Dans met mij

De Nederlandse Braziliaan Duda Paiva trekt in het buitenland volle zalen. Hij is even terug in de Nederlandse theaters. Met zijn poppen,die tot leven komen.

DOOR ANNETTE EMBRECHTS FOTO'S SANDER HEEZEN

Prima Ballerina Porshia

Madame Porshia is de schuldige. Met haar is het allemaal begonnen. De ijdele prima ballerina, ver over de datum, wordt in 1998 tijdens het CaDance Festival in Den Haag geboren uit een onbeduidende voorstelling (Loot2). Bijna niemand merkt het project op. Maar de dan 27-jarige Duda Paiva, danser bij Galili Dance, ziet het licht. De pop die hij van Israëlische theatermakers in handen krijgt, ontketent voor hem een stille revolutie. Voor het eerst danst hij een duet met een half lichaam: pronte borsten, felle ogen, scherpe neus, strenge blik. Hij leent haar zijn schmierende stem en gespierde benen, voor de gelegenheid gestoken in knalrode hakken. Ze zwieren over de dansvloer, als een louche lady met jonge lover. Haar strakke knot heeft de kleur van zijn wilde staartje. Zij verleidt en kleineert hem, al weet ze dat ze zonder hem aan de grond gekluisterd blijft. Hij pruttelt en protesteert, maar laat haar nog eenmaal gloriëren in een grand jété, een wijdbeense sprong. Porshia kirt van genot.

Duda Paiva, in 1971 in het Braziliaanse Goiania geboren als Eduardo de Paiva Souza, voelt dat hij goud in handen heeft. Met deze geëxalteerde dame kan hij toeschouwers gemakkelijk een voorstelling binnen lokken. Vanaf 1996 danst hij in Nederland bij bekende choreografen als Itzik Galili, Hans Tuerlings, Paul Selwyn Norton, Ron Bunzl en Piet Rogie. Hoewel iedereen lovend is over het watervlugge opdondertje uit Brazilië - in 2000 wordt Paiva genomineerd voor een Zilveren Zwaan voor de beste dansprestatie - vindt hij zelf een choreografie soms te abstract en ontoegankelijk voor ongeoefende kijkers. Moderne dans verschanst zich in zijn ogen nogal eens in een eigen wereld. Paiva, goed gebekt, wil meer communicatie met het publiek. En wat blijkt: met Porshia legt hij moeiteloos contact. Ze verschaft hem het alibi toeschouwers direct aan te spreken en de zogenaamde 'vierde wand', de virtuele muur tussen het publiek en dat wat op het podium gebeurt - páts - te doorbreken.

Poppen, zo ontdekt Paiva wanneer hij vijf jaar later de Duda Paiva Company opricht, zijn ware ondermijners van die vierde wand. Voor Paiva is het de kunst met hen in beweging te blijven. Hij wil geen poppentheater maken, maar dans met poppen - een nieuwe cross-over. En dus begint hij te bouwen aan een verzameling vederlichte creaturen.

Paiva rekt de fysieke mogelijkheden van het wendbare schuimrubber tot het uiterste op. Hij rolt en dolt zo behendig met misvormde torso's dat zijn lichaam naadloos overgaat in dat van een pop. Maakt hij een paardenkop, steekt hij zijn voet door diens mond, krult zijn tenen tot 'dierenlippen' en 'likt' met zijn grote teen als een tong over de grond. Van een arabesk met gehinnik maakt hij een hilarisch steigerend beest.

En Porshia? Deze grande dame van zijn poppenstal wijkt nooit van zijn zijde. Soms spreekt ze als ceremoniemeester voorstellingen aan elkaar. Porshia blijft 'zijn innerlijke diva', zoals hij haar liefdevol noemt. En af en toe springt en draait hij met de uitgezakte dame en laaft zij zich aan zijn jeugdigheid, totdat ze jankend in zijn armen wegzakt.

Engelachtige Gregory

Het lijkt een door de jaren verweerd beeldje; zo'n cherubijn als je wel vaker ziet op het graf van jong gestorven kinderen. Niets bijzonders. Totdat Gregory wakker wordt en met verongelijkt gezicht verhaal komt halen bij een zwerver (Paiva zelf), over de moord op het jongetje waarvan hij de laatste rustplaats siert. Waar was de vagebond op die beruchte dag? Samen ruziën ze, dansend tussen dorre bladeren, over schuld en onschuld, daad en dood, motief en moord, wraak en woede. Ze beschuldigen elkaar en maken een metamorfose door, van engel naar duivel en omgekeerd. Niemand komt te weten hoe het precies zit, wel dat goed en kwaad niet te scheiden zijn, zoals pop en bespeler ook eeuwig vervlochten zijn.

Gregory is de titelheld van de eerste voorstelling van Paiva's eigen gezelschap, nadat hij drie jaar heeft samengewerkt met de jonge poppentheatermaakster Ulrike Quade onder de naam Quade & Paiva. Met Angel (2004) breekt de Duda Paiva Company direct internationaal door: 23 (!) prijzen in het buitenland. Tegelijk betekent de nominatie van Angel voor de Nederlandse Dansdagen erkenning in eigen land. In het begin reageerde de danswereld nogal meewarig op de overstap van de getalenteerde danser naar de naïeve wereld van schuimrubberen poppen.

De diabolische Gregory zet de toon voor alle karakters uit Paiva's inmiddels tienjarig oeuvre. Voor een nieuwe pop kiest hij telkens een gemarginaliseerd figuurtje uit een bekend sprookje, boek of film, dat in het origineel nauwelijks van betekenis is, hooguit als slechterik of gehavend wezen. Vervolgens verschaft hij hem of haar een eigen (verzonnen) levensverhaal, om de norse inborst te verklaren. Neem de heks-zonder-hart in Malediction (2008), op de operatietafel van twee artsen (Paiva en collega). Deze Elfhaba ziet letterlijk groen van jaloezie en is gemodelleerd naar de slechte heks uit The Wizard of Oz, een bijrolletje. Terwijl de doctoren evenals Elfhaba over lijken gaan door onderlinge competitiedrang, horen wij waarom ze de magische rode schoenen van Dorothy wil roven - om zelf een kloppend hart te verwerven. Paiva geeft het aan de gifgroene heks -het is een van de schuimrubberen pumps waarop hij daarvoor wonderwel wist te lopen en die in zijn handen vervomt tot bloedend hart.

Zo gemeen als de poppen kunnen zijn, zo wekken ze altijd ook sympathie op. Doordat Paiva ze smekende stemmetjes geeft en een smachtende mimiek. Het ene moment zijn ze oprechte engeltjes, het volgende hatelijke liegbeesten. En altijd zijn ze naakt. Het maakt de poppen kwetsbaarder én universeler. Paiva wil dat het publiek - jong en oud - hen bekijkt met een open blik, onbevooroordeeld.

De lichtvoetige dans, de naakte lichamen, de uitvergrote mimiek en de spaarzame dialoog: samen worden het surrealistische beelden met poëtische trekjes. Ongrijpbaar, grappig en pijnlijk: de poppen schuwen humor niet, evenals geweld. Schuimrubber geweld. Want het beest in de mens huist ook in de pop; het goddelijke idem dito. Was getekend: Gregory.

Best of DPC

De komende maanden viert Duda Paiva Company zijn tienjarig bestaan (2004-2014) met een best of langs Nederlandse theaters. Een unicum. Meestal verkeert DPC in het buitenland. In Frankrijk, Brazilië, Canada, Tsjechië en de Oostbloklanden trekt Paiva met zijn poppen volle zalen. Nu kiezen Nederlandse programmeurs hun lievelingsvoorstelling uit het complete repertoire van Duda Paiva. In het voorjaar maakt hij bij MAAS Theater & Dans zijn eerste jeugdvoorstelling: De Grieken, over hoogmoed en val. En dit weekend trapt hij de tournee af in het Korzo Theater in Den Haag. Met de diva Porshia als gastvrouw, én de boosaardige Gregory uit Angel, zijn internationale doorbraak.

Stille schreeuwers

Iedere pop is weliswaar altijd met Paiva vergroeid, maar wordt toch een individu door het behendige tegenspel. Dat gebeurt voor het eerst niet in Screaming Object (2012). Paiva's lichaam draagt daarin wel dertig schuimrubberen gezichten. Ze kleven als gezwellen aan zijn lijf. Bij iedere stap die hij zet, veranderen de gezichtsuitdrukkingen van zijn dertigkoppig gedrocht: ze geeuwen, grijnzen en schreeuwen (meestal geluidloos). Af en toe laat hij één hoofd aan een lijntje uit, alsof een alter ego uit wandelen gaat. Het zijn de maskers van de mens, die ontsproten lijken aan één stam.

Het is de evolutie van zijn unieke maakproces waarmee hij met een schaar snijdt en snijdt aan een groot blok ultralicht, flexibel schuimrubber. Voor één pop wel anderhalve maand lang. Eerst maakt hij een miniversie, dan de echte. Omdat het materiaal extreem rekbaar is en vederlicht, kan Paiva menselijke eigenschappen uitvergroten door erin te knijpen (pop wekt meelij op) of lucht in te blazen (pop oogt euforisch). Ogen (grote knikkers) zijn belangrijk. Met een theaterspot erop moeten die oplichten tot achter in de zaal. Een pop moet 'tranen in zijn ogen' kunnen krijgen.

In de toekomst wil Paiva zich verder ontwikkelen in het dansen met het soort meervoudige poppenkluwen uit Screaming Object, samen met dansers die zijn atelier inmiddels versterken. Toch zal Paiva ook altijd solovoorstellingen blijven maken - al is het maar om diabolische verhalen te verzinnen. In zijn volgende solo wekt hij een dwerg tot leven, het enige personage in Sneeuwwitje zonder dubbele agenda. Maar in Queen Noir heeft de lilliputter straks wel degelijk dubbele bedoelingen, hij wordt een dwerg met duivels trekjes.

Heel soms maakt Paiva een openlijk politiek getinte voorstelling zoals Bastard! (2011), naar de laatste roman van Boris Vian (L'Arrache-coeur, De Hartenvreter, 1953). Paiva verdwaalt als angstaanjagende dronkaard op een vuilstort en ontdekt dat kunst en kunstenaars daar door de maatschappij zijn uitgekotst. Ze houden zich schuil in hun afvaldorp en komen tot leven wanneer de dronkaard hen terugleidt naar betere tijden. Bastard! is een protest tegen denigrerende uitspraken over het belang van kunst, in tijden van harde bezuinigingen. Maar veel verder gaan zijn politieke aspiraties niet. Uitnodigingen voor optredens in het Midden-Oosten heeft hij vooralsnog afgezegd. Dan moet hij zijn naakte poppen versluieren en dat vertikt hij. De naaktheid in zijn voorstellingen is niet erotisch of opwindend, zegt hij, maar menselijk. Hoe raar de poppen er ook uit zien. En de stille schreeuwers bevestigen dat.

Duda Paiva viert zijn tienjarig jubileum met een tournee van verschillende voorstellingen langs diverse theaters. dudapaiva.com

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden