Dans als lijm voor eenzaamheid

Beklemmend. Dat is het beeld dat door je hoofd spookt na afloop van de eerste drie premières in CaDance, het Haagse festival voor moderne dans....

Annette Embrechts

De Nederlandse Amerikaan Dylan Newcomb gaat daarin het verst. Vorig jaar schoot hij nog als danser bij de topgroep van het Nederlands Dans Theater over de volle breedte van het Lucent Danstheater. Nu, als freelance choreograaf, componist en danser van eigen werk zoekt hij het op de vierkante millimeter.

In zijn nieuwste solo Static beperkt hij zijn bewegingsvrijheid tot een perspex kubus van drie bij drie bij drie meter. Van binnenuit beschrijft hij de wanden met witte cirkels, grafieken, muziektabellen en gedachtenspinsels. Schema's om de wereld te ordenen. Al blijven er genoeg vragen over. Die horen we op band. Van mannen uit Seattle, Newcombs geboorteplaats, in alle levensfasen: een kind, een twintiger, een veertiger en een doodzieke senior. De bedachtzame antwoorden van de mannen versmelten met de ruis die Newcomb op band produceert.

Zelf beweegt hij minimaal. Hij kleedt zich aan, weer half uit, draait rond, stapt achterwaarts, gaat liggen en eindigt in een manische schrijfbui. Soms verdwijnt hij achter de kakofonie van beelden, geprojecteerd op een tweede kubus als omhulsel van de eerste. Sneeuw en streepjes maar ook flarden uit een gelukkige jaren vijftigjeugd in Seattle en mannen in pak. Het is performance van een danser met een manische binnen- en hectische buitenwereld, een man die je naar adem doet happen.

In Double Points: Nero van danser/choreograaf Emio Greco en dramaturg Pieter C. Scholten neemt een trio bezit van een door lichtspots afgebakende ruimte. Na een solistische start van Bertha Bermudez Pascual en een spiegelbeeld-duet met Barbara Meneses, zuigen de dames zich vast aan het spoor dat Greco als danser trekt. Het trio klit samen en toch blijven ze eenlingen, elkaar nooit aankijkend, de blik gericht naar opzij of de grond. Een batterij aan spots jaagt hen over het podium. Gespannen kuiten, uitschuivende benen en handen als vogelbekjes hoog in de lucht.

Maar hoe energiek ook gedanst, de lichtval is samen met de regen aan druptoontjes een geforceerde motor voor hun beweging. Een hypersensitief antwoord op de zintuiglijke prikkels, zoals in Greco's eerdere voorstellingen, blijft uit.

Andrea Leine danst de hoofdrol in de dansfilm Sulphur, gechoreografeerd door haarzelf en partner Harijono Roebana en geregisseerd door Jellie Dekker. Een vrouw op zoek naar ordening van het verleden maar opgesloten in haar heden. Ze loopt langs museale vitrines, pieren, de afsluitdijk en een stenen piste en ontmoet twee kinderen, vijf mannen, één meisje en een dansend echtpaar. De motoriek is fel en kwajongensachtig, de sfeer doet denken aan de film Medea van Pasolini met Maria Callas in de titelrol.

Dat komt vooral door de subtiele wisselwerking tussen de contactgeluiden van de dansers en Martijn Paddings compositie van geïsoleerde toontjes van trombone en slagwerk. Die zuigt je deze mythische wereld binnen, al bereik je nooit de gedachten van de vrouw.

Drie keer het verhaal van de mens in zijn eenzaamste eentje. Verteld in beeld, geluid en beweging. Niet exact te duiden, maar omdat dans de lijm is, accepteer je het dwalen door een mensbeeld waarvan je de finesses niet begrijpt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden