Dankuwel, crisis

Je verwacht het niet, maar er is volop natuur in Amsterdamse woonwijken en rondom kantoorpanden. Dat is te danken aan een actief natuurbeleid én de crisis. V wandelde de drie mooiste routes.

Het tafereel is lichtelijk absurdistisch. In de omgeving van de betonnen kolos die het Amsterdamse Slotervaart Ziekenhuis is, huppelen op het middaguur tientallen konijnen over wat ooit een grasveld was. Door hun toedoen is het veranderd in een knollenveld. De wilde beestjes gaan en staan waar ze willen en worden door de bewoners van de flats langs het veldje niet afgeschrikt. Sterker: de passerende bewoners negeren de knagers en gravers volkomen - en wederzijds. Leuk, konijntjes in de stad? Niks bijzonders, blijkbaar. Potentiële vijand, zo'n mens? Niets van te duchten.


Wildernis - in de gedaante van konijnen - en de grote stad verkeren in Amsterdam Slotervaart in een staat van vreedzame coëxistentie - en niet alleen daar. In de vooral 's nachts desolate dreven van het immense kantoorgebied rond NS-station Sloterdijk huppelen de konijnen met vergelijkbare vanzelfsprekendheid. Alsof de 60 duizend vierkante meter braakliggende bouwgrond voor kantoren die hier nooit zullen komen niet voldoende ruimte biedt voor ongestoorde konijnenactiviteiten. Over terrassen met verdorde bloembakken waar personeel nooit meer zal lunchen of vrijmibo's zal houden.Tussen de spijlen van de robuuste hekken rond verlaten plaza's. Midden op straat, bij de ingang van een lege ondergrondse parkeergarage. Op de glooiende grasvelden, tegen de achtergrond van de enorme windmolens langs de spoorlijn naar het Noordzeekanaal. Overal lichten de staartjes op van de grazende konijnen. De aanblik laat zich het best vergelijken met de kinderidylle van de Teletubbies.


Is deze konijnenplaag het gevolg van het wegvallen van natuurlijke vijanden - snelle auto's van managers, bestelwagens van toeleveringsbedrijfjes, cateraars en glazenwassers? Nee hoor, zegt stadsecoloog Remco Daalder. En, voegt hij eraan toe: het is geen plaag. Het is domweg het gevolg van het succesvolle, actieve natuurbeleid van de hoofdstad, dat met de aanwezigheid van konijnen zichtbaar wordt. Een beleid dat door de economische crisis de wind wél stevig in de zeilen heeft gekregen. Crisis leidt tot stagnatie, braak liggen, inactiviteit. Woorden waarvan ondernemend Nederland gruwt, maar waarbij het hart van een stadsecoloog opspringt.


Daalder is sinds twaalf jaar werkzaam bij de Dienst Ruimtelijke Ordening om zijn missie - de natuur in de stad brengen en daarmee de natuurliefde van de stadsbewoners aanwakkeren - gestalte te geven. Hij toont op een kaartje wat de verhulde zegening is van de crisis. Daarop zijn in kleurige vlakjes de terreinen gemarkeerd die ongebruikt wachten op alternatieve, tijdelijke bestemmingen, nu aan nieuwe kantoren geen behoefte meer is en voor grote woonprojecten geen geld. De stadsplattegrond is bontgekleurd door de markeringen. Groot(braak)grondbezitters: Sloterdijk: 60 duizend vierkante meter op tien locaties, rond kantoorgebouwen waarvan 20 procent leeg staat. En IJburg, het opgespoten eiland in het IJmeer, waar de nieuwbouw van woningen voor (voornamelijk) welgestelden zo goed als tot stilstand is gekomen Met nog maar de helft van de 18 duizend beoogde woningen.


Het zijn vooral omwonenden van braakliggende terreinen die met initiatieven komen ze in gebruik te nemen, zegt Daalder. Kan een speeltuintje zijn voor de kinderen, of een crossterrein voor bmx-fietsers. Maar het zijn vooral de moestuinen die in Amsterdam om zich heen grijpen. Sinds de gemeente drie jaar geleden begon moestuintjes in wijken te stimuleren, zijn er al zo'n zeventig aangelegd. 'Wijkbewoners van alle nationaliteiten leren elkaar daar kennen. Het kweken van groenten blijkt een ideale manier om de verhoudingen in de buurt te verbeteren', zegt Daalder. 'Het gesprek tussen een Marokkaan en Nederlander komt gemakkelijk op gang als ze elkaar gaan uitleggen hoe ze hun tomaten kweken.'


De gemeente stelt de grond ter beschikking, of bemiddelt met de eigenaar, om de bewoners het gebruik toe te staan zolang er geen concrete bebouwingsplannen voor zijn. Meestal voor een bescheiden bedrag kunnen de bewoners een kweekbak van 1 bij 1 meter huren, die een heel behoorlijke opbrengst genereert. 'Omdat het uiteindelijk toch om tijdelijke locaties gaat, wordt op de terreinen geen aarde gestort. De bodem is meestal vervuild en niet voedselveilig, afgraven is vanwege de kosten geen optie, en dus zijn de bakken een prachtig alternatief', zegt Daalder. En als er - ooit - moet worden ontruimd, kunnen de bakken met kweekgroenten en al worden verplaatst.








Drie wandelingen

De moestuinen, de knollenveldjes, de braakliggende, met bloemen en planten overwoekerde terreintjes, ze vormen nog maar een fractie van wat Amsterdam aan wildernis binnen de bebouwde kom te bieden heeft. V maakte, geïnspireerd door de konijnen in de avondlijke verlatenheid van Sloterdijk, drie tochtjes door de buitenwijken en keek met de ogen van de natuurliefhebber. Daarbij zie je soms hoe de crisis de verwildering helpt, hoewel zeker voor het lekenoog lang niet altijd is vast te stellen in hoeverre actief ingrijpen door groenbeheer en planologie dan wel het wegvallen van bedrijvigheid door de crisis verantwoordelijk is voor de onvermoede weelderigheid van kantoor-, wederopbouw- en yuppenwijk. Maakt voor het resultaat niet uit.


1 Van Nieuwe Meer door Slotervaart naar NS Station Lelylaan


Remco Daalder publiceerde in 2012 een boekje (Natuurlijk Amsterdam) met stadsnatuurwandelingen, waarvan deze wandeling er gedeeltelijk eentje volgt. Ik begin bij de Nieuwe Meer, de waterplas ingeklemd door het Amsterdamse Bos en de snelweg A4, en gelegen onder een aanvliegroute naar Schiphol. Het is een mooie mengeling van metropolitane verkeersdrukte en woestenij. Boven het bos grommen met de regelmaat van de klok vliegtuigen wiebelend met hun vleugels richting landingsbaan. Boven het meer scheren gakkende ganzen, in omvang en volume de Boeings 747 van het plaatselijke vogelrijk. Futen, lange hals, kuif op de kop, duiken onder.


Ten noorden van het meer zijn de Oeverlanden, deels dichtbegroeid met wilgen en elzen. In de moerassen kwaken de kikkers luid, in de braamstruiken zingen onzichtbaar talrijke vogels alsof hun leven ervan afhangt - wat gezien de voortplantende bedoeling die aan het kwetteren ten grondslag ligt ook min of meer het geval is. Er broeden roofvogels als sperwers, valken en buizerds, maar die laten zich op deze miezerige dag niet zien.


Onder een viaduct van de snelweg door loop ik noordwaarts. Kantoren van IBM - in gebruik. Een enorme vlakte bij een bedrijventerrein fungeert als langparkeerplaats met shuttleverbinding naar Schiphol, blijkbaar is het hier binnen de ring goedkoper parkeren dan in de leegte rond Schiphol. Ernaast een leeg distributiecentrum, de parkeerplaats overwoekerd met onkruid.


Ik volg het Christoffel Plantijnpad, onderdeel van de ecologische verbindingsroute die het dieren mogelijk maakt zich van de Nieuwe Meer door de woonwijken naar de noorderlijker gelegen Sloterplas te bewegen. Langs het pad, moderne stadsvilla's kijken erop uit, kronkelt een watertje. Visdiefjes cirkelen boven het oppervlak en laten zich loodrecht naar beneden vallen om met iets glinsterends in de snavel boven te komen - zo nietig is de buit dat niemand hem zal missen.


Ter hoogte van het Slotervaartziekenhuis verlaat ik het pad om langs de groenstroken van Sloterpark te zoeken naar niet-officiële natuur. Een groene halsbandparkiet kwettert erop los. Uit de bast van een wilg groeit een enorme zwam, zo groot als een pizza en wel tien keer zo dik. Schijnt eetbaar te zijn.


Ik bemerk hoe snel de geest zich plooit: als je je een paar uur lang concentreert op alle sporen van natuur, wordt de stedelijke omgeving bijzaak. De lange rijen wederopbouwflats, de kolossen van het ziekenhuis en het naastgelegen Antoni van Leeuwenhoek - meestal een instituut dat onbedoeld vrees en somberheid oproept - vormen slechts de zwijgende coulissen van de uitbottende natuur en storen geen moment; enthousiaste gelegenheidsbiologen als ik zullen wel vaker de proporties uit het oog verliezen.


Langs het pokdalige, van donker- en lichtbruine konijnen vergeven veldje aan de Van der Steurstraat - de flats zullen vermoedelijk binnenkort worden gesloopt, de helft oogt al leeg - kom ik langs braakveldjes waar nog volop ruimte is voor moestuintjes. En langs nieuwbouwflats, gebouwd in dagen van recentelijk economisch hoogtij. Dat is goed zichtbaar, in de hoogte bevinden zich weelderige daktuinen, trapsgewijs aangelegd over de lengte van de gebouwen: moderne hangende tuinen van Babylon.


2 Van Plein '40-'45 naar Station Sloterdijk.


Geen officiële groenroute, maar eentje uitgekozen op grond van de stadskaart: groen, water, kantoren.


Voorzien van veel licht, ruimte en omgeven door gras en struiken, zo waren de flats bedacht die na de Tweede Wereldoorlog uit de grond werden gestampt. Sober en snel gebouwd, het antwoord op de woningnood van de jaren vijftig. Inmiddels voldoen de portiekflats niet meer aan de eisen van de tegenwoordige tijd, maar dat groen, dat is hier in de wijk Geuzenveld in overvloed gekomen. Tussen enkele DDR-achtige flats met gevels van betonplaten liggen de grasveldjes, nauwelijks betreden. Ik loop naar het Gerbrandypark, dat zich uitstrekt tussen de Kolenkit, de markante kerktoren langs de Ringweg west, en het stadsdeelkantoor aan Plein '40-'45.


Het is er op deze zonnige middag rustiger dan in de Noord-Hollandse duinen op een lentedag. Hier en daar picknicken Marokkaanse moeders met hun kinderen, stoken jongeren een vuurtje op de barbecue en roosteren wat. Zo landelijk is het hier dat iedere voorbijganger van de weeromstuit groet. Jonge ganzen paraderen over steigertjes. Een kastanjeboom is vergeven van de spreeuwen, die machtig kabaal maken. De grasvelden zijn bezaaid met witte bloemen en langszij bloeit het fluitekruid, dat een bedwelmend zoete, zware geur afgeeft. Langs de spoorlijn is een landje land omgetoverd tot stadsjungle. Via een Manetachtig houten boogbruggetje tussen hoge rietkragen beland je op een kronkelpad tussen dicht struikgewas en hoge bomen. Van de stad niets te zien, je hoort alleen het ruizen van de treinen verderop.


Ten oosten van de snelweg ga ik noordwaarts. Pal langs het voortrazende verkeer op de Ring, waarvan je door de geluidsschermen vrijwel niets hoort. Hier stuit ik op lege kantoren en deels in onbruik geraakte schoolgebouwen van zeker vijftig jaar oud, die met bescheiden posters ter verhuur worden aangeprezen. Ingeklemd tussen de snelweg en die gebouwen groeien hoge, dichte bomen, een sliert woud in de schaduw


waarvan niets tot bloei komt. Via een eenzaam laantje kom ik bij een uitgewoond kantoorgebouw, waarvan de beheerder in oktober van een onbestemd jaar blijkens vergeelde affiches aan het raam nog heeft meegewerkt aan een openkantorendag - zonder resultaat. Twaalfhoog, ongebruikt en stokoud is het gebouw, zonwering hangt scheefgezakt voor de ramen. Een somber en doods monument voor voltooid economisch verleden, dat tientallen kleuters in de schaduw op het schoolplein aan de overkant evenwel niet weerhoudt van vrolijk gekwetter.


Ik steek de Haarlemmerweg over, en de brug over de eeuwenoude trekvaart ernaast. De vaart en de groenstroken, bosjes, volkstuinen, en de lege vlakten van Sloterdijk, vormen een slagader voor de natuur in het hartje van Amsterdam. Vanuit het waterrijke Spaarnwoude ten westen van de stad trekken wilde dieren de stad in. Beschermd door de dichte rietkragen kruipen egels, wezels, muizen, ratten en zelfs vossen tot aan het Westerpark, dat reikt tot vlak bij de westkant van de Jordaan. Soms is de groenstrook maar een paar meter breed, maar het is genoeg. Een beetje geluk en geduld moet je hebben. Als ik mijn tochtje eindig bij station Sloterdijk heb ik geen scherpgetande roofdieren gesignaleerd, net zo min als de sperwers die hier - volgens Remco Daalders gids - de omgeving met hun spectaculaire duikvluchten opvrolijken. Wel een overvloed aan wildbloemen, mooi contrast met de niet meer zo hypermoderne, spiegelende kantoorgevels waarachter ook nauwelijks beweging waarneembaar is.


3 Rondje IJburg


Met Remco Daalder fiets ik oostwaarts over de Diemerzeedijk, die parallel loopt met IJburg, en over het wooneiland ten noorden van de dijk terug naar het westen. Het is een gebied waar Daalder lyrisch over kan vertellen. Hoe hij als een van de eerste Amsterdammers het opgespoten land mocht betreden, toen er nog geen bebouwing was. Hoe de natuur langs de Diemerzeedijk decennialang haar gang kon gaan en hoe die nu aansluiting heeft gevonden bij de planten- en dierenrijkdom op IJburg.


De Diemerzeedijk is zwaar vervuild, in de bodem zijn lang geleden levensgevaarlijke gifstoffen, zoals dioxine, gestort. Het gif is met een speciaal materiaal, bentoniet, volkomen geïsoleerd zodat het geen gevaar kan vormen. Er bovenop is een laag aarde gestort waar de natuur zijn gang mag gaan. In de wildernis langs de dijk en de oevers van het Amsterdam-Rijnkanaal zitten roofvogels - kiekendieven die komen jagen in de rietkragen voor de woningen aan de rand van IJburg - talrijke zangvogels, wezels, beschermde rugstreeppadden. En ringslangen die zich al jaren thuisvoelen op de boorden van de dijk en nu, dankzij sluipgangetjes onder het asfalt en 1,5 kilometer door de gemeente aangelegde rietkraag toegang krijgen tot, uiteindelijk, Amsterdam-Noord.


Daalder wijst bij de brug die toegang biedt tot IJburg naar de groep aalscholvers, zwarte stippen op het groenblauwe water, afkomstig van de Oostvaardersplassen die in het visrijke water bij IJburg komen jagen omdat het water hier helderder is dan in hun eigen leefgebied. Hij vertelt over het blauwborstje dat hier in het riet broedt. De mannetjes zijn alleen in april zichtbaar, als ze zich uitsloven voor de vrouwtjes. Dan verheffen ze zich luid zingend boven het riet waarin ze zich de rest van het jaar schuilhouden.


Rietkragen langs bijna alle oevers, het opsplitsen van IJburg in meerdere door bruggen met elkaar verbonden eilanden met watergangen ertussen: de invloed van stadsecologen als Daalder is overal zichtbaar. We fietsen over de kaarsrechte straten (doet denken aan het grid van Manhattan) langs de talrijke ruime kavels die voor korte of langere tijd onbebouwd zullen blijven als gevolg van de gestagneerde woningmarkt. Op veel braaklandjes groeien planten en struiken die grote aantrekkingskracht hebben op vlinders en insecten. 'Die groeien het best op zandgrond - bouwgrond. Die is voedselarm en dat komt de diversiteit ten goede.' Kijk, venkel, wijst Daalder, plukt wat van het fijne plantje en ruikt eraan. 'Nee, toch niet. Ken ik niet.'


Op andere plekken op IJburg hebben de bewoners moestuintjes aangelegd, waar margrieten bloeien, doelen aan weerszijden trapveldjes markeren of geblakerde takken aantonen dat de techniek van het fikkiestoken hier nog niet is verleerd.


We fietsen langs de noordkant van IJburg, met weids uitzicht over het meer. Een enorme zandophoping vormt het begin van wat ooit IJburg 2 moet worden, met nog meer woningen, grotestadsvoorzieningen als een theater en winkelcentrum. Door de economische crisis is de toekomst van deze woestijn ongewis. Er struinen kitesurfers rond, die de wind hier vol in de zeilen krijgen en vlak boven de waterrand zijn de zandheuvels geperforeerd door de oeverzwaluwen die er hun nesten bouwen.


Laat een stuk land met rust en er is altijd wel een dier dat zich er thuis blijkt te voelen, zegt Daalder. 'Prachtig als de natuur zo zichtbaar is. Je merkt altijd ook dat bewoners het oppikken. Als er roofvogels zijn gesignaleerd, zie je altijd wel een paar mensen opeens met kijkers rondstruinen die geïnteresseerd zijn geraakt.' Het belang van natuur in de stad groeit alleen maar, voorspelt hij. 'Wereldwijd gaan steeds meer mensen in steden wonen, die steeds meer oppervlakte in beslag nemen. De natuur geeft diepte aan de stad. Als je nagaat dat er op IJburg 30 vogelsoorten zijn, en in de stad al 130. Er is hier een enorme diversiteit. En omdat dit een grote stad is, mag de natuur ook wat kosten. Het is voor zo veel mensen belangrijk.'


De middag loopt ten einde, her en der duiken konijnen op. Ze zullen zich hier vermoedelijk niet zo massaal vermenigvuldigen als in Slotervaart, voorspelt Daalder. In het oosten van de stad zijn de dieren besmet met de dodelijke myxomatose en het VHS-virus. De ziekten zullen zich uitbreiden over heel Amsterdam en de knagers decimeren. Een nare aanblik, massaal blinde konijnen die apatisch hun einde afwachten: de keerzijde van natuur in de stad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden