Dankzij alle ellende

Ze is apetrots op haar nieuwe plaat en heeft ook net weer opgetreden. Sinéad O'Connor voelt zich beter dan ooit. Maar de sores zijn nog niet helemaal voorbij.

Sinéad O'Connor zit in een open hotelraam in Dublin, zodat de rook wat minder in de kamer blijft hangen. Ondanks het niet-roken beleid van het hotel steekt ze de ene na de andere sigaret op, die ze vervolgens uitdrukt in een glas met een laagje water.

Ze is goed gehumeurd. Een paar dagen eerder heeft ze voor het eerst in vijf jaar weer een concert gegeven, en ze toont zich apetrots op haar nieuwe plaat How About I Be Me And You Be You, haar eerste in - wederom - vijf jaar, en haar beste sinds I Do Not Want What I Haven't Got uit 1990.

Zo ontspannen als ze zich tijdens dit gesprek, eind december, ook toont, in de weken erna komt ze een paar keer in het nieuws. Eerst met het bericht dat ze wil scheiden van haar vierde echtgenoot met wie ze pas een paar maanden getrouwd is, een mededeling waar ze later weer op terugkomt. Weer een paar weken later blijkt ze een mislukte zelfmoordpoging ondernomen te hebben.

Zo opgewekt als ze die ochtend in Dublin ook is, uit veel van wat ze zegt blijkt dat ze het nog altijd moeilijk heeft met zichzelf, en er niet helemaal zeker van is dat alle psychische sores ook echt tot de verleden tijd behoren. Zeker is alleen dat de diagnose die zeven jaar geleden werd gesteld, dat ze zou lijden aan bipolaire stoornissen, niet klopte. Ze slikt sinds enige tijd geen medicijnen meer 'waardoor mijn lichaam als een ballon leeg liep', en heeft haar kapsel weer kort.

'Ik voel me echt beter dan ooit, maar ik weet dat ik nog niet ben uitbehandeld. Dat kan nog maanden, misschien wel jaren duren, maar eindelijk is er een psychiater die mijn problemen juist analyseerde. Grof gezegd ben ik slachtoffer van kindermisbruik. Ik heb trauma's over gehouden aan het feit dat mijn moeder me mishandelde. En voor het eerst is er iemand die dat inziet en me kan behandelen. Maar ik ben er nog lang niet, mijn stemmingen wisselen nog altijd, ik kan heel impulsief zijn en van het een op het andere moment volkomen uitgeput raken.'

Dat er iets mis was voelde ze zeven jaar na de geboorte van haar vierde kind. 'Ik was stapelgek op hem, dat was het probleem niet, maar ik raakte in een diepe postnatale depressie. Zo erg dat ik met het idee van zelfmoord speelde. Achteraf had dat denk ik vooral te maken met zijn vader, die toen niet , en nu gelukkig wel, van hem wilde weten, maar destijds zag ik die oorzaak niet.

'Mijn huisarts belde naar een soort inrichting', zegt ze met een stemverheffing terwijl ze een volgende sigaret opsteekt, en zei tegen een collega aan de andere kant van de lijn: 'He, ik heb hier Sinéad O'Connor zitten, je weet wel die zangeres.' Die bleek veel over me gelezen te hebben en wist zeker dat ik bipolaire stoornissen had. Einde van de consultatie.'

De medicijnen hielpen aanvankelijk wel, maar de depressie kwam terug. 'Gelukkig vond ik iemand gespecialiseerd in kindertrauma's. Die gesprekken doen me goed.'

Zonder enige terughoudendheid vertelt O'Connor over hoe ellendig ze zich als kind had gevoeld, vooral door de vernederingen en het slaan van haar moeder, wat haar tot een onhandelbaar meisje maakte.

'Maar dankzij die ellende ben ik wel muziek gaan maken, denk ik nu. Ik zat een tijdje in een soort huis voor moelijk opvoedbare kinderen en werd door een lerares gevraagd of ik op haar bruiloft wilde zingen. Dat was in 1980. Ik kwam daardoor in contact met een beginnend bandje In Tua Nua, dat later grote hits zou krijgen. Ik kwam in hun studio en was meteen onder de indruk van de microfoons en andere apparatuur. Hier lag mijn toekomst.

'Ze vroegen me mee te schrijven aan nummers, wat ik deed, maar vonden me uiteindelijk te jong om hun vaste zangeres te worden en kozen een ander. Tsja, ik haatte dat klotewijf natuurlijk, maar ze hadden gelijk. Ik was waarschijnlijk met iedere jongen die ik tegenkwam het bed in gedoken en na een paar maanden hoogzwanger thuisgekomen.'

Ze schiet zelf in de lach en vervolgt op serieuze toon: 'Muziek heeft me echt gered, serieus. Hoe moeilijk ik het thuis hier in Dublin ook had, ik trok pas naar Londen toen mijn moeder overleed, eerder durfde ik blijkbaar niet. In Londen werd ik, een eenzaam meisje van zeventien dat van niks wist, opgenomen door een groep rasta's, die me niet alleen een levenslange liefde voor reggae bijbrachten maar me ook stimuleerden in mijn muzikaliteit en me leerden dat je ook religieuze gevoelens kon hebben zonder echt een religie te volgen. Zonder hen had ik al lang zelfmoord gepleegd, dat weet ik zeker.'

Langzaam vindt O'Connor haar weg in de Britse hoofdstad en wordt uiteindelijk opgepikt door platenlabel Island waar haar eerste twee albums The Lion And The Cobra (1988) en I Do Not Want What I Haven't Got (1990) verschijnen en een groot wereldwijd succes worden.

Sinéad O'Connor wordt een wereldster. Vooral haar krachtige en toch sensuele stem maakt grote indruk. 'Muziek schrijven vind ik erg lastig, teksten gaan me beter af', antwoordt ze op de vraag of ze het niet jammer vindt dat haar meest beroemde nummer Nothing Compares To You uit 1990 niet van haarzelf is maar van Prince. 'Maar waar liedjes schrijven misschien niet mijn sterkste kant is, kan ik me wel volledig overgeven aan liedjes van anderen. Zoals nu ook aan een liedje van John Grant.'

Grants Queen Of Denmark is inderdaad een hoogtepunt op haar nieuwe album, waarop ze voor het eerst in vele jaren weer echt het beste van zichzelf naar voren brengt. 'Ik heb een reggaeplaat gemaakt, en platen gewijd aan theologie, wat mogelijk met een soort onzekerheid te maken had. Ik voelde me niet goed, en iedereen om me heen zei dat ik nu juist zo fijn rustig bleef. Ja, vind je het gek, door al die medicijnen. Ik durfde niet echt heel erg over mezelf na te denken. Dat is nu anders.'

De medicijnen weg, een nieuwe man in haar leven, dat gaf haar de grootste inspiratie, zegt ze. 'Ja, ik weet het, mijn vierde echtgenoot, ik lijk Elizabeth Taylor wel. Waarom ik met iedere man die ik lekker vind meteen wil trouwen, dat is iets dat ik voor mezelf hou. Laat ik dit zeggen: ik raad het iedereen aan om in Las Vegas te trouwen, echt heel geestig zoals dat gaat. En verder hoop ik dat mijn nieuwe man het bij me uithoudt. Voorlopig, en we zijn pas een dikke week getrouwd, kan hij vooral niet wennen aan mijn vier honden, die er ook een sport van maken precies zo te poepen dat manlief erin trapt, haha.'

Nee serieus, zegt ze daarop snel: 'Ik hou echt van hem, maar ik vrees dat ik echt te moeilijk voor hem ben, zoals ik ook te moeilijk bleek voor mijn andere mannen.'

Mannen, en vaders van haar kinderen, met wie ze overigens zegt een uitstekend contact te hebben. 'Zij zijn er ook de oorzaak van dat ik maar in Dublin blijf wonen. Ik wil dat mijn kinderen hun vaders kunnen zien, en die wonen in Dublin. Als ze het huis uit zijn dan ben ik ook zo vertrokken. Zeker weten.'

Met Dublin heeft O'Connor een haat-liefde verhouding zegt ze, net als met het katholicisme. 'De wortels van al mijn ellende liggen hier, maar ik blijf me er toe aangetrokken voelen. Ik weet dat de katholieke kerk, die hier nog altijd de dienst uitmaakt, altijd een klerezooi zal blijven. Dat massale kindermisbruik dat nu eindelijk ook bij jullie goed is onderzocht, heb ik hier eind jaren tachtig al aan de kaak gesteld. Wilde ook niemand iets van horen, maar ik heb gelijk gehad. Natuurlijk. Iedereen wist ervan, niemand liet zich horen. Zo gaat het nog altijd. Uiteindelijk gebeurt er niks, maak je over dat onderzoek bij jullie ook maar geen illusies.'

O'Connor heeft zo haar eigen variant op het katholicisme, ze bidt niet tot God maar tot de Heilige Geest. 'Aan hem en niemand anders leg ik verantwoording af. Daarvoor hoef ik niet naar een kerk, dat kan ik ook op de wc doen.' Maar hoewel ze zelf de strijd tegen de misstanden heeft opgegeven ('ik heb al een keer voor een miljoenenpubliek een foto van de Paus verbrand'), betreurt ze het dat beroemde landgenoten zich nooit meer laten horen, een ergernis waar ze over zingt in het nummer V.I.P..

'Ik vind het prima hoor dat Bob Geldof en Bono zich inzetten voor de kinderen in Afrika en andere kwesties. Maar het is allemaal zo politiek correct. Ik bedoel: wie is er nu voor kindersterfte? Ze zouden zich eens sterk moeten maken voor kwesties waar je veel mensen mee in de gordijnen krijgt, iets wat controversieel is. Als je zulke goede contacten met wereldleiders hebt, maak dan ook eens een opmerking die wat tegendraadser is.

'Ach, ik heb ook vuile handen. Ik koop ook jurken van duizend dollar terwijl elders kinderen van de honger omkomen. We zijn allemaal zwak, maar ik heb daar echt moeite mee, en wil dat toch een beetje van mij afschrijven in mijn liedjes. Kijk, ik houd echt van Bob en Bono, het zijn soulmates, maar dat is persoonlijk. Op professioneel vlak vind ik het sukkels die een enorme schop onder de kont verdienen.'

Sinéad O'Connor: How About I Be Me (And You Be You) One Little Indian/Konkurrent. (cd verschijnt aanstaande vrijdag).

Extra: EN AL EERDER....

Op 3 oktober 1992 werd Sinéad O'Connor uitgenodigd om te zingen in het Amerikaanse televisieprogramma Saturday Night Live. Een live-programma met een miljoenenpubliek.

Aan het einde van een zeer intens, a capella gezongen War, een liedje van Bob Marley waarin kindermisbruik ter sprake komt, laat ze een foto van Paus Johannes Paulus II zien die ze vervolgens verscheurt voor de camera terwijl ze roept: 'Fight the real enemy'.

In de studio bleef het vervolgens oorverdovend stil. Dit was niet voorbereid, de producers van SNL werden erdoor ook in grote verlegenheid gebracht.

Twee weken later verscheen O'Connor opnieuw live voor de televisie. Nu tijdens een in het New Yorkse Madison Square Garden gehouden jubileum concert voor Bob Dylan die dan dertig jaar in het vak zit.

Een zaal vol Dylan-bewonderaars, toch een naar het establishment toe kritisch publiek zou je zeggen, joelt haar uit voordat ze iets kan zingen. Halverwege hetzelfde War wordt ze door een troostende Kris Kristofferson van het podium begeleid.

Ze trekt zich vervolgens lang terug in de luwte.

EXTRA: SCHEUREN

Vorige week vrijdag was Sinead O'Connor (rechts gefotografeerd in 2007 door Kevin Abosch) te zien in de BBC talkshow van Graham Norton. Daar maakte ze een strijdvaardige, levenslustige indruk, al weigerde ze verder in details te treden over haar persoonlijke zorgen.

Wel ontstak ze in toorn toen ze zag dat haar platenmaatschappij buiten haar om, haar nieuwe cd een andere hoes had gegeven.

Met een woest gebaar verscheurde ze haar eigen foto.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden