Dankzij advocaat Richard Korver klinken slachtoffers in de rechtszaal luider dan ooit

Van kritiek uit de verdachtenhoek trekt hij zich niets aan

Dat in een strafzaak ook de gedupeerde partij een rol heeft, is voor een groot deel te danken aan Richard Korver. Het kwam hem op kritiek te staan van collega's. Maar de Amsterdamse advocaat wil nog veel verder gaan.

Beeld Jiri Buller

Een jaar lang is Lila Henriquez ermee bezig geweest. Overal in haar huis op Aruba lagen post-its: in de keuken, op de werkkamer en in haar atelier. En in haar tas zat een blocnote. Die nam ze overal mee naartoe. Voor het geval dat ze een ingeving had. Geen enkele gedachte over de dood van haar broer mocht verloren gaan. Elke aantekening kon relevant zijn voor haar spreekrechtverklaring.

De leerkracht zag er tegen op om te spreken in de zwaarbeveiligde rechtszaal op Schiphol. Maar ze moest het doen: voor Mitch, haar 42-jarige broer, die in 2015 door politiegeweld om het leven kwam in het Haagse Zuiderpark.

Dus toen ze daar zat op die druilerige woensdag 15 november in de kille rechtbank, zei een stemmetje in haar hoofd: kop op, je kunt het. Naast haar zaten haar zus en moeder. Voor haar neus een doos tissues en een glaasje water. En om zich heen een grote sjaal. Even verderop haar advocaat Richard Korver - die de afgelopen maanden indringende gesprekken met de familie had gevoerd over hun twijfels om wel of niet te komen.

De verdachten aankijken kon ze niet. De twee agenten die vervolgd worden voor hun rol bij de fatale arrestatie zaten afgeschermd. Onzichtbaar voor iedereen behalve de rechtbank en het Openbaar Ministerie. En dus keek Lila Henriquez zo nu en dan van haar A4'tjes op naar de rechters. In de hoop hun blik te vangen en zeker te weten dat ze tot hen doordrong. 'Alles ligt in uw handen, geachte rechter. U moet beslissen wat rechtvaardigheid is.'

(De tekst gaat verder onder de foto.)

Beeld Jiri Buller

Of het haar is gelukt om door te dringen? Ze denkt van niet. 'Maar ik blijf hopen.' Komende donderdag zal ze het weten. Dan doen de Haagse rechters uitspraak.

Zelden speelden nabestaanden zo'n prominente rol in de rechtszaal als in de zaak van Mitch Henriquez. Met onder meer drie deskundigenrapportages, zelf gevonden scherpere filmopnames van de fatale arrestatie en - uiteindelijk - een aftocht uit de zittingszaal, zette advocaat Korver de spotlights op de nabestaanden en zichzelf. Doel: aantonen dat er fouten gemaakt zijn in het onderzoek van de rijksrecherche en voorkomen dat de agenten met hun 'leugens' weg-komen zonder celstraf.

Richard Korver (47) is een van de meest in het oog springende slachtofferadvocaten van het moment. Hij is geen type dat genoegen neemt met nee, doet bij sommigen de wenkbrauwen fronsen en schaakt graag op meerdere borden tegelijk. Een doel bereik je niet alleen in de rechtszaal, is zijn redenering. Ook de media en de politiek zijn daarbij nodig. Zo stuurde hij in 2012 een exemplaar van zijn boek over zijn visie op slachtofferrecht naar de voltallige Tweede Kamer en werd de familie Henriquez nadat ze voortijdig en teleurgesteld de rechtszaal had verlaten opgewacht door een stoet van cameraploegen.

Onder zijn aanvoering claimden slachtoffers de afgelopen jaren een steeds grotere rol in het strafproces. Al ruim zeventien jaar is hij strafpleiter, en niet alleen voor slachtoffers. Maar bekendheid verwierf hij in 2011, toen hij voor de ouders van de slachtoffertjes in de zaak tegen Robert M. spreekrecht bewerkstelligde - iets waarvoor toen nog geen wettelijke basis was. 'Tot een aantal jaar geleden speelde het slachtoffer nauwelijks een rol', zegt Korver. 'Dat vond ik vreemd: de strafketen bestaat mede dankzij het feit dat er slachtoffers zijn.'

'In de zaak van Mitch Henriquez heeft hij de rol van slachtofferadvocaat een nieuwe dimensie gegeven', zegt Bart Nooitgedagt, strafrechtadvocaat en voormalig voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten. 'Om die zaak hing de sfeer van een doofpot, mede omdat de namen van de agenten geheim zijn gehouden. Korver is tot het naadje gegaan, onder meer door zelf met de scherpere beelden van de arrestatie te komen.'

(De tekst gaat verder onder de foto.)

Beeld Jiri Buller

Ondanks dit compliment gruwelt Nooitgedagt van de ontwikkeling die gaande is en die door Korver maximaal wordt benut. In 2016 werden de rechten van slachtoffers in de rechtszaal uitgebreid: ze mogen onder meer een deel van de processtukken opvragen, zelf met bewijs komen, zich uitlaten over de dader, het delict én de strafeis.

'Een nieuwe wet betekent altijd dat er bij de uitwerking een grijs gebied is. Korver weet dat als geen ander te benutten', aldus Nooitgedagt. 'Hij claimt de ruimte die hij door onervarenheid van andere procesdeelnemers krijgt. Want zeg maar eens ho als een getraumatiseerd slachtoffer met een emotioneel pleidooi komt.' Het is immers moeilijk om tégen het slachtoffer te zijn.

Te veel emotie in de rechtszaal, vinden critici als Nooitgedagt, leidt af van de feiten. 'Voor de positie van de verdachten is dit zeer onwenselijk.' Het is immers altijd nog maar de vraag of het slachtoffer wel een slachtoffer is en de verdachte wel een dader. De angst is bovendien: als het slachtoffer een eloquent betoog houdt over de gevolgen van het misdrijf, zou deze dader weleens zwaarder bestraft kunnen worden.

Een rare gedachte, vindt Korver. 'Is er iemand ooit bang geweest dat een verdachte die een goed verhaal houdt over zijn nare jeugd een lichtere straf krijgt? Nee. We hebben professionele rechters.'

Hij zit in zijn spreekkamer van zijn statige kantoor aan de Amsterdamse Herengracht. Aan de muur hangt een schilderij van de Gouden Bocht. 'Een strafzaak draait om de schending van de belangen van het slachtoffer. En wie krijgt alle rechten? De verdachte. Die mag in de rechtszaal apenkool uitkramen, het slachtoffer door het slijk halen, onderzoeken aanvragen, de rechter wraken en in hoger beroep gaan. Het slachtoffer had tot een aantal jaren geleden geluk als hij of zij een doos tissues kreeg.'

Het moet medio 2008 geweest zijn toen Korver in de Amsterdamse rechtbank opeens een confrère hoorde sissen: 'Verrader.' Ik sta toch gewoon een cliënt bij, reageerde Korver. Maar zo zag de sissende advocaat het niet. Korver was in zijn ogen overgestapt naar de 'overkant', naar de kant van het slachtoffer.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

Beeld Jiri Buller

Het was toeval dat 'zijn' eerste slachtoffer bij hem terechtkwam. Het was zomer, herinnert Korver zich, en hij dronk die middag een glas wijn voor zijn kantoor toen opeens een man op krukken voor hem verscheen. De man had het adres gekregen van het Juridisch Loket en was dringend op zoek naar een advocaat.

Korver had met het onderwerp 'slachtofferschap' an sich niet per se veel affiniteit. 'De enige keer dat ik zelf een slachtoffer was, was toen mijn fiets gestolen werd.' Maar de gedachte dat hij een stempel kon drukken op een onontgonnen rechtsgebied trok hem aan. 'Een leuke mentale uitdaging.' En toen hij het verhaal van de man hoorde dacht hij: 'Belachelijk, dit kan toch niet waar zijn. Ongelijkheid, dat drijft mij.'

Door de rechtbank was deze man in eerste aanleg verbannen naar de publieke tribune. Hij had niets kunnen zeggen, en dat terwijl hij de verdachte, die hem tijdens een seksdate had aangevallen met een mes, herkende aan diens tatoeages. Maar de rechters spraken de verdachte vrij, omdat ze twijfelden of hij wel echt de aanvaller was. En dat niet alleen: het slachtoffer kwam hier later bij toeval achter.

Nu het hoger beroep zou beginnen, wilde het slachtoffer juridische bijstand. In de hoop dat de man die hem bijna had vermoord, alsnog werd veroordeeld. 'Dit slachtoffer kreeg niet eens het dossier. Waarom doet het slachtoffer er minder toe dan de verdachte? Omdat de verdachte de gevangenis in kan gaan? Dank je de koekoek: dit slachtoffer moet leven met een dwarslaesie.'

Aandacht voor het slachtoffer ontstond geleidelijk in de jaren tachtig van de vorige eeuw. 'Toen moest je als verkrachtingsslachtoffer niet raar opkijken als de rechter aan je vroeg: meisje, waarom had je dan ook zo'n kort rokje aan?', zegt Gabi van Driem. Ze is afkomstig uit de vrouwenbeweging en was de eerste feministische advocaat, gespecialiseerd in slachtoffers van seksueel geweld.

Het slachtoffer mocht destijds van geluk spreken als hij of zij überhaupt hoorde wanneer er een zitting was. Het vonnis las je in de krant. Een speciaal plekje in de rechtszaal was er niet. En een schadevergoeding eisen bij de strafrechter was slechts beperkt mogelijk. Maar het waren ook jaren waarin 'na veel juridische haarkloverij' het straatverbod opkwam en er via de civiele rechter alsnog een schadeclaim kon worden ingediend. 'En ik begon briefjes onder de neus van de officier van justitie te schuiven: denk je wel hier aan, en klopt dit wel', zegt Van Driem - destijds de koningin van het straatverbod.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

Advocaat Richard Korver met de nabestaanden (links de zus en moeder) van Mitch Henriquez. Beeld anp

De veranderingen gingen in kleine stapjes, voegt Ybo Buruma, lid van de Hoge Raad, toe. In de jaren negentig werd hij door feministisch maandblad Opzij uitgemaakt voor 'Enge Man'. In zijn oratie had hij bepleit dat aandacht voor het slachtoffer maar afleidde van de kern van de zaak: heeft de verdachte een onrechtmatige daad begaan? En zo ja, welke straf verdient hij? Aandacht voor het slachtoffer maakt het werk voor de rechter immers alleen maar complexer, was zijn idee.

'Het traditionele strafrecht is gebaseerd op de gedachte: iemand heeft de rechtsorde geschonden en moet daarvoor worden gestraft. Het idee daarachter is dat het slachtoffer zelf niet het recht in eigen hand neemt en zich wreekt, met alle chaos van dien. In 1800 hebben we afgesproken dat het de overheid is die straft. Dat jij in zo'n systeem dan het slachtoffer bent, wordt dan een toevalligheid. Het gaat erom dat de verdachte de wetten van de overheid heeft overtreden', zegt Buruma.

Maar ook hij heeft inmiddels zijn mening aangepast aan de tijdgeest. 'In de jaren zestig en zeventig was er vooral veel aandacht voor het idee dat ook jíj gearresteerd kon worden. Dat de rechten van de verdachte goed geregeld waren, was daarom belangrijk.'

Geleidelijk - onder invloed van vooral de vrouwenbeweging en later van uiteenlopende politici, zoals Boris Dittrich (D66), Fred Teeven (VVD) en Joost Eerdmans (LPF) - vatte het idee post dat iedereen een slachtoffer zou kunnen worden. 'Door grote rampen, zoals Tjsernobyl, groeide het besef dat we in een risicomaatschappij leven. En in de jaren tachtig en negentig nam de criminaliteit snel toe. Het idee ontstond: hee, als potentieel slachtoffer wil ik ook rechten.' Wat Buruma betreft hebben de Nederlandse rechters inmiddels 'een behoorlijk ruimhartige opstelling als het om slachtoffers gaat'.

'Ik moet Richard Korver hebben.' Met die gedachte schrok Lida Maas in augustus 2014 wakker. Enkele dagen eerder was haar zoon Johan Koetje gestorven op de Vinkeveense plassen. Een bestuurder van een speedboot had zonder verlichting, met alcohol op en met hoge snelheid de sloep overvaren waarin haar zoon met drie anderen zat.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

Beeld Jiri Buller

Ze kende Korver uit de media. Van de zaak-Robert M. in 2011. Het was een tijd waarin hij veelvuldig op de radio en televisie was en soms het verwijt kreeg te veel praatjes te hebben en zichzelf te vaak naar voren te schuiven op het podium. 'Het is fijn dat er ook bescheiden mensen zijn', zegt Maas. 'Maar die wil ik niet als mijn advocaat: ik wil iemand die zich profileert en zijn stem namens zijn mij zo vaak mogelijk laat horen.'

Want, constateerde ze kort nadat ze slachtoffer was geworden, 'voor ons is er eigenlijk geen plek in het organogram van de rechtbank. Ik dacht dat het OM de partij was die namens ons sprak, maar de officier spreekt namens de maatschappij. Als leek verbaasde ik me daarover. Wij hadden nauwelijks een rol, nauwelijks controle over hoe de vervolging van de man die mijn zoon doodde, zou verlopen.'

Tijdens het proces tegen Arnoud H. in eerste aanleg mocht ze niets zeggen over de strafmaat, en dat terwijl het op haar lippen brandde. Destijds mochten slachtoffers alleen spreken over het leed wat hun was aangedaan. 'Je hebt naast verdriet ook boosheid. Als je mag zeggen dat de dader door zijn roekeloze gedrag een meerjarige, onvoorwaardelijke gevangenisstraf verdient, dan kun je je boosheid daarin kwijt.'

Vorige maand, tijdens het hoger beroep, kon ze dit door de uitbreiding van het slachtofferrecht in 2016 wél. Het heeft geholpen. Ze heeft nu het gevoel dat ze alles gedaan heeft wat binnen haar vermogen lag om de dader een langdurige celstraf te geven. 'Ik ga nu naar het graf van Johan en kan hem zeggen: ik heb het voor je gedaan, jongen.'

Wat haar nog wel verbaast: waarom heb je als slachtoffer geen enkele invloed op wie 'jouw' aanklager wordt? 'Het is vast vloeken in de kerk. Bij ons is het toevallig goed gegaan, maar je kunt net zo goed een officier treffen die niet ontvankelijk is voor je argumenten.'

Zo zat ze medio november samen met Korver voor een voorbereidend gesprek tegenover de aanklager die Arnoud H. zou vervolgen in hoger beroep. 'De advocaat-generaal zei dat hij wilde gaan voor dood door schuld. Maar wij wilden dat hij koos voor doodslag. Volgens ons was er opzet in het spel omdat de speedbootbestuurder zo roekeloos was geweest.' Het verschil: een paar jaar gevangenisstraf. 'Ik heb hem gezegd, en ik moest erbij huilen: meneer, wij mogen zelf niks, ú bent degene die het voor ons moet doen. Hij was er stil van, het leek alsof dit toen pas tot hem doordrong.' Een paar dagen later belde Korver haar op: goed nieuws, de advocaat-generaal gaat voor doodslag.

'Het is een beetje een grabbelton.' Met die woorden bereidt Richard Korver zijn cliënten vaak voor. Je weet niet of je invloed hebt op de officier van justitie die jouw zaak zal bepleiten, en ook de manier waarop rechters omgaan met slachtoffers is soms onvoorspelbaar, stelt hij. 'Bij de ene rechter mag je als slachtoffer twee keer spreken, dan mag je ook reageren op het requisitoir van de officier van justitie. En bij de andere niet. Ik zeg daarom tegen mensen: we gaan voor het maximale en we zien wat we krijgen.'

(De tekst gaat verder onder de foto.)

Beeld Jiri Buller

Zijn uiteindelijke doel? Van het slachtoffer een volwaardige procespartij maken. Dat zou onder meer betekenen dat het slachtoffer de rechter kan wraken, alle processtukken krijgt en in hoger beroep kan. 'Het slachtoffer krijgt nu delen van het dossier. Daar zit bijvoorbeeld de persoonlijkheidsrapportage van de dader niet bij', zegt Korver. Er zijn rechters die het wel verstrekken. 'Maar er zijn er ook die zeggen: nee, te privacygevoelig. Waarom zou een verkrachtingsslachtoffer het psychologisch onderzoek van de dader niet mogen lezen? Het kan helpen bij de verwerking als ze weet hoe de dader in godsnaam tot zijn daad is gekomen.'

'Nee, niet nog meer rechten', waarschuwt Marc Groenhuijsen. De hoogleraar victimologie is al decennia bezig voor meer erkenning van het slachtoffer en schreef mee aan verscheidene wetten. 'We hebben een evolutie doorgemaakt.' En wat hem betreft is de positie van het slachtoffer in rechtszaal nu goed geregeld. 'Ik waardeer de gematigdheid van ons huidige systeem: op deze manier doe je recht aan de belangen en belevingswereld van het slachtoffer zonder dat je het proces verstoort.'

Want in landen waar het slachtoffer wel meer rechten heeft, zoals Frankrijk en België, zie je het geregeld fout gaan, stelt hij. 'Daar kunnen de slachtoffers bijvoorbeeld zelf een dader vervolgen als het OM dat niet doet. Dat eindigt vaak in vrijspraak en een teleurstelling.' Wat hem betreft leidt een nog sterkere positie voor het slachtoffer juist tot een grimmiger sfeer in de rechtszaal. 'Het slachtoffer wordt een tegenpartij voor de verdachte. Het risico is dat hij dan stevig wordt aangepakt door de verdediging.' Wat Groenhuijsen betreft is het tijd om op de rem te staan. 'Voor de meeste slachtoffers is het voldoende als ze hun zegje kunnen doen.'

Korver lacht. 'Ja, we zijn slachtoffervriendelijker geworden. Maar zolang je nog afhankelijk bent van de grabbelton van rechters en officieren van justitie en nog geen rechten kunt afdwingen, ben ik nog niet klaar.' Dat hij met die opvatting binnen de advocatuur een vreemde eend in de bijt is, merkt hij nog wel. Al is de kritiek minder venijnig dan in 2008, toen hij uitgemaakt werd voor verrader. Maar nog steeds krijgt hij opmerkingen als 'ach ja, je hebt het tijdsgewricht mee' en 'je begrijpt niet helemaal hoe het strafrecht werkt'.

Op die momenten denkt Korver aan de uitspraak van Friedrich Nietzsche: 'Zij die dansen worden voor gek verklaard door degenen die de muziek niet horen.' Kijk, zegt Korver, terwijl hij zijn bruine leren portemonnee op tafel legt. 'Ik heb die uitspraak inmiddels in mijn portemonnee laten graveren.' De zin geeft weer hoe hij zich soms voelt. 'Maar de muziek die ik hoor, is er wel degelijk.'

Waar heeft het slachtoffer recht op?

Medio jaren negentig werd de wet-Terwee ingevoerd. Dankzij deze wet konden de slachtoffers makkelijker een schadevergoeding claimen. Al werden veel zaken in die jaren door de strafrechter doorverwezen naar de civiele rechter: de schadeclaim werd al snel te complex gevonden voor een strafzaak. Met de invoering van de wet Terwee kreeg justitie ook de verplichting om het slachtoffer beter te informeren, over de zittingsdatum bijvoorbeeld.

Tien jaar later deed het spreekrecht voor het eerst zijn intrede, op initiatief van Boris Dittrich (D66). In 2011 werd de positie van het slachtoffer nog verder versterkt, en in 2016 opnieuw. Voorheen mochten slachtoffers van ernstige delicten zich alleen uitspreken over de impact van het misdrijf. In praktijk leidde deze beperking geregeld tot ongemakkelijk situaties. De wetswijziging, op initiatief van VVD-staatssecretaris Fred Teeven, betekende dat slachtoffers van onder meer moord en verkrachting zich voortaan ook over het bewijs mogen uitlaten en over de strafeis.

Dat is niet de enige verandering. Afgelopen jaren hebben strafrechters ook steeds hogere schadeclaims gehonoreerd. Zo oordeelde een rechter in 2012 dat een uitgebuite prostituee bijna 1 miljoen euro schadevergoeding moest krijgen van haar pooier. Deze week oordeelde het gerechtshof in de Vinkeveense speedbootzaak dat Arnoud H. vijf jaar de cel in moet en dat hij slachtoffers en nabestaanden bedragen moet betalen variërend van 10 - tot 45 duizend. Daders moeten dit in principe betalen. Lukt dat niet, dan schiet het Schadefonds Geweldsmisdrijven het bedrag voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.