Nieuws

Dankzij Nederlandse doorbraak in gentherapie blaakt baby met ‘bubble boy disease’ van gezondheid, maar hoe nu verder?

David Vetter, de Amerikaanse jongen door wie de aangeboren afwijking SCID wereldberoemd zou worden, in zijn beschermende bubbel. Beeld Bettmann Archive
David Vetter, de Amerikaanse jongen door wie de aangeboren afwijking SCID wereldberoemd zou worden, in zijn beschermende bubbel.Beeld Bettmann Archive

Leidse onderzoekers zijn er als eersten ter wereld in geslaagd om een baby met een zeldzame, erfelijke ziekte te behandelen met een geheel nieuwe gentherapie. Alweer een succes voor de reparatie van aangeboren genetische defecten – maar hoe kunnen patiënten de therapie straks krijgen?

Maarten Keulemans

Twee maanden nadat het baby’tje zijn experimentele behandeling had ondergaan, belde een onderzoeker op vanuit het laboratorium, hoorbaar geëmotioneerd. Het bleken tranen van vreugde. ‘De therapie was aangeslagen. Een volle maand eerder dan we eigenlijk hadden verwacht’, zegt hoogleraar moleculaire stamcelbiologie Frank Staal. ‘Het werkte beter dan we op grond van muizenproeven dachten’, zegt zijn collega, hoogleraar kindergeneeskunde en stamceltransplantatie Arjan Lankester. ‘Dan denk je: wauw.’

De Utrechtse ouders van de baby in kwestie – die ervoor kiezen om in de luwte te blijven – verloren tien jaar geleden al een kind aan de ziekte die hun nieuwgeboren baby nu ook bleek te hebben: een zeldzame, erfelijke aandoening genaamd ‘RAG-1 SCID’. Patiëntjes met de ziekte worden geboren zonder afweersysteem, vanwege een defect gen dat aan de basis staat van de ontwikkeling van T-cellen en antistoffen. En nu heeft de groep van Staal en Lankester dat defect, na zeventien jaar onderzoek, als eerste ter wereld weten te repareren.

Daartoe worden bij de baby uit het bloed nog ongespecialiseerde beenmergstamcellen afgenomen, die men vervolgens in een laboratorium bij de ziekenhuisapotheek besmet met een virus. Een speciaal, niet ziekmakend virus, ontworpen om een extra kopie van het defecte gen in te metselen in het dna van de stamcellen. Waarna de stamcellen, na allerlei testen, per infuus weer teruggaan de baby in – die intussen een chemokuur onderging om de nog aanwezige zieke stamcellen uit het beenmerg te verdrijven. De genetisch veranderde stamcellen zullen zich gaan delen en uitgroeien tot een compleet, werkend systeem van afweercellen, is het idee.

Een heftige, akelige behandeling, erkent Lankester. ‘Maar het gaat hier om een levensbedreigende ziekte, waaraan je zónder ingrijpen zeker zult overlijden.’ Tot dusver was stamceltransplantatie de enige optie: baby aan de chemo, stamcellen van een donor erin. Maar zo’n behandeling moet maar net aanslaan. Vaak zijn er complicaties, tot een op de tien patiëntjes overlijdt alsnog en een aantal blijft hun hele leven een krakkemikkige afweer houden. ‘Je kunt nooit helemaal wegpoetsen dat je de cellen van iemand anders hebt gekregen’, zegt Lankester.

Voor het leven geholpen

Bij gentherapie is de stamceldonor de patiënt zelf. En dat scheelt. ‘We zitten nu negen maanden na de behandeling en de patiënt doet het fantastisch’, zegt Lankester. ‘Een kinderarts die van niets weet, zou zeggen: ik zie hier een blakend kind met een normaal functionerend immuunsysteem.’ Het aantal afweercellen, en de kwaliteit ervan, wijkt niet af van ieder ander gezond kind, beaamt Staal, die een staande ovatie kreeg toen hij het onderzoek vorige week aan collega’s presenteerde. In theorie is de baby voor het leven geholpen: defect hersteld.

De Leidse genezing tekent de revolutie die momenteel gaande is in de gentherapie, zoals de behandeling heet van erfelijke ziekten met genetisch reparatiewerk. Rond de eeuwwisseling kwam het onderzoeksveld nagenoeg tot stilstand, nadat in Frankrijk vier met gentherapie behandelde baby’s leukemie kregen en in de VS een 18-jarige jongen aan acute bijwerkingen overleed. Dat dwong de onderzoekers terug naar de tekentafel, waar men nieuwe, veiligere virussen uitdokterde om de genezende genen te ‘bezorgen’.

Nu plukt men daar de vruchten van. Op een congres maakten wetenschappers enkele weken geleden bekend dat ze met succes de zeldzame aandoeningen ‘LAD-1’ en ‘GM-1 gangliosidosis’ hadden behandeld. En de afgelopen jaren werden baby’s met klinkend resultaat genetisch behandeld tegen de immuunziekten ‘X-SCID’ en ‘ADA-SCID’, en zelfs ‘sikkelcelanemie’, een bloedziekte waarmee jaarlijks naar schatting 300 duizend kinderen worden geboren. De ‘Leidse’ ziekte RAG-1 SCID komt zo eens op de 100 duizend keer voor, en is de derde SCID-variant waartegen men een behandeling vindt.

Een pasgeboren baby krijgt de hielprik. Het afgenomen bloed zal worden onderzocht op (erfelijke) zeldzame aandoeningen, waaronder sikkelcelanemie. Beeld ANP / Bart Maat
Een pasgeboren baby krijgt de hielprik. Het afgenomen bloed zal worden onderzocht op (erfelijke) zeldzame aandoeningen, waaronder sikkelcelanemie.Beeld ANP / Bart Maat

Enige armslag is wel geboden, reageert hoogleraar translationele genetica Annemieke Aartsma-Rus (LUMC) – die zelf onderzoek doet naar gentherapie tegen de ziekte van Duchenne – desgevraagd. ‘Hun enthousiasme lijkt me zeker op zijn plek, met zo’n mooi resultaat. Tegelijkertijd ben ik zelf altijd voorzichtig met een woord als genezing. Het feit dat het nu werkt, betekent nog niet dat dat op lange termijn ook nog zo is, en dat de behandeling op de zeer lange termijn geen bijwerkingen heeft’, vindt ze. ‘Als dit resultaat over vijf jaar nog steeds standhoudt, is dat wel een heel goed teken.’

Lange termijn

‘Er blijft altijd een klein risico dat er na jaren een bijwerking optreedt’, erkent Staal. Het nieuwe gen kan immers altijd per ongeluk op een ongelukkige plek in het dna terechtkomen en zo later in het leven kanker veroorzaken. Anderzijds: het alternatief, stamceltherapie, lijkt riskanter. En uit proefdier- en cellenonderzoek blijkt dat de nieuwe bezorgvirussen veel veiliger zijn dan de oude. ‘Wat we zien, ziet er gewoon zeer goed uit’, zegt ook Lankester.

Wel is er een ander probleem: wonderbehandelingen zoals die uit Leiden zullen, als ze al op de markt komen, schreeuwend duur zijn. Ongeveer 100 duizend euro, en dat zijn alleen nog maar de kosten van de speciaal gekweekte virussen die men voor het genetische reparatiewerk gebruikt. Met alles erop en eraan zal de behandeling straks een tot twee miljoen euro kosten, veel duurder dan stamceltransplantatie.

Dat schrikt af. Staal noemt het geval van gentherapie tegen ADA-SCID, ook een ziekte waarbij een baby zonder immuunsysteem wordt geboren. Onlangs publiceerden Californische en Britse artsen de spectaculaire uitkomsten van gentherapie bij vijftig baby’s met ADA-SCID: slechts twee van hen hadden in de eerste jaren na de ingreep nog medische hulp nodig.

Rendabel

‘Dat is echt ongeëvenaard. Maar een maand later besloot fabrikant Orchard de ontwikkeling van de behandeling uit zijn portfolio te gooien. Want niet rendabel genoeg’, verzucht Staal. Aandoeningen als SCID – voluit ‘severe combined immunodeficiency’ – zijn immers zeldzaam, en de behandeling is eenmalig: veel winst is er niet te halen. ‘Dus krijg je die belachelijke prijzen van miljoenen euro’s’, zegt Staal. ‘Bedrijven moeten toch wat.’

Om te voorkomen dat behandelingen zoals die uit Leiden in de ijskast belanden, broeden Lankester en Staal op een nieuw soort bedrijfsmodel. ‘Een soort netwerkstructuur zou het mooiste zijn, waarin academische centra er samen voor zorgen dat deze therapieën beschikbaar blijven’, zegt Lankester. De kosten blijven een probleem: zullen zorgverzekeraars wel bereid zijn daarvoor op te draaien? ‘Daarom zijn we nu aan het kijken: wat is de waarde van een behandeling die levenslang curatief is? Hoe verhoudt zich dat tot de kosten van iemand die stamceltransplantatie heeft ondergaan, maar daarna ook nog veel zorg nodig heeft?’

Intussen zijn de volgende resultaten al in aantocht. Zo werkt het LUMC samen met het Erasmus MC aan gentherapie tegen diverse erfelijke stofwisselingsziekten. Parallel daaraan zijn er de steeds veelbelovender resultaten met genetisch geprogrammeerde immuuncellen tegen bepaalde tumoren, de zogeheten CAR-T-cellen.

Staal en Lankester gaan met hun internationale onderzoeksconsortium de nieuwe therapie op meer baby’s toepassen. ‘Als we deze resultaten bij nog eens vijf baby’s zien, hebben we een enorme stap gezet’, zegt Lankester. ‘Dan kunnen we met recht tegen patiënten zeggen: gentherapie werkt aantoonbaar beter dan stamceltransplantatie, we adviseren dit als eerste keus.’

Een nieuwe lente in de gentherapie? ‘Medisch-technisch gezien is die lente inderdaad misschien aangebroken’, zegt Lankester. ‘Nu het organisatorische deel nog.’

David Vetter in het ‘maanpak’ dat hem in staat stelde om buiten rond te lopen. Hij zou het slechts zeven keer dragen. Beeld Getty
David Vetter in het ‘maanpak’ dat hem in staat stelde om buiten rond te lopen. Hij zou het slechts zeven keer dragen.Beeld Getty

De jongen die in de bubbel leefde

Vandaag zou hij 50 jaar zijn geworden: de Amerikaanse jongen door wie de aangeboren afwijking SCID wereldberoemd zou worden. David Vetter kwam in september 1971 ter wereld zonder immuunsysteem, nadat zijn broer als half jaar oude baby aan de ziekte was overleden.

De ouders besloten het er niet bij te laten zitten en Vetter in afwachting van een behandeling onder te brengen in een geheel luchtdichte, doorzichtige tent. Alleen gesteriliseerd voedsel, drinken en andere levensbenodigdheden mochten naar binnen, en de verzorging ging via rubberen handschoenen. Hoewel Vetter later onder meer een reistent en zelfs een luchtdicht maanpak kreeg, zou hij maar zelden buiten komen.

Op 7-jarige leeftijd besloot men Vetter te behandelen met een stamceltransplantatie, met zijn oudere zus als donor. Kort na de transplantatie werd Vetter echter ziek: met de stamcellen van zijn zus bleek een sluimerend virus te zijn meegelift. Twee weken later overleed Vetter. Hij werd hij begraven bij zijn broertje, die eerder aan SCID was overleden.

De ziekte heeft sindsdien de bijnaam ‘bubble boy disease’, niet in de laatste plaats door de media-aandacht voor het geval: zo kwamen er diverse documentaires en wijdde Paul Simon zijn hit The Boy in the Bubble losjes aan zijn verhaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden