Dans zonder drempel

Geen avant-garde voor kenners maar toegankelijke dans voor een nieuw (jong) publiek. Zie daar het succes van Introdans.

Het klinkt misschien als kleedkamernieuws maar er is geen dansgezelschap in Nederland waar zo veel dansers een stel vormen met een technicus. In de jubileumbrochure van Introdans komt een aantal (oud)dansers aan het woord, over liefde op de werkvloer. Juist omdat het Arnhemse gezelschap zo klein en intiem begon, in 1971, en van hot naar her reed in een Volkswagen Kever, zaten dansers en technici op elkaars lip. Of, zoals oprichter en algemeen directeur Ton Wiggers het verwoordt: 'Met een technicus achter het stuur en decorstukken in je nek.'

Veertig jaar geleden begon Wiggers in zijn huiskamer en suite in Arnhem een dansstudio: Studio LP, vernoemd naar de initialen van de Van Lawick van Pabstraat. Zijn motto: 'Dans mee met Studio LP.' Met een aantal cursisten, onder wie de eerste zakelijk leider Hans Focking, begonnen ze (zonder subsidie, tot 1980) een groep, met als belangrijkste ambitie: het toegankelijk maken van moderne dans in Oost-Nederland, voor een groot publiek. Geen avant-gardedans voor kunstkenners, maar laagdrempelige projecten voor mensen in de regio, die waarschijnlijk nog nooit een danser in balletmaillot live hadden gezien.

Wiggers, Focking en hun Intro-Dansers waren pioniers: in Oost-Nederland bestond nog geen professionele moderne dans. Publiek vinden, dat was en is het kerndoel van Introdans. En waar kun je een beter potentieel aanboren dan op scholen?

Dus schminkten de dansers zich in diezelfde Volkswagen Kever tot Pippi Langkous of Poesie Mauw. Ze reden tot ver in de provincie, naar klaslokalen en gymzalen. Vanwege de interactie met hun (jeugdig) publiek was beheersing van de Nederlands taal een vereiste. Waar de grote gezelschappen zoals Het Nationale Ballet en het Nederlands Dans Theater dansers aannamen vanuit de hele wereld, hanteerde Introdans consequent een voorkeursbeleid voor dansers van eigen bodem. Het technisch niveau was daaraan ondergeschikt. Het nieuwe publiek moest zich kunnen identificeren. Ook de choreografen waren vaak Nederlanders: Ed Wubbe, Nils Christe en Conny Janssen creëerden er succesvol werk. Die Nederlandse geest maakte van het kleine gezelschap trouwe dansers een hechte familie.

De kritiek was niet altijd positief. Over het minder vaste dansniveau bijvoorbeeld of de soms obligate keuze van choreografen. Introdans werd verweten slordiger te dansen dan collega-gezelschappen met een internationaal tableau. En choreografen, waaronder Wiggers zelf, zouden te vaak voorspelbaar werk maken. Aardig, maar niet meer dan dat.

Wiggers heeft zichzelf nooit als een groot choreograaf geafficheerd - hij noemt zich met plezier een gepassioneerde balletboer - maar kon toch in woede ontsteken als iemand uit de Randstad weer eens meesmuilend neerkeek op dat schattige Introdans in het oosten. Hij verdedigde zich met groeiende publieksaantallen en de door hem gehuldigde 'sandwichformule': een moeilijkere choreografie werd omkaderd met twee toegankelijke werken om toeschouwers te laten wennen en op te voeden. Van Cuijk tot Enschede en van Wageningen tot Winterswijk, Introdans presenteerde er zijn dansante sandwich. En overal waar het gezelschap kwam deed de groep aan educatie. Met workshops, meedoelessen, trainingen en introducties.

Door de professionalisering van de groep, met steeds meer betaalde dansers, groeide de behoefte naar grootschaligere voorstellingen en internationalisering van het tableau. Toen de educatie hierdoor dreigde onder te sneeuwen, vroeg Wiggers aan de charismatische danser Roel Voorintholt apart een Ensemble voor de Jeugd te ontwikkelen. Repertoire werd speciaal toegesneden op jong publiek. Eerst bracht de groep het nog op scholen, later haalde het leerlingen en gezinnen naar de schouwburg om een voorstelling in de vereiste professionele setting te zien. Introdans Ensemble voor de Jeugd werd een lichtend voorbeeld, ook internationaal.

Wiggers lag ondertussen als artistiek leider van Introdans steeds vaker onder vuur van subsidiegevers en critici. In zijn opvliegendheid kon hij ook onvoorspelbaar zijn voor de Introdansers. Om de rust te herstellen nam Voorintholt in 2005 de artistieke leiding van beide takken over. Wiggers werd algemeen directeur.

Gouden vondst bleek het zorgvuldig uitgewerkte beleid van Voorintholt om bestaand dansrepertoire voor volwassenen, van topchoreografen als Jirí Kylián, Hans van Manen en Mats Ek, te screenen op geschiktheid voor jeugdige toeschouwers. Soms lag het jaren te verstoffen op een plank, totdat het tot vreugde van de meesterchoreografen zelf, een prima dansstuk bleek voor de frisse kinderblik.

Dit navlooien van de schatkist van de moderne dans, met een voorkeur voor humoristische balletten maar even zo goed choreografieën met abstract lijnenspel, maakt Introdans Ensemble voor de Jeugd wereldwijd uniek. Internationaal genieten beide takken van Introdans een grote reputatie: tournees gaan van Singapore tot Argentinië en van Marokko tot Zuid-Afrika.

Voorintholt afficheert zich ook nadrukkelijk als estheet. De kostuumafdeling werkt zich uit de naad om hippe ontwerpen van jonge modeontwerpers te realiseren. Alles, van affiche tot shirt, ziet er behoorlijk glamoureus uit. Verzorgd maar op het gladde af. De huisstijl in gelikte Erwin-Olaf-esthetiek.

Inmiddels is een derde Introdans-tak geboren: Introdans Interactie, onder leiding van oud-Introdanser en choreograaf Adriaan Luteijn. Hij maakt voorstellingen met allerlei doelgroepen, amateurs en profs, tieners en bejaarden, autisten en rolstoelers. En het liefst door elkaar.

Met een choreografie voor vitale oudere dames en bloedmooie jonge jongens haalde hij het NOS Journaal, maar kreeg hij ook venijnig commentaar van een critica; zij sprak van 'kwakkelende bejaardendressuur'.

Die spagaat, tussen kritische, veeleisende kunstkenners en een leger trouwe toeschouwers, zal waarschijnlijk altijd eigen blijven aan Introdans. Al wijst de groep er fijntjes op dat 'het schattige Introdans uit het Oosten' volgens het kunstenplan van de huidige staatssecretaris toch maar mooi is uitgegroeid tot het derde gezelschap van Nederland.

Vier40, het jubileumprogramma van Introdans.

Met CelebrAGE van Adriaan Luteijn en Gisela Rocha, en Noces van Stijn Celis, 7 oktober, Schouwburg Arnhem. Tournee t/m 21/12. Het hele seizoen staat in het teken van het jubileum, www.introdans.nl

Introdanskostuums

Introdans vraagt vaak jonge modeontwerpers danskostuums te ontwerpen, onder wie Sebastiaan Kramer en Jan Taminiau. Voor de jubileumvoorstelling CelebrAGE werd modeontwerper Sjaak Hullekes gevraagd, waarvan hier de schetsen te zien zijn. Erwin Olaf ontwierp het decor.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden