Dans zonder maat

Julidans presenteerde dit jaar veel choreografieën voor één persoon. De solo's gaan niet om virtuositeit, maar vertellen een verhaal. Zoals dat van een dementerende vrouw of een volksmenner. Met wisselend succes.

Het verhaal wordt even stilgezet en de prins of prinses heeft het podium een paar minuten voor zich alleen om te showen hoe hoog hij kan springen, hoe snel zij kan draaien. Is in het klassieke ballet de solo een moment om te excelleren, een staaltje virtuositeit par excellence, in de eigentijdse dans is de solo uitgegroeid tot een volwaardige choreografie en wordt er wel degelijk een verhaal verteld, of op zijn minst een ontwikkeling of transformatie getoond.


Maar hoe doe je dat, in je eentje een verhaal vertellen? Geen andere dansers om je toe te verhouden, om relaties mee te leggen, drama's mee uit te vechten. Jij trekt de kar, zowel inhoudelijk als fysiek, gemiddeld een uur non-stop. Knap lastig.


Julidans presenteerde deze editie opvallend veel eenpersoonschoreografieën. Wat opmerkelijk was: geen van de solo's ging over de danser in kwestie zelf. Ze gingen over anderen - een volksmenner, een Xhosa-stamhoofd, een oude koning, een dementerende vrouw. Een solo is persoonlijk omdat hij is gebaseerd op de zeggingskracht van die ene danser. Een goede solo ontstijgt die zeggingskracht paradoxaal genoeg ook weer.


Lisbeth Gruwez, ex-danseres van Jan Fabre, gaat het verst in haar transformatie: zij wordt een man. Niet zozeer door de grijze pantalon, het witte overhemd, de zwarte lakschoenen en het strak weggekamde haar. In It's going to get worse and worse and worse, my friend nemen de woorden uit een donderpreek van de ultraconservatieve Amerikaanse televisiepredikant Jimmy Swaggart langzaam bezit van haar lijf. Hoe beter verstaanbaar die worden, hoe groter en explosiever haar bewegingen, tot ze als een toreador de ruimte bestiert.


Op formidabele wijze benadrukt Gruwez niet de inhoud van Swaggarts speech, maar de extase, de obsessie, het geweld in zijn stem. Daarmee is haar solo een ijzersterk commentaar op demagogen van diverse pluimage. Het zijn immers zij die van taal een wapen maken.


Juist het dichtst bij zijn eigen lijf, ook al vertelt hij andermans verhaal, blijft Romeu Runa, onlangs nog te zien in C(h)oeurs van Alain Platel. Nooit eerder een danser meegemaakt bij wie spieren en gewrichten zo los zitten. Alles knakt net te ver door, slaat dubbel, steekt uit, golft, kronkelt. Angstaanjagend gewoon. Hiervan maakt choreograaf Miguel Moreira, geboren in het door mijnen getroffen Mozambique, gretig gebruik: The Old King is de onthutsende strijd van een man - voormalig leider, oorlogsslachtoffer, psychiatrisch patiënt - die een uitweg zoekt uit zijn toestand van totaal verval, maar meer nog een showcase van het uitzonderlijke lichaam van Romeu Runa. Dat overschaduwt uiteindelijk zelfs alles, alsof we naar een freaktentoonstelling kijken.


Desondanks is het fascinerend wat hier gebeurt: waar Gruwez langzaam opbouwt, begint Runa extreem om alleen maar nog extremer te worden. De brandspuit wordt erop gezet, Wagner wordt erbij gehaald en Runa's mond en handen vertonen steeds spastischer trekken (onbegrijpelijk overigens en onnodig).


Twee andere solo's duiken in het verleden. Choreograaf Helena Waldmann zet een voormalige balletsoliste in voor haar stuk over dementie, Revolver besorgen. De expressieve Brit Rodemund krijgt daarbij hulp van geprojecteerde teksten over dementie en flarden dialoog met dementerenden. Zij danst de herinneringen die zij, gesteld dat ze een dementerende vrouw was, nog zou hebben. Indrukwekkende ervaringen als oorlog en seksueel genot blijven scherp - ze marcheert, masturbeert - maar vooral het dansen zit zo in haar lijf gebakken, dat dat lang een automatisme blijft. Tot ze het halverwege een huppel niet meer weet en haar ademhaling bij elke pas piept.


Mooi gedanst en toch niet pakkend. Dat ligt aan Waldmanns oppervlakkige exposé. Rodemund is daardoor meer een verteller die diverse situaties moet schetsen dan een doorleefd personage. Lastig om dat meeslepend te krijgen. We hebben tegen een vrouw aangekeken in plaats van in haar hoofd of hart te zijn.


De Zuid-Afrikaan Gregory Maqoma - hij choreografeert zelf, net als Gruwez - is weer top of the bill. Hij verplaatst zich in Exit/Exist in een man die hij niet heeft gekend, maar met wie hij wel een culturele traditie deelt: zijn betovergrootvader en Xhosa-stamhoofd XoJongusombovo Maqoma, een man van vee en land, die streed tegen de Britse kolonisten.


Maqoma begint in pak, rug naar ons toe en eindigt in datzelfde kostuum, gezicht nu in het volle licht. In de tussentijd hebben we gevoeld wat hem mede heeft gevormd. Met a capella vier fantastische zangers en een sublieme gitarist die soul, Afrikaanse ritmes en westerse klanken mengen, glijdt hij in koeienvel langs zijn roots. Het verhaal in de tekstprojecties is nauwelijks te volgen, maar zijn mix van westerse en Afrikaanse dans des te beter. Subtiel, intens, gelaagd. En dat met één danser.


Solo? Lekker goedkoop

Danssolo's zijn geliefd op het moment; het internationale aanbod is groot. Hoe dat komt? Je bent natuurlijk prettig autonoom en flexibel in je eentje, helemaal als je zelf zowel choreograaf als danser van het stuk bent. Maar geld speelt ook een rol, volgens de programmeurs van Julidans, in deze tijden van bezuinigingen. Een solo is, met een eenkoppige cast, minder duur om te produceren en dus ook tegen aantrekkelijker prijzen te boeken. Hoewel: in de klassieke balletwereld verdienen solisten flink bij door op balletgala's hun huzarenstukjes te dansen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden