Dans anders

Nu de internationale dansprogrammering in Nederland verschraalt, wint het Holland Dance Festival aan belang.

Zelden bij dansers zo veel tatoeages gezien als tijdens het Holland Dance Festival (HDF), dat dit weekend zijn veertiende editie afsloot met optredens van het Bangarra Dance Theatre uit Australië en de New Zealand Dance Company. Ruggen, armen en schouders waren rijk versierd met symbolische tekeningen uit voor westerlingen mysterieuze tradities. Niet alleen hun huid, ook de onderwerpen van hun choreografieën verwezen volop naar inheemse tradities en historische gebeurtenissen van eigen bodem, zonder dat het echt narratieve of illustratieve dansvoorstellingen werden.


Het HDF haalde deze editie opvallend veel gezelschappen uit Cuba, Brazilië en Oceanië, die zich voor hun moderne choreografieën lieten inspireren door eigen historie en rituelen. De verhalen hingen als mist tussen de wapperende rokken en de dwarrelende doeken.


Wie zijn ogen goed de kost gaf en zich vooraf goed informeerde, ontdekte veel nieuwe en vooral andersoortige dans. Indrukwekkend waren de twee Maoridansers van de Okareka Dance Company, mid-veertigers al, die in Tama Ma razendsnel transformeerden van oerwezens tot dragqueens en van jonge Maori's tot wereldwijze heren.


De New Zealand Dance Company blies met Rotunda nieuwe adem in een beladen periode uit de Eerste Wereldoorlog - de noodlottige, gedwongen deelname van jonge Nieuw-Zeelanders aan slagvelden op West-Europees grondgebied. Meeslepend was de enerverende drukte van vier Nieuw-Zeelandse dansparen die, omringd door veertig blazers van de Nederlandse Brassband Rijnmond, moderne interpretaties vertolkten van fragmenten uit invasies, soldatenmarsen en dodendansen.


Het Bangarra Dance Theatre vertolkte in Kinship een inwijdingsritueel vol vogelmotoriek en een spiritueel verhaal over inheemse evolutie. In alles ademden deze voorstellingen een andere, nieuwsgierig makende danstraditie dan de West-Europese theaterdans die overwegend in Nederland is te zien. Een enkele keer leverde de kennismaking met moderne dans, voortkomend uit een geïsoleerde cultuur, een stroeve voorstelling op, zoals het tegenvallende Showroom van Danz-Abierta uit Havana. De poging een tegenkant te laten zien van uitbundige Cubaanse dansshows, draaide zich vast in een verbeten visie op 'achter-de-schermentragiek'.


Naast deze lijn kiest HDF ook voor vrolijke, toegankelijke dans voor jong en oud. Soms ligt de lat te laag, zoals bij de sambavoorstelling van Arquitetura do Movimento. Sympathiek en fijn voor sambaliefhebbers, maar artistiek geen festivalniveau. Een voorstelling als Cantata & Co van Eric Gauthier is heerlijk werk voor nieuw publiek maar biedt choreografisch nog weinig nieuwe namen.


Toch heeft HDF ondanks een subsidiekorting van 40 procent zijn naam van belangrijk internationaal festival weten waar te maken, met een gemiddelde zaalbezetting van 75 procent. Niet slecht voor bijna 45 voorstellingen in drie weken tijd.


Zeker nu de internationale dansprogrammering in Nederland verder verschraalt door het wegvallen van gastoptredens, wint HDF aan belang. Zelfs voor premières van in Nederland werkende choreografen. Hoewel Solaris van Joeri Dubbe tegenviel, was daar het onverwacht prachtige duet van Stephen Shropshire. Na de noodgedwongen opheffing van zijn Noord Nederlandse Dans trok hij zich met twee dansers terug in Maleisië om daar de klap te boven te komen. In My Everlasting overtreft Shropshire zichzelf, met een naakt, confronterend en ontroerend duet, op de adem van de stilte, over vallen en opstaan. Soms moet het blijkbaar van ver komen, maar dan verrast het onverwacht. Dat geldt ook voor een groot deel van deze veertiende editie van Holland Dance Festival.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.