvullend programma georganiseerd door het Stedelijk Museum in de ruimtes van de club. Het is het eerste van vier evenementen waarin museum en club samenwerken. De Contemporary Art Club wil kunstwerken van de witte museummuren halen en plaatsen in een clubgebouw 'om zo een nieuw licht te werpen op de relatie tussen de clubscene, de underground en hedendaagse kunst'. Met de gedachte dat de underground en de subculturen die in de club ontstaan, inspiratiebronnen zijn voor kunstenaars.

Raadselachtige performance

Het nachtleven ontmoette de beeldende kunst donderdagavond in een lezing door de Britse subcultuurspecialist Dick Hebdige, een raadselachtige performance van Matthew Robert Lutz Kinoy en een afsluitende clubavond.

Het meest geslaagd was deze samenkomst van kunst en clubcultuur in de ruimtes met vier multimediainstallaties. De werken, normaal vertoond in de witte omgeving van een museum, vonden hier moeiteloos een nieuwe habitat in de enorme ruimtes van de oude krantendrukkerij, die haar rol als tijdelijke dependance van het Stedelijk prima vervulde.

Dat kwam enerzijds door de rode draad in de werken: dansende jongeren, die als vanzelfsprekend een verbinding aangingen met de clubfunctie van het gebouw. Vanaf de dansvloer had je door het glas direct zicht op de wand in de aangrenzende rookruimte waar het dansende meisje van Rineke Dijkstra werd geprojecteerd. Hoog vanuit de entresol werd de video Fiorucci Made Me Hardcore (1999) van Marck Leckey geprojecteerd op de dj-booth aan de andere kant van de zaal alsof dat nooit anders is geweest.

Ook ver weg van de dansvloer, in twee ruimtes in de kelder, leken de videowerken van Jeremy Shaw en Matt Stokes op maat gemaakt voor de gruizige fabriekshal, zo tussen de betonnen pilaren, buizenstelses aan het plafond en geel gevlekte vloer. Door de ruimtelijkheid van de hal en de monumentale schermafmeting kon je bijna verdwijnen in de beelden; net zoals het meisje van Dijkstra uiteindelijk in de muziek opgaat. Al bleef het publiek donderdagavond nog wel wat museale afstand houden. Vannacht zal de synergie tussen beeldende kunst en de dancescene ongetwijfeld groter zijn, als het zaterdagse, wat lossere clubpubliek van Trouw zich gaat mengen tussen de tweedimensionale dansers in de installaties.

De kunstwerken van Contemporary Art Club zijn nog tot en met zondag in club Trouw te bekijken. trouwamsterdam.nl

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden